Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad Algemene Zaken

Datum nieuwsfeit: 10-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Europese Unie

2282. Raad - ALGEMENE ZAKEN Press Release: Brussels (10-07-2000) - Press: 249 - Nr: 10085/00


10085/00 (Presse 249)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :


2282e zitting van de Raad

- ALGEMENE ZAKEN -

Brussel, 10 juli 2000

Voorzitter:

de heer Hubert VEDRINE

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Pierre MOSCOVI

Onderminister van Europese Zaken

van de Franse Republiek

INHOUD

DEELNEMERS


*

BESPROKEN PUNTEN

WESTELIJKE BALKAN


*


-

OPENBAAR DEBAT *


-

CONCLUSIES VAN DE RAAD *

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN FEIRA


*


-

OP HET GEBIED VAN HET GBVB EN DE EXTERNE BETREKKINGEN *


-

HORIZONTALE KWESTIES *

RUSLAND - Conclusies

*

ZIMBABWE - Conclusies

*

BANANEN


*

VERENIGDE NATIES - PRIORITEITEN VAN DE EU


*

IRELA


*

NUCLEAIRE VEILIGHEID - KERNCENTRALE VAN TEMELIN (Tsjechische Republiek)

*

INTERGOUVERNEMENTELE CONFERENTIE


*

BIJLAGE


*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

INSTELLINGEN


*


-

Kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie - Verklaring van de Raad *
EXTERNE BETREKKINGEN


*


-

Betrekkingen met Rusland *

-

Betrekkingen met Moldavië *

-

Betrekkingen met Oekraïne *

-

Werkprogramma voor de Gemeenschappelijke Strategie ten aanzien van Oekraïne *

-

Associatie met Roemenië - Verlenging voor overheidssteun *
-

Associatie met Litouwen - Verlenging voor overheidssteun *
-

Samenwerkingsraden met Kazachstan en Kirgizstan *
-

Producten en technologie voor tweeërlei gebruik *
HANDELSPOLITIEK


*


-

Toetreding van Kroatië tot de Wereldhandelsorganisatie *
-

Toetreding van Albanië tot de Wereldhandelsorganisatie *
-

Anti-subsidie - Maleisië en de Filippijnen (roestvrij staal) *
-

Antidumping - China (rijwielen) *

-

Antidumping - Polen (laadborden) *

-

Antidumping - Australië, Indonesië, Thailand (synthetische stapelvezels) *

ECOFIN


*


-

Aanvullende macro-financiële bijstand voor Moldavië *
JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN


*


-

Conclusies van de Raad inzake informatievoorziening aan nationale parlementen betreffende samenwerking op JBZ-gebied *
BENOEMINGEN


*


-

Comité van de Regio's *

-

Economisch en Sociaal Comité *

TRANSPARANTIE


*


-

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad *
Voor meer informatie: tel. 02/285.64.23, 02/285.87.04 of 02/285.68.08

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Pierre CHEVALIER

Staatssecretaris van Buitenlandse Handel, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

de heer Eddy BOUTMANS

Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken
:

de heer Niels HELVEG PETERSEN

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Gunnar ORTMANN

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Duitsland:

de heer Christoph ZÖPEL

Staatsminister van Buitenlandse Zaken

Griekenland
:

de heer George PAPANDREOU

Minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Elissavet PAPAZOÏ

Onderminister van Buitenlandse Zaken

Spanje
:

de heer Ramón de MIGUEL

Staatssecretaris van Europese Zaken

Frankrijk
:

de heer Hubert VEDRINE

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Pierre MOSCOVICI

Onderminister van Europese Zaken

Ierland
:

de heer Brian COWEN

Minister van Buitenlandse Zaken

Italië
:

de heer Lamberto DINI

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Umberto RANIERI

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Luxemburg
:

mevrouw Lydie POLFER

Minister van Buitenlandse Zaken

Nederland
:

de heer Jozias VAN AARTSEN

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Dick BENSCHOP

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk
:

mevrouw Benita FERRERO-WALDNER

Minister van Buitenlandse Zaken

Portugal
:

de heer Jaime GAMA

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Francisco SEIXAS da COSTA

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Finland
:

de heer Erkki TUOMIOJA

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Kimmo SASI

Minister van Buitenlandse Handel en Europese aangelegenheden

Zweden
:

mevrouw Anna LINDH

Minister van Buitenlandse Zaken

mevrouw Lotta FODGE

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Robin COOK

Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

de heer Keith VAZ

Onderminister (Minister of State) van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken, belast met Europese aangelegenheden


* * *

Commissie:

de heer Romano PRODI

Voorzitter

de heer Michel BARNIER

Lid

de heer Franz FISCHLER

Lid

de heer Pascal LAMY

Lid

de heer Poul NIELSON

Lid

de heer Christopher PATTEN

Lid

de heer Günter VERHEUGEN

Lid


* * *

Secretariaat-generaal van de Raad
:

de heer Javier SOLANA

Secretaris-generaal/Hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

WESTELIJKE BALKAN


-

OPENBAAR DEBAT

In zijn inleiding tot het debat verklaarde de voorzitter van de Raad dat de keuze van dit onderwerp gerechtvaardigd is door het belang van de stabilisatie en de ontwikkeling van deze regio voor de EU, de omvang van het engagement van de Unie op politiek, financieel en militair gebied en tevens de consequenties van de verkiezingen die de volgende maanden in vele landen van die regio plaatshebben.
In de ogen van het voorzitterschap moest het debat de aandacht trekken voor de doelstellingen van het beleid van de Unie, namelijk de regio stabiliseren en de landen in de Westelijke Balkan (Kosovo, Montenegro, Kroatië, FYROM, Bosnië-Herzegovina en Albanië) aan Europa koppelen en hierbij de aanpak aanpassen aan de situatie in elk van deze landen; daarnaast de inspanningen voortzetten om een democratische machtsoverdracht in Belgrado te bevorderen, aangezien de ontwikkelingen in de RFJ/Servië gevolgen hebben voor de stabilisatie in de hele regio. Voorts moest het debat handelen over de voorwaarden voor en de fasen van een toenadering tot de Unie, de hulpmiddelen die de Unie hiertoe aanwendt en de versterking van de regionale samenwerking tussen de betrokken landen.

Het debat moest ook licht werpen op het belang van de top EU/Westelijke Balkan, die de steun heeft gekregen van de Europese Raad van Feira en waarvoor het voorzitterschap de herfst in Kroatië als respectievelijk tijdstip en plaats voorstelt; de bedoeling van die top is dat er op het hoogste niveau een dialoog met de betrokken landen in de Westelijke Balkan plaatsheeft.

Het debat heeft de ministers in staat gesteld uit te leggen welk standpunt zij innemen ten aanzien van de diverse aspecten die het voorzitterschap heeft geschetst voor een algemene strategie voor de Westelijke Balkan, meer bepaald de doelstellingen van de beoogde Top. De meeste ministers hebben zich tevens uitgesproken over de datum die zij het meest gunstig achten voor die Top (gelet op de diverse verkiezingsdata in de regio) en ook over de omvang van het aantal deelnemers.

Een ander belangrijk onderwerp in het debat was de situatie in de FRJ/Servië en het beleid van de Unie dienaangaande, ook ten aanzien van de sancties.


-

CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Raad heeft het voornemen van de EU bevestigd om in het najaar in Kroatië een Top te houden tussen de Europese Unie en de landen van de westelijke Balkan. Oogmerken van deze Top: de verankering van de landen van de regio in Europa bevestigen; de wederzijdse verbintenissen tussen de EU en elk van deze landen verduidelijken; memoreren dat de deur ook openstaat voor een democratische Federale Republiek Joegoslavië die tot samenwerking bereid is en in vrede leeft met zijn buren. In dat opzicht zal de Top een gelegenheid zijn om de steun van de EU aan de civiele samenleving en aan de democratische oppositie van Servië te bevestigen. Onder verwijzing naar de conclusies van de Europese Raad van Feira, heeft de Raad het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, en de Commissie verzocht besprekingen te starten met het oog op de voorbereiding en organisatie van de Top en hem op de hoogte te houden van de voortgang. Het voorzitterschap heeft gezegd voornemens te zijn de heer Bodo Hombach op de Top uit te nodigen en hem bij de voorbereiding ervan te betrekken.

De Raad heeft met grote bezorgdheid nota genomen van de herziening van de grondwet van de FRJ. Hij betuigt opnieuw zijn steun aan de democratisch verkozen autoriteiten van Montenegro, in het bijzonder president Djukanovic, met het verzoek niet te zwichten voor de provocaties van de autoriteiten van Belgrado.

De jongste ontwikkelingen sterken de Europese Unie in haar vastberadenheid om steun te blijven verlenen aan al diegenen die zich inzetten voor een democratische ommekeer in de FRJ. In het kader van zijn steun aan de Servische civiele samenleving heeft de Raad besloten de schorsing van het verbod op vluchten tussen het grondgebied van de Europese Gemeenschap en het grondgebied van de Federale Republiek Joegoslavië te verlengen tot en met 31 maart 2001. Hij heeft de bevoegde instanties uitgenodigd daartoe de nodige besluiten op te stellen. Wat de financiële sancties betreft, is de Raad verheugd over het voornemen van de Commissie om in juli besluiten te nemen die tot doel hebben meer bedrijven op de witte lijst te plaatsen en vanaf september in het Comité een beraad te beginnen over het bijhouden en bijwerken van die lijst. Hij zal de sancties regelmatig blijven toetsen aan de ontwikkeling van de situatie.

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN FEIRA


-

OP HET GEBIED VAN HET GBVB EN DE EXTERNE BETREKKINGEN

De Raad werd door het voorzitterschap op de hoogte gebracht van het tijdschema voor de besprekingen betreffende het GBVB en de externe betrekkingen ( 1), dit in het vooruitzicht van de Europese Raad van Nice.

De voorzitter verklaarde dat het GBVB-dossier in zijn programma de hoogste prioriteit heeft. Overeenkomstig de besluiten van Feira en als voortzetting van het proces dat in Keulen op gang werd gebracht, zal het voorzitterschap, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, tegelijk op verschillende assen werken:


- opstelling van de te Helsinki overeengekomen doelstellingen betreffende de militaire vermogens, waarvoor de Raad zonder debat, als A-punt, nota heeft genomen van een actieplan van het Militair Interim-orgaan. (Op 20-21 november aanstaande heeft een vermogenstoezeggingsconferentie plaats.);

- ontwikkeling van de permanente structuren die de Unie het nodige vermogen zullen geven om bij crises te kunnen beslissen en handelen. De Raad nam (zonder debat, als A-punt) akte van een document dat de basis zal vormen voor de besprekingen tussen nu en de Top in Nice;

- bepaling van de voorwaarden voor integratie in de Unie van de WEU-functies welke de Unie nodig heeft om volledig haar verantwoordelijkheden voortvloeiend uit de Petersbergoperaties na te komen;

- voortzetting van het werk dat reeds is begonnen om de civiele aspecten van de crisisbeheersing te versterken;
- uitvoering van de beginselen en nadere regelingen die in Feira zijn overeengekomen voor de verdere uitbouw van de betrekkingen met de NATO en de derde landen bij de militaire crisisbeheersing. De Raad nam (zonder debat, als A-punt) akte van een document met de richtsnoeren om nu reeds de voorbereidende fase van de "ad-hocgroepen" met de NATO op gang te brengen (deze vier groepen zullen de volgende onderwerpen behandelen: veiligheid, collectieve vermogensdoelstellingen, modaliteiten die voor de EU toegang tot de middelen en de vermogens van de NATO mogelijk maken, permanente regelingen voor het overleg EU-NATO).

-

HORIZONTALE KWESTIES

De Raad heeft nota genomen van de verklaring van het voorzitterschap over de manier waarop het de diverse te Feira genoemde "horizontale" onderwerpen wil aanpakken: de uitbreiding, het handvest voor de grondrechten, de follow-up van de Europese Raad van Lissabon, het Europa van de burgers vanuit het oogpunt van met name de voedselzekerheid en de veiligheid op zee.

Het voorzitterschap verklaarde het werk te willen voortzetten dat onder het Portugese voorzitterschap is begonnen en waarvan de Europese Raad van Feira de talrijke resultaten heeft erkend.

Het voorzitterschap is vastbesloten de uitbreidingsonderhandelingen met alle kandidaat-lidstaten aanzienlijk te doen vorderen op basis van hun eigen verdiensten en van het differentiatiebeginsel.

Dit heeft tot gevolg dat voor de zes kandidaat-lidstaten die dit jaar met onderhandelingen zijn begonnen, het in nauw overleg tussen het voorzitterschap en de Commissie opgestelde programma voorziet in de opening van 4 à 9 hoofdstukken per kandidaat-lidstaat (42 hoofdstukken in totaal), die worden verdeeld volgens de gedifferentieerde aanpak. Wat betreft de zes kandidaat-lidstaten die sinds 1998 onderhandelingen voeren - en waarvoor nu alle hoofdstukken van het acquis geopend zijn met uitzondering van het hoofdstuk "instellingen" - moet er een nieuwe onderhandelingsfase beginnen die zal worden gekenmerkt door veel meer omvattende besprekingen, een ambitieuze methode en een duidelijk kader voor het vervolg van de onderhandelingen.

Het ligt in de bedoeling van het voorzitterschap om dankzij het verslag dat de Commissie op 8 november aanstaande moet voorleggen, een duidelijk overzicht klaar te hebben voor de Europese Raad van Nice. In dit overzicht zouden naast de stand van de onderhandelingen met elk van de twaalf kandidaat-lidstaten ook de voornaamste nog onopgeloste kwesties worden gepresenteerd. Dit resultaat zou de volgende voorzitterschappen in staat stellen, gemakkelijker aan de eindfase van de onderhandelingen te beginnen. Dit overzicht zal worden voorbereid door een oriënterend beleidsdebat in de Raad (Algemene zaken) op
20 november, die alle werkzaamheden van het uitbreidingsproces moet sturen.

Voor een andere grote prioriteit van het voorzitterschap, namelijk de aanneming van een handvest van de grondrechten, is het de bedoeling dat de drie instellingen het tijdens de Europese Raad van Nice uitvaardigen, overeenkomstig de conclusies van Keulen. Zulks vereist dat de tekst van het handvest tegen eind september door de Conventie wordt aangenomen met het oog op een eerste behandeling door de Europese Raad van Biarritz op 13-14 oktober. Het debat over de eventuele opneming van het Handvest in de verdragen zal wellicht pas na de afkondiging in Nice plaatshebben aangezien er bij de besprekingen van de "conventie" niet op deze kwestie vooruit mag worden gelopen.

Bovendien verklaarde het voorzitterschap - zonder op elk detail te willen ingaan - al het mogelijke te zullen doen om aan de verwachtingen van de burgers te beantwoorden en zich meer in het bijzonder te zullen buigen over de sociale dossiers, de diensten van algemeen belang, de uitvoer van het actieplan "e-Europa", de Europese ruimte voor kennis en sport, en tenslotte ook de veiligheid op zee en de invoering van een Europese autoriteit voor de voedselveiligheid.

RUSLAND - Conclusies

Op basis van de conclusies van de Europese Raad van Feira heeft de Raad een diepgaand debat gevoerd over de betrekkingen van de Europese Unie met Rusland.

De Raad heeft met belangstelling kennis genomen van het door de Russische autoriteiten gepresenteerde programma voor politieke en economische hervormingen en heeft de wens geuit dat de toezeggingen die het bevat, volledig worden nagekomen.

Op basis van de denkwerk die tijdens de RAZ van 10 april is begonnen en de conclusies van Feira, is de Raad van oordeel dat het moment is aangebroken om te herinneren aan het belang van de in het kader van de gemeenschappelijke strategie vastgelegde richtsnoeren teneinde de ontwikkeling van het strategische partnerschap van de EU met Rusland op basis van gemeenschappelijke waarden mogelijk te maken. Deze samenwerking moet georganiseerd worden met als prioritaire doelstelling het ondersteunen van een rechtstaat die beantwoordt aan de democratische eisen van een moderne economie die de gehele Russische samenleving ten goede komt.

De volgende top EU/Rusland zal een belangrijke etappe vormen in dit proces van versterking van de doeltreffendheid op lange termijn van de samenwerking van de EU met Rusland.

Het werkprogramma voor de uitvoering van de gemeenschappelijke strategie - waarvan de grote lijnen door het voorzitterschap zijn gepresenteerd - zal gericht zijn op de ondersteuning van de hervormingen op institutioneel en economisch gebied evenals op de acties die worden ondernomen inzake de democratisering, de versterking van de civiele samenleving en van de bescherming en ontwikkeling van de onafhankelijke media.

De Raad heeft de Commissie verzocht, de voorbereiding van het indicatieve TACIS-programma voor Rusland voor de jaren 2000-2003 weer op te vatten en een voorstel voor te bereiden voor een TACIS-actieprogramma voor 2000 dat betrekking heeft op de eerder genoemde doelstellingen betreffende steun aan het proces van de politieke, economische en sociale hervormingen.

Met inachtneming van de ontwikkeling van de situatie in Rusland en van de resultaten van de door de Commissie en de verschillende Raadsinstanties gevoerde besprekingen over de langetermijnoriëntatie van het partnerschap met Rusland, zal de Raad voorts nieuwe besluiten nemen over de oriëntatie van de samenwerking met Rusland en het gebruik van de beschikbare instrumenten.

De wens van de Europese Unie om een langetermijnrelatie met Rusland op te bouwen, houdt in dat er een openhartige en veeleisende dialoog moet komen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, in het bijzonder de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. De Europese Unie blijft zich zorgen maken over de situatie in Tsjetsjenië en zal dit punt in het kader van haar dialoog met Rusland dus aan de orde blijven stellen. De Unie zal zich waakzaam tonen inzake de naleving door Rusland van zijn toezeggingen betreffende met name de instelling van onafhankelijke onderzoeken en de veilige verzending van humanitaire hulpgoederen naar Tsjetsjenië, en herinnert Rusland aan de verplichtingen die het land heeft in het kader van de Raad van Europa en de OVSE. De Europese Unie hecht er bijzonder belang aan dat de missie van de OVSE spoedig terugkeert naar Tsjetsjenië om er haar mandaat ten volle uit te voeren.

In het licht van de recente ontwikkelingen in Tsjetsjenië herhaalt de Europese Unie dat zij hecht aan de territoriale integriteit van Rusland en het terrorisme en het gebruik van geweld zonder aanzien des persoons veroordeelt. De Raad benadrukt dat alleen een politieke oplossing een duurzame regeling mogelijk maakt.

ZIMBABWE - Conclusies

De Raad heeft kennis genomen van het verslag van de Europese waarnemersmissie. Hij stelt vast dat de verkiezingscampagne gekenmerkt werd door geweld, massale intimidatie en procedurele onregelmatigheden, maar dat de verkiezingen van 24 en 25 juni zelf in het algemeen rustig zijn verlopen. De massale aanwezigheid van internationale waarnemers, met op de voorgrond die van de Europese Unie, heeft hiertoe in hoge mate bijgedragen. De Raad verzoekt de regering van Zimbabwe met klem herhaling te voorkomen van de gewelddaden waarvan de Europese missie vóór de verkiezingen getuige is geweest, een onderzoek in te stellen naar deze incidenten en alle juridische maatregelen te treffen jegens degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan politiek geweld, inbreuken op de mensenrechten of frauduleuze handelingen in de periode voorafgaand aan de verkiezingen.

De Raad stelt vast dat, ondanks de ernstige tekortkomingen bij de verkiezingen, alle politieke krachten in Zimbabwe in het algemeen de resultaten hebben erkend, in het belang van de versterking van de democratie. De Raad neemt nota van de wil tot democratische verandering die aldus tot uitdrukking is gebracht. De Raad is verheugd over het thans geboden vooruitzicht op een open debat in het parlement en roept de toekomstige regering op om met de oppositie een constructieve dialoog op te bouwen.

De Raad spoort de regering van Zimbabwe krachtig aan de economische en sociale problemen die het land treffen, met absolute voorrang en in een geest van samenwerking aan te pakken. Hij wenst dat de autoriteiten van Zimbabwe zich inzetten voor het herstel van het vertrouwen van de geldschieters, door te tonen dat zij in staat zijn hun land vastberaden op weg te helpen naar herstel, en daarbij opnieuw te getuigen van respect voor de mensenrechten, de democratische beginselen en het beginsel van de rechtsstaat. De Europese Unie is bereid hierbij steun te verlenen. Wat betreft het steeds terugkerende probleem van de landhervorming in Zimbabwe, roept de Raad de regering op om, onder eerbiediging van de wet, te werken aan een snelle, rechtvaardige en billijke oplossing van dit probleem, op basis van de beginselen van de conferentie over de landhervorming van 1998.

BANANEN

De Raad heeft akte genomen van het verslag van de Commissie en de Commissie verzocht te onderzoeken of de markt kan worden beheerd aan de hand van een contingentering op basis van de "wie het eerst komt, het eerst maalt"-regeling. Hij heeft de Commissie verzocht verslag uit te brengen na haar stappen in verband met de mogelijke oplossingen, waaronder de tariefregeling en de implicaties daarvan. De Raad zal op basis van dat verslag een besluit nemen.

De Raad herinnerde aan zijn streven om zo spoedig mogelijk een oplossing voor dit geschil te vinden met inachtneming van de WTO-regels, de belangen van de communautaire producenten en de toezeggingen van de Unie aan de ACS-landen, met name de kwetsbaarste onder hen.

VERENIGDE NATIES - PRIORITEITEN VAN DE EU

De Raad heeft de laatste hand gelegd aan de tekst van het document waarin wordt uiteengezet welke prioriteiten de Unie heeft met het oog op de 55e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september.
IRELA

De Raad heeft de aanhoudende financiële problemen van het te Madrid gevestigde Instituut voor de betrekkingen tussen Europa en Latijns-Amerika (IRELA) besproken. Hij kwam overeen dat een informele ad-hocgroep, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van het voorzitterschap, bijgestaan door het secretariaat, de Commissie, het Europees Parlement en de lidstaten die zulks wensen, zal pogen oplossingen te vinden voor de problemen van het IRELA. De Raad zal op deze kwestie terugkomen in het licht van de bevindingen van die groep.
NUCLEAIRE VEILIGHEID - KERNCENTRALE VAN TEMELIN (Tsjechische Republiek)

De Raad heeft gewezen op het belang dat hij hecht aan de nucleaire-veiligheidskwesties en heeft akte genomen van de bezorgdheid van de Oostenrijkse delegatie omdat de Tsjechische autoriteiten de kerncentrale van Temelin in de splijtstofcyclus hebben opgenomen.

Er werd op gewezen dat nucleaire veiligheid op de agenda van de uitbreidingsbesprekingen moet blijven zodat de Unie haar standpunt kan bepalen ten aanzien van een "hoog nucleaire-veiligheidsniveau" in de kandidaat-lidstaten.

o

o o

INTERGOUVERNEMENTELE CONFERENTIE

Parallel met de Raad had de 6e zitting op ministerieel niveau van de IGC plaats. De zitting werd voorafgegaan door de gebruikelijke gedachtewisseling met mevrouw FONTAINE, voorzitter van het Europees Parlement, waarbij het bestek werd opgemaakt van de situatie na de Europese Raad van Feira.

Tijdens de ministeriële zitting van de IGC gaf het voorzitterschap te kennen hoe het te werk wil gaan bij de organisatie van de besprekingen voor de volgende zes maanden. Behalve in augustus komt er elke week een zitting van de Conferentie, hetzij op het niveau van de voorbereidende groep, hetzij op ministerieel niveau. Het voorzitterschap liet reeds een tijdschema verspreiden met de werkzaamheden van de Conferentie tot en met de Europese Raad van Biarritz (zie de bijlage). De bedoeling is dat vóór de Europese Raad van Biarritz alle onderhandelingsthema's grondig worden besproken in zowel de voorbereidende groep als op ministerieel niveau.

Het voorzitterschap organiseerde tevens een werkdiner teneinde samen met de ministers tot een algemene beoordeling van de stand van de onderhandelingen te komen en meer in het bijzonder hun reacties te horen op een aantal beginselen die het voorzitterschap kunnen leiden bij het streven naar een definitief akkoord.

BIJLAGE


- INTERGOUVERNEMENTELE CONFERENTIE -

VERGADERROOSTER TIJDENS HET FRANSE VOORZITTERSCHAP

Bijeenkomst

Datum

Onderwerp

Voorbereidende groep

donderdag 6 juli

Regeling van werkzaamheden (werkmethode, agenda's)

Stemmenweging

Gekwalificeerde meerderheid

Ministeriële bijeenkomst

maandag 10 juli

Follow-up van de Europese Raad van Feira

Regeling van werkzaamheden

Voorbereidende groep

vrijdag 14 juli

Commissie

Nauwere samenwerking

CONCLAAF

maandag 24 juli

Stemmenweging

Gekwalificeerde meerderheid

Commissie

Nauwere samenwerking

Voorbereidende groep

maandag 4 september

Nauwere samenwerking

Gekwalificeerde meerderheid

Voorbereidende groep

maandag 11 september

Europees Parlement

Medebeslissing

Hof van Justitie/GEA

Ministeriële bijeenkomst

maandag 18 september

Commissie

Europees Parlement

Nauwere samenwerking

Voorbereidende groep

maandag 25 september

Gekwalificeerde meerderheid

Hof van Justitie/GEA

Andere instellingen

Voorbereidende groep

maandag 2 oktober

Voorbereiding van de Europese Raad van Biarritz

CONCLAAF

zondag 8 oktober

Voorbereiding van de Europese Raad van Biarritz

Ministeriële bijeenkomst

maandag 9 oktober

Voorbereiding van de Europese Raad van Biarritz

EUROPESE RAAD VAN BIARRITZ vrijdag 13 en zaterdag 14 oktober

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)
INSTELLINGEN

Kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie - Verklaring van de Raad

"De Raad heeft akte genomen van de op 5 juli 2000 ondertekende kaderovereenkomst over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie. Hij neemt er nota van dat beide instellingen rekening hebben gehouden met sommige problemen die hij voorheen in zijn bevoegde organen kenbaar had gemaakt. Hij blijft evenwel bezorgd over het feit dat verscheidene bepalingen van de kaderovereenkomst een verschuiving met zich meebrengen van het door de verdragen ingestelde institutioneel evenwicht. Hij wijst erop dat de door beide instellingen onderschreven verbintenissen hem in geen geval kunnen worden tegengeworpen en hij behoudt zich voor deze rechten te vrijwaren en alle passende maatregelen te nemen, mocht door de toepassing van de bepalingen van de overeenkomst getornd worden aan de door de verdragen aan de instellingen toegekende bevoegdheden en aan het verdragsrechtelijk geregelde institutioneel evenwicht."

EXTERNE BETREKKINGEN

Betrekkingen met Rusland

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hebben het besluit betreffende de sluiting van het Protocol bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, aangenomen.

Dankzij dit aanvullend protocol, ondertekend op 21 mei 1997, kunnen Oostenrijk, Finland en Zweden partij worden bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst van 24 juni 1994 tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds. Dit protocol werd voorlopig toegepast vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst (1 december 1997), in afwachting van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding ervan vereiste procedures. Aan deze voorwaarde is nu voldaan, aangezien alle lidstaten en Rusland het protocol bekrachtigd hebben.

Betrekkingen met Moldavië

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hebben het besluit betreffende de sluiting van het Protocol bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, aangenomen.

Dankzij dit aanvullend protocol, ondertekend op 15 mei 1997, kunnen Oostenrijk, Finland en Zweden partij worden bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst van 28 november 1994 tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds. Dit protocol werd voorlopig toegepast vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst (1 juli 1998), in afwachting van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding ervan vereiste procedures. Aan deze voorwaarde is nu voldaan, aangezien alle lidstaten en de Republiek Moldavië het protocol bekrachtigd hebben.

Betrekkingen met Oekraïne

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hebben het besluit betreffende de sluiting van het Protocol bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, aangenomen.

Dankzij dit aanvullend protocol, ondertekend op 10 april 1997, kunnen Oostenrijk, Finland en Zweden partij worden bij de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst van 14 juni 1994 tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds. Dit protocol werd voorlopig toegepast vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst (1 maart 1998), in afwachting van de voltooiing van de voor de inwerkingtreding ervan vereiste procedures. Aan deze voorwaarde is nu voldaan, aangezien alle lidstaten en Oekraïne het protocol bekrachtigd hebben.

Werkprogramma voor de Gemeenschappelijke Strategie ten aanzien van Oekraïne

De Raad heeft nota genomen van een werkprogramma van het voorzitterschap voor de uitvoering van de Gemeenschappelijke Strategie van de Europese Unie ten aanzien van Oekraïne.

De Europese Raad van Helsinki heeft deze gemeenschappelijke strategie in december 1999 aangenomen ter versterking van het strategische partnerschap tussen de Europese Unie en Oekraïne. In dat verband heeft de Europese Raad besloten dat elk voorzitterschap een programma voor de uitvoering van de strategie zou opstellen.

Het door het Franse voorzitterschap opgestelde werkprogramma is gebaseerd op de in de gemeenschappelijke strategie bepaalde hoofddoelstellingen alsook op specifieke initiatieven die door het vorige voorzitterschap zijn gelanceerd en een uitvoering krijgen. Het voorziet in verschillende acties, waaronder maatregelen om het democratische en economische overgangsproces in Oekraïne te ondersteunen. Het voorzitterschap heeft ook samenwerkingsvoornemens om de stabiliteit en de veiligheid te waarborgen en het hoofd te bieden aan gemeenschappelijke uitdagingen op het Europese continent. Tenslotte voorziet het programma in de ondersteuning van nauwere samenwerking tussen de EU en Oekraïne in de context van de uitbreiding van de Unie, meer bepaald op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en de integratie van Oekraïne in de Europese en de mondiale economie.

Associatie met Roemenië - Verlenging voor overheidssteun

De Raad heeft een besluit aangenomen inzake het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in de Associatieraad, ingesteld bij de op 1 februari 1994 tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds, ondertekende Europa-Overeenkomst, ten aanzien van de verlenging met een verdere termijn van vijf jaar, overeenkomstig het bepaalde in artikel 64, lid 4, onder a), van de met Roemenië gesloten Europa-Overeenkomst, met betrekking tot de overheidssteun.

Gememoreerd zij dat in de betrokken bepaling staat dat Roemenië, voor de evaluatie van de door Roemenië verleende staatssteun - tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van de Overeenkomst - beschouwd wordt als een regio gelijk aan de in artikel 92 (huidig artikel 87), lid 3, onder a), van het EG-Verdrag bedoelde streken van de Gemeenschap (d.w.z. streken waar de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst). De Europa-Overeenkomst bepaalt eveneens dat deze periode bij besluit van de Associatieraad met verdere termijnen van vijf jaar kan worden verlengd.

Aangezien de eerste periode is verstreken, heeft Roemenië om een verlenging met vijf jaar verzocht. De Commissie is van mening dat dit land voldoet aan de criteria die gehanteerd worden om te bepalen of een streek in aanmerking komt voor de in artikel 87, lid 3, onder a), van het VEG bedoelde steun (met name moet het BBP per hoofd van de bevolking minder bedragen dan 75% van het gemiddelde BBP van de Gemeenschap). De Raad stelt derhalve voor dat de Associatieraad met de gevraagde verlenging instemt.

Associatie met Litouwen - Verlenging voor overheidssteun

De Raad heeft een besluit aangenomen inzake het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in de Associatieraad, ingesteld bij de op 12 juni
1995 tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Litouwen, anderzijds, ondertekende Europa-Overeenkomst,
ten aanzien van de verlenging met een verdere termijn van vijf jaar, overeenkomstig het bepaalde in artikel 64, lid 4, onder a), van de met Roemenië gesloten Europa-Overeenkomst, met betrekking tot de overheidssteun.

Gememoreerd zij dat in de betrokken bepaling staat dat Litouwen voor de evaluatie van de door Litouwen verleende staatssteun - tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van de Overeenkomst - beschouwd wordt als een regio gelijk aan de in artikel 92 (huidig artikel 87), lid 3, onder a), van het VEG bedoelde streken van de Gemeenschap (d.w.z. streken waar de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst). De Europa-Overeenkomst bepaalt eveneens dat deze periode bij besluit van de Associatieraad met verdere termijnen van vijf jaar kan worden verlengd.

Aangezien de eerste periode is verstreken, heeft Litouwen om een verlenging met vijf jaar verzocht. De Commissie is van mening dat dit land voldoet aan de criteria die gehanteerd worden om te bepalen of een streek in aanmerking komt voor de in artikel 87, lid 3, onder a), van het VEG bedoelde steun (met name moet het BBP per hoofd van de bevolking minder bedragen dan 75% van het gemiddelde BBP van de Gemeenschap). De Raad stelt derhalve voor dat de Associatieraad met de gevraagde verlenging instemt.

Samenwerkingsraden met Kazachstan en Kirgizstan

De Raad heeft de gemeenschappelijke standpunten van de Unie met het oog op de tweede zitting van de samenwerkingsraden van 11 juli 2000 aangenomen.


- UE-KAZACHSTAN (zie persmededeling 10175/00 Presse 252) en

- UE-KIRGIZSTAN (zie persmededeling 10176/00 Presse 253).
Producten en technologie voor tweeërlei gebruik

De Raad heeft het secretariaat verzocht ter informatie van de Europese exporteurs over te gaan tot publicatie in de C-serie van het Publicatieblad van de bijgewerkte index van de producten en technologie die vermeld staan in Bijlage I bij de Verordening (EG) van de Raad van 22 juni 2000.

Deze bijgewerkte index komt overeen met de laatstelijk bijgewerkte versie van Bijlage I bij bovengenoemde verordening van de Raad.

HANDELSPOLITIEK

Toetreding van Kroatië tot de Wereldhandelsorganisatie
De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hebben ingestemd met de toetreding van Kroatië tot de Wereldhandelsorganisatie. Het betrokken gemeenschappelijk standpunt zal door de Commissie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, aan de WTO worden voorgelegd.

Dit besluit werd genomen overeenkomstig de voorlopige ad hoc procedure waartoe in juli 1995 is besloten in verband met de toetreding van Ecuador tot de WTO en die sedertdien meermaals is toegepast.

Toetreding van Albanië tot de Wereldhandelsorganisatie

De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hebben ingestemd met de toetreding van Albanië tot de Wereldhandelsorganisatie. Het betrokken gemeenschappelijk standpunt zal door de Commissie, namens de Gemeenschap en haar lidstaten, aan de WTO worden voorgelegd.

Dit besluit werd genomen overeenkomstig de voorlopige ad hoc procedure waartoe in juli 1995 is besloten in verband met de toetreding van Ecuador tot de WTO en die sedertdien meermaals is toegepast.

Anti-subsidie - Maleisië en de Filippijnen (roestvrij staal)

De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief compenserend recht en definitieve invordering van het voorlopig compenserend recht op de invoer van roestvrijstalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit Maleisië en de Filippijnen en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van de invoer van deze producten van oorsprong uit Singapore en Thailand.

Bij Verordening (EG) nr. 618/2000 had de Commissie een voorlopig compenserend recht ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van roestvrijstalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit Maleisië en de Filippijnen. Na herziening van de voorlopige conclusies op basis van de sedertdien ontvangen informatie werd vastgesteld dat de voornaamste conclusies, zoals uiteengezet in de voorlopige verordening, moeten worden bevestigd.

Bevestigd werd dat de invoer van oorsprong uit de twee betrokken landen, afzonderlijk genomen, aanmerkelijke schade berokkend heeft aan de communautaire bedrijfstak. De invoer uit Maleisië en de Filippijnen heeft belet dat de communautaire bedrijfstak de schadelijke situatie tijdens de eerdere antidumpingprocedure met betrekking tot roestvrijstalen bevestigingsmiddelen volledig kon herstellen, en hun laaggeprijsde, stijgende invoer heeft de winstgevendheid van de communautaire bedrijfstak negatief beïnvloed.

Besloten werd de procedure te beëindigen ten aanzien van invoer van roestvrijstalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit Singapore en Thailand.

Op de invoer van roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen hiervan, van oorsprong uit Maleisië en de Filippijnen, wordt een definitief compenserend recht ingesteld.

Het recht dat van toepassing is op de nettoprijs franco-grens Gemeenschap, vóór inklaring, is als volgt:

Maleisische ondernemingen

Recht

Aanvullende Taric-code

Tong Heer Fasteners Co. Sdn. Bhd. (Tong Heer Fasteners genoemd in verordening nr. 618/2000 van de Commissie), No. 2515, Tingkat Perusahaan 4A, Perai Free Trade Zone, 13600 Perai Pulau Penang, Maleisië


1,8%

A104

Tigges Stainless Steel Fasteners (M) Sdn. Bhd. (Tigges Stainless Steel Fasteners genoemd in verordening nr. 618/2000 van de Commissie), Plot
23 & 24, Kinta Free Trade Zone, Jalan Kuala Kangsar, 31200 Chemor, GPO Box 24, 30700 Ipoh Perak Darul Ridzuan, Maleisië
0%

A105

Alle overige ondernemingen


1,8%

A999

Philippijnse ondernemingen
Recht

Aanvullende Taric-code

Lu Chu Shin Yee Works Co. Ltd. (referred to as Lu Chu Shin Yee Works, Ltd. genoemd in Verordening nr. 618/2000 van de Commissie), Cavite Export Zone, Rosario, Philippines/Philshin Works Corporation (Philshin Works Corporation genoemd in Verordening nr. 618/2000 van de Commissie nr. 618/2000), Amaya 1, Tanza, Cavite, Philippijnen


3,5%

A106

Alle overige ondernemingen


3,5%

A999

Antidumping - China (rijwielen)

De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

In september 1993 had de Raad definitieve antidumpingrechten ten belope van 30,6% ingesteld op de invoer van rijwielen van oorsprong uit China (Verordening (EEG) nr.2474/93).

In april 1996 had de Commissie een onderzoek naar de ontwijking van dit recht ingeleid (Verordening (EG) nr.703/963), ten gevolge waarvan het recht in januari 1997 werd uitgebreid tot de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen van oorsprong uit China (Verordening (EG) nr.71/97 van de Raad).

Na de publicatie van een bericht waarin werd medegedeeld dat de antidumpingrechten die waren ingesteld op de invoer van rijwielen van oorsprong uit China, op het punt stonden te vervallen, ontving de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek van de maatregelen ingevolge artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96.

De Commissie verzamelde en verifieerde alle gegevens die zij voor de vaststellingen in verband met de mogelijke voortzetting of herhaling van de dumping en schade en het belang van de Gemeenschap noodzakelijk achtte.

Aan de hand van bovenstaande gegevens en overwegingen en na onderzoek van alle door de belanghebbende partijen voorgelegde argumenten werd geconcludeerd dat er geen dwingende redenen zijn om de maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van oorsprong uit China, niet te handhaven. Omdat het antidumpingrecht dat gold voor complete rijwielen, bij Verordening (EG) nr. 71/97 werd uitgebreid tot bepaalde onderdelen van rijwielen zodat het ook op deze invoer van oorsprong uit China van toepassing was, blijft het recht zoals bij laatstgenoemde verordening uitgebreid, ook gehandhaafd.

Het definitieve recht dat bij invoer wordt geheven op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, bedraagt 30,6%.

Antidumping - Polen (laadborden)

De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van bepaalde vlakke houten laadborden van oorsprong uit de Republiek Polen.

De Raad had bij Verordening (EG) nr. 2334/97 definitieve antidumpingrechten ingesteld op de invoer van bepaalde vlakke houten laadborden van oorsprong uit de Republiek Polen en verbintenissen aanvaard die in verband met deze invoer waren aangeboden door bepaalde producenten. Producenten waarvan verbintenissen werden aanvaard, werden vrijgesteld van antidumpingrechten ten aanzien van de invoer van een specifiek type laadbord, het EUR-laadbord, het enige type laadbord waarop de verbintenissen van toepassing zijn.

Acht nieuwe Poolse exporterende producenten verzochten om eenzelfde behandeling als de ondernemingen die hebben meegewerkt aan het oorspronkelijke onderzoek doch niet waren opgenomen in de steekproefgroep, en hebben op verzoek bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat zij voldoen aan de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2334/97 bedoelde voorwaarden. Het door deze ondernemingen ingediende bewijsmateriaal wordt voldoende geacht om Verordening (EG) nr. 2334/97 te wijzigen door deze acht exporterende producenten toe te voegen aan Bijlage I van genoemde verordening.

Zes van de acht Poolse exporterende producenten waarop het gewogen gemiddeld recht van 6,3% van toepassing is, hebben tevens verbintenissen aanvaard met betrekking tot het EUR-laadbord die door de Commissie bij Besluit 2000/ /EG1 werden aanvaard. Deze zes ondernemingen dienen derhalve te worden toegevoegd aan Bijlage II van Verordening (EG) nr.2334/97, die een lijst bevat van de ondernemingen waarvan de Commissie verbintenissen heeft aanvaard met betrekking tot het EUR-laadbord en waarop het recht in dit verband derhalve niet van toepassing is

Antidumping - Australië, Indonesië, Thailand (synthetische stapelvezels)

De Raad heeft een verordening aangenomen tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van synthetische stapelvezels van polyester uit Australië, Indonesië en Thailand en tot definitieve inning van het voorlopige recht.

Bij Verordening (EG) nr. 124/2000 van de Commissie zijn voorlopige antidumpingrechten ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van polyester stapelvezels, ingedeeld onder

GN-code 5503 20 00, van oorsprong uit Australië, Indonesië en Thailand.

Naar aanleiding van een parallel antisubsidieonderzoek zijn bij Verordening (EG) nr. 123/2000 van de Commissie voorlopige compenserende rechten ingesteld op de invoer van polyester stapelvezels uit Australië en Taiwan.

Vervolgens zijn naar aanleiding van bovengenoemd antisubsidieonderzoek bij Verordening (EG) nr. 978/2000 van de Raad definitieve compenserende rechten ingesteld op de invoer van polyester stapelvezels uit Australië, Taiwan en Indonesië.

Na de instelling van de voorlopige antidumpingrechten hebben verschillende partijen schriftelijk opmerkingen gemaakt. Overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (de "basisverordening") werden alle partijen die daartoe een aanvraag deden, in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De partijen werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan werd overwogen het voorstel te doen definitieve antidumpingrechten in te stellen en de uit hoofde van het voorlopige recht als zekerheid gestelde bedragen definitief te innen. Ook werd een termijn gegund waarbinnen partijen hierover opmerkingen konden maken.

De mondelinge en schriftelijke opmerkingen die de belanghebbenden binnen de daarvoor gestelde termijn hebben doen toekomen, zijn in overweging genomen en de definitieve bevindingen zijn op grond hiervan zonodig gewijzigd.

De nieuwe argumenten die zijn ontvangen ten aanzien van het belang van de Gemeenschap, hebben geen afbreuk gedaan aan de conclusie dat er geen dwingende redenen zijn geen anti-dumpingmaatregelen te nemen. De voorlopige bevindingen worden derhalve bevestigd.

Bijgevolg wordt er een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van synthetische stapelvezels van polyesters, niet gekaard, niet gekamd, noch anderszins met het oog op het spinnen bewerkt, ingedeeld onder GN-code 5503 20 00, van oorsprong uit Australië, Indonesië en Thailand.

Het definitieve recht dat van toepassing is op de netto prijs, franco grens Gemeenschap, voor inklaring, van de producten van de hieronder vermelde ondernemingen, is als volgt:

Land

Onderneming

Recht

Aanvullende TARIC-code

Australië

Alle ondernemingen


12,0%


-

Indonesië

P.T. Indorama Synthetics Tbk,
Graha Irama, 17th floor,
Jl. H.R. Rasuna Said Blok X-1,
Kav. 1-2, P.O. Box 3375,
Jakarta 12950, Indonesië

P.T. Panasia Indosyntec,
Jl. Garuda 153/74,
Bandung 40184, Indonesië

P.T. GT Petrochem Industries Tbk,
Exim Melati Building - 9th floor,
Jl. M.H. Thamrin Kav. 8-9,
Jakarta 10230, Indonesië

P.T.Susilia Indah Synthetic Fiber Industries,
Jl. Kh. Zainul Arifin Kompleks
Ketapang Indah
Blok B 1 No. : 23,
Jakarta 11140, Indonesië

P.T. Teijin Indonesië Fiber Corporation Tbk,

5th floor Mid Plaza 1,
Jl Jend. Sudirman Kav. 10-11,
Jakarta 10220, Indonesië

Alle andere ondernemingen


8,4%


14,8%


14,0%


14,0%


14,0%


15,8%

A051

A052

A053

A054

A055

A999

Thailand

Indo Poly (Thailand) Ltd.,

35/8 MOO 4, Tambol Khunkaew
Amphur Nakhornchaisri, Nakhornprathom 73120
Thailand

Teijin Polyester (Thailand) Ltd.,

19th floor, Ploenchit Tower

898 Ploenchit road, Lumpinee, Patumwan
Bangkok 10330, Thailand

Teijin (Thailand) Ltd.,

19th floor, Ploenchit Tower

898 Ploenchit road, Lumpinee, Patumwan
Bangkok 10330, Thailand

Alle andere ondernemingen


15,5%


26,9%


26,9%


27,7%

A056

A155

A155

A999

De bepalingen inzake de douanerechten zijn van toepassing, tenzij anders vermeld.

ECOFIN

Aanvullende macro-financiële bijstand voor Moldavië
De Raad heeft een besluit aangenomen tot toekenning van aanvullende macro-financiële bijstand aan Moldavië.

De Raad is van oordeel dat het verlenen van communautaire financiële bijstand in de vorm van een langlopende lening met een aanzienlijke aflossingsvrije periode een geschikte maatregel is om de betalingsbalans te steunen en bij te dragen tot het verlichten van de buitenlandse financiële verplichtingen van het land in de huidige uitzonderlijk moeilijke omstandigheden.

Met dit besluit wordt Moldavië een langlopende leningfaciliteit beschikbaar gesteld van ten hoogste EUR 15 miljoen met een aflossingsvrije periode van vijf jaar en een maximale looptijd van tien jaar, om te zorgen voor een houdbare betalingsbalans. Hiertoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Europese Gemeenschap de nodige middelen op te nemen, die in de vorm van een lening ter beschikking van Moldavië worden gesteld. Deze lening wordt in nauw overleg met het Economisch en Financieel Comité beheerd door de Commissie op een wijze die in overeenstemming is met de tussen het IMF en Moldavië gesloten overeenkomsten.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Conclusies van de Raad inzake informatievoorziening aan nationale parlementen betreffende samenwerking op JBZ-gebied
De Raad neemt met belangstelling kennis van de bevindingen in het verslag van het secretariaat-generaal van de Raad over de huidige praktijken in de lidstaten betreffende informatievoorziening aan nationale parlementen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken; dat verslag is aan de Raad voorgelegd tijdens zijn zitting van
29 en 30 mei 2000.

In dit verband acht de Raad het van belang dat alle instellingen en organen het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en derhalve dezelfde rechtskracht als het Verdrag heeft, strikt toepassen.

De Raad is er zich ten zeerste van bewust dat samenwerking op JBZ-gebied rechtstreeks gevolgen heeft voor de burgers van de Europese Unie. Daarom is een daadwerkelijke betrokkenheid van het Europees Parlement en de nationale parlementen van essentieel belang. Om de nationale parlementen de gelegenheid te geven hun rol in dat proces te vervullen, moeten de agenda van Raadszittingen waarin de tenuitvoerlegging van Titel IV van het Derde Deel van het EG-Verdrag en Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan de orde komt, alsmede alle documenten die verband houden met de behandelde punten, tijdig beschikbaar zijn in overeenstemming met het reglement van orde van de Raad en bovengenoemd protocol.

Daarom herinnert de Raad in het bijzonder aan de verbintenissen uit hoofde van artikel 3 van zijn reglement van orde en aan verklaring b) bij die bepaling.

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende benoeming van de heer Jonathan HUISH en mevrouw Margaret JONES tot plaatsvervangers van het Comité van de Regio's ter vervanging van de heren John EVANS en Eurig WYN voor de verdere duur van de ambtstermijn, d.w.z. tot en met 25 januari 2002.

Economisch en Sociaal Comité

De Raad heeft een besluit aangenomen houdende benoeming van de heer Johannes KLEEMANN tot lid van het Economisch en Sociaal Comité ter vervanging van de heer Wolfgang BURKHARD, voor de verdere duur van diens ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2002.

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad
De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan de antwoorden op:


- het tweede confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad van de heer Tony BUNYAN in 2000, waarbij de Deense, de Nederlandse, de Finse en de Zweedse delegatie tegenstemden;
- het derde confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad van de heer Tony BUNYAN in 2000, en het confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad van de heer Scott CROSBY, waarbij de Deense, de Finse en de Zweedse delegatie tegenstemden;
- het eerste confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad van de heer Jelle VAN BUUREN in 2000, waarbij de Zweedse delegatie tegenstemde;

- het tweede confirmatief verzoek om toegang tot documenten van de Raad van de heer Jelle VAN BUUREN in 2000, waarbij de Deense en de Zweedse delegatie tegenstemden.


Footnotes:

( 1) Naast de afzonderlijke agendapunten Rusland en Westelijke Balkan vooral het vredesproces in het Midden-Oosten, de noordelijke dimensie en de Top Afrika-Europa, alsook de aanneming van de gemeenschappelijke strategie voor het Middellandse-Zeegebied.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie