Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen schade ten gevolge van delfstofwinning

Datum nieuwsfeit: 06-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE EZ

www.minez.nl

MINEZ: Schade ten gevolge van delfstofwinning

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: Persbericht
Nummer: 117
Datum: 06-07-2000

SCHADE TEN GEVOLGE VAN DELFSTOFWINNING

De leden van de Tweede Kamer Witteveen-Hevinga (PvdA), Atsma (CDA), Van Walsem (D66), M.B. Vos (GroenLinks), Poppe (SP) en Van Dijke (RPF) hebben aan de ministers van Economische Zaken en van Financiën op 30 mei 2000 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 Bent u bekend met de aan u gerichte brieven dd. 17 februari 2000 van de Vereniging van tengevolge van delfstofwinning gedupeerde eigenaren, met als onderwerpen een wettelijke regeling voor vergoeding van schade aan particuliere woningen bij industriële aardbevingen, en de rechtsbijstandsverzekering voor particuliere woningbezitters?
2 Is het waar dat u deze brieven nog niet beantwoord hebt? Zo ja, wat is daarvan de oorzaak? Bent u bereid spoedig tot een beantwoording te komen?

3 Deelt u de mening dat een goede mijnbouwwetgeving van groot belang is, en dat de behandeling daarvan grote zorgvuldigheid vergt, maar dat het eveneens van belang is dat voor bedoelde gedupeerden spoedig een aanvaardbare wettelijke regeling tot stand komt?

4 Bent u bereid met de Vereniging van tengevolge van delfstofwinning gedupeerde eigenaren, en eventuele andere groepen gedupeerden, hierover in overleg te treden?

5 Kunt u aangeven wanneer, bij benadering, de nota naar aanleiding van het nader verslag 1) van de Mijnbouwwet aan de Tweede Kamer toegezonden zal worden?

6 Bent u bereid om, voor de periode tot het van kracht worden van de nieuwe Mijnbouwwet in overweging te nemen om, per wetswijziging, het voormalige artikel 15 van de Mijnwet, dat in 1996 om technische redenen is geschrapt, opnieuw in de Mijnwet op te nemen?

7 Deelt u de mening dat, zolang nog geen sprake is van het aannemen van de nieuwe Mijnbouwwet, eveneens zo spoedig mogelijk een interim-regeling getroffen zou moeten worden voor de instelling van een sluitend schadefonds, en betere mogelijkheden om een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten? Zo ja, wilt u zo spoedig mogelijk de Kamer voorstellen doen toekomen? Zo neen, waarom niet?

8 Bent u bereid om met het Verbond van Verzekeraars en andere relevante organisaties over de rechtsbijstandsverzekering in overleg te treden?



1) Kamerstuk 26 219, nr. 10

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft mede namens de minister van Financiën, drs. G. Zalm, deze vragen als volgt beantwoord.


1 Ja.

2 Nee, de brieven zijn op 19 mei jl. door mij beantwoord. Een afschrift van dit antwoord zend ik bijgaand mee. In de periode die lag tussen het toezenden van de brieven en de beantwoording daarvan is de Vereniging van gedupeerde eigenaren overigens wel mondeling op de hoogte gehouden van de stand van zaken rond de door hen aangesneden onderwerpen.

3 Ik ben met u van mening dat een goede mijnwetgeving van groot belang is. Hierbij past een zorgvuldige afweging van de belangen van alle betrokkenen. Momenteel bekijk ik of de regeling zoals opgenomen in de ontwerp-Mijnbouwwet kan worden aangepast om de procedure voor gedupeerden te verbeteren. Zie voor de verdere voortgang ook het antwoord op vraag 5.

4 Ja. Zoals blijkt uit mijn brief van 19 mei jl. aan de Vereniging van tengevolge van delfstofwinning gedupeerden eigenaren heb ik het voorstel gedaan nader overleg met de Vereniging te hebben. Ook met andere bewonersgroepen die te maken hebben met de gevolgen van delfstofwinning is overleg gaande.

5 Hierover heb ik u onlangs schriftelijk geïnformeerd (zie mijn brief van 29 mei 2000, Kamerstukken 26219, nr. 11). Hieruit blijkt dat ik een aantal onderwerpen thans opnieuw beoordeel en hierover met de meest betrokkenen overleg wil plegen.
De aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van delfstofwinning is een van deze onderwerpen. Dit betekent dat de Nota naar aanleiding van het verslag waarschijnlijk pas volgend jaar aan de Tweede Kamer zal worden toegezonden. Bij het antwoord op vraag 7 ga ik nader in op de mogelijkheden die ik zie om voor de komende periode tot een aanvaardbare interim regeling te komen.

6 Artikel 15 van de Mijnwet 1810 betrof het stellen van een waarborg voor het betalen van schadevergoeding. Dit aspect staat nu niet ter discussie. Het gaat nu om de vragen van bewijslastverdeling en vaststelling van aansprakelijkheid. Herinvoering van artikel 15 van de Mijnwet 1810 biedt daarvoor geen oplossing.

7 Bij het vinden van procedures rond de afwikkeling van schade door bodembeweging gaat het in eerste instantie om de vraag rond de bewijslast en niet om het instellen van een garantiefonds. Dit laatste aspect speelt naar mijn mening niet op korte termijn en is in de ontwerp-Mijnbouwwet naar mijn mening afdoende geregeld (zie art. 41).

De Technische Commissie Bodembeweging(TCBB) heeft mij over de procedure in januari 2000 geadviseerd. Kern van het advies van de TCBB is de uitbreiding van de taken van de commissie, nl. zodanig dat de TCBB advies kan geven of de schade die is opgetreden aan de gaswinning kan worden toegerekend; daarbij zou de TCBB in haar advies kunnen aangeven of de schade en in welke mate deze aan gaswinning wordt toegerekend en welk bedrag hiermee gemoeid is. Bij de vervulling van haar taak zou de TCBB gebruik moeten kunnen maken van externe deskundigen. Ik ben van mening dat het advies van de TCBB de basis zou kunnen vormen voor een aanvaardbare procedure. Ik heb de voorzitter van de TCBB inmiddels benaderd met de vraag het advies van de TCBB uit te werken en met de direct betrokken partijen en instanties te overleggen of een aanvaardbare regeling te vinden is. Daarbij kan ook worden bekeken of deze regeling op korte termijn zou kunnen worden ingevoerd. Aan de hand van de bevindingen van de voorzitter zal ik mijn standpunt bepalen en u daarvan op de hoogte stellen. Het advies van de TCBB voeg ik te uwer informatie bij.
Met betrekking tot de mogelijkheden om een rechtsbijstandverzekering af te sluiten merk ik het volgende op. Verzekeraars die schadeverzekeringen aanbieden, bieden dekking tegen onzekere voorvallen. Indien op het moment van sluiten van de overeenkomst geen sprake is van een onzeker voorval dan zal de verzekeraar in beginsel niet bereid zijn om een verzekering af te sluiten. Bij rechtsbijstandverzekeringen is van een dergelijke situatie sprake indien reeds een geschil bestaat. Zijn zij desondanks bereid in dergelijke gevallen wel over te gaan tot het sluiten van een verzekering, dan staat het hen vrij uitsluitingsclausules toe te passen. Indien in voor aardschokken gevoelige regio's sprake is van veel geschillen voortvloeiend uit schade die mogelijk het gevolg is van delfstofwinning, is een uitsluitingsclausule vanuit het oogpunt van rechtsbijstandsverzekeraars verklaarbaar. Ter voorkoming van mogelijk bestaande misverstanden zij in dit verband opgemerkt dat ingevolge de op EU-regelgeving gebaseerde Nederlandse toezichtswetgeving verzekeraars vrij zijn in de bepaling van hun bedrijfsbeleid en er van overheidswege geen mogelijkheden bestaan om verzekeraars voorschriften te geven over de polisvoorwaarden, de tarieven, het acceptatiebeleid of het schaderegelingsbeleid.
8 Rechtsbijstandverzekeraars hanteren elk hun eigen polisvoorwaarden. Deze verzekeraars voeren ook elk hun eigen beleid met betrekking tot het accepteren van verzekeringnemers. Het is dus niet zo dat burgers die in voor aardschokken gevoelige regio's wonen per definitie geen rechtsbijstandverzekering kunnen sluiten voor geschillen voortvloeiend uit schade die het gevolg is van delfstofwinning. Wel kan worden verwacht dat diegenen die reeds een geschil hebben of schade hebben geleden en een geschil daarover dus in de lijn van de verwachting ligt, geen rechtsbijstandverzekering met dekking voor dat geschil meer kunnen sluiten. Aan het Verbond van Verzekeraars zal worden gevraagd wat het beleid van rechtsbijstandverzekeraars is aangaande de door de Vereniging van ten gevolge van delfstofwinning gedupeerde eigenaren aan de orde gestelde problematiek.
Ik merk daarbij verder op dat, zoals aangegeven bij vraag 7, de komende periode benut wordt om een aanvaardbare procedure te vinden voor het afhandelen van schadeclaims als gevolg van delfstofwinning. Zo'n schadeprocedure moet er juist op gericht zijn om verdere civiele procedures te voorkomen. Als dat succesvol verloopt zal de vraag om rechtsbijstand, althans voor deze aardbevingsschade, niet meer zo relevant zijn.

De bijlagen behorende bij de vragen en antwoorden zijn op te vragen bij het secretariaat Voorlichting, telefoon (070) 379 60 18/60 15.

Noot van de redactie: inlichtingen bij Marjolein Wester, tel: (070) 379 64 64


06 jul 00 17:00

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie