Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over National Missile Defence

Datum nieuwsfeit: 13-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over national missile defence
Gemaakt: 17-7-2000 tijd: 10:10


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 13 juli 2000

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier uwer Kamer d.d. 12 juni
2000, kenmerk 2990012380, waarbij gevoegd waren de door het lid Van den Doel overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij u ingediende vragen, heb ik, mede namens de minister van Defensie, de eer u als bijlage dezes ons antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer De Grave, Minister van Defensie, op vragen van het lid Van den Doel.

Vraag 1: Deelt de regering het standpunt van de Verenigde Staten dat een zgn. National Missile Defence (NMD) een antwoord zou kunnen bieden op de dreiging van massavernietigingswapens en haar overbrengingsmiddelen die in het bezit zijn van zogenaamde «schurkenstaten»? Vraag 2: Is er op de bijeenkomst van de Noord Atlantische Raad op 24 mei 2000 gesproken over de NMD? Vraag 3: Zo ja, welk standpunt heeft de NAVO Raad hierover ingenomen? Vraag 4: Welke standpunt heeft de Nederlandse regering in dezen ingenomen? Antwoord Of een zogenaamd National Missile Defense een antwoord zou kunnen bieden op de dreiging van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen in handen van 'schurkenstaten' (sinds kort door de VS als 'landen van zorg' omschreven), valt op dit moment niet te beantwoorden. Daarvoor zal onder meer de technische haalbaarheid moeten worden vastgesteld, waarvoor de VS op het ogenblik een reeks van proeven onderneemt. Naast de technische haalbaarheid is kosteneffectiviteit een belangrijk criterium. Ook op dit punt zijn aan Amerikaanse zijde nog geen definitieve conclusies getrokken. Een derde criterium is de ontwikkeling van de dreiging. Wat dit betreft lijkt de VS een duidelijke toename van de dreiging te zien, al zal dit blijvend moeten worden getoetst. De ontwikkeling van een NMD-systeem neemt overigens niet weg dat het belangrijk blijft de verspreiding van massavernietigingswapens en rakettechnologie waar mogelijk tegen te gaan en het gebuik van deze wapens te voorkomen. Als vierde criterium voor de Amerikaanse besluitvorming gelden de effecten voor de internationale strategische verhoudingen en wapenbeheersing.

De Nederlandse regering benadrukt het centrale belang van dit criterium. Inderdaad vormt NMD een aangelegenheid die niet uitsluitend vanuit een nationale optiek kan worden bezien, reden waarom op dit moment terzake een diepgaande discussie binnen de NAVO wordt gevoerd. Invoering van NMD door de VS zal niet mogelijk zijn zonder aanpassing van het ABM-verdrag. Dit verdrag vormt een hoeksteen voor de internationale strategische stabiliteit en voor de stapsgewijze vermindering van het aantal strategische kernwapens. Eerste ondergetekende heeft daarom tijdens de ministeriële NAVO-Raad op
24 mei jl. in Florence gepleit tegen een eventuele eenzijdige invoering van NMD door de VS, zonder overeenstemming met Rusland over de noodzakelijke aanpassing van het ABM-verdrag. Een dergelijke aanpassing zou daarbij van beperkte aard moeten zijn, in overeenstemming met het beperkte karakter van NMD, dat immers slechts de bescherming beoogt van het Amerikaanse grondgebied tegen een beperkt aantal ballistische raketten. Minister Albright heeft in Florence benadrukt dat de VS gecommitteerd blijft aan het ABM-verdrag, waarbij de VS van mening is dat de voorgestelde wijzigingen juist het verdrag zullen versterken door het aan te passen aan de omstandigheden van de 21e eeuw. (Verwezen moge worden naar de brief die eerste ondergetekende op 14 juni jl. aan de Kamer zond over de NAVO ministeriëles in Florence). De discussies tussen de VS en Rusland over aanpassing van het ABM-verdrag hebben tot nu toe niet tot resultaat geleid. Vraag 5: Indien de bedreiging als reëel wordt beschouwd, zijn de Europese lidstaten dan bereid om hierin te investeren? Antwoord Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de
- toekomstige - dreiging tegen de Verenigde Staten en die tegen Europa. De Verenigde Staten is vooral bezorgd over de ontwikkeling van lange-afstandsraketten die vanuit Noord-Korea op Amerikaans grondgebied kunnen worden afgevuurd. Voorts is de VS anders dan Europa wereldwijd veiligheidsverplichtingen aangegaan, en loopt derhalve een grotere kans in de toekomst betrokken te raken bij een conflict met een risicoland dat beschikt over lange-afstandsraketten. Wel is de laatste jaren sprake van een toenemende verspreiding van rakettechnologie, waarvan de NAVO als geheel zich rekenschap dient te geven. Dit heeft ondermeer geleid tot samenwerking tussen een aantal NAVO-bondgenoten, waaronder Nederland, bij het ontwikkelen van een afweer tegen raketten voor de korte en middellange afstand, de zgn. Theater Missile Defense. Samenwerking tussen Europese bondgenoten en de VS bij de ontwikkeling van een defensief systeem tegen ballistische raketten voor de lange afstand vormt geen onderwerp van het huidige overleg in de NAVO, gegeven de hierboven geschetste situatie m.b.t. de besluitvorming inzake NMD. Hetzelfde geldt voor mogelijke Europese investeringen terzake.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie