Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ministers niet aansprakelijk voor schade NAVO-luchtacties

Datum nieuwsfeit: 06-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Gerechtshof Amsterdam
Zoek soortgelijke berichten
Gerechtshof Amsterdam

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

P E R S B E R I C H T

Datum: 6 juli 2000

Ministers niet persoonlijk aansprakelijk voor schade NAVO-luchtacties

Het gerechtshof te Amsterdam heeft op 6 juli 2000 in hoger beroep uitspraak gedaan in het kort geding dat een aantal burgers van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) had aangespannen tegen minister-president Kok, minister van defensie De Grave en minister van buitenlandse zaken Van Aartsen.

Waar het om gaat

Volgens een aantal Joegoslavische staatsburgers zijn Kok, De Grave en Van Aartsen persoonlijk aansprakelijk voor de gevolgen die zij als Serviërs hebben ondervonden van de NAVO-luchtacties tegen de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ). Deze bombardementen hebben plaatsgevonden van eind maart tot medio juni 1999 en hielden volgens de NAVO verband met de ernstige humanitaire situatie in Kosovo. De Joegoslavische burgers hebben gesteld dat Nederland door in NAVO-verband deel te nemen aan die luchtacties een misdrijf tegen de vrede heeft gepleegd, omdat de bombardementen hebben plaatsgevonden zonder mandaat van de Veiligheidsraad. Zij houden de bewindslieden ook persoonlijk aansprakelijk voor schendingen van het zogenaamde humanitaire (oorlogs)recht, zoals aanvallen op burgerdoelen. Zij eisen (1) een verbod tot deelname aan (nieuwe) militaire acties tegen de FRJ en vorderen (2) betaling van immateriële schadevergoeding (smartengeld).

Het vonnis van de president van de rechtbank te Amsterdam

De president van de rechtbank te Amsterdam heeft in eerste aanleg bij vonnis van 3 juni 1999 beslist dat de bewindslieden niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen die deze Joegoslavische burgers van de NAVO-luchtacties zouden hebben ondervonden. Hun vorderingen zijn afgewezen. Tegen die beslissing is hoger beroep ingesteld bij het hof in Amsterdam.

Uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam

Het gerechtshof heeft, evenals de president, de vorderingen afgewezen. Het hof heeft voorlopig geoordeeld dat de bewindslieden niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade die de groep Joegoslavische burgers stelt te hebben geleden als gevolg van de deelname van Nederland aan de NAVO-luchtacties.

Het hof geeft daarvoor in zijn arrest, kort samengevat, de volgende argumenten.


1. Het gevraagde verbod tot deelname aan militaire acties

Een bevel om voortaan geen militaire acties meer tegen de FRJ te ondernemen kan niet worden gegeven. Een nieuw besluit om deel te nemen aan zulke acties hangt zozeer af van bijvoorbeeld internationale politieke ontwikkelingen en de politieke en humanitaire situatie in Kosovo, dat nu nog niet kan worden overzien wat de bewindslieden in de toekomst zullen besluiten en ook niet of zo'n besluit onrechtmatig zal zijn.


2. De vordering tot immateriële schadevergoeding

Criterium: persoonlijk verwijt

Ministers kunnen pas aansprakelijk zijn voor een eventueel onrechtmatige beslissing die zij hebben genomen als orgaan van de Nederlandse Staat als hun daarvan persoonlijk een verwijt gemaakt kan worden.

NAVO-luchtacties onrechtmatig?

Het staat vooralsnog niet vast dat de Staat door de deelname aan de NAVO-luchtacties onrechtmatig heeft gehandeld. In dit kort geding laat zich nog niet goed vaststellen welke regels van volkenrecht toepasselijk zijn en wat de uitkomst van de toepassing van die regels zal zijn. De internationale juridische discussie daarover is nog niet uitgekristalliseerd. Het is een feit dat de luchtacties hebben plaatsgevonden zonder uitdrukkelijk mandaat van de Veiligheidsraad, hetgeen op zichzelf door het Handvest van de Verenigde Naties is verboden. Maar daar staat onder meer het volgende tegenover. Er was in Kosovo sprake van een humanitaire noodsituatie. Resolutie 1199 van de Veiligheidsraad, waarin van de FRJ concrete maatregelen werden geëist ter beëindiging daarvan, werd niet nageleefd. In die resolutie waren ook nadere sancties aangekondigd voor het geval de FRJ niet aan de gestelde voorwaarden voldeed. De NAVO was unaniem van mening dat militair ingrijpen noodzakelijk was. Het is niet voldoende waarschijnlijk dat in dergelijke omstandigheden de deelname van Nederland aan de luchtacties naar regels van het volkenrecht niet gerechtvaardigd kan zijn geweest.

Omdat nog niet vast staat dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld, kan reeds daarom een minister nog niet aansprakelijk worden gesteld voor de deelname van Nederland aan de luchtacties.

Maar ook als de Staat volgens het volkenrecht niet had mogen deelnemen aan de luchtacties, valt de ministers daarvan nog niet persoonlijk een verwijt te maken. Zij hebben immers het besluit om deel te nemen aan de luchtacties zorgvuldig genomen en op grond van zeer zwaarwegende humanitaire overwegingen, waarmee ook (een meerderheid van) de Tweede Kamer heeft ingestemd.

Schending van humanitair (oorlogs)recht?

De Joegoslavische burgers hebben voorbeelden genoemd waarbij de NAVO het humanitaire (oorlogs)recht zou hebben geschonden, zoals het gebruik van disproportioneel geweld en aanvallen op burgerdoelen. De bewindslieden hebben aangevoerd dat de NAVO zich strikt heeft beperkt tot militaire doelen, waarbij niet altijd te voorkomen viel dat burgers werden getroffen.

In dit kort geding valt zonder nader onderzoek niet vast te stellen wat er precies is gebeurd en dus ook niet of de Staat wegens overtredingen van dit humanitaire (oorlogs)recht aansprakelijk is. Dan kunnen ook de ministers nog niet aansprakelijk worden gehouden.

De ministers zouden bovendien alleen aansprakelijk kunnen zijn als degenen die dit geding hebben aangespannen persoonlijk het slachtoffer zijn geworden van een overtreding van dit humanitaire (oorlogs)recht. Dat is niet het geval geweest.

Ook een persoonlijk verwijt aan de bewindslieden dat bijvoorbeeld burgerdoelen zijn getroffen kan nog niet worden gemaakt. Het gaat er niet om of er een risico bestaat dat burgerdoelen worden getroffen, maar of de ministers specifiek invloed hadden op een actie die tot overtreding van het humanitair (oorlogs)recht leidde. Daar staat niets over vast.

Tekst van de uitspraak op Internet

De volledige tekst van deze uitspraak is te vinden op de Internet-site van het gerechtshof te Amsterdam: www.gerechtshof-amsterdam.nl

Contactpersoon

Voor nadere informatie kunt U contact opnemen met:

De heer W.J. Stokhof
Gerechtshof te Amsterdam
Postbus 1312
1000 BH Amsterdam

Bezoekadres:
Prinsengracht 436 te Amsterdam
Telefoon: 020 541 3366
Fax: 020 541 3410

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie