Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamerantwoord: ten onrechte afgeven verklaringen overlijden

Datum nieuwsfeit: 05-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over ten onrechte afgeven van verklaringen van overlijden

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2000

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Justitie, de antwoorden op de vragen, gesteld door de leden van uw Kamer Buijs en Ross-van Dorp (beiden CDA) over het ten onrechte afgeven van verklaringen van overlijden (2990010870).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van de leden Buijs en Ross-van Dorp over het ten onrechte afgeven van verklaringen van overlijden.
(2990010870)


1.
Kent u het bericht dat een gynaecoloog ten onrechte een verklaring van natuurlijk overlijden heeft afgegeven, terwijl daarvan geen sprake zou zijn geweest?


1.
Ja


2.
Kunt u bevestigen dat het Medisch Tuchtcollege in Eindhoven “de arts het invullen van een natuurlijk doodverklaring” niet heeft aangerekend?

2.
Ja


3.
Wat is uw oordeel over het standpunt van het Tuchtcollege “dat het in de verloskundige praktijk gangbaar is (…) dat de belemmering tijdens de bevalling wordt gezien als de natuurlijke oorzaak van het overlijden van het kind”?


3.
Het is niet gebruikelijk dat een minister treedt in een inmiddels onherroepelijk geworden uitspraak van een onafhankelijk rechtscollege. Het Tuchtcollege overwoog terzake:
“Het College acht onvoldoende gronden aanwezig om verweerder aan te rekenen dat hij in casus 1 een verklaring van natuurlijke dood heeft afgegeven en wijst daarbij op de gangbare obstetrische praktijk dat na een problematisch verlopen partus het niet afgeven van een verklaring van een natuurlijke dood hoogst uitzonderlijk is. Aan deze praktijk ligt kennelijk ten grondslag een in de beroepsgroep algemeen gedeelde en naar het oordeel van het College niet zonder meer onaanvaardbare opvatting dat de belemmering, die het natuurlijk verloop van de baring verhinderde de natuurlijke oorzaak van het overlijden van het kind is en niet de door die belemmering noodzakelijke behandeling van de obstetricus”.


4.
Acht u dit oordeel van het desbetreffende Medisch Tuchtcollege in overeenstemming met de letter en geest van de Wet op de lijkbezorging?

4.
De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat bij een vermoeden van niet-natuurlijke dood een lijkschouwer dient te worden ingelicht. Het begrip “natuurlijke doodsoorzaak” is in de Wlb niet volkomen scherp omschreven. Als de arts ervan overtuigd is dat er sprake is van een natuurlijke dood blijft deze melding derhalve achterwege. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt in casu dat de arts in lijn van de regels van de beroepsgroep heeft gehandeld en om die reden niet ten onrechte een natuurlijke doodverklaring heeft afgegeven.

5.
Is in het geval van het ten onrechte afgeven van een verklaring van overlijden, zoals in het onderhavige, sprake van valsheid in geschrifte van de zijde van de desbetreffende gynaecoloog? Waarom is zulks dan niet geïndiceerd?


5.
Uit de uitspraak van het Tuchtcollege blijkt dat er is gehandeld conform de opvatting van de beroepsgroep, inhoudende dat de belemmering, die het natuurlijk verloop van de baring verhinderde, de natuurlijke oorzaak is geweest van het overlijden van het kind en niet de door die belemmering noodzakelijke behandeling van de obstetricus. Gezien de uitspraak van het Tuchtcollege kan niet worden gesteld dat de arts opzettelijk een valse verklaring in de zin van artikel 228 van het Wetboek van Strafvordering heeft afgegeven en ligt het derhalve niet in de rede de arts te vervolgen terzake van valsheid in geschrifte. Wel kan ik u meedelen dat er een onderzoek is ingesteld naar de vraag of er overigens in casu sprake is geweest van strafrechtelijk verwijtbaar handelen van de betrokken gynaecoloog.


6.
Deelt u de opvatting van forensisch geneeskundige mr C. Das van de GG&GD Amsterdam dat “de gang van zaken rond overlijdensverklaringen in de verloskunde een “fout in het systeem” is? Waarop wordt hier door betrokkene precies gedoeld?


7.
Geldt deze “fout in het systeem” alleen voor verloskunde, of heeft de problematiek een grotere reikwijdte?


6 en 7.
Das doelt in zijn uitspraak op de zijns inziens onterechte situatie dat behandelend artsen bevoegd zijn een verklaring van overlijden op te stellen. Volgens Das kan de arts in geval van overlijden door fouten in de behandeling zijn falen verdoezelen.
Indien gesproken kan worden van een systeemfout, dan geldt de beschreven systematiek voor de bevoegdheid van alle behandelend artsen om een verklaring van overlijden op te stellen. Hierbij gaat het om de omschrijving van een natuurlijke doodsoorzaak en de wijze waarop hier door de beroepsgroep nader invulling aan wordt gegeven. Het lijkt mij wenselijk om na te gaan of deze systematiek heroverweging behoeft. Ik verwijs u in dit verband mede naar het antwoord op vraag 9.

8.
Kan worden bevestigd dat over de klacht over het invullen van de verklaring van natuurlijk overlijden “al was geoordeeld in de spoedprocedure van de inspectie”?


8.
Ja. De uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege van 24 november 1999 op de klacht van de Inspectie is onherroepelijk geworden. Om die reden kan niet een tweede maal over eenzelfde punt een oordeel worden gegeven.

9.
Hoe heeft de Inspectie op de in de vorige vraag bedoelde klacht geoordeeld en wat is uw opvatting daarover?

9.
De Inspectie heeft aanleiding gezien het punt van de afgifte van de verklaring van een natuurlijke dood mee te nemen in de klacht en deze voor te leggen aan het Tuchtcollege. De uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege heeft aanleiding gegeven om over dit punt in contact te treden met de beroepsgroep, de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG).
In het gevoerde overleg met het bestuur van de NVOG is afgesproken dat het afgeven van een verklaring van een natuurlijke dood bij een gecompliceerde bevalling, binnen de beroepsgroep, aan de orde gesteld zal worden. De Inspectie heeft bij de NVOG aandacht gevraagd voor de noodzaak in geval van enige twijfel geen verklaring van een natuurlijke dood in te vullen (zie ook antwoord op vraag 10).


10.
Deelt u de opvatting van genoemde forensisch-geneeskundige dat “als een fout leidt tot het overlijden van een patiënt, dat een niet-natuurlijke dood is” en dat “de arts dan geen verklaring van natuurlijke dood mag invullen”? Zo neen, waarom niet?


10.
Als het overlijden van de patiënt het gevolg is van een medische fout, is geen sprake van een natuurlijke dood en kan evenmin een verklaring van natuurlijke dood worden ingevuld. Als de arts heeft gehandeld volgens de richtlijnen van de beroepsgroep en hij ook overigens zorgvuldig heeft gehandeld, zal hem of haar geen fout verweten kunnen worden. In dat geval kunnen complicaties hierbij geacht worden te behoren tot het verloop van de ziekte waarvoor werd behandeld. Een verklaring van natuurlijke dood kan een arts slechts dan afgeven als de arts overtuigd is van het feit dat een natuurlijke oorzaak ten grondslag ligt aan het overlijden. Alle sterfgevallen waarover twijfel bestaat zijn als niet-natuurlijk aan te merken.


11.
Beschikt u over gegevens dat “jaarlijks minstens 450 medische fouten met dodelijke afloop niet worden gemeld” en wilt u die cijfers aan de Kamer overleggen?


12.
Indien u niet over dit cijfermateriaal beschikt, is het u dan bekend waarop genoemde forensisch-geneeskundige zijn oordeel baseert, en bent u bereid dit cijfermateriaal bij betrokkene op te vragen en aan de Kamer te overleggen?


11 en 12.
Het aangehaalde citaat van de heer Das verwijst naar een publikatie van (o.a.) zijn hand in Medisch Contact (nr 49, december 1999). In deze publikatie wordt op basis van Duits onderzoek een extrapolatie gemaakt naar de Nederlandse situatie. De auteurs schatten dat in Nederland op 135.000 sterfgevallen minstens 5000 verklaringen van natuurlijke dood worden afgegeven waar het een niet-natuurlijke dood betreft, 270 gevallen van moord en doodslag worden gemist en 450 medische fouten met dodelijke afloop niet worden gemeld.
In Nederland zijn hierover geen gegevens verzameld.

13.
Ziet u in deze gang van zaken aanleiding om over te gaan tot het nemen van (beleids)maatregelen, zodanig dat in het vervolg door artsen bij niet-natuurlijk overlijden in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen wordt gehandeld c.q. aangifte wordt gedaan van valsheid in geschrifte? Wilt u uw antwoord motiveren?


13.
Zie ook de beantwoording van vraag 5, 6 en 7. Ik zie in de discussie die gaande is over het afgeven van verklaringen van natuurlijke dood door de behandelend arts aanleiding om dit onderwerp ter sprake te brengen bij de betrokken beroepsgroepen. Afhankelijk van de uitkomst van dit overleg kunnen desgewenst nadere stappen worden genomen.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie