Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA met geannoteerde agenda Algemene Raad EU

Datum nieuwsfeit: 06-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief BUZA inz de geannoteerde agenda dd 10-11 juli
Gemaakt: 14-7-2000 tijd: 15:37


2


21501-02 Algemene Raad

Nr. 346 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2000

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad d.d. 10/11 juli 2000 aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

J.J. van Aartsen

Geannoteerde agenda van de Algemene Raad d.d. 10/11 juli 2000

Openbaar debat over het programma van het Voorzitterschap Het Franse voorzitterschap zal in belangrijke mate in het teken staan van drie grote projecten: aanneming van een Europese Sociale Agenda voor de komende vijf jaar, vaststelling van een Handvest van Grondrechten, en het Verdrag van Nice dat de weg moet vrijmaken voor de uitbreiding van de Unie. Daarnaast zal de versterking van het externe beleid van de Unie belangrijke aandacht krijgen. De Nederlandse Regering is krachtig voorstander van intensivering van het Europese sociale beleid. Nederland benadrukt daarbij dat een goede afstemming vereist is tussen de componenten werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale insluiting. Wat dat laatste betreft, dient het uitgangspunt te zijn dat een baan (volledige werkgelegenheid) nog altijd de beste bescherming tegen sociale uitsluiting is. Nederland zal bijzondere aandacht vragen voor de integratie van allochtonen en langdurig werklozen. Wat betreft het Handvest van Grondrechten staat Nederland een substantieel document voor dat ook sociaal-economische en andere niet-klassieke mensenrechten insluit. Een belangrijk vraagstuk zal de aard van het document zijn (juridisch bindend dan wel politiek), mede in het licht van de verhouding tussen het Europese Hof van Justitie in Luxemburg en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg na de totstandkoming van het Handvest. Het Verdrag van Nice zal een substantiële hervorming moeten inhouden. Voor Nederland is het essentieel dat het Verdrag daadwerkelijk de toetreding van de nieuwe lidstaten mogelijk maakt. De instellingen van de Unie moeten in staat worden gesteld ook na de uitbreiding democratisch en doeltreffend te functioneren. Nederland zal daarom niet alleen aandacht hebben voor de bekende 'left-overs' van Amsterdam, maar ook hervormingen willen bereiken ten aanzien van de werkwijze van het Hof van Justitie en de Europese Rekenkamer, de individuele verantwoordelijkheid van Commissarissen, de voorwaarden voor de nauwere samenwerking en mogelijke Verdragswijzigingen ten aanzien van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Nederland meent overigens dat ook de uitbreiding zelf de volle aandacht zal moeten houden van de Unie. Nederland acht het wenselijk dat de (Europese) Raad zich buigt over de verdere structurering en fasering van het toetredingsproces met het oog op een concreet tijdpad voor toetreding. Nu de economische omstandigheden gunstig zijn, moeten we het tempo in het uitbreidingsproces goed vasthouden. In het externe beleid zullen twee onderwerpen de komende maanden in het bijzonder aandacht vragen: het EVDB en de Westelijke Balkan. Wat betreft het EVDB zal de Capabilities Commitment Conference dit najaar een belangrijke test vormen voor het vermogen van de Unie om zijn hoge ambities op dit terrein daadwerkelijk te realiseren. Aan de landen van de Westelijke Balkan zal de Unie tijdens een Balkantop dit najaar een duidelijk politiek signaal moeten geven dat de EU gecommitteerd blijft aan het stabilisatie- en associatieproces en dat ook de Servische oppositie volledig wordt betrokken. Follow-up van de Europese Raad van Feira: EVDB, externe betrekkingen Het nieuwe Franse voorzitterschap zal een overzicht geven van de werkzaamheden die tot aan de Europese Raad van Nice op het terrein van het EVDB worden voorzien. Daarbij wordt ongetwijfeld een belangrijke plaats ingeruimd voor genoemde Capabilities Commitment Conference, die in november a.s. zal plaatsvinden. Die conferentie zal inzicht geven in de militaire capaciteiten die de lidstaten voor het EVDB ter beschikking willen stellen, afgezet tegen een inventarisatie van de behoeften. Daarnaast moeten, in overeenstemming met de Conclusies van Feira, de gezamenlijke werkgroepen met de NAVO hun werkzaamheden beginnen. Nederland heeft daarnaast verzocht om bijeenkomsten van het interimaire Politieke en Veiligheidscomite tezamen met de Noord Atlantische Raad om dit proces te begeleiden. Ook zal in het najaar de vraag moeten worden beantwoord in hoeverre de lidstaten verdragswijziging noodzakelijk vinden. Tenslotte zullen de onlangs begonnen werkzaamheden in het comité voor civiel crisismanagement verder ter hand moeten worden genomen. Betrekkingen met Rusland De Europese Raad van Feira heeft Raad en Commissie verzocht om in juli de situatie met betrekking tot de samenwerking met Rusland nog eens goed te willen bezien en te besluiten over een mogelijke verbreding van de inzet van met name TACIS ter ondersteuning van het maatschappelijke en economische transitieproces in Rusland. Het Franse Voorzitterschap zal de Raad hiertoe een aantal opties voorleggen. De Nederlandse inzet blijft gebaseerd op twee sporen, te weten: het nader invullen van strategische samenwerking tussen de EU en Rusland op de lange termijn (waartoe de Franse Ministers Védrine en Fabius al eerder nuttige suggesties deden); Rusland blijven aanspreken op nakoming van eerder gedane toezeggingen ten aanzien van de Tsjetsjeense crisis (toegang voor internationale organisaties en NGO's tot het gebied, humanitaire hulp en het nastreven van een politieke oplossing). Westelijke Balkan

Van Franse zijde wordt een toelichting verwacht op het voorstel voor een Balkantop met deelneming van EU-lidstaten en landen in de regio die in hun democratische ontwikkeling zijn voortgeschreden. De top moet in het najaar plaatsvinden. Ik zal ervoor pleiten dat ook de Servische oppositie bij de top vertegenwoordigd is.

De Raad zal voorts een eerste bespreking wijden aan een voorstel van de Commissie waarmee vergaande asymmetrische handelspreferenties zullen worden toegekend aan Albanië, Bosnië, Kroatië, Montenegro (aluminium) en Kosovo. Nederland is hier een sterk voorstander van, aangezien handel een essentieel instrument betreft om de banden tussen de EU en de regio verder aan te halen.

Voorts zal de Raad kennis nemen van de voortgang van de onderhandelingen over een nieuwe bijstandsverordening voor de regio («Community Assistance, Reconstruction and Development Programme»: CARDS). Nederland ondersteunt dit voorstel dat voorziet in een rationalisering van de EU-hulp aan de regio. De meeste lidstaten, waaronder Nederland, kunnen echter niet instemmen met de hoogte van de financiële enveloppe. De Commissie stelt een reservering voor van 5,5 miljard euro voor de periode 2000-2006 (inclusief een reservering van
2,3 miljard voor een eventueel democratisch Servië). De allocatie van een dergelijk bedrag leidt tot een openbreking van de Financiële Perspectieven van Berlijn. Nederland meent dat de hulp aan de regio ook deels kan worden gegeven in de vorm van leningen en dat er op dit moment geen majeure financiële reservering dient te worden gemaakt voor Servië. De Unie zal aan de Servische bevolking het politieke signaal moeten geven dat, indien de weg naar democratisering wordt ingeslagen, de Unie substantiële financiële steun ter beschikking zal stellen.

Voorts zal gesproken worden over de luchtvaartboycot tegen de Federale Republiek Joegoslavië, aangezien de termijn van de opschorting (zes maanden) in augustus afloopt. Nederland is onder de huidige omstandigheden in Servië geen voorstander van opheffing van deze boycot, maar evenmin van herinvoering, aangezien de opschorting ook nadrukkelijk een signaal was en is naar de bevolking en oppositie. Derhalve zal Nederland pleiten voor verlenging van de opschorting van de luchtvaartboycot.

Het stabilisatie- en associatieproces zal eveneens aan de orde komen, mede naar aanleiding van het voornemen van de Commissie om spoedig een ontwerp-mandaat voor onderhandelingen met Kroatië te presenteren. Nederland wil dat nog dit jaar een Stabilisatie- en Associatieakkoord wordt gesloten met Macedonië en dat spoedig begonnen wordt met de onderhandelingen met Kroatië.

Ook zal gesproken worden over de actuele ontwikkelingen in Kosovo, waarvan er zowel positieve zijn (terugkeer van Servische vertegenwoordigers in de UNMIK-bestuursstructuren) als negatieve (recente geweldsincidenten).

Tenslotte zal mogelijk een besluit voorliggen over EU-financiering van het puinruimen in de Donau. Nederland is hier een groot voorstander van en zal benadrukken veel belang te hechten aan het, thans voor eind deze zomer voorziene, begin van de werkzaamheden. Zoals bekend zal Nederland ten behoeve van deze werkzaamheden een aanvullende financiële bijdrage leveren aan de Donaucommissie.

(eventueel) Bananen

De mogelijkheid bestaat dat de Commissie aan de Raad een nieuw voorstel presenteert voor een EU-bananenimportregime. Tijdens de Algemene Raad van 22 mei jl. stelde Commissaris Lamy (Internationaal Handelsbeleid) vast dat na een half jaar vruchteloos onderhandelen over het Commissievoorstel voor een nieuwe marktordening bananen van november 1999, de situatie niet veel langer meer houdbaar was. Daarom wilde hij, met zijn collega Fischler (Landbouw), medio juni aan het College van Commissarissen voorstellen direct tot een zuiver tariefsysteem over te gaan.

Een dergelijk voorstel is tot nu toe nog niet door het College behandeld. Mocht dat op 5 juli, de eerstvolgende vergadering van het College, wel het geval zijn, dan zou een nieuw voorstel op 10 juli kunnen worden gepresenteerd aan de Raad.

Nederland heeft in de Raad van 22 mei jl. de benadering van de Commissie volledig gesteund.

(eventueel) Zimbabwe

De Raad zal de recente ontwikkelingen in Zimbabwe bespreken en in het bijzonder een definitief standpunt innemen over de op 24 en 25 juni gehouden parlementsverkiezingen in dat land. Deze zijn zonder noemenswaardige incidenten verlopen en de opkomst was naar Zimbabwaanse maatstaven zeer hoog: 65%. De landelijke uitslag betekent een politieke aardverschuiving. De al twee decennia alleenheersende ZANU-PF van president Mugabe zal in parlement voor het eerst worden geconfronteerd met een oppositie van aanzienlijke omvang van de «Movement for Democratic Change» (MDC).

Een definitief oordeel over het democratische gehalte van de verkiezingen kan pas worden gegeven aan de hand van het eindrapport en bevindingen van de EU-waarnemersmissie. Dit wordt op 3 juli verwacht. In een op 25 juni uitgegeven interimrapport van de missie werd geoordeeld dat de aanloop tot de verkiezingen gekenmerkt werd door een aantal ernstige tekortkomingen en onregelmatigheden, in het bijzonder de systematische intimidatie en geweld tegen dat deel van het electoraat dat met de oppositie sympathiseerde.

Het is bemoedigend dat, ondanks deze intimidaties, de kiezers massaal naar de stembus zijn gegaan en aldaar over het algemeen een vrije keuze hebben gemaakt. Er heeft zich geen systematische fraude met het tellen van de stemmen voorgedaan, aldus de voorlopige bevindingen van de waarnemers. De aanwezigheid van een groot contingent internationale en EU-waarnemers, waaronder een ruim aantal Nederlandse, heeft zonder twijfel bijgedragen aan een herstel van vertrouwen bij de kiezers, dat in de aanloop naar de verkiezingen zwaar op de proef was gesteld.

De Raad zal rekening moeten houden met het gegeven dat de Zimbabwaanse oppositie de landelijke uitslag (op enkele districtsuitslagen na) heeft aanvaard. Tegen die achtergrond zou de Raad in een verklaring, naast de kritiek op de gang van zaken tijdens de campagne, haar bewondering kunnen uitspreken voor de vastberadenheid van het Zimbabwaanse electoraat, bij de President en ZANU kunnen aandringen op volledig respect voor de uitslag, oproepen tot verzoening en tot herstel van de democratische rechtsorde in Zimbabwe.

Handvest Grondrechten

Ten vervolge op het voortgangsverslag door de heer Mendez de Vigo, plaatsvervangend voorzitter van de Conventie, tijdens de Europese Raad te Feira zal het Franse voorzitterschap mogelijk een toelichting geven op de wijze waarop het voorzitterschap de afronding van de voorbereidingen van het Handvest ziet. Bedoeling is dat de Conventie een ontwerptekst aan de Europese Raad van Biarritz op 13 oktober 2000 aan zal bieden, waarna de Europese Raad van Nice zich definitief over het Handvest zal uitspreken. Momenteel werkt de Conventie, op basis van compromis-voorstellen opgesteld door het Secretariaat, aan een aangepaste versie van het ontwerp-Handvest. Het herziene programma van de Conventie is erop gericht uiterlijk eind september 2000 overeenstemming over de definitieve tekst van het Handvest te bereiken.

In aanvulling op het kabinetsstandpunt inzake het EU-Handvest Grondrechten dat de Voorzitter van Uw Kamer op 9 mei jl. toeging, zal de Kamer na de zomer worden geïnformeerd over het standpunt van het kabinet met betrekking tot de verhouding tussen het Europese Hof van Justitie in Luxemburg en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, na de totstandkoming van het EU-Handvest Grondrechten.

en marge:

IGC

En marge van de Raad zal de eerste ministeriële IGC-bijeenkomst onder Frans Voorzitterschap plaatsvinden. Het Franse Voorzitterschap zal verder werken aan de hand van het Portugese Voorzitterschapsrapport.

Tijdens deze ministeriële bijeenkomst zal de organisatie van de werkzaamheden voor het komende half jaar worden besproken. Het Voorzitterschap heeft een voorlopig tijdschema opgesteld waarin de bijeenkomsten en de aldaar te bespreken onderwerpen vermeld worden. Er staan drie ministeriële bijeenkomsten en marge van de Algemene Raad gepland (10 juli, 18 september en 9 oktober a.s.). Verder is er twee keer een Conclaaf georganiseerd op ministerieel niveau (24 juli en 8 oktober a.s.). Er vindt in totaal zes keer een IGC-voorbereidingsgroep plaats.

Op 13 en 14 oktober a.s. is de Europese Raad van Biarritz. Deze is voor een belangrijk deel aan de IGC gewijd en dient ter voorbereiding van de Europese Raad van Nice, waar op 7 en 8 december a.s. een akkoord over de institutionele hervormingen moet worden bereikt.

Tijdens deze bijeenkomsten zullen alle tot nu toe besproken onderwerpen aan de orde komen. Tijdens de Europese Raad van Feira is besloten om ook nauwere samenwerking definitief op de agenda te zetten en de mogelijkheid van Verdragswijzigingen op het gebied van het EVDB open te houden.

Samenwerkingsraad Kirgizië

Ofschoon Kirgizië in de eerste helft van de jaren '90 algemeen werd beschouwd als het meest democratische en hervormingsgezinde land in Centraal-Azië, zijn de tekenen van de laatste maanden zorgwekkend. De parlementsverkiezingen van februari-maart 2000 voldeden niet aan de normen van de OVSE. De EU zal dan ook tijdens de Samenwerkingsraad aandringen op respect voor democratie en rechtstaat en de verwachting uitspreken dat de presidentsverkiezingen in 2000 volgens algemeen aanvaarde democratische beginselen zullen plaatsvinden. Ook zal de EU vragen om verbetering van het investeringsklimaat en het belang onderstrepen van versnelde macro-economische hervormingen. Tenslotte zal de EU aandacht vragen voor samenwerking op het gebied van drugsbestrijding en van de regering inspanning te vragen om de witwaspraktijken aan banden te leggen.

Samenwerkingsraad Kazachstan

De EU zal zijn zorg uitspreken over democratie en rechtsstaat in Kazachstan. De eerste meerpartijenverkiezingen uit oktober-november
1999 konden niet de goedkeuring wegdragen van de OVSE. Er is in Kazachstan geen sprake van vrijheid van de media en er is sprake van intimidaties van regeringszijde tegen de politieke oppositie.
Voorts zal de EU aandacht vragen voor een aantal openstaande handels- en investeringsgeschillen, in het bijzonder intellectueel eigendom, het vigerende belastingregime voor buitenlanders en de reisbeperkingen die aan buitenlanders worden opgelegd. Het is van groot belang dat de Kazachse regering inziet dat dergelijke obstakels buitenlandse investeerders afschrikken. Tegelijkertijd zal de EU opnieuw het belang van toetreding van Kazachstan tot de WTO benadrukken.


***

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie