Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Justitie over vluchtelingen uit Irak

Datum nieuwsfeit: 13-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief Justitie beleid inzake irak

Gemaakt: 18-7-2000 tijd: 12:11


2


19637 Vluchtelingenbeleid

Nr. 534 Brief van de staatssecretaris van Justitie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2000

Ten aanzien van de uitspraak van de Rechteenheidskamer Vreemdelingenzaken (REK) inzake Irak van 20 maart 2000 1) en het ambstbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 april 2000 1) bericht ik u als volgt.

De REK heeft op 20 maart 2000 geoordeeld dat in de ter zitting behandelde Iraakse zaken ten onrechte geen vergunning tot verblijf was verleend. Betrokkenen was op juiste gronden toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf in verband met schending van artikel 3 EVRM onthouden. De rechtbank was evenwel van oordeel dat onvoldoende was onderzocht in hoeverre betrokkenen, die in etnisch opzicht behoren tot de Arabische bevolkingsgroep, familie-, politieke of gemeenschapsbanden hebben met Noord-Irak, onder verwijzing naar de door de UNHCR geformuleerde criteria voor een vluchtalternatief in Noord-Irak. Dit betekent dat aan veel personen die niet voor toelating in aanmerking komen als vluchtelingen en aan wie ook geen vergunning tot verblijf in verband met een schending van 3 EVRM wordt verleend, desondanks een vergunning tot verblijf zou moeten worden verleend in verband met het ontbreken van familie-, politieke of gemeenschapsbanden met Noord-Irak.

Het nieuwe ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 april jl. geeft een zeer uitgebreide omschrijving van de situatie in Noord-Irak. De Minister maakt melding van een gunstige ontwikkeling op het gebied van de mensenrechten- en humanitaire situatie. Voorts is het welvaartsniveau in Noord-Irak aanmerkelijk hoger dan dat in Centraal-Irak, hetgeen voor velen uit Centraal-Irak reeds een reden is om naar het noorden te verhuizen. Ook wordt er in Noord-Irak, naast het Koerdisch, veel Arabisch gesproken en verschijnen er publicaties en kranten in beide talen. Tevens zijn er veel politieke partijen actief en is medische hulp, ook voor ontheemden, veelal goed verkrijgbaar.

Gelet op deze omstandigheden kan in zijn algemeenheid Noord-Irak als veilig verblijfsalternatief worden tegen geworpen ten aanzien van Irakese asielzoekers die niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij voor vervolging in de zin van het Verdrag hebben te vrezen en evenmin aannemelijk hebben gemaakt dat zij aan behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM bloot zullen staan. Het al dan niet hebben van familie-, politieke, of gemeenschapsbanden met Noord-Irak is in dit kader niet relevant. Overigens achten het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk en Spanje voor Centraal-Irakezen in Noord-Irak een binnenlands vestigingsalternatief aanwezig. Voorts heeft de Europese Raad op 16 oktober 1999 te Tampere het actieplan Irak goedgekeurd. Een uitgangspunt van dit actieplan is dat Noord-Irak kan worden gezien als een binnenlands vlucht/ vestigingsalternatief. Het vestigingsalternatief in Noord-Irak wordt daarmee onderschreven door alle lidstaten van de Europese Unie.

Voor Irakese asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak die wel aannemelijk hebben gemaakt dat zij voor vervolging hebben te vrezen en die niet behoren tot de in het ambtsbericht genoemde risico-categoriën zal mede aan de hand van de door UNHCR geformuleerde aandachtspunten worden bezien of in Noord-Irak een vluchtalternatief aanwezig kan worden geacht. Ten aanzien van deze personen zal bij de beslissing omtrent toelating als vluchteling worden betrokken of er sprake is van familie-, politieke- of gemeenschapsbanden met Noord-Irak. Ik acht hierbij van belang dat in Noord-Irak een centrale overheid die voor bescherming van vluchtelingen kan zorgdragen niet aanwezig is. Indien er geen sprake is van deze banden zal Noord-Irak niet als binnenlands vluchtalternatief worden tegengeworpen. Personen die behoren tot de risico-groepen zal geen binnenlands vluchtalternatief worden tegen geworpen.

Mede op grond van het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 april 2000 blijft derhalve de beëindiging van het vvtv-beleid ten aanzien van Irak van 20 november 1998 gehandhaafd. Bij de beslissing om toelating als vluchteling van personen, die aannemelijk hebben gemaakt dat zij voor vervolging hebben te vrezen, wordt betrokken of er sprake is van banden zoals omschreven door de UNHCR, bij de beoordeling of er voor hen sprake is van een binnenlands vluchtalternatief in Noord-Irak. Indien dat het geval is zal hen om die reden geen toelating als vluchteling worden verleend.

De Staatssecretaris van Justitie,

M.J. Cohen


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie