Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Justitie over incident tijdens EK finale

Datum nieuwsfeit: 13-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief Justitie en bzk incident tijdens ek finale
Gemaakt: 18-7-2000 tijd: 11:58


5


26227 Organisatie EK2000

Nr. 32 Brief van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2000

Hierbij informeren wij u, mede namens de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de gebeurtenissen die op 2 juli hebben plaatsgevonden tijdens de EK-finale te Rotterdam.

Aanleiding

De Stichting Euro 2000 heeft, nadat de Italiaanse deelname aan de finale bekend was, achtduizend toegangskaarten beschikbaar gesteld aan de Italiaanse voetbalbond. Hiervan heeft de Italiaanse voetbalbond 340 kaarten verkocht aan de gehandicaptenvereniging Unitalsi. Het Feijenoord-stadion telt 50 plaatsen voor gehandicapten. Daarvan was volgens de Stichting Euro
2000 16 % beschikbaar voor de Italiaanse voetbalbond, hetgeen neerkomt op 8 plaatsen.

Twee dagen voor de finale heeft Rotterdam Airport bericht ontvangen vanuit Italie dat een speciale vlucht met 150 gehandicapten zou arriveren, waarvan vijf gehandicapten zouden behoren tot de categorie, waarvoor constante hulp noodzakelijk is. Voor deze vijf gehandicapten is dan ook door Rotterdam Airport assistentie gevraagd en geregeld. Bij aankomst bleek het te gaan om ongeveer 140 gehandicapten met even zoveel ouders en/of begeleiders. Bovendien bleek een groot deel ook ernstig gehandicapt te zijn en constante hulp nodig te hebben. De gehandicapte passagiers zijn door de twee medewerkers van de ambulancedienst, met hulp van de meegereisde begeleiders, overgeplaatst in reguliere touringcars, die door Unitalsi enkele dagen daarvoor waren besteld. In deze touringcars bevonden zich geen speciale voorzieningen voor gehandicapten.

Hoewel het aantal gehandicapten de hoeveelheid beschikbare plaatsen voor gehandicapten in het stadion ruimschoots te boven ging is bij aankomst in het stadion besloten om de groep toch toe te laten. Omdat het vak waarvoor men kaarten had (VV) niet specifiek was ingericht voor het plaatsen van gehandicapten (met rolstoel) is uit veiligheidsoverwegingen besloten een groot aantal gehandicapten te plaatsen in de vakken V en W op de begane grond langs de «lange zijde» van het veld.

Het plaatsen van de gehandicapten in het vak VV en de aanwezigheid daar van een Italiaanse cameraploeg heeft geleid tot een aantal incidenten. Naar aanleiding hiervan is een onderzoek ingesteld door de hoofdofficier te Rotterdam.

In het onderstaande zullen wij hier uitgebreid op in gaan.

Alvorens dat te doen hechten wij er aan te benadrukken dat voorafgaand aan Euro 2000 de verschillende politiekorpsen in nauw overleg met ons in Nederland en België afspraken hebben gemaakt over de manier van optreden tijdens het Europees kampioenschap voetbal. Als uitgangspunt is geformuleerd dat de politie zich neutraal opstelt, maar bij elke ordeverstoring direct en zonder aanziens des persoons optreedt om zo mogelijk escalatie te voorkomen. Door de politie Rotterdam-Rijnmond zijn in dat kader ook afspraken gemaakt over de orde handhaving in het stadion, die erop neerkomen dat binnen het stadion in geval van problemen in eerste instantie de stewards en beveiligingsfunctionarissen optreden en dat de politie bijstand verleent wanneer daarom wordt verzocht.

Tijdens de finale was sprake van omstandigheden die het noodzakelijk maakten extra strikte afspraken te maken omtrent de beveiliging en het optreden bij eventuele problemen, namelijk een serieus te nemen bericht over bedreigingen van het Franse elftal en de aanwezigheid van een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders, onder wie diverse staatshoofden en leden van koninklijke huizen. De hoogwaardigheidsbekleders waren ondergebracht in sector 3 van het stadion. In deze sector bevindt zich ook de plaats waar de incidenten aanvingen. Afgesproken was verscherpt toezicht uit te oefenen op de verstrekte accreditaties mede naar aanleiding van gebleken misbruik eerder in het toernooi. Dit gold in het bijzonder voor personeel van RAI Uno, omdat tijdens het begin van het toernooi onder meer stickers voor camera's van RAI Uno waren gestolen, die ook geldig waren voor de finale.

De gebeurtenissen in het stadion

De hieronder weergegeven reconstructie van de feitelijke gang van zaken is in overwegende mate gebaseerd op het voorhanden zijnde beeldmateriaal en wordt ondersteund door en waar nodig aangevuld met informatie uit door betrokkenen en anderen afgelegde verklaringen.

Doordat de gehandicapte supporters om het vak VV te bereiken een achttal trappen opgedragen moesten worden, werd de doorstroming van de overige (niet rolstoelrijdende) supporters door hun begeleiders naar hun zitplaatsen bemoeilijkt, waardoor opstoppingen rondom de trappen ontstonden.

Tussen de stroom supporters bevond zich een Italiaanse cameraploeg (drie medewerkers van de RAI) bestaande uit een cameraman, een assistent voor geluid en apparatuur en een verslaggever. Deze ploeg wilde opnamen maken van de voornoemde situatie.

Bij de stewards en bij een van de aanwezige officials van de Stichting EURO
2000 bestond - onder meer op grond van uitroepen van een aantal gehandicapten («No filming, no filming») en «stop»-gebaren van begeleiders van de gehandicapten - de indruk dat de gehandicapte toeschouwers niet wilden worden gefilmd. Achteraf beschouwd werd door middel van bedoelde gebaren waarschijnlijk echter getracht duidelijk te maken dat men moest stoppen met het naar boven dragen van meer gehandicapten omdat een onverantwoorde situatie dreigde te ontstaan. De co-supervisor en de stewards maakten daarop aan deze cameraploeg duidelijk, dat zij niet mochten filmen, omdat de gehandicapten en hun begeleiders dat niet wilden. De supervisor van de stewards verzocht daarop de co-supervisor de accreditatie van de cameraman te controleren. Diens accreditatiepas pas bleek voorzien te zijn van de aanduiding «pitch» waaruit de co-supervisor -achteraf ten onrechte- concludeerde dat uitsluitend op het veld gefilmd mocht worden. Hij verwees de cameraploeg daarom naar het veld. De cameraploeg volgde de aanwijzingen om te stoppen met filmen en naar het veld te gaan niet op.
Tussen de stewards en de cameraploeg onstond een discussie of de stewards hen het filmen mochten beletten. De co-supervisor van de stewards waarschuwde vervolgens de cameraploeg dat hij de accreditatie ongeldig zou verklaren indien niet gestopt werd met filmen. De cameraploeg negeerde deze waarschuwing, waarop de co-supervisor besliste dat hij de accreditatiekaarten zou afnemen. Vanwege de ontstane verergering van de opstoppingen en het daardoor ontstane risico voor de veiligheid van de toeschouwers maakte de co-supervisor de filmploeg duidelijk dat deze zich naar de naastgelegen tweede sector moesten begeven. Toen de ploeg aan deze aanwijzing geen gevolg gaf, begeleidden de stewards de filmploeg met zachte dwang naar een naastgelegen sector. De verslaggever werd hierop boos en uitte dit verbaal. Door de verslaggever werd vervolgens een kopstootbeweging gemaakt naar de co-supervisor. Daarmee was naar zijn oordeel de verslaggever te ver gegaan en besloot hij hem aan de politie over te dragen. Door de stewards werd hierop bij twee leden van de filmploeg de accreditatiepas ingenomen.

Wij merken daarbij op dat de journalisten aanwezig zijn in het stadion op grond van hun accreditatie, waaraan van tevoren bekendgemaakte regels en voorschriften zijn verbonden. Zo bepaalt artikel 7 van de General Terms and Conditions of Accreditation for Euro 2000 onder meer dat aanwijzingen van stewards en beveiligingspersoneel en bevelen van de politie onmiddellijk opgevolgd dienen te worden. Bij niet voldoen aan de voorwaarden kan op grond van artikel 13 onder meer verwijdering uit (enig deel) van het stadion volgen en vervalt de geldigheid van de accreditatie. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft kunnen de stewards en het beveiligingspersoneel overgaan tot het innemen van een accreditatie.

De co-supervisor vorderde vervolgens de leden van de cameraploeg wegens de overtreding van de eerdergenoemde General Terms het stadion te verlaten en verzocht de politie de ploeg uit het stadion te verwijderen. In het tumult rukte de geluidsman de accreditatiepas van een steward af en liep daarmee weg. Daarop werd de man door de steward bij de schouder gegrepen. De politie beval de leden van de cameraploeg het stadion te verlaten. Ook aan dit bevel werd geen gehoor gegeven. Dit resulteerde in de aanhouding van de geluidsman.

Tegelijkertijd werd door de verslaggever een op een kopstoot gelijkende beweging gemaakt in de richting van het hoofd van een steward. Hij raakte de steward niet. Hierop werd ook de reporter aangehouden, vanwege het niet opvolgen van het bevel van de politie om zich te verwijderen alsmede vanwege het maken van de kopstootbeweging. Hij werd door de politieambtenaar, bijgestaan door de betrokken steward, verwijderd richting de Arrestantenafhandelingsruimte (Araf).

De geluidsman pleegde geen verzet. De verslaggever rukte zich los uit de greep van de steward en vervolgens van de politieagente en maakte opnieuw een kopstootachtige beweging. Daarop werd door een andere steward een zogenoemde opbrenggreep toegepast, waarna de verslaggever tegen de grond werd gewerkt en hij door politieagenten kon worden geboeid. De verslaggever verzette zich hiertegen hevig en liep daarbij een verwonding aan het hoofd op. Hij is vervolgens naar de Araf overgebracht.

Dit incident leidde tot bemoeienis van andere aanwezige Italiaanse journalisten. Hierop werd door een beveiligingsmedewerker met een wapenstok geslagen naar een hand die reikte in de richting van de politieagenten. Enige momenten later werd door deze beveiligingsmedewerker een slaande beweging gemaakt naar journalisten die dicht op het incident stonden.

Ondertussen was spoedassistentie gevraagd aan de politie en vormde de politie een linie tussen de Araf en het publiek. Toeschouwers en journalisten drongen zich op tegen deze linie. Door politieambtenaren werd - ondersteund door gebaren - gevorderd dat men zich moest verwijderen. Nadat een van de journalisten een kopstootbeweging maakte in de richting van een politieagent, werd deze aangehouden, waarbij een worsteling ontstond. Op dat moment mengde zich een andere journalist fysiek in de aanhouding hetgeen onder meer bestond uit het maken van een slaande beweging in de richting van een van de aanhoudende politieagenten. Deze journalist werd eveneens aangehouden. Hetzelfde geldt voor een andere medewerker van de RAI die zich mengde in de aanhouding. Hierop is van de zijde van de politieagenten in de linie eveneens geweld toegepast ter ontzetting van de aangevallen agent. Dit geweld bestond uit een vuistslag in het gelaat van een van de Italianen. Een van de Italianen trachtte de aanhouding van de journalist eveneens te beletten, onder meer door te slaan en te trappen tegen de politieagenten. Hierop zijn door een van de agenten slagen met de wapenstok gegeven op de arm en het onderbeen van de aanvaller.

Daarnaast werd een medewerkster van de RAI aangehouden wegens het niet voldoen aan een vordering zich te verwijderen. De zevende arrestant tenslotte was de cameraman van de filmploeg, eveneens wegens het niet voldoen aan een vordering zich te verwijderen.

Bij dit tweede incident raakte een aantal politieambtenaren licht gewond.

Onderzoek

Na de aanhoudingen is een strafrechtelijk onderzoek gestart. Het strafrechtelijk onderzoek richtte zich primair op de tegen de Italiaanse verdachten gerezen verdenkingen. Ook richtte het onderzoek zich op het optreden van de stewards, de beveiligingsfunctionarissen en de politie-ambtenaren.

Op de Araf-locatie is meteen begonnen met het onderzoek naar de strafbare feiten waarvan de zeven arrestanten werden verdacht. Hiertoe zijn stewards, politieambtenaren en een tweetal Italiaanse getuigen gehoord. Tevens is aangeboden beeldmateriaal bekeken en zijn de verdachten met behulp van een Italiaanse tolk gehoord.

Rond 19.30 uur meldden zich de vice-ambassadeur van Italië en het hoofd security van de ambassade bij de Araf-locatie. De vice-ambassadeur werd aanvankelijk te woord gestaan door de opsporingsambtenaar die met het onderzoek was belast, die hem op de hoogte bracht van de stand van zaken betreffende de aanhouding van de drie RAI-medewerkers. Tijdens dit gesprek sloot de in het stadion aanwezige officier van justitie zich aan. De vice-ambassadeur verzocht om de Italiaanse verdachten te kunnen spreken. De officier van justitie gaf daarop aan dat gelet op de fase waarin het onderzoek zich bevond een gesprek van de Italiaanse verdachten met anderen dan rechercheurs niet raadzaam was. Hij gaf aan dat, zodra het onderzoek in een fase zou zijn gekomen dat dit wel kon worden toegestaan, hij de vice-ambassadeur daarvan op de hoogte zou brengen. De officier gaf tevens aan dat een gesprek tussen de vice-ambassadeur en de Italiaanse verdachten in ieder geval zou kunnen plaatsvinden indien deze in verzekering zouden worden gesteld. Daarnaast gaf hij aan dat een nauwkeurig onderzoek nodig vereist was en dat met de grootst mogelijke voortvarendheid aan het onderzoek zou worden gewerkt.

Omstreeks 21.00 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen de vice-ambassadeur en de officier van justitie. Daarbij vroeg de vice-ambassadeur om bevestiging van het bericht dat zeven medewerkers van de RAI waren aangehouden. De officier bevestigde dit. Daarnaast vroeg de officier van justitie of de vice-ambassadeur wilde bewilligen in het verstrekken van mogelijk beeldmateriaal. Hierbij werd gedoeld op beeldmateriaal over de incidenten en beeldmateriaal gemaakt van de Italiaanse gehandicapten bij de opgang naar vak VV. De vice-ambassadeur zegde toe zich hiervoor te zullen inspannen.

Door tussenkomst van de Italiaanse vice-ambassadeur werden later op die avond twee banden overgedragen met beeldmateriaal van de aanhoudingen Over de herkomst van het materiaal valt niet met zekerheid te berichten.

Door de vice-ambassadeur werd een tweetal namen aangeleverd van Italianen die zouden kunnen getuigen. Met een van hen is door de politie tevergeefs telefonisch contact gezocht. De andere persoon is door de politie gehoord.

Om 21.45 uur werd de enige vrouwelijke verdachte heengezonden. Aan haar is een transactie-aanbod gedaan terzake van overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht (niet voldoen aan een ambtelijk bevel), dat zij heeft aanvaard en ter plaatse heeft betaald.

Na de wedstrijd verzocht de ambassadeur van Italië in Nederland een gesprek met de officier van justitie. De officier van justitie heeft de ambassadeur in de Araf-locatie ontvangen en met hem in aanwezigheid van de plaatsvervangend korpschef gesproken. De ambassadeur verzocht de officier van justitie om de medewerkers van de RAI in vrijheid te stellen en ze aan hem over te dragen. De officier van justitie heeft de ambassadeur aangegeven dat hij gelet op de stand van het onderzoek de aangehouden personen nog niet in vrijheid kon stellen, maar dat hij voor 1.00 uur de beslissing zou nemen over de voorzetting van de detentie en dat hij de ambassadeur direct van zijn beslissing in kennis zou stellen.

Om 00.45 uur nam de officier van justitie de beslissing dat de Italiaanse verdachten konden worden heengezonden en dat het onderzoek zou worden voortgezet. Hierop is contact opgenomen met de ambassadeur teneinde de beslissing te kunnen meedelen. In de Araf-locatie heeft de officier van justitie de ambassadeur, in gezelschap van de vice-ambassadeur en het hoofd security, verteld dat de medewerkers van de RAI in vrijheid zouden worden gesteld, maar dat de beslissing over eventuele vervolging later zou worden genomen.

De officier van justitie heeft tevens medegedeeld dat het onderzoek zou worden voortgezet. De officier van justitie heeft aansluitend, in aanwezigheid van de ambassadeur, een gesprek gevoerd met de president van de RAI en zijn beslissingen meegedeeld. Aan de president van de RAI vroeg hij of deze er aan zou willen meewerken om, indien nodig, de aangehouden medewerkers nogmaals te laten horen door politieambtenaren.

De verdachten hebben tussen 1.00 uur en 2.00 uur de Araf-locatie verlaten, nadat de formaliteiten dienaangaande waren voldaan.

Diezelfde avond zijn afspraken gemaakt tussen Openbaar Ministerie en de korpsleiding over het formeren van een rechercheteam, dat het onderzoek met voortvarendheid ter hand zou nemen. Vanaf maandag 3 juli zijn de verstrekte en inbeslaggenomen banden bestudeerd en zijn de direct bij het incident betrokkenen en anderen (zoals functionarissen van Stichting Euro 2000, stadionfunctionarissen, enkele leden van de steward-organisatie, beveiligingsfunctionarissen politie-ambtenaren en een aantal getuigen) gehoord.

Daarnaast heeft technisch onderzoek en analyse plaatsgevonden van het verkregen video-materiaal

Op 12 juli werd namens de zeven Italiaanse verdachten een aangifte ontvangen terzake van (zware) mishandeling, openlijke geweldpleging, wederrechtelijke vrijheidsberoving en belediging. Deze aangifte richt zich tegen zowel stewards, beveiligingsfunctionarissen als politieambtenaren. Conclusies Het bovenstaande geeft ons aanleiding de volgende conclusies te trekken: De aanleiding tot de incidenten is in eerste instantie gelegen in de niet aangekondigde komst van een grote groep gehandicapten met plaatsbewijzen voor niet voor deze gehandicapten geschikte plaatsen. Op grond van het verrichte onderzoek van het OM kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Met betrekking tot de Italiaanse verdachten Alles overziende kan worden geconstateerd, dat de aangehouden verdachten zich niet hebben gehouden aan de voorwaarden verbonden aan de accreditatie, namelijk dat aanwijzingen van stewards en beveiligingspersoneel onmiddellijk moeten worden opgevolgd. Vervolgens hebben zij niet voldaan aan de bevelen van de politie om zich te verwijderen waardoor zij verdacht werden van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel (zoals omschreven in artikel
184 van het Wetboek van strafrecht) en/of het zich met geweld of bedreiging met geweld verzetten tegen een ambtenaar (wederspannigheid, artikel 180 Wetboek van strafrecht). Het openbaar ministerie heeft, hoewel er sprake is van strafbare feiten, besloten de strafzaken tegen de zeven verdachten te seponeren, op grond van de volgende omstandigheden. Weliswaar kan naar het oordeel van het Openbaar Ministerie wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van artikel 180 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, maar de opportuniteit van de strafvervolging en de eventuele strafwaardigheid wordt mede bepaald en beinvloed door de hectiek bij de aanvang van de gebeurtenissen en de aldaar ontstane onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden van stewards en beveiligingspersoneel. Dit gold in het bijzonder ten aanzien van het geven van een aanwijzing strekkende tot het ophouden met filmen. Daarenboven dient meegewogen te worden dat de aanhouding en de daarop gevolgde onderzoeken, alsmede de onmogelijkheid om tijdens de finale hun journalistieke werkzaamheden voort te zetten, bij de Italiaanse verdachten aanzienlijke psychische en emotionele effecten teweeg hebben gebracht.

Met betrekking tot het optreden van stewards en beveiligingspersoneel

Op grond van de General Terms and Conditions of Accreditation for Euro 2000 hebben stewards en beveiligingspersoneel de bevoegdheid aanwijzingen te geven aan geaccrediteerden. De journalisten hebben deze aanwijzingen niet opgevolgd en hebben zich daardoor niet gehouden aan de eerdergenoemde voorwaarden voor accreditatie.

In zijn algemeenheid zijn er in de concrete situatie geen redenen om disproportioneel en/of onbevoegd optreden door stewards en beveiligingspersoneel aan te nemen.

Met betrekking tot een tweetal specifieke punten wordt het navolgende opgemerkt:

Met betrekking tot het toepassen van de opbrengreep en het tegen de grond werken van een verdachte door een van de stewards is van belang dat er in dit geval sprake was van een handgemeen tussen de betrokken politieambtenaar en de aangehouden verslaggever waarop de steward te hulp is geschoten. Er is in dit geval naar het oordeel van het openbaar ministerie dan ook sprake geweest van een aanhouding op heterdaad door de steward terzake van verzet. Dit is een bevoegdheid die iedere burger in een dergelijke situatie toekomt. Het toegepaste geweld stond in een correcte verhouding tot het door de journalist gepleegde verzet.

Met betrekking tot het slaan met de wapenstok door een van de particuliere beveiligers stellen wij allereerst vast dat het bezit noch het gebruik van een wapenstok aan particuliere beveiligingsfunctionarissen is toegestaan. Met betrekking tot het bezit van de wapenstok zal het openbaar ministerie conform het geldende vervolgingsbeleid handelen.

In deze specifieke situatie was een politieagente bezig een aangehouden persoon te boeien waarbij een omstander trachtte haar op de rug vast te pakken. Door de beveiligingsfunctionaris werd dit voorkomen door met de wapenstok de grijpende hand weg te slaan. De facto heeft deze beveiligingsfunctionaris -die over niet meer bevoegdheden beschikt dan iedere burger- assistentie verricht bij de voortzetting van de aanhouding van de verslaggever. Gelet op de omstandigheid dat hij door zo te handelen bescherming heeft geboden aan een politieambtenaar in de uitoefening van haar functie en het geweld heeft beperkt tot een enkele tik, acht het openbaar ministerie strafrechtelijke vervolging terzake van mishandeling niet opportuun.

Met betrekking tot het optreden van de politie

De politie heeft binnen de daarvoor geldende juridische kaders geopereerd en proportioneel opgetreden. Voorzover er door de politieambtenaren geweld is toegepast, was dit in de gegeven situatie noodzakelijk en is gehandeld binnen de kaders van de Politiewet en de Ambtsinstructie.

Opgemerkt wordt nog dat er op basis van de (op elkaar gelijkende) kleding verwarring kan zijn ontstaan over de hoedanigheid van de verschillende functionarissen. Door ons zal betere naleving van de geldende regeling terzake (Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus) worden bevorderd.

Wij vertrouwen er op dat wij u hiermee voldoende hebben geïnformeerd.

De Minister van Justitie,

A.H. Korthals

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie