Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuws Trimbos Instituut: dagcentra, jaarverslag, onderzoek

Datum nieuwsfeit: 12-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Trimbos Instituut

Nieuwsflits

10|00

Nummer 10, juli 2000

Dagactiviteitencentra in 10 jaar onmisbaar geworden Programma's in de GGZ
Indicatiestelling langdurige en meervoudige zorg Indicatiestelling forensische psychiatrie Utrechtse jongeren drinken en blowen meer Fact sheet Wet Bopz
Zomernummer MGv: thema Jeugdzorg
Jaarverslag 1999
Colofon

Homepage

Dagactiviteitencentra in 10 jaar onmisbaar geworden

Steeds meer mensen met ernstige psychische problemen krijgen, nu de inrichtingen steeds kleiner worden, 'zorg aan huis'. Zij hebben behoefte aan een vertrouwde plek waar zij anderen ontmoeten en actief hun dag doorbrengen. Daartoe zijn in de afgelopen tien jaar in vrijwel alle regio's dagactiviteitencentra (Dac's) opgericht voor (ex-)cliënten van de geestelijke gezondheidszorg. Wekelijks bezoeken in totaal circa 16.000 mensen een Dac, waarvan ruim eenderde (bijna) dagelijks. Men komt er voor de sociale contacten, de gezelligheid en voor tijdverdrijf. Maar ook 'iets willen leren' en 'voorbereiden op de toekomst' zijn redenen om het Dac te bezoeken.
Het Trimbos-instituut heeft onder een grote groep bezoekers van veertien Dac's onderzoek gedaan naar hun dagbesteding, levensomstandigheden en hun waardering van het Dac. Van de bijna vierhonderd personen die aan een eerste interviewronde hebben deelgenomen, deed driekwart na vijftien maanden mee aan een vervolginterview en beide keren was men over het algemeen goed te spreken over het Dac. Met name de functie van thuishaven en ontmoetingsplaats wordt zeer gewaardeerd: 87% bezocht bij de tweede meting nog steeds het Dac. Over het geheel genomen bleek er bij de tweede interviewronde weinig veranderd in de dagbesteding van de bezoekers. Wel hadden iets meer mensen een betaalde baan gekregen (een stijging van 10% naar 13%). Toch slaagde maar eenderde van de bezoekers er in om buiten het Dac actiever te worden. Deze bezoekers zijn in doorsnee iets jonger en optimistischer over de toekomst. Ook krijgen zij meer steun van familie en vrienden. En zij worden vaak intensiever begeleid door hulpverleners uit de geestelijke gezondheidszorg. Verder slagen bezoekers van Dac's die een activiteitenbemiddelaar in dienst hebben, er beter in om activiteiten elders te vinden. Overigens blijven ook degenen die buiten het Dac actief zijn in overgrote meerderheid gebruik maken van het dagactiviteitencentrum. Klaarblijkelijk blijft het Dac ook voor hen een belangrijke ruggensteun.
Het onderzoek onderstreept het grote belang van Dac's als sociale thuishaven voor grote groepen cliënten in de samenleving. Het is wel nodig om meer aandacht te besteden aan de functie van het Dac als opstap naar maatschappelijke participatie. Bezoekers moeten daarvoor meer gebruik kunnen maken van deskundige activiteitenbemiddeling en kunnen terugvallen op een stevig netwerk van ondersteunende hulpverleners, vrienden en familieleden.

Frank van Hoof, Dorea Ketelaars, Jaap van Weeghel: Dac in, Dac uit. Een longitudinaal onderzoek bij bezoekers van dagactiviteitencentra in de GGZ. Uitgave Trimbos-instituut. Trimbos-reeks 2000-10. Prijs ƒ 30,-.
Te bestellen bij de telefoniste van het Trimbos-instituut, tel: (030) 297 11 00.

* Jaap van Weeghel (030) 297 11 00

Programma's in de GGZ

In vrijwel alle regio's in Nederland wordt energie gestoken in zorgprogrammering. Daarbij blijkt er veel behoefte te bestaan aan landelijke richtlijnen en ondersteuning. Met het oog daarop is in november 1999 het Landelijk Project Programma's in de GGZ van start gegaan, als samenwerkingsproject van GGZ Nederland en het Trimbos-instituut. Eén van de eerste activiteiten in het kader van dat project is het opstellen van een gezaghebbend denkkader over GGZ-programma's, dat als richtlijn bij de zorgprogrammering in de regio gebruikt kan worden. De tekst wordt geschreven door Nico de Boer, die eerder de Handleiding GGZ-programma's voor het COPS schreef. Recentelijk is een concept-versie van de notitie Programma's als kader voor de GGZ naar vertegenwoordigers van allerlei doelgroepen gestuurd met het verzoek om commentaar op de tekst te leveren. Aan aanbieders, cliënten, familieleden, onderzoekers, verzekeraars, beleidsmakers is daarbij gevraagd vanuit hun eigen ervaringen met zorgprogrammering suggesties tot verbetering te geven ten aanzien van de concepttekst. Het ontvangen commentaar zal worden gebruikt om een definitieve tekst op te stellen. Deze tekst zal als gezamenlijke uitgave van GGZ Nederland en het Trimbos-instituut in het najaar van 2000 breed worden verspreid.

Geïnteresseerden in deze concept-tekst kunnen een exemplaar hiervan opvragen bij GGZ Nederland (030) 287 33 33, Ria Landaal of het Trimbos-instituut (030) 297 11 00, Henk Verburg.
* Henk Verburg (030) 297 11 00, Eugenie van Rest (030) 287 33 35
Indicatiestelling langdurige en meervoudige zorg

In het kader van het Ontwikkelingstraject indicatiestelling geestelijke gezondheidszorg (IOG) - een onderdeel van het Stimuleringsprogramma indicatiestellingproject (Stip) van het ministerie van VWS - startte eind 1999 in vier regio's pilots op het gebied van de langdurig zorgafhankelijke volwassenen- en ouderenzorg. Anders dan bij de indicatiestelling aan de voordeur, gaf de minister in 1999 aan dat op het gebied van de langdurige en meervoudige zorg voor GGZ cliënten samenwerking met de sector Verpleging & Verzorging (V&V) wellicht meerwaarde zou kunnen hebben. In de pilots is onderzocht of die meerwaarde er ook werkelijk is. De pilots zijn uitgevoerd door het bureau Hoeksma Homans en Menting (HH&M), in samenwerking met het Trimbos-instituut.
Het bureau HH&M heeft het deelonderzoek naar de organisatorische aspecten c.q. modellen voor samenwerking voor zijn rekening genomen. De belangrijkste vragen die het Trimbos-instituut onderzocht, zijn:
* Wat is de omvang van het aantal indicaties in de GGZ en bij de sector V&V en in hoeverre is er sprake van overlap?
* Bestaat er een inhoudelijke meerwaarde voor cliënten bij samenwerking tussen indicatiestellers van de GGZ en indicatieadviseurs van het RIO?

* Zo ja, geldt deze voor alle cliënten of alleen bij speciale cliëntgroepen, of in een bepaalde fase van het indicatieproces.
* Zijn er ook risico's verbonden aan een nauwere samenwerking?
Uit de resultaten van het onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt er een zekere inhoudelijke meerwaarde te bestaan als indicatiestellers uit de sector V&V en hulpverleners uit de GGZ samen indiceren voor cliënten met zowel somatische als psychiatrische problematiek. Deze co-morbiditeit heeft namelijk vaak tot gevolg dat er bij cliënten sprake is van beperkingen op meerdere levensterreinen. Maar deze groep vormt slechts een minderheid van de cliënten die bij LZA-commissies of RIO's worden geïndiceerd. Onder andere daarom wordt de noodzaak om gezamenlijk te indiceren door de twee sectoren verschillend ervaren. Uit het onderzoek van het bureau HH&M blijkt dat er in het veld op dit moment veel draagvlak is voor inhoudelijke, operationele samenwerking rond bovengenoemde cliëntengroep, maar dat men weinig animo heeft voor nieuwe organisatorische constructies.

Het rapport (nummer AU. 0160) is tegen kostprijs (ƒ 20,--) te bestellen bij het Trimbos-instituut (030) 297 11 00.
* Simone van de Lindt (030) 297 11 00

Indicatiestelling forensische psychiatrie

Het Trimbos-instituut begeleidt in opdracht van het ministerie van VWS enkele pilots in de forensische psychiatrie. De doelstelling van deze pilots is te komen tot een objectieve, transparante en tegelijkertijd praktische procedure voor indicatiestelling en plaatsing van forensisch-psychiatrische patiënten (conform IOG-model). Het betreft zowel de plaatsing van gedetineerden met ernstig psychische problemen in het gevangeniswezen naar de GGZ als TBS-gestelden die aan het eind van hun behandeling kunnen doorstromen naar GGZ-voorzieningen. De pilots worden uitgevoerd in de arrondissementen Arnhem en Amsterdam. Er zal gebruik worden gemaakt van een screeningsinstrument dat in opdracht van de ministeries van VWS en Justitie is ontwikkeld door de Werkgroep medisch noodzakelijke zorg. Ook wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de reeds bestaande indicatiecommissies voor langdurig zorgafhankelijken (LZA). In de pilot zal het LZA-protocol worden getest op de bruikbaarheid voor de doelgroep uit de forensische psychiatrie.
In beide regio's zijn inmiddels de patiëntenstromen van justitie naar GGZ globaal in kaart gebracht en zijn gesprekken gevoerd met de betrokken partijen. Op dit moment worden de indicatiecommissies in de pilotregio's samengesteld. Daarna wordt het screeningsinstrument 'medisch noodzakelijke zorg' en de vragenlijst van het protocol langdurig zorgafhankelijken getoetst aan de hand van recente casuïstiek. De geformeerde indicatiecommissies in de regio's zullen op basis van de schriftelijke informatie discussiëren over de noodzaak en mogelijkheden voor overplaatsing. Zij doen ook aanbevelingen voor het verbeteren van de screeningsinstrumenten en het Protocol Indicatiestelling in de forensische zorg van het IOG (juni 1999). Bij een gunstig oordeel kan daarna in de pilotregio's worden begonnen met de nieuwe werkwijze. Daarna komt de landelijke invoering in beeld. De pilots worden begeleid door Ella Broers van het Trimbos-instituut en een breed samengestelde stuurgroep. De stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de ministeries van VWS en Justitie, de IGZ, de Stichting Reclassering Nederland, de FPD's, de penitentiaire inrichtingen, de TBS-klinieken, GGZ Nederland en enkele GGZ-instellingen.

* Ella Broers tot 1 augustus (030) 297 11 00, daarna (070) 340 73 07
Utrechtse jongeren drinken en blowen meer

Utrechtse jongeren (16-24 jaar) drinken meer en roken meer hasj en wiet dan leeftijdgenoten van Rotterdam of Parkstad Limburg. Ook gebruiken Utrechtse jongeren meer XTC dan in de twee andere steden. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de Regio en Steden Monitor Alcohol en Drugs (MAD), een pilotstudie in drie regio's waarin het alcohol- en drugsgebruik met elkaar is vergeleken. Het ministerie van VWS heeft opdracht verleend om door middel van de MAD een landelijk bruikbare standaard te ontwikkelen, die het mogelijk maakt om een brug te slaan tussen monitoringactiviteiten van diverse instellingen in een stad of regio.
Eind juni verschenen er twee rapporten die een beeld geven van het alcohol- en druggebruik in de gemeente Utrecht. De gevonden resultaten zijn in het kader van de MAD vergeleken met de cijfers van Rotterdam en Parkstad Limburg (Heerlen, Kerkrade, Brunssum, Landgraaf en enkele kleinere gemeenten).
Uit het rapport Alcohol- en druggebruik in de gemeente Utrecht van het Trimbos-instituut blijkt dat het percentage zwaardere drinkers (zes of meer glazen alcohol per dag) in Utrecht 18% is, hoger dan in Parkstad Limburg (10%) en Rotterdam (15%). Met name in de categorie jongeren van 16-24 jaar telt Utrecht nogal wat 'probleemdrinkers'. Die problemen kunnen liggen op het gebied van psychische afhankelijkheid, sociale relaties, gezondheid en werk. Toch zoeken maar heel weinig mensen hulp voor alcoholproblemen. Jongeren drinken door de week minder dan ouderen, maar hun totale consumptie ligt hoger. Zij zijn in belangrijke mate weekenddrinkers.
Cannabisproducten als hasj en wiet zijn de meest gebruikte drugs in Utrecht, daarna volgt XTC. In totaal gebruikte 12% van de Utrechters het afgelopen jaar cannabis en 2% XTC. In Utrecht wordt door 24% van de jongeren cannabis gebruikt, aanzienlijk meer dan in Rotterdam (15%) of Parkstad Limburg (16%). En dat geldt ook voor XTC: Utrecht 5%, Rotterdam 3,5% en Parkstad Limburg 3,5%. Cannabis wordt ook nog gebruikt door 'oudere' Utrechters, maar XTC-gebruik komt boven de 34 nauwelijks meer voor. Deze bevindingen komen overeen met die van het CEDRO (Centrum voor Drugsonderzoek van de Universiteit van Amsterdam) uit 1997.
De IVO-publicatie Utrechtse druggebruikers: een jachtig bestaan brengt het (bijna) dagelijks gebruik van harddrugs (met uitzondering van XTC) in de Domstad in kaart. Geschat wordt dat Utrecht momenteel een 'straatgroep' heeft van 500 à 600 gebruikers van heroïne en cocaïne. Bijna de helft van deze gebruikers (45%) is dakloos; dat is veel in vergelijking met Rotterdam (22%) en Parkstad Limburg (36%). Bijna iedereen gebruikt heroïne en cocaïne, de helft gebruikt (ook) methadon en iets meer dan de helft ook cannabis. Een deel gebruikt daarnaast ook alcohol. De meeste Utrechtse gebruikers kopen hun drugs op straat (86%); dat is meer dan in Rotterdam (48%) en Parkstad Limburg (75%).
Jacqueline Verdurmen: Alcohol- en druggebruik in de gemeente Utrecht. Uitgave Trimbos-instituut. MAD-publicatie 8. ISBN 90-5253-321-0. Prijs ƒ 15,- (incl. verzendkosten).
Te bestellen bij het Trimbos-instituut, tel. (030) 297 11 00.
Ireen de Graaf, Janine Wildschut, Dike van Mheen: Utrechtse druggebruikers: een jachtig bestaan. Uitgave: Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving (IVO). MAD-publicatie 6. ISBN 90-74234-28-3. Prijs ƒ 15,- (incl. verzendkosten). Te bestellen bij het IVO, tel. (010) 425 33 66.
* Jaap Toet (030) 297 11 00

Fact sheet Wet Bopz

Het ministerie van VWS heeft in samenwerking met het Trimbos-instituut een fact sheet over de Wet Bopz gemaakt. 'Bopz' staat voor: Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. De Wet Bopz geeft regels voor de onvrijwillige opneming in psychiatrische ziekenhuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische verpleeghuizen. Behalve over de inhoud van de wet geeft de fact sheet ook beknopte informatie over de voorgeschiedenis van de wet, de evaluatie, het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de evaluatie, verkommerden en verloederden, de verhouding van de Wet Bopz tot de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) en de financiering.
Wat de inhoud van de wet betreft wordt aandacht besteed aan de volgende punten: de criteria voor onvrijwillige opneming, de procedures, verlof en ontslag, de rechten van de patiënt tijdens het onvrijwillig verblijf, behandelplan, informatie en toestemming, dwangtoepassing, vrijheidsbeperking en klachtrecht.
Gelijktijdig met de Nederlandstalige versie verschijnt ook een Engelstalige versie van deze fact sheet. Bestellingen bij de telefoniste van het Trimbos-instituut (030) 297 11 00. De eerste drie exemplaren zijn gratis; daarboven ƒ 2,50 per stuk.
* Hanneke van de Klippe (030) 97 11 00

Zomernummer MGv: thema Jeugdzorg

Het zomernummer van het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv 00-7/8) is een themanummer over de jeugdzorg onder redactie van Ph.D.A. Treffers.
Op 26 juni besprak de Tweede Kamer het Beleidskader Wet op de jeugdzorg, een nota waarin het kabinet de contouren schetst van een nieuwe, geïntegreerde jeugdzorg. Al jarenlang wordt geroepen om één laagdrempelige voorziening waar ieder met problemen van opvoeden of opgroeien terecht kan. Over de plaats of functie van zo'n nieuw Bureau Jeugdzorg verschillen de meningen echter. Het kabinet blijkt daar anders over te denken dan de Adviescommissie Wet op de Jeugdzorg (de 'Commissie Günther'). Ook de Kamer had veel kritiek op het 'rapport Gunther', maar ze stemt er - anders dan het kabinet - wel mee in dat het Bureau Jeugdzorg ook als 'zorgaanbieder' moet dienen. De discussie over de jeugdzorg is dus nog niet gesloten.
In MGv 00-7/8 wordt onderzocht waar de plannen voor een integrale jeugdzorg vandaan komen en waar ze toe zullen leiden. Wat staat er voor de GGZ op het spel?
Ter inleiding schetsen themaredacteur Ph.D.A. Treffers en David Bos de herkomst en strekking van de voorstellen die nu ter tafel liggen. 'Het is moeilijk een voortgaande lijn te ontdekken,' concludeert ook F. Verheij. De auteur prijst de Commissie Günther voor haar bescheidenheid: terecht erkent ze dat jeugdzorg eenvoudig moet, maar nooit eenvormig kan zijn.
De samenwerking tussen jeugd-GGZ en de Bureaus Jeugdzorg-oude stijl verloopt volgens het Beleidskader 'inmiddels uitstekend'. Onderzoekers Carolien Konijn (Trimbos-instituut) en Tom van Yperen stellen echter vast dat de vormen waarin die samenwerking gestalte krijgt sterk uiteen lopen. Welke vorm wil de overheid nu bevorderen? Integratie in de jeugdzorg komt volgens J. Stelwagen niet ten goede aan de kwaliteit en identiteit van de jeugd-GGZ. En zijn de toegankelijkheid van de jeugdzorg en de regionale samenwerking wel gediend met een provinciaal Bureau? Zowel het kabinet als de Commissie Günther zegt te streven naar meer 'vraagsturing' in de jeugdzorg. Ido Weijers en Bas Levering onderwerpen die ideologie aan een kritische analyse. Wie is de 'hulpvrager' die men op het oog heeft? Hoe 'vraaggestuurd' kan, bijvoorbeeld, kinderbescherming ooit zijn? Wie vraag en aanbod, preventie en curatie, jeugdzorg en algemeen jeugdbeleid nauwer met elkaar in verband wil brengen, kan volgens Dirck van Bekkum en Tonny Filedt Kok-Weimar niet om de jeugdgezondheidszorg heen. Kinderrechter F.A. van Reijt mist iets in het debat: 'het bewustzijn dat het morgen voor een kind te laat kan zijn'. Het Bureau dat nu op stapel staat lijkt veeleer het product van 'een spel om de macht en de portemonnee'.
Tot besluit van dit themanummer schetst Treffers de, zijns inziens, funeste gevolgen van het plan - waarvan de Commissie Günther juist afstand had genomen - om heel de jeugd-ggz onder het bereik van de Wet op de jeugdzorg te brengen. Is dit niet, ook voor de volwassenen-ggz, het begin van het einde?

Het Maandblad Geestelijke volksgezondheid is een uitgave van het Trimbos-instituut in samenwerking met Bohn StafleuVan Loghum. Het heeft een onafhankelijke redactie. Losse nummers zijn te bestellen bij BSL Klantenservice, Postbus 246; 3990 GA Houten; tel.: 030-6385700; fax: 030-6385839; e-mail: (klantenservice@bsl.nl)
* David Bos (030) 297 11 00

Jaarverslag 1999

Begin juli verscheen het Jaarverslag 1999 van het Trimbos-instituut. Meer dan honderd pagina's met informatie over de activiteiten, producten en (onderzoeks)resultaten van het Trimbos-instituut in het afgelopen jaar. In het eerste hoofdstuk worden de activiteiten beschreven die vallen onder de noemer 'Kennissynthese en -overdracht', zoals de nieuwe afdeling Informatie en Signalementen, het Bureau Nationale Drugsmonitor, deskundigheidsbevordering en internationalisering. In hoofdstuk 2 worden de activiteiten van de afdeling 'Monitoring en epidemiologie' beschreven, terwijl in hoofdstuk 3 en 4 respectievelijk de afdelingen 'Preventie' en 'Zorg' aan de orde komen. Hoofdstuk 5 gaat over 'vermaatschappelijking' en wat het Trimbos-instituut op dat terrein voor activiteiten heeft ondernomen. In hoofdstuk 6 volgen in kort bestek de 'highlights' van het afgelopen jaar, verzameld op basis van persberichten en Nieuwsflitsen, terwijl het Jaarverslag eindigt met enkele informatieve bijlagen over onder andere de Uitgaven in de Trimbos-reeks, enkele organisatiegegevens en de balans en exploitatierekening.

Het Jaarverslag 1999 wordt automatisch toegestuurd aan de ontvangers van Nieuwsflitsen en is daarnaast los te bestellen bij het Trimbos-instituut (030) 297 11 00.

* Peter Stark (030) 297 11 12

10|00

Nummer 10, juli 2000

Colofon

Het Trimbos-instituut is een onafhankelijk landelijk kenniscentrum met als doel de geestelijke gezondheid van mensen te bevorderen. De Trimbos Nieuwsflitsen voorzien mensen die betrokken zijn bij de GGZ en Verslavingszorg kort en bondig van informatie over activiteiten, diensten, producten en resultaten van het Trimbos-instituut. Nieuwsflitsen mag vrijelijk worden gekopieerd en verspreid.

Redactie

Henk Maurits,
email: (hmaurits@trimbos.nl)
Henk Verburg,
e-mail: (hverburg@trimbos.nl)

Opmaak

Heidie Wisselo

Adreswijzigingen

Peter Stark,
e-mail: (pstark@trimbos.nl)

Belangrijke telefoonnummers

Bestellingen 030 297 11 00
Bibliotheek 030 297 11 17
Mediatheek 030 297 11 13
Helpdesk Preventie (LSP/LOP) 030 297 11 51
Drugs Informatie Lijn 0900-1995

Trimbos-instituut
Netherlands Institute of Mental Health and Addiction Da Costakade 45
Postbus 725 3500 AS Utrecht
Telefoon (030) 297 11 00
Fax (030) 297 11 11


Copyright © 1999 Trimbos-instituut All rights reserved.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie