Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Agenda en verslag Informele Sociale Raad EU

Datum nieuwsfeit: 07-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief SZW geannoteerde agenda informele sociale raad
7 en 8 juli 2000

Gemaakt: 18-7-2000 tijd: 9:15


21501-18 Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid 1)
Nr. 127 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2000

Bijgaand zend ik u de geannoteerde agenda ten behoeve van de Informele Raad die op 7 en 8 juli aanstaande in Parijs gehouden zal worden. Voor de goede orde deel ik u mede, dat sinds de Lissabon-Top de naamgeving van de Sociale Raad is gewijzigd in Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid. Het inkomende Franse voorzitterschap heeft te kennen gegeven tijdens de informele bijeenkomst van gedachten te willen wisselen over de nieuwe sociale agenda van de EU en de coördinatie van de bestrijding van sociale uitsluiting.

Met betrekking tot het laatste punt heeft de Franse minister van Arbeid en Solidariteit een zogenaamd werkdocument opgesteld waarin de lidstaten een aantal algemene vragen wordt voorgelegd.

./. Tevens bied ik u aan het verslag (met een bijlage) van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juni jongstleden.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

W.A.F.G. Vermeend Bijlage 1

Geannoteerde agenda van de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, Parijs 7 en 8 juli 2000

Onder Frans voorzitterschap zal op 7 en 8 juli te Parijs een informele bijeenkomst van de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Europese Unie worden gehouden. Het Franse voorzitterschap heeft te kennen gegeven hoge prioriteit te willen geven aan de modernisering van de stelsels van sociale bescherming en de ontwikkeling van een nieuwe sociale agenda voor de EU. Het geeft daarmee gevolg aan de opdracht van de Europese Raad van Lissabon, die reeds op de Europese Raad van Nice overeenstemming wil bereiken over een Europese sociale agenda voor de periode tot 2005.

Een van de centrale onderwerpen in deze agenda zal de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting vormen. In Lissabon heeft de Europese Raad de ontwikkeling van een beleid ten behoeve van de sociale insluiting hoog op de Europese beleidsagenda gezet. Voor de Informele Raad heeft het inkomende voorzitterschap een eerste algemene politieke discussie over de verdere uitwerking van de Lissabonconclusies op dit punt geagendeerd. Ter voorbereiding van de bespreking heeft men een working paper over sociale insluiting opgesteld.

Conform de in Lissabon overeengekomen hoofdlijnen om 'nog voor het einde van het jaar adequate doelen te stellen bij de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting' en 'gebruik te maken van de methode van open coördinatie', wil men het beleid inzake sociale insluiting vormgeven.

Terecht benadrukt het Franse voorzitterschap dat de bestrijding van sociale uitsluiting primair een verantwoordelijkheid van de lidstaten en van regionale en lokale instanties is. Bij het formuleren van gemeenschappelijke doelstellingen dient daarom rekening gehouden te worden met de specifieke situatie in de lidstaten, een notie die Nederland ondersteunt.

In de discussie over sociale insluiting wil het inkomend Franse voorzitterschap aandacht besteden aan een drietal onderwerpen:

de toegang tot voorzieningen, goederen, diensten en rechten die een volwaardige deelname aan het economische en sociale leven in de lidstaten mogelijk maken;

de preventie van sociale uitsluiting;

het vergroten van de betrokkenheid van allen bij de strijd tegen uitsluiting.

Ten behoeve van de discussie heeft men op alle drie de terreinen een aantal vragen geformuleerd.

Nederland heeft al eerder te kennen gegeven, het feit dat de Europese Raad een gecoördineerde aanpak van de sociale uitsluiting hoog op de Europese agenda heeft gezet, te verwelkomen. Gecoördineerde daadkracht en continuïteit zijn nodig, want ondanks de beleidsinspanningen van de lidstaten leven nog steeds 18 miljoen Europeanen onder de armoedegrens en kampen met sociale uitsluiting. Een versterking van de sociale cohesie is een belangrijke voorwaarde om binnen 10 jaar het in Lissabon vastgestelde strategische doel om van Europa «de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld» te maken, te kunnen bereiken. Nederland wenst daarom een actieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de beleidscoördinatie terzake.

Bij de verdere ontwikkeling van de nieuwe sociale agenda voor de EU en het beleid tegen sociale uitsluiting hanteert Nederland een aantal uitgangspunten, die het in de discussie kenbaar zal maken.

Zo wenst Nederland te benadrukken dat het belangrijkste wapen in de strijd tegen sociale uitsluiting het scheppen van werkgelegenheid is. Immers, het hebben van betaald werk is een doorslaggevende factor om ten volle te kunnen participeren in de samenleving. Een modern sociaal beleid dient burgers te activeren tot deelname in arbeidsmarkt en samenleving.

In combinatie met een activerend sociaal beleid is het investeren in hoogwaardig initieel onderwijs dat voor iedereen op gelijke wijze toegankelijk is, van essentieel belang. Voorkomen moet worden dat door een gebrek aan kansen in onderwijs en scholing, bepaalde groepen uit de samenleving in een permanente achterstandspositie raken.

Nederland is tevens van mening dat, naast het voeren van een activerend arbeidsmarktbeleid een structurele beleidsinspanning nodig is om mensen voor wie betaald werk niet (op korte of middellange termijn) haalbaar is bij de samenleving te blijven betrekken. Daarbij acht Nederland in EU-verband de open coördinatiemethode een geschikt en adequaat middel. Bij een vergelijking van de beleidsinspanningen van de lidstaten, dient naar mening van Nederland de aandacht niet alleen uit te gaan naar financiële criteria. Conform het eigen nationale beleid ter bestrijding van armoede, staat Nederland ook in EU-kader een brede aanpak voor, waarin ook aandacht wordt geschonken aan de duur van de uitkeringsafhankelijkheid, en institutionele aspecten als de toegankelijkheid van basisvoorzieningen in het bijzonder voor onderwijs en inkomensvoorziening en de beschikbaarheid van programma's voor sociale activering. Vanuit die optiek kan Nederland instemmen met het betrekken van bovengenoemde door Frankrijk voorgestelde aandachtsvelden in de discussie.

Nederland is tevens van mening dat gezien de nauwe inhoudelijke samenhang bijzondere aandacht geschonken dient te worden aan de afstemming van het werkgelegenheidsbeleid en het beleid inzake sociale insluiting.


6

Bijlage 2

Verslag van de Sociale Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juni jl. te Luxemburg

Samenvatting

Tijdens een voorspoedig verlopende bijeenkomst van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid kwamen akkoorden op een aantal dossiers tot stand. Een belangrijk politiek akkoord werd bereikt op de ontwerp-richtlijn inzake gelijke behandeling van personen, ongeacht ras of etnische afstamming. Daarnaast werd ook overeenstemming bereikt over teksten inzake de follow up van de ER van Lissabon, inzake de instelling van het Comité sociale bescherming, inzake evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan beroeps- en gezinsleven en inzake de tweede wijziging van richtlijn 89/655/EEG.

Follow-up van de Europese Raad van Lissabon


Voorzitterschap en Commissie benadrukten in hun inleidende opmerkingen dat de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid een actieve rol zal moeten spelen bij de uitwerking van de conclusies van de ER van Lissabon. Dit uitgangspunt werd door alle delegaties onderschreven. De conclusies van de Raad waarin de rol van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid wordt uitgewerkt, kon dan ook op brede steun rekenen. (de conclusies vindt u in bijlage 3) *) Besloten werd de conclusies direct aan de ER van Feira aan te bieden.

Werkprogramma 2000 van het Comité voor de werkgelegenheid (EMCO)


De Raad nam met instemming nota van het programma.

Verslag van de interim Groep op Hoog Niveau inzake sociale bescherming betreffende de versterking van de samenwerking met het oog op de modernisering en verbetering van de sociale bescherming

Een aantal lidstaten waaronder Nederland sprak waardering uit voor het feit dat het onderwerp sociale bescherming een volwaardige plaats heeft gekregen op de Europese agenda. Alle lidstaten waren vol lof over de voortvarende wijze waarop de Groep haar werkzaamheden heeft opgepakt en gevolg heeft gegeven aan de prioriteitstelling die de Europese Raad van Lissabon op het terrein van de modernisering van de stelsels van sociale bescherming en de bevordering van de sociale insluiting heeft geformuleerd. De lidstaten waren unaniem van mening dat het voortgangsrapport een goede basis biedt voor de verdere activiteiten van de Groep op Hoog Niveau. Het voortgangsverslag werd aan de Europese Raad van Feira voorgelegd.

Er bestond brede overeenstemming over de noodzaak om op het terrein van de sociale insluiting tot een gecoördineerd beleid te komen. Dat daarbij de methode van open coördinatie het meest geschikte instrument is, mede omdat zij voldoende rekening houdt met het uitgangspunt van subsidiariteit, werd door alle lidstaten onderschreven. De door de HLG gekozen werkwijze, bestaande uit enerzijds een evaluatie van de huidige nationale beleidsinspanningen op dit terrein en anderzijds de ontwikkeling van indicatoren ter structurering van de uitwisseling van informatie werd unaniem gesteund. Enkele lidstaten wezen in verband met de ontwikkeling van indicatoren voor sociale insluiting op de noodzaak rekening te houden met nationale bijzonderheden en culturele verschillen, o.m. om de bruikbaarheid van de indicatoren in de nationale context te kunnen garanderen.

Frankrijk gaf aan onder haar in juli beginnend voorzitterschap hoge prioriteit aan de verdere ontwikkeling van de beleidscoördinatie op het gebied van de sociale insluiting te willen geven.

Met betrekking tot de tweede prioriteit, een studie naar de toekomst van de stelsels van sociale bescherming, i.h.b. de pensioenstelsels waarschuwde een aantal lidstaten voor een eenzijdige boekhoudkundige aanpak. Sociale doelstellingen en een reflectie op de maatschappelijke functie van oudedagvoorzieningen zouden uitgangspunt bij de studie naar de houdbaarheid van de pensioenstelsels moeten zijn.

Ook Nederland onderstreepte het belang van het formuleren van sociale uitgangspunten en gaf te kennen een drietal uitgangspunten te hanteren:

een goede basisvoorziening voor iedereen

een evenwichtige verdeling van verantwoordelijkheden tussen collectief en individu

een verantwoorde financiering die arbeid niet overmatig belast.

Voorstel voor een besluit van de Raad tot oprichting van een comité voor sociale bescherming


De Raad stemde unaniem in met het besluit tot oprichting van een comité voor sociale bescherming

Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad voor de coördinatie van de sociale zekerheidssystemen (herziening van Verordening 1408/71)


De Raad nam nota van het voortgangsverslag en concludeerde dat de werkzaamheden aan het vereenvoudigingsproces worden voortgezet, waarbij naar flexibele oplossingen moet worden gezocht. Uit de antwoorden op de drie in het verslag gestelde vragen bleek dat de meningen verdeeld bleven. Dit gold voor de eerste vraag over de keuzemogelijkheid bij medische hulpverlening voor gezinsleden van grensarbeiders en voor gewezen grensarbeiders.

Ook bij de tweede vraag over de verdeling van de kosten gaf een groot aantal lidstaten aan bezwaren te hebben tegen het voorstel van de Europese Commissie. Daarbij brachten de lidstaten naar voren dat de voorstellen van de Europese Commissie zouden leiden tot een verhoging van de administratieve lasten, nadelige financiële gevolgen zouden hebben, niet in de nationale systemen zouden passen of onuitvoerbaar zouden zijn. Enkele van deze bezwaren werden ook bij vraag 3 (verrekening) naar voren gebracht. Daarbij werd vooral aangedrongen een methode te vinden, die aansluit bij de in de diverse Lid-Staten bestaande systemen. Ook Nederland bracht zijn bezwaren op de drie terreinen naar voren.

Pakket Anti-discriminatie maatregelen volgens artikel 13


De Raad bereikte een politiek akkoord over de voorstellen voor een richtlijn van de Raad houdende tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (WB).

De Raad nam kennis van de stand van zaken met betrekking tot de voorstellen voor een richtlijn van de Raad tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in werkgelegenheid en beroep en voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001-2006).

Ontwerp-resolutie van de Raad en de ministers van Arbeid en Sociale Zaken in het kader van de Raad bijeen, betreffende de evenwichtige deelneming van mannen en vrouwen aan het beroeps- en gezinsleven


De Resolutie werd zonder discussie aangenomen.

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot tweede wijziging van Richtlijn 89/655/EEG betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (2e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16 van Richtlijn 89/391/EEG [werken op hoogte])


Het voorzitterschap concludeerde dat de Raad met instemming kennis had genomen van het resultaat van de besprekingen en dat nu gewacht wordt op het advies van het EP in eerste lezing.


1) Voorheen Sociale Raad


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie