Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vragen over ziekenhuizen Oldenzaal-Enschede en Venlo-Venray

Datum nieuwsfeit: 12-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vragen over de positie van ziekenhuizen oldenzaal-ensched e en venlo-venray

Gemaakt: 13-7-2000 tijd: 13:6

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2000

In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben onderstaande fracties de wens te kennen gegeven een aantal vragen te willen voorleggen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over haar brief van 21 juni 2000 inzake de positie van de ziekenhuizen te Oldenzaal/Enschede en te Venlo/Venray.

Deze vragen zijn met de door de minister bij brief van toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

Vragen VVD-fractie


1.

Kan de minister in een overzicht aangeven wat volgens haar de minimale respectievelijk de optimale adherentie dient te zijn voor de diverse specialismen?


2.

Welke pathologie dient volgens de minister minimaal respectievelijk optimaal aanwezig te zijn in een basisziekenhuis respectievelijk streekziekenhuis?


3.

Wat verstaat de minister onder «grote» vakken? (blz. 2) De situatie te Venlo/Venray


4.

Met welke «creativiteit» is het tot op heden gelukt om twee zelfstandig functionerende ziekenhuizen in de lucht te houden en waarom kan die creativiteit niet ook in de nabije toekomst aan de dag gelegd worden? Voor welke moeilijkheden ziet het bestuur zich geplaatst? Op grond van welk onderzoek en welke uitgangspunten heeft het bestuur van Stichting Ziekenhuizen Noord-Limburg gekozen om een drietal basisfuncties te ontmantelen?


5.

Welke voordelen voor het totale verzorgingsgebied van de Stichting Ziekenhuizen Noord-Limburg staan tegenover de nadelen van het gedeeltelijk ontmantelen van de basiszorgvoorziening in Venray?


6.

Klopt het dat de stichting zich meer wil richten op versterking van de hightech zorg in Venlo. Hoe kijkt de minister daar tegenaan, en hoe verhoudt zich dit tot de bestaande concentratie van hightech en high-cure in Nijmegen, Eindhoven en Maastricht?


7.

Waarom is gekozen om zelfs bepaalde onderdelen van de laagcomplexe zorg, zoals de zorg voor moeder en kind (gynaecologie en kindergeneeskunde) en de afdeling cardiologie (die op beide locaties gelijk zou zijn) te concentreren in Venlo?


8.

Waarop baseert de minister de stelling dat het gehele pakket aan poliklinische zorg op beide locaties zou blijven?


9.

Welke financiële en ruimtelijke argumenten worden gehanteerd, en hoe waardeert de minister deze?


10.

Kan de minister de stelling onderbouwen dat 90% van de zorg in Venray gehandhaafd blijft?


11.

Kent de minister het bericht dat andere ziekenhuizen in Limburg geen grote personeelsproblemen hebben op hun intensive-care afdelingen? (Dagblad De Limburger 28 juni 2000)? Wat vindt de minister van de suggestie dat de oorzaak van het personeelsprobleem zou zijn gelegen in de onrust die onder het personeel is ontstaan door de reorganisatieplannen van Stichting Ziekenhuis Noord-Limburg?


12.

Klopt de bewering van Platform «Behoud Basiszorg Ziekenhuis Venray» dat de maatschap van gynaecologen van Stichting Ziekenhuizen Noord-Limburg 3 sollicitanten heeft afgewezen waardoor een tekort aan specialisten is gecreëerd?


13.

Hoe verhouden de toekomstplannen van de Stichting zich met de recente verbouwingsinvesteringen in het Venrayse ziekenhuis?


14.

Kan de Minister concreet aangeven wat de gevolgen van de reorganisatieplannen zijn voor het 70.000 mensen tellende verzorgingsgebied Venray? (blz. 3).


15.

Welke risico's worden veroorzaakt door de toename van de reisafstand met 30 kilometer voor de onderscheiden specialismen cardiologie, neurologie, verloskunde en eerste hulp buiten kantooruren? Acht de minister deze risico's onder de gegeven omstandigheden aanvaardbaar? Hoe verhoudt zich deze aanmerkelijk langere reisafstand (20 minuten) tot het onlangs aangescherpte «15-minutencriterium» in de ambulancezorg? Welke repercussies kan de concentratie van de diverse specialismen in Venlo hebben op andere specialismen in Venray?


16.

In hoeverre kunnen huisartsen en ambulancedienst de diensten van de Eerste Hulp buiten kantooruren opvangen? Zijn zij daartoe ook bereid? Welke gevolgen heeft dat voor hun reguliere dienstverlening? Voor welke diensten zijn de thans op het Venrayse ziekenhuis geörienteerden zich in de toekomst op Venlo aanwezen? Om welke aantallen gaat het dan?


17.

Waarom kan in Oldenzaal wel een goed geoutilleerd basisziekenhuis blijven bestaan en waarom lukt dat in Venray niet?


18.

Welke mogelijkheden ziet de minister om een goed geoutilleerd basisziekenhuis voor het streekgewest Venray te laten voortbestaan? Welke mogelijkheden heeft de minister om het bestuur van Stichting Ziekenhuizen Noord-Limburg haar plannen te laten heroverwegen casu quo rechtstreeks in te grijpen? Is de minister bereid van die mogelijkheden gebruik te maken? Zo ja, op welke wijze en met welk doel, en zo nee, waarom niet?

Vragen CDA-fractie


19.

Sedert begin jaren tachtig zijn er zestig tot zeventig ziekenhuisorganisaties, veelal van kleine omvang, door fusie opgegaan in grotere verbanden. Kan worden aangegeven in welke mate financieel-economische redenen, de budgetteringssystematiek van ziekenhuizen en kostenbeheersing hierbij een rol hebben gespeeld?


20.

Gesproken wordt van toenemende complexiteit van de zorg. Welke behandelingen in een klein ziekenhuis zoals Oldenzaal en Venray zijn als gevolg van dit feit nu niet mogelijk in vergelijking met twintig jaar geleden? Kunnen enkele voorbeelden worden gegeven?

Welk percentage van de zorgvraag in deze regio's betreft dit?


21.

Er zou sprake zijn van een «zware last in personele en budgettaire zin».

Wordt hiermee bedoeld dat de budgettering van de specialistische capaciteit alsmede de budgetteringssystematiek van ziekenhuizen als oorzaak kan worden aangemerkt?


22.

Door de beperkte adherentie kan het aantal uit te voeren verrichtingen van een bepaald soort te gering zijn voor meerdere specialisten. Welke veranderingen in adherentie en productie van bepaalde verrichtingen zijn er de laatste twintig jaar opgetreden, welke deze stelling kunnen onderbouwen? Kan een specificatie worden gegeven v.w.b. de Verloskunde/Gynecologie, Kindergeneeskunde en de Eerste Hulp functie v.w.b. de locaties Oldenzaal en Venray?


23.

Gesproken wordt over een zienswijze van sommige kleine ziekenhuizen dat alle pathologie in het «eigen ziekenhuis» ook behandeld kan worden. Waaruit blijkt dit? Kan inzicht gegeven worden in bijv. de ontwikkeling van verwijzingen naar grotere ziekenhuizen? Is hier sprake van een terugloop waar het de relatie Oldenzaal-Enschede en Venray-Venlo betreft?


24.

Complexe 24-uurszorg door specialistische verpleegkundigen is voor een klein ziekenhuis in feite niet realiseerbaar. Welke veranderingen hebben zich voorgedaan in Oldenzaal en Venray t.o.v. enkele jaren geleden die deze stelling kunnen onderbouwen?


25.

Er is een tendens waarneembaar in de ontwikkeling van interventiecentra en poliklinische- en dagbehandelingcentra. Welke invloed heeft deze ontwikkeling op de benodigde specialistische capaciteit in deze respectievelijke centra? Hoe verhoudt zich deze ontwikkeling met de opvattingen zoals in de MDW Nota Ziekenhuiszorg, waar meer vraaggestuurde zorg, ketenzorg en het ziekenhuis als maatschappelijke onderneming als beleidsdoelstelling wordt weergegeven?


26.

Er worden vijf oorzaken aangegeven die de trend versterken van fusies. Betekent dit dat het overheidsbeleid v.w.b. de aanbodsturing op het gebied van planning van de benodigde specialistische capaciteit heeft gefaald in de afgelopen jaren?


27.

Mede door de moeilijk te vervullen vacatures ziet de directie van het ziekenhuis Venlo/Venray geen kans meer om op beide locaties specialistische zorg te kunnen aanbieden.

Welke vacatures betreft dit? Is de oorzaak van deze vacatures afwijkend t.o.v. het algemeen tekort aan ziekenhuispersoneel in ons land? Komt door deze vacatures de zorg in deze regio meer in de knel dan elders in ons land (bijv. langere wachttijden)?


28.

Het plan «Oversteek» zal na de zomer definitief worden vastgesteld.

Bent u, daar waar een te stringente aanbodsturing van de overheid mede debet is aan de ontstane situatie Venlo/Venray, bereid om extra maatregelen te nemen om de ontstane knelpunten in Venlo/Venray op te lossen? Zo nee, waarom niet?


29.

Bent u op de hoogte van de productiegegevens v.w.b. Tweedelijnsverloskunde, Kindergeneeskunde en Eerste Hulp verrichtingen op de locatie Oldenzaal? Bent u, gelet op deze gegevens alsmede de gewenste aansluiting op de eerstelijnszorg, van mening dat het ziekenhuis Oldenzaal ook in deze functies volledig zal moeten voorzien?

In hoeverre spelen andere factoren, zoals bijv. de weigering van specialisten om in Oldenzaal klinisch werkzaam te zijn, een rol bij het volledig instandhouden van basisziekenhuiszorg in Oldenzaal?


30.

Verdeling van het zorgaanbod over de diverse locaties is primair de verantwoordelijkheid van de ziekenhuisorganisatie zelf. Deelt u de mening dat een goed bereikbare en toegankelijke gezondheidszorg mede een verantwoordelijkheid is van de Rijksoverheid?

Ziekenhuizen moeten zich meer gaan gedragen als maatschappelijke onderneming, en meer vraaggericht gaan werken. Op welke wijze kan en wil de minister dit bevorderen in de situatie die is ontstaan in Oldenzaal en Venray?

Vragen fractie van GroenLinks


31.

In de brief wordt het onderscheid gemaakt tussen interventiecentra voor complexe zorg en poliklinische of dagbehandelingen met mogelijkheden voor kort verblijf. In de laatste catego-rie vallen veel behandelingen in de verloskunde, de kindergeneeskunde en de spoedeisende hulp na ongevallen. Hoe is dit te rijmen met het zich terugtrekken van de kindergeneeskunde en de klinische achterwachtfunctie van de verloskunde en het vervallen van de 24uurs spoedeisende hulp in bijv. Oldenzaal en Venray?


32.

Hoe beoordeelt de minister de mening van betrokkenen in de regio dat de belangen van de bedrijfsvoering van het centrumziekenhuis en van de werkzame specialisten meer gewicht in de schaal dreigen te leggen dan de belangen van de adherente bevolking?


33.

Gesteld wordt dat de verdeling van het zorgaanbod over locaties primair een verant-woordelijkheid van de ziekenhuisorganisatie is. Hoe verhoudt zich dit tot de verantwoordelijkheid van de Rijks- en gemeentelijke overheid voor de toegang tot de zorg? Welke criteria hanteert u bij het overleg terzake?


34.

In de brief wordt gerefereerd aan de motie Buijs en de op handen zijnde rapportage van de Stuurgroep Modernisering Verloskunde. De minister zegt toe de Kamer te zullen informeren. De problemen van de relatie kleine vs. grote ziekenhuizen in de regio zijn echter reeds lang bekend en de besluitvorming in de regio dreigt sneller te gaan dan het overleg resp. de be-sluitvorming tussen minister en Kamer. Is de minister bereid de besturen van de ziekenhuizen in kwestie te verzoeken geen onom-keerbare besluiten te nemen totdat overeenstemming bestaat met de Kamer over de criteria voor bereikbaarheid gedurende 7 x 24 uur van de basisziekenhuiszorg?

Vragen SP-fractie


35.

In de brief wordt een ontwikkeling geschetst in de richting van interventiecentra en gedeconcentreerde poliklinische en dagbehandelingscentra waar een steeds groter deel van de medisch-curatieve zorg wordt verleend. U onderschrijft het uitgangspunt in de motie Buijs dat de ziekenhuiszorg goed bereikbaar moet zijn maar maakt daarbij onderscheid tussen kortdurende en complexe zorg. Zijn er ook niet vormen van complexe zorg die zo goed bereikbaar dienen te zijn dat ze ook in de gedeconcentreerde voorzieningen aanwezig moeten zijn?


36.

De overheid is verantwoordelijk voor een goede toegankelijkheid en dus bereikbaarheid van ziekenhuisvoorzieningen. Dient de overheid dan ook niet te formuleren wat tot de basale ziekenhuiszorg behoort en dus in elk ziekenhuis of gedeconcentreerde voorziening minimaal aanwezig hoort te zijn? Welke voorzieningen horen volgens u tot de basale ziekenhuiszorg?


37.

Samenvoeging van functies en locatie noemt u een (voorlopige) oplossing voor de krapte op de arbeidsmarkt. Betekent dit dat u die samenvoeging bij voldoende personeel in een aantal gevallen liever niet zag?


38.

In het St. Elisabeth Ziekenhuis dreigt de Eerste Hulp (buiten kantooruren), zorg voor Moeder en Kind en de cardiologie met intensive care te verdwijnen. Moeten deze functies niet als basale ziekenhuiszorg worden beschouwd?

Is het u bekend dat de huisartsen het verdwijnen van de eerste hulp niet kunnen opvangen en hoe dient dit dreigende hiaat te worden opgevangen? Is het u bekend dat de verloskundigen mede vanwege de nu al zware werkbelasting met het verdwijnen van gynaecologie en kindergeneeskunde een ernstige achteruitgang van de zorg vrezen? Hoe kan voorkomen worden dat met de sluiting van cardiologie geen extra risico's voor patiënten gelopen worden?


39.

In het Verloskundig Vademecum staat dat de verloskundige zorgverlener binnen 15 minuten bij de hulpvrager aanwezig dient te zijn of zorg moet dragen voor andere adequate hulp. U stelt dat indien acuut ziekenhuiszorg nodig is de ambulance binnen 15 minuten bij de patiënten moet kunnen zijn, is hiermee adequate verloskundige hulp binnen 15 minuten gegarandeerd?


40.

In Oldenzaal blijft de Spoed Eisende Hulp 7 x 24 uur open, tussen
17.00 en 8.00 zal echter niet meer geopereerd worden. Hiermee wordt de spoedeisende hulp dus in de praktijk buiten kantoortijden toch sterk beperkt? Hoe kan voorkomen worden dat door sluiting van de tweede lijn verloskunde geen extra risico's zal betekenen voor moeder en kind in de eerste lijn verloskunde?


41.

De regionale huisartsenvereniging Midden Twente vreest een overbelasting van het Streekziekenhuis Midden Twente indien de plannen met het ziekenhuis in Oldenzaal worden uitgevoerd. Wat is uw reactie hierop?


42.

Wat is uw mening over het feit dat de plannen van deze ziekenhuizen niet gedragen worden door de betrokken partijen in de regio zoals huisartsen en verloskundigen?


43.

De uitvoeringstoets is inmiddels aan het CBZ voorgelegd. Is het ook de bedoeling dat deze vaststelt welke functies tot de basale ziekenhuiszorg behoren? Is het CBZ ook gevraagd of zij de bestaande bouwregels willen doorlichten op eventuele prikkels die het voor de kleine ziekenhuizen moeilijk maken om te blijven functioneren als zelfstandige instelling, met suggesties voor aanpassing?


44.

In het algemeen overleg over ziekenhuiszorg hebt u gezegd dat ziekenhuizen als organisatie wel plannen kunnen maken maar dat deze vervolgend door u goed- of afgekeurd moeten worden. U vond het daarom van groot belang dat de overheid een boodschap brengt die door het volk gedragen wordt. In uw verzoek aan het CBZ schrijft u dat de spreiding van ziekenhuisvoorzieningen over Nederland een afgeleide is van besluiten van individuele instellingen. Voor fusie, samenwerking, concentreren en deconcentreren van functies is geen ministeriele goedkeuring vereist. Hoe kan de overheid haar verantwoordelijkheid voor een goede toegankelijkheid van ziekenhuiszorg dan waar maken?


45.

Wanneer verwacht u de resultaten van de uitvoeringstoets van het CBZ? Bent u bereid de ziekenhuisdirecties te vragen pas tot besluitvorming over te gaan nadat deze uitvoeringstoets is afgerond en nadat de notitie positionering algemene ziekenhuizen in de Kamer besproken is?

De voorzitter van de commissie,

Essers

De griffier van de commissie,

Teunissen

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie