Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief EZ over afwikkelen verplichtingen elektriciteitssector

Datum nieuwsfeit: 13-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief EZ inz afwikkeling verplichtingen elektriciteit ssector

Gemaakt: 14-7-2000 tijd: 14:51


2


25097 Structuurverandering elektriciteitssector
Nr. 40 Brief van de minister van Economische Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2000

Tijdens het overleg met uw Kamer van 23 februari 2000 over de afwikkeling van verplichtingen van de elektriciteitsproductiesector heb ik toegezegd u nader te informeren omtrent de notificatie van de bijdrage van overheidswege voor de niet-marktconforme kosten.


1 Overgangsmaatregelen onder de Elektriciteitsrichtlijn
Op grond van de Elektriciteitsrichtlijn (hierna: de richtlijn) zijn de lidstaten van de Europese Unie verplicht de nationale markten voor elektriciteit open te stellen voor concurrentie. De richtlijn bevat voorzieningen die tot doel hebben specifieke aanpassingsproblemen van de elektriciteitsindustrie in een bepaalde lidstaat op te kunnen lossen zonder het schema van implementatie van de richtlijn te verstoren. De lidstaten kunnen op grond van artikel 24 van de richtlijn aan de Europese Commissie toestemming om af te wijken van bepaalde verplichtingen van de richtlijn vragen om door middel van overgangsmaatregelen bedoelde aanpassingsproblemen op te lossen. Daartoe dienen de lidstaten uiterlijk 1 jaar na inwerkingtreding van de richtlijn de voorgenomen overgangsmaatregelen aan de Europese Commissie te notificeren.


2 Genotificeerde overgangsmaatregelen

Op grond van de richtlijn zijn de volgende overgangsmaatregelen aan de Europese Commissie genotificeerd: het voornemen tot het geven van compensatie voor stadsverwarmingscontracten, het voornemen tot het geven van compensatie voor Demkolec, het Protocol en het voornemen tot het geven van compensatie voor de importcontracten. Oorspronkelijk betrof de notificatie daarnaast nog de voorgestelde wetsartikelen inzake instemming van de Minister van Economische Zaken bij privatisering en de geleidelijke invoering van vennootschapsbelasting voor de elektriciteitssector. Na overleg met de Europese Commissie zijn de laatste twee overgangsmaatregelen uit de notificatie geschrapt. De reden daarvoor is dat deze maatregelen niet als afwijkingen van de richtlijn beschouwd konden worden.

De voornemens tot het geven van compensatie voor de stadsverwarmingscontracten, Demkolec en de importcontracten zijn voorts aan de Europese Commissie genotificeerd op grond van de bepalingen van het EG-verdrag inzake Staatssteun.


3 Beoordeling door de Europese Commissie

Bij beschikking van 8 juli 1999 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, L 319, 11 december 1999, p. 34. heeft de Europese Commissie beslist op de Nederlandse aanvraag in het kader van artikel 24 van de richtlijn.

Ten aanzien van de voorgenomen compensatieregelingen ten behoeve van Demkolec en de stadsverwarmingscontracten heeft de Commissie geconstateerd dat voorgenomen maatregelen gebaseerd zijn op een pure compensatieregeling, dat wil zeggen, een door de lidstaat opgelegd stelsel van heffingen ter compensatie van gestrande kosten die uit de toepassing van de richtlijn voortvloeien. Toepassing van een dergelijk stelsel behoeft volgens de Commissie geen ontheffing van de artikelen van de richtlijn en kan ook niet worden beschouwd als een overgangsmaatregel in de zin van artikel 24 van de richtlijn.

Daarbij heeft de Commissie wel gesteld dat een dergelijk stelsel op grond van de bepalingen in de EG-verdrag inzake Staatssteun moet worden beoordeeld.

Ten aanzien van het destijds bestaande voornemen om compensatie te geven ten behoeve van de importcontracten voor elektriciteit en gas heeft de Commissie geconcludeerd dat de regelingen weliswaar niet binnen de in de richtlijn gestelde periode van 1 jaar zijn aangemeld, maar dat, indien dat wel zou zijn gebeurd, deze maatregelen eveneens geen ontheffing van de artikelen van de richtlijn behoeven.

Met betrekking tot het Protocol is de Commissie van mening dat de zij onvoldoende gegevens heeft om haar in staat te stellen een besluit te nemen omtrent de toepasselijkheid van artikel 24 van de richtlijn op het Protocol. Zij stelt dat aanvullende inlichtingen verstrekt dienen te worden, indien voor het Protocol een beroep op deze bepaling wordt gedaan. Hierbij merk ik op dat de Commissie haar conclusie heeft gebaseerd op een wetsartikel Artikel 76 van de Elektriciteitswet 1998, Stb. 1998, 427. dat sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van het stellen van nadere regels ten aanzien van het netbeheer en de levering van elektriciteit aan beschermde afnemers is gewijzigd.


4 Gevolgen van het besluit

De Commissie heeft geconcludeerd dat de voorgenomen compensatiemaatregelen ten behoeve van de stadsverwarmingscontracten, Demkolec en de importcontracten geen ontheffing van de artikelen van de richtlijn behoeven. Deze conclusie heeft derhalve geen gevolgen voor de voornemens tot compensatie. Wel stelt de Commissie dat deze maatregelen ter toetsing aan de bepalingen in het EG-Verdrag inzake Staatssteun aangemeld dienen te worden. Zoals gezegd heeft deze aanmelding reeds op


16 oktober 1998 plaatsgevonden. De Commissie heeft hierover nog geen uitspraak gedaan. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Herkströter en het overnemen daarvan in een wettelijke regeling zal de oorspronkelijke aanmelding binnenkort aangepast worden. Ik verwacht dat de Commissie daarover nog dit jaar uitsluitsel kan geven. Met betrekking tot het Protocol zal ik de Commissie voorzien van de meest recente informatie teneinde haar in staat te stellen een definitief besluit over de regeling te treffen. Tot slot merk ik op dat de Commissie Herkströter is geïnformeerd over de beschikking van de Europese Commissie van 8 juli 1999.
Minister van Economische Zaken

A. Jorritsma-Lebbink

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie