Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord: gedwongen productiebeperking in ziekenhuis Boxmeer

Datum nieuwsfeit: 11-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over gedwongen productiebeperking in het maasziekenhuis boxme er

Gemaakt: 13-7-2000 tijd: 11:39


5

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juli 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Buijs (CDA) over gedwongen productiebeperking in het Maasziekenhuis in Boxmeer (2990012830).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Antwoorden op kamervragen van Buijs over gedwongen productiebeperking in het Maasziekenhuis in Boxmeer.

(2990012830)


1.

Kunt u bevestigen dat het Maasziekenhuis in Boxmeer zich gedwongen ziet in ieder geval komend half jaar «minder meer» zorg te leveren?


1.

Ik heb van de algemeen directeur van het Maasziekenhuis in Boxmeer een brief gekregen, alsmede een persverklaring. Blijkens deze brief is een gelijkluidende brief ook aan u gezonden. In de brief en in de persverklaring staat dat het ziekenhuis in 2000 "minder meer" zorg kan leveren.


2

Kunt u tevens bevestigen dat het Maasziekenhuis zo'n 15 à 20% meer patiënten behandelt dan in de budgetafspraken voor ziekenhuis en specialisten met de zorgverzekeraars is overeengekomen?


2.

Behalve de bij antwoord 1 genoemde brief heeft het ziekenhuis mij nog aanvullende informatie verstrekt. Daaruit blijken de volgende verschillen tussen de in 1997 voor het jaar 1999 gemaakte productieafspraken en de feitelijk gerealiseerde productie in 1999:

klinische opnamen - 3%; dagopnamen + 34%; totaal klinische plus dagopnamen + 6,5%; verpleegdagen - 15%; 1e polikliniekbezoeken + 23%.

Voor het eerste kwartaal van dit jaar is het verschil tussen afspraken en realisatie respectievelijk:


+ 1%; + 30%; + 9%; - 19% en + 33%.

Hoewel de ontwikkelingen in de diverse vormen van patiëntenbehandeling niet zonder meer met elkaar zijn te vergelijken kan worden gesteld dat het verschil tussen de budgetafspraken en de realisatie 15 à 20% is.


3.

Moet vastgesteld worden dat tegenover een «hogere productie» geen extra budget wordt vastgesteld?


3.

Ik zou deze stelling wat willen nuanceren.

Op grond van de geldende regelingen voor de vaststelling van een ziekenhuisbudget kan het ziekenhuis met de lokale ziektekostenverzekeraars zogenoemde productieafspraken maken. Deze productieafspraken vormen de basis voor de bepaling van het variabele deel van het budget. In principe onderhandelt het ziekenhuis ieder jaar over de omvang van de productieafspraken, waarmee bij de budgetbepaling voor dat jaar rekening wordt gehouden. Blijkens de persverklaring van het Maasziekenhuis heeft dit ziekenhuis echter voor de periode 1998 tot en met 2000 een meerjarenafspraak gemaakt met de zorgverzekeraars.

Vervolgens is gebleken, zo deelde de directie van het ziekenhuis mij mee, dat de feitelijke productieontwikkeling sterker is geweest dan bij de onderhandelingen in 1997 over de jaren 1998 tot en met 2000 werd verondersteld. Bovendien verwachtte het ziekenhuis een groter aandeel te krijgen uit de beschikbaar gestelde wachtlijstmiddelen. Nu de feitelijke ontwikkelingen anders blijken te zijn dan de ramingen lijkt het mij verstandig dat het ziekenhuis de onderhandelingen met de zorgverzekeraars over de hoogte van het budget heropent. Het ziekenhuis heeft mij meegedeeld dat de tot nu toe gevoerde onderhandelingen niet hebben geleid tot de bereidheid bij de zorgverzekeraars het contract open te breken.


4.

Heeft het bedoelde ziekenhuis zich gedwongen gezien, op straffe van een financieel tekort van f. 1,25 mln. aan het einde van dit jaar, «minder meer» patiënten te bedienen?


4.

Blijkens mededelingen van het ziekenhuis betreft het hier een raming van een toekomstig tekort. Overigens zitten in deze raming niet alleen de kostengevolgen van meer patiëntenzorg begrepen, maar ook van een specifieke stijging van een aantal materiële kosten, zoals de olieprijzen.


5.

Erkent u dat een hogere productie dan in de budgetafspraken met de zorgverzekeraars overeengekomen een bijdrage levert aan het ontstaan c.q. het toenemen van de wachttijden

en wachtlijsten?


5.

Neen, hooguit een technisch budgettair tekort.


6.

Heeft het ziekenhuis, teneinde een financieel tekort te ontlopen, maatregelen genomen als een verlengde zomersluiting, het draaien van extra dagen met zondagsdiensten in juli, augustus en begin september a.s. alsmede van 11 september a.s. meer specifieke reducties, toegespitst op afdeling en specialisme?


6.

Het ziekenhuis heeft mij bevestigd dat het maatregelen heeft genomen. Het heeft daarbij evenwel de hoop uitgesproken dat de onderhandelingen met de zorgverzekeraars ertoe zullen leiden dat deze maatregelen kunnen worden beëindigd.


7.

Zullen als direct gevolg van deze maatregelen, waartoe het ziekenhuis zich op grond van de

budgetafspraken gedwongen ziet, de wachttijden en wachtlijsten groeien?


7.

Ik zie het als de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ziekenhuizen en zorgverzekeraars dat dit niet gebeurt.


8.

Hoe beoordeelt u deze gang van zaken in het licht van uw beleid dat gericht is op het terugdringen van wachttijden en wachtlijsten?


8.

Ik ga ervan uit da de partijen eruit komen.


9.

Moet vastgesteld worden dat het bestaande budgetsysteem uw beleid tot bestrijding van de wachttijden en de wachtlijsten frustreert? Zo neen, welke conclusie trekt u daar dan wel uit?


9.

Ik deel deze opvatting niet. Er zijn voldoende mogelijkheden budgettaire compensatie te verkrijgen van de kosten van reguliere productieverhoging in de ziekenhuizen. Additioneel daaraan is er een specifiek beleid, gericht op het terugdringen van wachttijden en wachtlijsten.


10.

Is het u bekend dat deze problematiek zich ook bij andere ziekenhuizen voor doet en dat ook daar noodgedwongen de productie wordt teruggebracht met alle gevolgen van dien voor de wachttijden en wachtlijsten?


10.

Er zijn inderdaad ook andere ziekenhuizen die stellen dat het hen toegekende budget ontoereikend is ter dekking van de te leveren zorg. Indien dat budget te laag is als gevolg van het maken van te lage afspraken geldt ook voor deze ziekenhuizen dat zij - mag ik het zo zeggen - beter moeten onderhandelen met de zorgverzekeraars.


11.

Komen het Maasziekenhuis en al die andere ziekenhuizen die zich met deze problematiek geconfronteerd zien in aanmerking voor extra middelen bovenop het reeds met zorgverzekeraars overeengekomen budget in het kader van de beschikbare wachtlijstmiddelen? Zo neen, waarom niet?


11.

Gelet op mijn antwoord op vraag 3 acht ik het veel eerder in de rede liggen dat deze ziekenhuizen adequate productieafspraken maken met de zorgverzekeraars. Met de daaruit resulterende budgetverhogingen kan de extra reguliere zorg worden bekostigd. Naar mijn mening gebeurt dit ook bij veel ziekenhuizen, reden waarom deze minder aanspraak doen op de beschikbare wachtlijstmiddelen.


12.

Ziet u in deze gang van zaken aanleiding de systematiek van de bestaande budgetafspraken zodanig bij te stellen dat uw beleid tot bestrijding van wachttijden en wachtlijsten tot een succes kan worden gemaakt?


12.

Uit mijn hierboven gegeven antwoorden moge duidelijk zijn dat ik in de problematiek, zoals die zich in het Maasziekenhuis in Boxmeer voordoet, op zich geen aanleiding zie de systematiek van de bestaande budgetafspraken bij te stellen. Wel heb ik om een aantal andere zwaarwegende redenen het CTG met mijn brief van 16 maart 2000 verzocht het vigerende stelsel van functiegerichte budgettering (FB) te herzien.


13.

Indien het antwoord op vraag 12 ontkennend luidt, op welke wijze zult u er dan voor zorgdragen dat de wachtlijsten aan het einde van deze kabinetsperiode zijn weggewerkt?

Kunt u bevestigen dat het Maasziekenhuis in Boxmeer zich gedwongen ziet in ieder geval komend half jaar "minder meer" zorg te leveren?


13.

Ik continueer en intensiveer mijn huidige wachtlijstenbeleid. Dit betekent dat de twaalf actiepunten uit het plan van aanpak wachtlijsten, opgesteld door de veldpartijen, verder op de rails gezet worden en dat de voortgang wordt gemonitored.

Daarnaast zijn ZN, de Orde en de NVZ het plan van VNO/NCW en de PvdA, waarin aanbesteden centraal staat, nader aan het uitwerken. Er wordt naar gestreefd om in september van dit jaar de zorgverzekeraars en de aanbieders van zorg op te roepen om zich aan te melden, zodat in oktober kan worden gestart met de aanbesteding.

Voor wat het antwoord op het tweede deel van de vraag betreft verwijs ik kortheidshalve naar mijn antwoord op vraag 1.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie