Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg Onderzoekraad EU

Datum nieuwsfeit: 05-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg onderzoekraad

Gemaakt: 12-7-2000 tijd: 16:


1


21501-13 Onderzoekraad

Nr. 57 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 5 juli 2000

De algemene commissie voor Europese Zaken<1> en de vaste commissie voor Economische Zaken<2> hebben op 8 juni 2000 overleg gevoerd met minister Jorritsma-Lebbink van Economische Zaken over:


- het verslag van de Onderzoeksraad van 2 december 1999 (21501-13, nr
55);


- de agenda van de Onderzoeksraad van 15 juni 2000 (21501-13, nr. 56).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) zei over het open debat "informatiemaatschappij en kennis" dat zij er onder andere vanwege de subsidiariteit voor wilde waken dat de Europese initiatieven remmend werken op de initiatieven die Nederland neemt. Het leek haar een goede zaak als de sessies, die de EU-landen houden ook openstaan voor de landen die op toelating wachten, opdat de laatste landen straks geen grote achterstand hoeven in te halen.

Onderzoeksnetwerken moeten inderdaad niet slechts open staan voor de wetenschappelijke instituten en instellingen, maar moeten ook door bedrijven gebruikt kunnen worden voor R&D-doeleinden. Hebben de Eurekadeelnemers ook toegang tot de netwerken?

Mevrouw Van der Hoeven sloot zich aan bij de vraag naar meer duidelijkheid omtrent de aard van de interconnectie. Hoe zit het met de aansluiting van het SURFnet?

Wat de mededeling "Naar één Europese onderzoeksruimte" van commissaris Busquin betreft was mevrouw Van der Hoeven het ermee eens dat het fundamenteel onderzoek, als voedingsbodem voor het onderzoek dat dichter bij de markt ligt, meer aandacht krijgt. Zijn de voorstellen van commissaris Busquin echter wel voldoende evenwichtig? Hoe passen de Nederlandse topinstituten en toponderzoeksscholen in de centres of excellence? De centres of excellence moeten overigens virtueel en dus niet fysiek van aard zijn. Het geld moet niet in gebouwen, maar in onderzoek gestoken worden. Coördinatie van de nationale onderzoeksprogramma's is prima, maar mag er niet toe leiden dat Nederland zijn prioriteiten naar achteren moet schuiven. Wat is het standpunt van de andere landen hierover? Als er een speciale positie wordt gecreëerd voor de nationale onderzoeksraden, is het de vraag welk instituut er vanuit Nederland meedoet.

Mevrouw Van der Hoeven ging ervan uit dat het lopende kaderprogramma financieel en inhoudelijk wordt geëvalueerd, dat er een goede koppeling tot stand komt van de eventueel bijgestelde mededeling van commissaris Busquin aan het zesde kaderprogramma en dat er een aansluiting komt tussen het vijfde en het zesde kaderprogramma.

In het kader van de uitvoering van de aangenomen motie-Van der Hoeven c.s. werkt de minister van OCW aan het in kaart brengen van carrièremogelijkheden van jonge onderzoekers en aan het opstellen van een plan van aanpak. Is de minister van EZ bereid een bijdrage leveren aan het plan van aanpak?

Tot nu toe was het Galileoproject puur civiel gericht op de ruimtevaart. Nu zal het echter ook consequenties hebben voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Wie heeft op welk moment besloten tot deze majeure beleidswijziging? Wat is de relatie met het Echelonproject van de VS? Het BVD-element dat nu in het Galileoproject sluipt, geeft echt problemen. Mevrouw Van der Hoeven pleitte sterk voor een civiel gericht Galileoproject.

Zij was het ermee eens dat de financiering van EBI en EMMA onderdeel moet uitmaken van de inhoudelijke en financiële besluitvorming. Kern van het probleem is een andere benadering binnen de VS, omdat het wetenschappelijk onderzoek en het beheer en het toegankelijk maken van de databanken daar in feite onderdeel vormen van het te subsidiëren deel. Daardoor heeft Europa een achterstand ten opzichte van de VS. Mevrouw Van der Hoeven was van mening dat het probleem structureel moet worden opgelost en niet slechts voor de onderdelen van het vijfde kaderprogramma.

Mevrouw Wagenaar (PvdA) merkte op dat in het verslag van de onderzoeksraad van 2 december 1999 wordt geconstateerd dat er bij studenten sprake is van een verminderde belangstelling voor de wetenschappen. Om jonge mensen te interesseren voor de wetenschappen is het zaak dat universiteiten hun de mogelijkheid bieden om zelfstandig onderzoek te verrichten. Dat zit te weinig in de bestaande curricula. Is de minister bereid dit probleem op te nemen met de minister van OCW?

Wat zal de uitwerking van de mededeling "Naar één Europese onderzoeksruimte" precies inhouden? Enerzijds moet er aansluiting worden gezocht bij bestaande topinstituten en centres of excellence, maar anderzijds moet er ruimte zijn voor nieuwe initiatieven van jonge onderzoekers en voor het doorbreken van de kaders. Er mag geen fragmentatie plaatsvinden, maar enige creativiteit is toch op haar plaats.

Is het juist dat de totstandkoming van het zesde kaderprogramma is vertraagd en zo ja, hoe komt dat? Wat valt er te verwachten van het Franse voorzitterschap? Het zou zonde zijn als Europa een halfjaar verliest met allerlei discussies.

Mevrouw Wagenaar had de indruk dat internationaal de belangstelling voor Eureka daalt, hoewel Nederland er goed in meedoet. Omdat het een Europees programma is, moet er op Europees niveau tot een evaluatie worden gekomen. Daarbij moet men zich afvragen of en zo ja, op welke manier wordt doorgegaan met Eureka. Wat is het standpunt van de minister hierover?

Mevrouw Voûte-Droste (VVD) was van mening dat het debat over de informatiemaatschappij, als follow-up van de bijeenkomst in Lissabon, concrete inhoud moet krijgen. Daarbij zijn de centres of excellence, met nadruk op de virtuele netwerken, van belang voor het stimuleren van het gebruik van ICT. Wat is het standpunt van de minister hierover?

De mededeling "Naar één Europese onderzoeksruimte" is buitengewoon ambitieus. Belangrijk zijn de reacties van de gebruikersgroepen en de stakeholders. Het plan tendeert te veel naar vrij onderzoek. Betrokkenheid van het bedrijfsleven kan een impuls betekenen voor het hoogwaardig onderzoek. Is de minister bereid dit spanningsveld aan de orde te stellen? In termen van samenwerking tussen de private en de publieke sector moet steeds worden gezocht naar een meerwaarde voor het kaderprogramma. Er wordt te weinig aandacht besteed aan samenwerking met de onderzoekswereld buiten Europa. Nederland ziet de centres of excellence terecht als bron voor innovatie. Mevrouw Voûte onderschreef het sterke punt van vermindering van de bureaucratie door het gebruik van korte lijnen en van informatietechnologie.

In het kader van de voortgangsrapportage over de Europese aanpak van de ruimtevaart vroeg zij of de samenwerking in het Galileoproject goed verloopt. De aardobservatie, die nog in financiële problemen verkeerde, is immers buitengewoon belangrijk voor de verdere communicatiemogelijkheden binnen Europa. De satellietnavigatie kan een grote stimulans zijn voor het ontwikkelen van de M-commerce (mobile commerce), waardoor Europa een grote concurrentieslag kan maken ten opzichte van de Verenigde Staten. Er zal wel gelet moeten worden op het bewaken van de privacy en het voorkomen van criminaliteit. Is de minister van EZ bereid hierbij de minister van Justitie te betrekken?

Het zesde kaderprogramma kan een belangrijk programma zijn, mits de lessen die in het kader van het vijfde kaderprogramma zijn geleerd, worden toegepast en mits het wordt gefocust op de innovatieve elementen. Is dat tevens de reden waarom de totstandkoming van het zesde kaderprogramma stagneert?

Antwoord van de minister

De minister wees erop dat zij samen met haar collega Hermans voortdurend aandacht vraagt voor de toepasbaarheid en de commerciële mogelijkheden van gesubsidieerd onderzoek. Veel opmerkingen van de Nederlandse regering over publiek-private samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling zijn integraal opgenomen in de conclusies van de bijzondere Europese Raad in Lissabon. Ook commissaris Busquin heeft inmiddels meer aandacht gekregen voor de rol van bedrijven. De opmerkingen over de samenwerking tussen de publieke en de private onderzoekssector hebben hun weerslag ook gevonden in de conceptraadsconclusies voor de bijeenkomst van 15 juni 2000. De minister achtte enkele punten nog wel onderbelicht, namelijk de noodzaak van innovatieve clustering van de virtuele centres of excellence via netwerken, de verschillen in vraag en aanbod voor onderzoekers in de publieke en de private sectoren, het versterken van de samenwerking tussen de private en de publieke onderzoekssectoren, maar vooral een voorlopig werkschema voor het zesde kaderprogramma. Als de voorbereidingen voor het zesde kaderprogramma niet tijdig starten, leidt de grote tijdsdruk uiteindelijk tot een programma van een lagere kwaliteit.

De minister achtte het van belang onderzoek, dat van lange adem is en waar de industrie niet aan toekomt veilig te stellen. Of dat fundamenteel dan wel toepassingsgericht onderzoek is, is niet zo relevant. Het gaat om de vraag of het onderzoek leidt tot innovaties.

De minister was er verheugd over dat de Nederlandse wens is overgenomen om in de toekomstige Europese onderzoeksruimte meer aandacht te schenken aan de rol van de ICT. De ICT is immers de ruggengraat voor het welslagen van bepaalde deelaspecten van de Europese onderzoeksruimte, zoals de virtuele centres of excellence. Voor het onderzoek en de innovatie is het belangrijk dat er snelle onderzoeksnetwerken komen in heel Europa, dat er meer samenwerking tussen privaat en publiek onderzoek op gang komt en dat de belemmeringen voor een Europese ICT-kennismarkt echt worden opgeheven.

Wat het doorbreken van de kaders betreft kon de minister zich voorstellen dat er buiten de bestaande instituten een virtueel centre of excellence bestaat, hoewel het lastig is om dat te organiseren. Wellicht bestaan hierover ideeën bij studenten aan de universiteiten. Overigens heeft Nederland in Europees verband een soort Europees "Willie Wortelfonds" genoemd, in het kader waarvan echt vernieuwend fundamenteel onderzoek wordt gedaan met volledige aandacht voor de creativiteit.

Omdat er geen koppeling is gelegd tussen het toekomstige kaderprogramma en de in de mededeling van commissaris Busquin genoemde aandachtspunten, is het wat moeilijk om een definitief oordeel te geven over de mededeling. Het goede van het vijfde kaderprogramma moet behouden worden, hetgeen belangrijk is voor de continuïteit. In het zesde kaderprogramma moet wel een mogelijkheid worden opgenomen om te experimenteren met nieuwe concepten en pilots. Er moet dus sprake zijn van vernieuwing, maar er moet ook een aansluiting met voorgaande programma's blijven bestaan.

De minister was het ermee eens dat Europa niet remmend mag werken op Nederlandse initiatieven. Nederland zal zijn eigen ideeën en initiatieven actief inbrengen, opdat een remmende werking van Europa kan worden voorkomen.

In het preaccessiebeleid past dat aanstaande nieuwkomers zoveel mogelijk worden betrokken bij de forums en sessies van de EU, dus ook bij de sessies in het kader van het open debat "informatiemaatschappij en kennis".

Er wordt in kaart gebracht waar de excellence zich bevindt in Europa. De technologische topinstituten (TTI's) moeten proberen zich daarvoor te kwalificeren. Nederland moet ervan kunnen profiteren dat het redelijk vóór ligt op dit terrein.

SURFnet is al aangesloten op het Europese onderzoeksnetwerk. SURFnet is betrokken bij de ontwikkeling van de volgende fase, maar stelt zich kritisch op, omdat het netwerk in Nederland reeds een hoge kwaliteit heeft.

In Nederland is het mogelijk dat de Eurekadeelnemers toegang krijgen tot het onderzoeksnetwerk, als zij voldoen aan de toegangseisen, zoals geregeld in de acceptable use and user policy. In andere landen gelden vergelijkbare regelingen.

Er heeft een evaluatie van Eureka plaatsgevonden. Aan de hand daarvan is besloten tot een relaunch, vanwege de toegevoegde waarde die ook door het bedrijfsleven wordt onderkend. De minister zegde toe zich eind juni in Hannover opnieuw sterk te maken voor Eureka en de Kamer een brief met de geannoteerde agenda te zenden.

Wat de jonge onderzoekers betreft is het kabinet voornemens de voorstellen die in het kader van het wetenschapsbudget gedaan zijn, door te trekken naar het Europese niveau. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vernieuwingsimpuls die begaafde jonge onderzoekers een kans moet geven. Overigens zit ook de Europese commissaris op de lijn van het creëren van kansen voor jonge onderzoekers.

De minister wees erop dat geen enkel EU-land bereid is zijn nationale onderzoeksprioriteiten ondergeschikt te maken of over te dragen aan Europese coördinatie. Wel wordt getracht bij nationale prioriteiten een Europees verlengstuk te krijgen. Zo is Nederland geïnteresseerd in het Europese verlengstuk van de nanotechnologie en de biotechnologie.

Het uitgangspunt van het Europese ruimtevaartprogramma is puur civiel. Binnen het Galileoproject vloeien uit op zichzelf civiele aardobservatietechnieken echter schemergebieden voort die een relatie met defensie hebben, zoals de identificatie van mijnenvelden of van vluchtelingenstromen in oorlogsgebieden. Een land als Frankrijk let wel degelijk op militaire toepassingen. In het document van de Raad zijn evenwel alle verwijzingen naar militaire toepassingen verdwenen. De minister zegde toe erop toe te zien dat dit gehandhaafd wordt, omdat er anders activiteiten uitgesloten dreigen te worden.

Tot nu toe is er op zichzelf geen vertraging opgetreden in de totstandkoming van het zesde kaderprogramma. De blauwdruk zal in september bij de lidstaten binnenkomen. De minister zei dat zij nog een keer bij de Europese Commissie zou aankaarten dat er geen vertraging mag optreden bij de voorbereiding van het programma.

De minister achtte de Adviesraad voor wetenschap en technologie (AWT) het meest aangewezen, als het komt tot een Europese positie voor een nationale onderzoeksraad. Waarschijnlijk gaat het bij die positie om advisering aan de onderscheiden ministers of de Europese Commissie en om afstemming tussen de nationale onderzoeksraden.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) herinnerde aan haar vraag over het beheer en het toegankelijk maken van data over wetenschappelijk onderzoek. Komt dit punt nog aan de orde in de Raad?

Mevrouw Wagenaar (PvdA) constateerde dat er een doorstart van Eureka plaatsvindt, maar dat daaraan verschillende eisen worden gesteld. Wordt op een gegeven moment bekeken of het wel goed gaat?

Het is goed de vernieuwingsimpuls door te trekken naar het Europese niveau. Dan moet er wel sprake zijn van een verveelvoudiging van de vernieuwingsimpuls die in Nederland bestaat. De Nederlandse vernieuwingsimpuls wordt door de universiteiten als erg mager beoordeeld.

Mevrouw Voûte-Droste (VVD) was van mening dat meer aandacht besteed moet worden aan de economische kant en de onderzoekskant van de satellietnavigatie en het Echelonproject, omdat het anders concurrentievervalsend kan werken voor bedrijven en zelfs overheden die een aanbesteding willen doen.

De minister verklaarde dat een aantal landen meebetalen in EMMA en EBI. Als de evaluaties die nu worden gehouden goed verlopen, moeten in eerste instantie de deelnemende landen betalen. Het is niet de bedoeling de rekening door te sturen naar de EU en het kaderprogramma. De nationale overheden zijn verantwoordelijk voor de databanken. Het is duidelijk dat er koppelingen gelegd moeten worden, maar dat is niet meer zo ingewikkeld.

Het kabinet zal de herstart van Eureka kritisch blijven volgen. Eureka is echter zeer interessant, omdat het het enige programma is dat echt bottom-up is. Als het bedrijfsleven nog meer betrokken kan worden bij de herstart, is er goede hoop dat het lukt. Het is ook een goede zaak dat Eureka zich beweegt in de sfeer van de milieutechnologie.

In het kader van de komende begroting zal de minister van OCW een voorstel doen voor de vernieuwingsimpuls. Als de vernieuwingsimpuls wordt doorgetrokken naar Europa, zal er sprake moet zijn van een substantiële omvang. Dan gaat het altijd om een verveelvoudiging van de impuls die in Nederland bestaat.

In het Echelonproject wordt geprobeerd onder andere het internetverkeer af te luisteren op criminele en terroristische boodschappen. Het lijkt er echter op dat het systeem ook wordt gebruikt voor het afluisteren van verkeer van Europese bedrijven en dat de verkregen informatie wordt doorgespeeld naar de concurrentie. Als het project op die manier wordt gebruikt, moet Europa zich daar sterk tegen verzetten.

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Patijn

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Biesheuvel

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Tielens-Tripels


1 Samenstelling:

Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Voûte-Droste (VVD), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF/GPV), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), voorzitter, Karimi (GroenLinks), Eurlings (CDA), Bussemaker (PvdA), Van den Akker (CDA), Albayrak (PvdA), Van Baalen (VVD)

Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Wilders (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Valk (PvdA), Van Bommel (SP), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Zijlstra (PvdA), Mosterd (CDA), Verbugt (VVD), M.B. Vos (GroenLinks), Visser-van Doorn (CDA), Feenstra (PvdA), Balkenende (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA), Crone (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Van Zuijlen (PvdA), M.B. Vos (GroenLinks), Rabbae (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD), Wagenaar (PvdA), De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Stroeken (CDA), Ravestein (D66), Geluk (VVD), Van den Akker (CDA), Blok (VVD), Hindriks (PvdA),Dijsselbloem (PvdA)

Plv. leden: Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Kalsbeek (PvdA), Wijn (CDA), Klein Molekamp (VVD), Schoenmakers (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Vendrik (GroenLinks), Poppe (SP), De Swart (VVD), Van den Berg (SGP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (RPF/GPV), Schimmel (D66), Van Baalen (VVD), Herrebrugh (PvdA), Smits (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Van der Hoeven (CDA), Bakker (D66), Van Beek (VVD), De Haan (CDA), Udo (VVD), Hamer (PvdA), Koenders (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie