Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg witboek voedselveiligheid

Datum nieuwsfeit: 06-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg witboek voedselveiligheid
Gemaakt: 18-7-2000 tijd: 12:48


1


26991 Voedselveiligheid

Nr. 26 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 6 juli 2000

De vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij<1> en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<2> hebben op 15 juni 2000 overleg gevoerd met minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, minister Borst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Faber van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over:


- de brief van de minister van LNV d.d. 31 maart 2000 inzake witboek voedselveiligheid (26991, nr. 5);


- de brief van de minister van LNV d.d. 25 april 2000 inzake kwaliteitsbeleid (LNV-00-370);


- de brief van de staatssecretaris van LNV d.d. 10 mei 2000 inzake handel in mengvoeders en de oprichting van de EVA (LNV-00-410);

- de brief van de minister van VWS en de staatssecretaris van LNV d.d.
30 mei 2000 inzake "Voedselveiligheid: waar borgen en waar zorgen." (VWS-00-917 en LNV-00-465).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Waalkens (PvdA) merkte op dat het door de Europese Commissie gepresenteerde witboek voedselveiligheid een goed begin is van het voedselveiligheidsbeleid.

Het is een goede zaak dat de risicobeoordeling en de risicocommunicatie gescheiden zijn van het risicomanagement en dat de verantwoordelijkheid geen collectieve zaak is. In geval van een calamiteit moet sprake zijn van een wetenschappelijke objectieve beoordeling. Bij de in het leven te roepen Europese voedselautoriteit (EVA) moet het Food and Veterinary Office in Dublin (FVO) worden betrokken. Productkennis is van groot belang. Het is tevens van groot belang dat de EVA qua wetenschappelijke beoordeling een autoriteit wordt waar de politieke besluitvorming niet omheen kan. De adviezen en de onderzoeksagenda van de EVA moeten transparant zijn.

Hoe wordt het voorzorgsprincipe ingevuld? Worden op voorhand al beslissingen genomen? Wanneer zet je alles op slot en wanneer laat je alles weer toe? Worden ook esthetische en ethische afwegingen gemaakt? Speelt de emotie een rol?

De heer Waalkens had aarzelingen over het op korte termijn handen en voeten geven aan de EVA. Wanneer komt die tot stand?

In Nederland is het thema voedselveiligheid nergens expliciet vastgelegd. Hij pleitte ervoor één coördinerend departement, een aanspreekpunt voor de voedselveiligheid aan te wijzen. Achter dat ene loket kunnen de verschillende verantwoordelijkheden worden gedelegeerd. De heer Waalkens verwees in dit verband naar de brand in Drachten, waar sprake was van een slechte communicatie en het niet nemen van verantwoordelijkheid.

Wat de controle en handhaving in Nederland betreft is te zeer sprake van een gedoogsituatie. De positie van de overheid is zwak. Aan de gedoogsituatie moet een einde worden gemaakt. De organisaties voor controle en handhaving -- de Keuringsdienst van waren, de Rijksdienst keuring vee en vlees en de AID -- moeten voldoende instrumenten hebben om adequaat te kunnen reageren. Ook het bedrijfsleven heeft hier een verantwoordelijkheid.

De heer Udo (VVD) vond het belangrijk dat in Europa de voedselveiligheid goed op de politieke agenda wordt gezet. Het is noodzakelijk dat er in de EU een onafhankelijke en wetenschappelijk gefundeerde voedselautoriteit opgericht wordt. Deze voedselautoriteit zal hopelijk bijdragen aan een snelle identificatie, evaluatie en reactie op onvoorziene risico's. Het is duidelijk dat het bedrijfsleven, de nationale overheden en de Europese Commissie samen verantwoordelijk zijn voor een veilige voedselproductie. De heer Udo achtte het essentieel dat er een autoriteit voor voedselveiligheid komt. Bestaande wetenschappelijke bureaus kunnen dan samen worden gevoegd, hetgeen belangrijke voordelen heeft. De in het witboek vermelde cijfers over de voedselveiligheid, wetenschappelijke advisering, verzameling en analyse van gegevens, regelgeving en controle alsmede informatieverstrekking aan de consument worden op elkaar afgestemd. De voedselveiligheid zal op een gecoördineerde en geïntegreerde wijze worden behandeld door één instituut. De EVA wordt belangrijk in crisissituaties en bij de afhandeling van toelatingsprocedures van producten en genetisch gemodificeerde organismen. De EVA zal slechts een adviserende functie krijgen daar waar het gaat om regelgevende en controlerende bevoegdheden. Het is de vraag in hoeverre de Commissie de lidstaten in bedwang weet te houden als het gaat over de communautaire richtsnoeren voor controle en de vastgestelde operationele criteria. De Commissie zal aan moeten geven op welke manier de wetenschappelijke adviezen van de EVA bindend zijn voor alle lidstaten in de EU. Tevens zal de relatie tussen de WTO en de andere internationale verdagen moeten worden verduidelijkt. De EVA zal zowel intern als extern een hoog niveau aan gezag nodig hebben, zodat haar wetenschappelijke adviezen niet in de wind worden geslagen.

De verschillende risicobeoordelingen in Europa vond de heer Udo zorgwekkend. De afhandeling van toelatingsprocedures voor genetisch gemodificeerde organismen of normale producten wordt ernstig vertraagd. De instelling van de EVA zal in de toekomst van groot belang zijn voor de totstandkoming van nieuwe afspraken binnen de WTO. Europees protectionisme zorgt voor handelsbelemmeringen waardoor de WTO in gevaar wordt gebracht.

Weinig aandacht wordt gegeven aan de rol van het bedrijfsleven, met name bij crisismanagement. Het verstrekken van vroegtijdige informatie van het betrokken bedrijfsleven moet een vast en gestructureerd onderdeel zijn van risicomanagement en risicocommunicatie in Nederland en de EU.

De EVA heeft belangrijke ingrediënten in zich om de Europese en nationale politiek gefundeerd van advies te dienen. De controle op de verschillende nationale niveaus zou wel eens de zwakste schakel kunnen zijn. Onderzocht moet worden op welke wijze de controle volledig in één hand kan komen bij de EVA. Wordt het FVO in Dublin wel voldoende in de EVA geïntegreerd? Het is essentieel dat controle wordt gecombineerd met risico-evaluatie. De heer Udo kon zich vinden in de constructie dat de Europese politiek bij de EVA het laatste woord heeft als het gaat over voedselveiligheid. Dat is het grote verschil met de autonome Amerikaanse FDA.

Wat betreft het rapport van Berenschot "Waar borgen en waar zorgen" worden als belangrijke aandachtspunten in Nederland genoemd de vigerende wet- en regelgeving, complex systeem, op onderdelen niet transparant en eenduidig, afstemming tussen departementen en de politieke en ambtelijke verantwoordelijkheden. De benaderingswijze van potentiële crises zal meer gericht moeten worden op politieke, bestuurlijke en consumenten overwegingen. De heer Udo achtte een gedegen publieksvoorlichting en gericht onderwijs van voortdurend belang. De voorlichting moet vooral op het grote publiek toegesneden zijn en mikken op meer bewustzijn van de eigen verantwoordelijkheid van de consument.

De overheid draagt zorgt voor een transparant en eenduidig wettelijk kader ten aanzien van de normen, de uitvoering, de handhaving, coördinatie en de communicatie. Daarnaast draagt zij zorg voor het verschaffen van informatie over gezondheidsaspecten aan consumenten (etikettering). De overheid grijpt in, neemt maatregelen als er iets mis gaat en risico's dreigen voor de volksgezondheid. Ze moet beschikken over adequaat toegeruste instellingen voor inspectie en controle. Is dat afdoende en gecoördineerd geregeld? Welke rol heeft het voedingscentrum? Wordt dit een onafhankelijke autoriteit? Over verantwoordelijkheid en bevoegdheid moet meer duidelijkheid komen.

Kan de regering integraal op alle aanbevelingen uit het rapport-Berenschot reageren? Speciale aandacht moet worden gegeven aan de brede afweging bij signaalbeoordeling. Het betreft de zwakke koppeling tussen de meldpunten bij de inspecties en de beleidsdirecties. Er moet een betere strategie worden ontwikkeld ten aanzien van aspecten die politiek, publiek en mediagevoelig kunnen zijn. Een ander aspect betreft de harmonisatie van de handhavingssystematiek van LNV en VWS. Ten slotte moeten meer voorzieningen worden getroffen voor kennismanagement en spooronderzoek.

De heer Buijs (CDA) kon instemmen met de reactie van het kabinet op het witboek voedselveiligheid en de oprichting van de EVA, een eerste stap in de richting van een geharmoniseerd Europees voedselveiligheidsbeleid. Het takenpakket van de EVA is toegespitst op de wetenschappelijke advies- en beoordelingsfunctie. Naarmate het gezag van de EVA aan belang wint, zal haar positie als autoriteit op het gebied van voedselveiligheid een meer onafhankelijk karakter krijgen, analoog aan de FDA in Amerika. Vormen EVA en de voedselveiligheid onderwerp van een politiek steekspel in de Europese Commissie? Aan de hand van een richtlijn voor levensmiddelen kan het takenpakket van EVA worden herbezien.

De heer Buijs ging ermee akkoord dat het risicomanagement en het rapid alert system (RAS) niet worden ondergebracht bij de EVA. Ze blijven onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten.

Voor een groot deel zijn de aanbevelingen van het rapport-Berenschot overgenomen. Vooral de interne communicatie en de coördinatie tussen de departementen moeten worden verbeterd. Er wordt een meldingsorganisatie gecreëerd met twee meldpunten: LNV en VWS. Er komt een interdepartementaal comité voedselveiligheid. Gewaakt moet worden voor een verstrikt raken in overleg. Hoe zal de communicatie van deze organisatiestructuur met de Europese Commissie en de EVA vorm krijgen?

De heer Buijs had het bevreemd dat de coördinatie voor het witboek voedselveiligheid in handen van Buitenlandse Zaken is.

Welke invloed heeft EVA op de diverse wetenschappelijke instanties in Nederland die zich bezighouden met de advisering op het gebied van de gezondheidszorg, in het bijzonder de Gezondheidsraad? Is het werkterrein van de EVA duidelijk en scherp afgebakend?

Wat wordt bedoeld met de laatste zin van de kabinetsreactie aan de Europese Commissie, te weten: "Aanscherping van de normen mag in beginsel niet leiden tot een afname van het marktaandeel van de ontwikkelingslanden." Er mogen geen concessies gedaan worden terzake van garanties van voedselveiligheid.

De heer Buijs vond de brief van de minister over het kwaliteitsbeleid nietszeggend. Aangekondigd worden een Agrovisie 2010, een plan van aanpak biologische landbouw en een nota biotechnologie. In het kader van het voedselveiligheidsbeleid en het in de pas lopen met het Europese beleid op dit punt worden die nota's node gemist. Wanneer kunnen die nota's tegemoet worden gezien?

De heer Poppe (SP) releveerde dat de productie van voedingsmiddelen nogal eens onder vuur van winstbejag ligt hetgeen leidt tot gesjoemel. Het is zaak dat er in Europa grote aandacht komt voor de voedselveiligheid. De EVA zal slagen als ze van hoog wetenschappelijk niveau is en voldoende autoriteit heeft. Kan EVA het opnemen tegen de bureaucratie, de verschillende culturen van de lidstaten en het uiterst zwakke Europese parlement? Het is zaak dat in Nederland een eigen autoriteit aanwezig is.

De heer Poppe meende dat de gang van zaken in Nederland op voedselveiligheidsgebied niet goed is. Hij noemde het voorbeeld van de vetsmelterijen. Hoe staat het met de controle op de slachthuizen? Welk ministerie is waar verantwoordelijk voor? Hoe staat het met het toevoegen van antibiotica in de veevoeders en het clusteren van dieren, met als gevolg het verspreiden van dierziekten?

Niet vrolijk was de heer Poppe geworden van de zinsnede in het witboek dat markttoelatingsprocedures van gewasbestrijdingsmiddelen en genetisch gemodificeerde organismen op communautair niveau moeten worden geregeld, onderbouwd met een advies van de EVA, rekening houdend met regionale aspecten. Hij wees op het bericht in het Agrarisch Dagblad dat in Groningen transgene aardappelen tussen de andere aardappelen op schieten. Een ander bericht betreft soja van Monsanto waarin een onbekend DNA huist. Moet dit alles aan EVA worden overgelaten? Welke verantwoordelijkheid hebben de ministers van LNV en van VWS voor de voedselveiligheid in Nederland? Op welke termijn kunnen concrete maatregelen tegemoet worden gezien? De heer Poppe had ten slotte meer vertrouwen in de Nederlandse regering dan in EVA.

Mevrouw Vos (GroenLinks) was het in de reactie van regering op het rapport-Berenschot opgevallen dat veel aandacht wordt gegeven aan de voorlichting aan de consument. Voorkomen moet worden dat de voedselveiligheid gemaskeerd wordt door betere voorlichting aan de consument.

Mevrouw Vos toonde zich een voorstander van de EVA, een onafhankelijk gezaghebbend instituut. De politieke eindverantwoordelijkheid dient bij de Europese Commissie te liggen. Moet de status van het advies van de EVA niet worden verhoogd?

Het was mevrouw Vos verder opgevallen dat in het witboek nauwelijks over het voorzorgsbeginsel wordt gesproken. De toegezegde separate reactie van de regering leek haar van cruciaal belang.

Zij had zorgen over de controle op de voedselveiligheid. Sommige zaken mogen niet aan het bedrijfsleven overgelaten worden.

Mevrouw Vos meende dat één departement aanspreekpunt moet zijn als het over de voedselveiligheid gaat. Wat is de taakverdeling tussen de bewindslieden op LNV?

Teleurgesteld was zij over de brief over het kwaliteitsbeleid. Wanneer kunnen de beleidsnota biotechnologie en de nota over de biologische landbouw tegemoet worden gezien?

Mevrouw Vos toonde zich niet tevreden met de antwoorden op vragen over het rapport-Berenschot. Vreemd vond zij de conclusie van Berenschot dat blijkbaar adequaat is gereageerd op de dioxinecrisis. Terzake van de communicatie tussen de departementen is wel wat misgegaan.

Waarom wordt de meldkamer die op het departement van VROM functioneert niet gewoon geïntegreerd met die van Volksgezondheid en LNV?

Het is noodzakelijk dat er via regelgeving voor wordt gezorgd dat afvalstoffen niet in waardevolle restproducten terechtkomen.

Bij de beoordeling van voedselveiligheid en milieuaspecten van de Monsantosojabonen is gebruik gemaakt van onvolledige dossiers. Hoe is dit mogelijk? Zijn de procedures niet toereikend? Is men afhankelijk van de gegevens die het bedrijfsleven aanlevert? Hoe staat het met de veiligheidsgaranties?

De heer Stellingwerf (RPF/GPV) merkte op dat de wereld de afgelopen tijd is opgeschrikt door een aantal problemen met de voedselveiligheid: BSE-koeien, dioxinekippen en genetische vervuiling van gewassen die besmet zijn via uitkruising met genetisch veranderde gewassen. De politiek en de consumenten reageerden geschokt en er moesten diep ingrijpende maatregelen worden genomen om de problemen beheersbaar te maken, maatregelen die bezien vanuit objectieve risico's achteraf wellicht niet altijd nodig waren, maar die omwille van het vertrouwen van de consument wel genomen moesten worden. Vanzelfsprekend moeten er stappen worden ondernomen om dergelijke problemen in de toekomst te voorkomen en het vertrouwen van de consument in de veiligheid van het voedsel te herstellen. Daarbij valt op dat vanwege het steeds grootschaliger wordende voedingsmiddelencomplex de mogelijke problemen en de daarmee samenhangende consequenties ook steeds grootschaliger worden. De politiek zou zich op dat punt moeten bezinnen.

De Europese Commissie heeft in het kader van de voedselveiligheid in januari een witboek voedselveiligheid gepresenteerd waarbij op twee sporen wordt ingezet: oprichting van de EVA en een nieuw wettelijk kader voor de gehele voedselketen. Het doel van een nieuw wettelijk kader is onder andere het vergroten van de coherentie in de regelgeving, maar nadrukkelijk ook om te komen tot verscherping van de normen. Het is echter de vraag in hoeverre dit noodzakelijk is om in de verschillende lidstaten tot coherente wetgeving te komen. In hoeverre is de oorzaak van de verschillende crises gelegen in een te lage normstelling? Waarschijnlijk is het dat de problemen zijn ontstaan door een slechte controle op en handhaving van de bestaande normen. Verhoogde normstelling draagt in dat geval niet bij aan oplossing van de problemen maar zal eerder het handhavings- en controleprobleem vergroten. De heer Stellingwerf verwees in dit verband naar een artikel in het Agrarisch Dagblad over de opslag van de beroemde AVEBE-amilopectineaardappel.

De heer Stellingwerf toonde zich een voorstander van harmonisering van het voedselveiligheidsbeleid, maar was er nog niet echt van overtuigd dat de oprichting van een Europese voedselautoriteit noodzakelijk is voor de verbetering van de controle en advisering. De afstand van de EVA tot het niveau van daadwerkelijke controle in de lidstaten is ontzettend groot. Het toezicht op de naleving dient te geschieden door de nationale overheden. De controle-op-controlesystematiek zou door de EVA kunnen gebeuren. Hoe kan deze systematiek worden ingevuld? Het is van belang dat door de Commissie wordt gewerkt aan uniforme regelgeving zodat in iedere lidstaat hetzelfde (minimale) niveau van voedselveiligheid is gewaarborgd. De heer Stellingwerf pleitte voor beperkte bevoegdheden in de adviserende sfeer. Markttoelating van voedingsmiddelen moet een taak van de nationale overheden zijn. In het Verdrag van Montreal is juist door minister Pronk bedongen dat toelating van voedingsmiddelen een nationale aangelegenheid moet kunnen blijven. Tot toelating van genetisch veranderde sojabonen is besloten op basis van onvoldoende informatie en inzicht in de gevolgen op lange termijn. Een nadere beoordeling van de veiligheid van die sojabonen is noodzakelijk voor mens en milieu. Moet de toelating uit
1996 niet worden teruggedraaid? Die heeft blijkbaar op invalide gronden plaatsgevonden. Het geeft aan dat individuele lidstaten uiteindelijk zelf verantwoordelijk moeten blijven voor de toelating van deze gewassen. Het is niet voor niets dat verschillende in de markt werkende organisaties pleiten voor een toelatingsbevoegdheid van de EVA waar het genetisch gemanipuleerde producten betreft. Het is natuurlijk ook veel gemakkelijker wanneer men met één instantie te maken heeft.

Ook anderszins zal de EVA geen besluitvormende bevoegdheden moeten krijgen. De politiek dient knopen door te hakken en moeilijke keuzes te maken. Die verantwoordelijkheid mag niet worden overgelaten aan op grote afstand staande ambtenaren en wetenschappers. Van die constructie heeft het verleden al vaker verkeerde voorbeelden laten zien. Te denken valt aan het wetenschappelijk comité aangaande dierziekten. Het kan politiek wel eens gemakkelijker uitpakken wanneer andere kastanjes uit het vuur halen.

Een gevaar van weer een nieuw instituut is een verdergaande bureaucratisering. De heer Stellingwerf kon zich voorstellen dat de Europese Commissie meer direct zorg draagt voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke kennis bijeen brengt en op basis daarvan tot advisering komt.

De heer Ter Veer (D66) pleitte voor het snel invoeren van nationale en Europese regelgeving terzake van de voedselveiligheid. Er heeft zich in het verleden een aantal incidenten voorgedaan. Waarom kan de regering geen opdracht geven bepaalde producten -- bijvoorbeeld kip met te veel salmonella -- van het schap te halen?

LNV gaat over het voedsel tot en met de vertering. VWS gaat over de volksgezondheid. Er wordt nu gewerkt conform het regime van het protocol-Sangster/De Leeuw. Wat is het verschil tussen dit regime en het regime-Hendriks/De Zeeuw?

De heer Ter Veer kon zich goed vinden in de reactie van de regering op het witboek en het instelling van de EVA. Er zal een Nederlandse dependance van EVA moeten worden ontwikkeld. Er moet één loket komen onder verantwoordelijkheid van twee of drie ministers.

Er moet nadrukkelijk een onderscheid worden gemaakt tussen risicobeoordeling en risicocommunicatie enerzijds en risicomanagement anderzijds.

Hoe wordt het voorzorgsprincipe ingevuld? Een normstelling met een maximum tolerantieniveau is onontkoombaar.

De expertise en de voorlichtingscapaciteit van het bedrijfsleven zijn van groot belang.

De heer Ter Veer pleitte ten slotte voor het opwaarderen van de positie van het voedingscentrum. Aan de Gezondheidsraad zal een rol moeten worden gegeven in het kader van de voedselveiligheid.

De heer Van de Vlies (SGP) hechtte sterk aan een hoge mate van vertrouwen in de veiligheid van het voedsel. Vanuit een zekere panieksituatie ontstond de gedachte van het oprichten van de EVA. Destijds was de heer Van der Vlies nogal kritisch, maar nu de EVA een duidelijker profiel heeft gekregen is die kritiek enigszins afgenomen. Toch is het gevaar van bureaucratie en weinig effectieve slagkracht aanwezig. Wat is de toegevoegde waarde van EVA? Wat zijn de consequenties voor de Nederlandse wetgeving?

Het voorzorgsbeginsel mag naar de mening van de regering niet leiden tot protectionisme. Hoe kan dit worden voorkomen?

Veel waarde hechtte de heer Van der Vlies ten slotte aan de ketenbeheersing.

Antwoord van de regering

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij benadrukte dat sprake is van een groeiproces, een sequeel van de interne Europese markt. Vertrouwen in de voedselveiligheid is van essentieel belang. Tussen Nederland en Europa moet wat dit betreft sprake zijn van een interactie. Er is sprake geweest van een goede nationale voorbereiding door LNV, VWS, Buitenlandse Zaken, VROM en Economische Zaken. RIVM en Rikilt spelen hierop goed in.

De Europese Commissie hecht grote waarde aan de voedselveiligheid, gezien het witboek. Te verwachten is dat de Europese Raad een impuls zal geven om de besluitvorming te versnellen. Er ligt ook een primaire verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven om de ketengarantiesystemen zo sterk mogelijk te maken. Hier geldt: meer markt en meer overheid.

Het voorstel inzake EVA komt ook voort uit de splitsing van verantwoordelijkheden die kortgeleden heeft plaatsgevonden bij de Commissie. De macht en de organisatie worden gescheiden van de controle en de veiligheidsdimensie.

EVA is een eerste stap. Van een politiek steekspel binnen de Commissie is geen sprake. Het scheiden van risicomanagement van risicobeoordeling en -communicatie is vrij fundamenteel. Het sluit aan bij internationale ontwikkelingen in het kader van de WTO. Risicomanagement is een zaak van democratisch gekozen autoriteiten. Risicobeoordeling is het meest gebaat bij een onafhankelijke positionering. De Amerikaanse FDA is overigens geen puur onafhankelijke organisatie waarin de politiek geen rol speelt. De FDA is onderdeel van het Amerikaanse politieke systeem.

De minister benadrukte de onafhankelijkheid van de EVA. Het gezag ervan is essentieel. De adviezen vormen een basis voor de besluiten van de nationale en Europese overheden. De inzet van de Nederlandse regering is het scheppen van de juiste voorwaarden. Er moet een helder instellingsbesluit komen, met een goede financiële grondslag, een slagvaardige beheersraad en een wetenschappelijke raad die wordt gevoed door een netwerk van wetenschappelijke instituten van de lidstaten. Het is de bedoeling dat de beheersraad de onderzoekagenda opstelt. Deze heeft verder geen bemoeienis met de afhankelijkheid van de adviezen. Het advies moet onberispelijk, transparant en openbaar zijn. Men moet van goede huize zijn om dat terzijde te schuiven. De EVA is geen verantwoording verschuldigd aan de Europese Commissie.

Desgevraagd deelde de minister mee dat door de Commissie ontwerpverordeningen zal worden ingediend, op grond waarvan de spelregels moeten worden vastgelegd.

De EVA adviseert niet alleen over algemene vraagstukken op het gebied van de voedselveiligheid, ze beoordeelt ook de risico's van de toelating van genetisch gemanipuleerde organismen (GGO's). Ze moet een stroomlijning zien te bereiken voor het communautaire toelatingsbeleid. Het is van belang dat de EVA snel en tijdig wordt ingezet bij het opzetten van een early warning system.

Het is van belang dat de EVA zelf communiceert over de eigen activiteiten en adviezen. De nationale overheden zijn hierbij direct betrokken. Bij calamiteiten spreken de consumenten de nationale herkenbare overheid aan.

Over de integratie van het FVO te Dublin in EVA heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden. De minister achtte het denkbaar dat er twee loketten zijn, met een eigen rol voor het FVO. Er moet wel een duidelijke scheiding zijn in verband met de afhankelijkheid.

In het werkplan van het witboek staan 84 voorstellen. De meerwaarde is dat helder is wat de Commissie wil. Helaas is er achterstand wat het tijdschema betreft.

De minister benadrukte dat de modernisering van de vleeskeuring en de GGO-regelgeving in Nederland prioriteit hebben. VWS en LNV hebben een proactieve opstelling gekozen en hebben voorstellen en suggesties bij de Commissie aangedragen.

In het witboek staat dat de producent primair verantwoordelijk is voor de voedselveiligheid. Het HACCP-beginsel in de primaire sector en de uitbreiding van de productaansprakelijkheid naar de primaire agrarische producten staan centraal in het kader van de verantwoordelijkheid van de producent.

De minister toonde zich een voorstander van het controle-op-controlesysteem. De nationale overheden blijven een rol houden bij het toezicht op de voedselveiligheid. De mogelijkheid is aanwezig dat in Europees verband toezicht wordt gehouden op de nationale controlestelsels. De geïntegreerde controle op de grondstoffen en het eindproduct zou een belangrijke opbouw kunnen hebben vanuit de ketenbenadering.

De minister kon zich goed vinden in de mededeling van de Europese Commissie over het voorzorgsbeginsel. Het voorzorgsbeginsel is niet gelijk aan nulrisico.

De minister was het ten slotte niet eens met de opvatting van de heer Waalkens over Drachten. Er is adequaat gereageerd op het moment dat er een zekere mate van waarschijnlijkheid was dat gevaarlijke stoffen op een belangrijk gebied rond Drachten waren gedeponeerd. Van een gedoogbeleid is geen sprake.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport merkte op dat zodra er onvoldoende zekerheid is omtrent de veiligheid en ernstige risico's voor de volksgezondheid aan de orde kunnen zijn, het voorzorgsbeginsel wordt toegepast. De kunst is een goede balans te vinden en niet aan overshooting te doen. Geen twee gevallen zijn gelijk. Willekeur dient te worden vermeden. De afdeling voorlichting op het ministerie wordt er vanaf het begin bij betrokken opdat de bevolking open en transparant wordt voorgelicht.

Het voedingscentrum is volstrekt onafhankelijk. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen communicatie in vredestijd en die in crisistijd. Tijdig, eenduidig en open informeren is van wezenlijk belang bij een crisis. Bij de dioxinecrisis was de volksgezondheid nauwelijks in het geding, maar het vertrouwen van de burgers werd ernstig geschaad. Terecht merkt Berenschot op dat in vredestijd goed moet worden gezorgd voor een structurele communicatie over voeding en voedselveiligheid. Voor het voedingscentrum is hier een belangrijke rol weggelegd. Er worden gesprekken gevoerd over een meerjarige structurele communicatiestrategie van het voedingscentrum.

De naam Voorlichtingsbureau voor de voeding was een aansprekende naam, omdat de bevolking niet goed wist wat het voedingscentrum precies inhield.

Het volledig harmoniseren van de handhaving tussen LNV en VWS is niet goed mogelijk. Er is meer sprake van coördineren. De samenwerking tussen de inspectiediensten is de afgelopen jaren verbeterd en geoptimaliseerd. De Keuringsdienst van waren heeft een repressieve taak en bij de RVV staat de preventieve taak voorop.

Bij de toetsing van de regelgeving wordt naar de effectiviteit van de controlemaatregelen gekeken.

Terzake van kennismanagement en kennisinfrastructuur is er een goede samenwerking tussen het RIVM, Rikilt en TNO. Bij het spoorzoeken is er een belangrijke taak voor de Gezondheidsraad. Die spoorzoekfunctie kan versterkt worden. Als je meer doet aan issuemanagement, maak je je weerbaarder voor een volgende crisis.

Naar aanleiding van het rapport-Berenschot worden de draaiboeken met betrekking tot de communicatie tussen Den Haag en Brussel aangepast.

Meldingen over bijvoorbeeld salmonella bij VROM of LNV worden direct gecommuniceerd met VWS.

Desgevraagd verklaarde de minister dat als EVA er is, haar woord doorslaggevend is. Als de Gezondheidsraad evenwel vindt dat EVA niet ver genoeg gaat, moet er direct contact met EVA worden opgenomen.

De taakverdeling speelt een rol als het gaat over voedsel van dierlijke oorsprong. Daar is de grens getrokken in het convenant-Sangster/De Leeuw. Aan het einde van het slachthuis is het LNV-traject afgelopen en begint het traject van VWS. De controle van bestrijdingsmiddelen ligt bij VWS, ook als het gewas nog op het land staat. Het protocol-Hendriks/De Zeeuw betrof een advies dat is gegeven over een vergaande privatisering. Het was voor Paars I een brug te ver. Over de Monsantoaffaire (sojabonen) is het laatste woord nog niet gesproken. De Gezondheidsraad gaat na of dit dossier aanleiding is tot het verscherpen van de procedures. Na ommekomst van het advies zal de Kamer worden geïnformeerd. Zoals het er nu uitziet is Monsanto onvoldoende alert geweest en heeft iets over het hoofd gezien. Niet duidelijk is of er iets verwijtbaars is gebeurd. Engeland heeft de uitspraak gedaan dat er geen sprake is van een gezondheidsrisico. Dat is de reden om de toelating niet in te trekken. Terzijde merkte de minister op dat geneesmiddelen op Europees niveau -- via de autoriteit in Londen, de EMEA -- tot de markt toegelaten worden.

Op de vraag hoe bij het voorzorgsprincipe protectionisme kan worden voorkomen antwoordde de minister dat de kans op protectionisme een stuk kleiner wordt bij een onafhankelijke autoriteit voor risico-evaluatie. Er kan niet worden gegarandeerd dat het voor honderd procent non-protectionistisch beleid gaat worden. Met de EVA zijn de optimale voorwaarden geschapen om protectionisme uit te bannen.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zette uiteen dat signalen in het verleden erg divers bij de verschillende departementen binnenkwamen en niet altijd adequaat werden opgepakt. In de dioxineaffaire was dat al helemaal niet het geval. Het is de bedoeling dat in het vervolg bij signalen ook emotionele aspecten worden betrokken. Een van de conclusies van Berenschot is dat de signalen wel erg rationeel werden benaderd. De zestien aanbevelingen inzake communicatie en coördinatie en controle zijn voor het grootste deel door het kabinet overgenomen. De organisatie van de meldingen is aanzienlijk verbeterd. Per ministerie is er een meldingspunt. De twee meldingspunten bij VWS en LNV vormen samen een meldingsorganisatie. Ze valt onder de regie van het interdepartementaal comité voedselveiligheid bestaande uit de secretarissen-generaal van VWS, LNV en VROM. Het meldingspunt van VROM is erbij betrokken, maar dat gaat vooral over milieusignalen en problemen met het drinkwater. Over een jaar zal de gang van zaken worden geëvalueerd.

De staatssecretaris wees erop dat LNV en VWS zorg dragen voor het voedingscentrum. Dat bereidt een communicatiestrategie voor en is doende met het organiseren van een nationaal voedingsdebat.

Nadere gedachtewisseling

De heer Waalkens (PvdA) was niet gelukkig met de opmerking van de minister dat de EVA en het FVO in Dublin niet in elkaar moeten worden geschoven.

De heer Waalkens was niet gerustgesteld door de opmerkingen over het hanteren van het voorzorgsprincipe.

De heer Udo (VVD) sloot zich aan bij de opmerking aan de heer Waalkens over het FVO in Dublin.

De heer Buijs (CDA) herhaalde zijn vraag wanneer de integrale beleidsnota biotechnologie, de nota over de biologische landbouw en de nota Agrovisie tegemoet kunnen worden gezien.

De heer Poppe (SP) vroeg zich af of iemand in de zaal het telefoonnummer van een meldpunt kent.

Mevrouw Vos (GroenLinks) vroeg door wie en binnen welke termijn de Monsantoaffaire wordt onderzocht.

Mevrouw Vos nam aan dat VROM verantwoordelijk is als er op het veld genetisch gemanipuleerde gewassen staan. Hoe wordt dat gecoördineerd met VWS?

De heer Stellingwerf (RPF/GPV) wees erop dat twijfel kan ontstaan over het wetenschappelijk advies van de EVA. Is in dat geval nog de mogelijkheid van een second opinion aanwezig?

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij verklaarde dat er geen voorstel is om FVO en EVA in één organisatie onder te brengen. Ze moeten zoveel mogelijk samenwerken, maar wel gescheiden opereren.

De minister gaf aan dat voor het reces -- de eerste helft van juli -- de drie genoemde nota's zullen verschijnen.

Als voor de autoriteit EVA wordt gekozen, moet niet iedere keer aan een advies worden getwijfeld.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verklaarde dat als sprake is van mogelijke gezondheidsrisico's, het voorzorgsprincipe wordt toegepast, tenzij het risico gering is en de maatregelen op zich zelf een gezondheidsrisico vormen.

De Gezondheidsraad en de COGEM verrichten onderzoek in het kader van het Monsantodossier. De minister vond het kort dag worden om de resultaten nog voor het reces aan de Kamer te doen toekomen.

VROM is verantwoordelijk als genetisch gemodificeerde organismen op het veld staan. Als er een vergunning is, is bij de verlening overleg gevoerd met de minister van VWS over eventuele gezondheidsrisico's. Als er geen vergunning is, is sprake van een overtreding en wordt ingegrepen.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij deelde mee dat beide melddiensten 24 uur per dag bereikbaar zijn.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Ter Veer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Van Overbeeke


1 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), M.B. Vos (GroenLinks), Stellingwerf (RPF/GPV), Poppe (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Oplaat (VVD), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Udo (VVD), Waalkens (PvdA), Schoenmakers (PvdA), Herrebrugh (PvdA), Atsma (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Dijsselbloem (PvdA)

Plv. leden: Van Vliet (D66), Van Zuijlen (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van Middelkoop (RPF/GPV), Kant (SP), Mosterd (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Cornielje (VVD), Buijs (CDA), Rietkerk (CDA), Reitsma (CDA), Patijn (VVD), Karimi (GroenLinks), Kamp (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Belinfante (PvdA), Dijksma (PvdA), De Boer (PvdA), Van Wijmen (CDA), Te Veldhuis (VVD), Duivesteijn (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA) Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Atsma (CDA)

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O.P.G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Th.A.M. Meijer (CDA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie