Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Van Boxtel herdenking Nederlands slavernijverleden

Datum nieuwsfeit: 01-07-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister Van Boxtel bij de Herdenkingsbijeenkomst Nederlands slavernijverleden
Een toespraak bij het onderwerp Anti-discriminatie
3 juli 2000

1 juli 2000, Grote Kerk, Den Haag
"De stank van de ruimte waarin we waren opgesloten in de tijd dat we aan de kust waren was zo walgelijk, dat het gevaarlijk was om daar te blijven... sommigen van ons mochten aan dek voor frisse lucht. Maar nu de hele lading van het schip bij elkaar was, werd het absoluut verderfelijk. De benauwdheid van de ruimte en de hitte van het klimaat, gevoegd bij het aantal mensen op het schip, dat zo vol was dat ieder nauwelijks ruimte had zich om te om te draaien, deed ons bijna stikken. Dit produceerde overvloedige transpiratie, zodat de lucht ongeschikt werd om in te ademen door een verscheidenheid aan walgelijke geuren, en ziekte bracht onder de slaven, van wie er velen stierven."1
Dit is een fragment uit het levensverhaal van Olaudah Equiano. Een jongen van de stam van de Ibos uit het huidige Nigeria, die pas 11 jaar oud was toen hij in de 18de eeuw ontvoerd werd en tot slaaf werd gemaakt. Hij is één van de weinigen die zijn levensverhaal op papier heeft kunnen zetten en zo ons op indringende wijze heeft overgebracht wat het is om gescheiden te worden van familie en vrienden, om de angst te voelen voor een onzekere toekomst, om onder erbarmelijke omstandigheden vervoerd te worden naar een ander continent en daar als slaaf te moeten werken en sterven, om je menselijke waardigheid te worden ontstolen.
Hij is daarmee ook één van de weinigen die de geschiedenis vanuit een ander perspectief toont dan het gangbare Eurocentrische perspectief. En dat is heel belangrijk. Een ander perspectief kan tot verrassende, schokkende inzichten leiden en tot een beter begrip van elkaar. Columbus ontdekte de Indianen, maar de Indianen ontdekten op hun beurt ook Columbus en de verschrikkelijke consequenties daarvan.
Vanuit die gedachte, vanuit het andere perspectief, is het ook van groot belang dat bij het werken aan de totstandkoming van een nationaal monument ter herdenking van het slavernijverleden de nazaten van de slaven, grotendeels verenigd in het Landelijk Platform Slavernijverleden, als initiatiefnemer zeer actief betrokken zijn.
Tegelijkertijd is het van groot belang dat het bekend raken met dat andere perspectief breed gebeurt, bijvoorbeeld via het onderwijs. Aan de glorie van de kaapvaart, aan forten als Elmina aan de Goudkust, aan de plantage-economie in Suriname en op de Antillen, zit een andere kant: de keerzijde van de medaille is de slavenhandel en de slavernij. Deze zijde is tot nu toe ten onrechte onderbelicht gebleven.
Ten onrechte, omdat het een vals beeld is maar ook omdat de verre nazaten van slaven uit Suriname en van de Nederlandse Antillen en Aruba, nu deel uitmaken van onze Nederlandse samenleving. De slavenhandel is er direct of indirect de oorzaak van dat zij hier zijn. Wanneer kinderen op school nu les krijgen over de Gouden Eeuw en over de slavenhandel en slavernij, zal in ieder geval in de grote steden een groot aantal kinderen daar anders tegenaan kijken dan pakweg zon 50 jaar geleden het geval was. Hun voorouders waren niet de schippers, kooplieden en plantagehouders, maar de slaven. Het waren overigens ook hun voorouders die - veelal onvermeld in de geschiedenisboeken - tegen de slavenmeesters in opstand kwamen.
Het collectief geheugen, het historisch deel van onze cultuur, moet in onze multiculturele maatschappij worden bijgesteld met kennis die niet vanzelfsprekend past bij de iconen als Piet Heijn en Jan de Wit.
In de 17de en 18de eeuw vervoerden Zeeuwen en Hollanders zon half miljoen slaven van Afrika naar de Amerikas. Dat is ongeveer 5% van de transatlantische handel. Circa 210.000 van hen kwamen terecht in Suriname en circa 90.000 op Curaçao. Van deze laatste werd weer een groot deel verder verhandeld. Zij werkten daar, leefden daar en stierven daar. Culturen vermengden zich. Hun nazaten die nu in Nederland leven hebben hun wortels in drie continenten: Afrika, Amerika en Europa. Slavenhandel, slavernij, kolonisatie en dekolonisatie hebben hun sporen nagelaten in het heden. In dat kader is het zo belangrijk dat het nationaal monument ter herinnering aan het slavernijverleden en de algehele kennis over het slavernijverleden breder bekend wordt, niet alleen onder de nazaten van de slaven, maar onder de hele Nederlandse samenleving. Het is daarbij nadrukkelijk niet de bedoeling om hiermee een tegenstelling te introduceren, maar om - integendeel - begrip en samenhang tussen medeburgers te versterken.
Ik wil overigens ook benadrukken dat het nationaal monument niet een gratuit gebaar is aan de zwarte Nederlanders; een goedmakertje waarmee we weer kunnen overgaan tot de orde van de dag. Ik stem van harte in met de historicus Albert van Dantzig zoals die deze week in Vrij Nederland werd geciteerd: "Bij monumenten - en musea
- gaat het niet vooral om polemieken, excuses, mea culpas en morele reparaties, maar om het onderwijzen en herdenken van feiten en nog eens feiten."
Het Comité van Aanbeveling, dat ik samen met collega van der Ploeg in december vorig jaar heb geïnstalleerd, heeft hier een belangrijke taak in. Door debatten, een prijsvraag en andere activiteiten zal het Comité hiervoor het komende jaar veel werk verzetten.
Daarnaast is het van belang dat verspreiding van kennis over de slavenhandel en het slavernijverleden een meer structurele basis krijgt. Dat kan in het onderwijs en bijvoorbeeld in de vorm van een instituut met educatieve, museale, onderzoeks- en herdenkingstaken.
Het afgelopen jaar is een belangrijk jaar geweest voor de bewustwording van ons slavernijverleden. Ik durf te stellen dat er het afgelopen jaar meer aandacht en zeker in bredere kring is geweest voor het slavernijverleden dan de afgelopen 137 jaar. Die aandacht was er zowel in het parlement als in de media als in debatten. En dat is goed. Er met elkaar over praten is een eerste stap op weg naar een groter maatschappelijk draagvlak voor het monument , naar een minder eenzijdige blik op het verleden. Het nationaal monument zal hiervoor een symbolische functie moeten vervullen en een tastbare en herkenbare verbeelding moeten geven van dat slavernijverleden en van de betekenis hiervan voor het heden en de toekomst. Terugblikken is belangrijk, maar moet vooral ook een functie hebben voor het heden en de toekomst. Het motto van deze bijeenkomst "Verbonden door vrijheid" drukt kernachtig uit dat echte verbondenheid tussen mensen en bevolkingsgroepen alleen kan bestaan wanneer er sprake is van vrijheid. De afschaffing van de slavernij was hiervoor het begin. Vrijheid staat hoog in ons vaandel. Maar vrijheid kan niet in vrijblijvendheid. Vrijheid kan niet zonder te beseffen dat we deel uitmaken van een groter geheel. Zonder te weten dat we met elkaar verbonden zijn door het verleden, in het nu en in onze toekomst. Verbondenheid kan ook niet zonder gelijkwaardigheid, wederzijds begrip en respect voor elkaars gewoontes, cultuur en eigenheid. Het monument kan bijdragen aan dit proces van "verbonden in vrijheid".
Er is overigens nog een belangrijk aspect - en ik heb dat ook gememoreerd bij de installatie van het Comité van Aanbeveling in december verleden jaar. Het verzwijgen en daarmee ontkennen van onrecht geeft degenen die zich met de slachtoffers identificeren het gevoel buiten de maatschappij gehouden te worden; het onzekere gevoel niet vanzelfsprekend op bescherming te kunnen rekenen; nog steeds onveilig te zijn. Nederland moet in het reine komen met het verleden om iedereen de zekerheid te geven te behoren tot een en dezelfde samenleving.
Wij zijn hier vandaag niet bij elkaar om het nationaal monument ter herdenking van het slavernijverleden te onthullen. Nog niet. Voordat er een nationaal monument onthuld kan worden, moet er veel gebeuren. Er moet een gemeente zijn, die als gastheer wil optreden, er moet een geschikte, representatieve lokatie gevonden, er moet een kunstenaar met affiniteit voor het onderwerp geselecteerd worden en er moet een ontwerp goedgekeurd worden, waarin velen zich kunnen vinden. En, last but not least, er moet geld beschikbaar zijn.
Wat het voorgaande betreft kan er vandaag het nodige positieve nieuws gemeld worden. De gemeente Amsterdam heeft definitief verklaard zich achter de gedachte voor een nationaal monument slavernijverleden te scharen en zal gaarne als gastplaats voor dit monument optreden. Ik ben hier uitermate verheugd over, want Amsterdam is als nationale hoofdstad dé plaats voor een nationaal monument. Bovendien heeft Amsterdam nauwe banden met de "West". Vroeger als één van de steden met een Kamer van de West-Indische Compagnie en als mede-eigenaar van Suriname, tegenwoordig als een stad die vele Nederlanders van Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse, maar ook van Afrikaanse (met name Ghanese) herkomst herbergt.
Het feit dat Amsterdam de zetel zal worden van het nationaal monument zal vandaag officieel bezegeld worden met de ondertekening van het convenant tussen gemeente en Staat. Dit officiële moment zal straks plaatsvinden.
Wat de financiering van het monument betreft, ben ik bereid de stichtingskosten hiervan voor mijn rekening te nemen. Ik ben er van overtuigd dat wij met elkaar, met alle betrokken partners, Rijk, gemeente, Landelijk Platform en zijn achterban en het Comité van Aanbeveling, in gezamenlijkheid kunnen optrekken om op afzienbare termijn het gedenkteken daadwerkelijk te kunnen onthullen.
Vooruitlopend op het gedenkteken van brons, koper of ander "echt" materiaal, zal ik vandaag een nieuwe website openen. Een virtueel en dynamisch "monument", dat op eigentijdse wijze u en alle belangstellenden op de hoogte houdt van de ontwikkelingen met betrekking tot het nationaal monument slavernijverleden en de gelegenheid biedt om al surfend in ruimte en tijd het slavernijverleden te (her)ontdekken.

1 Steven Mintz, Excerpts from Slave Narratives (University of Houston), zie: vi.uh.edu/pages/mintz/primary.htm
Relevante links:
De site over het slavernijmonument
Convenant Nationaal Monument Slavernijverleden ondertekend

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie