Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over STER-spotjes van farmaceuten

Datum nieuwsfeit: 17-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over ster-spotjes van farmaceuten
Gemaakt: 19-7-2000 tijd: 10:37

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juli 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Kant (SP) over de STER-spotjes van farmaceuten (2990013140).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers


4

Antwoorden op kamervragen van het lid Kant over STER-spotjes van farmaceuten

(2990013140)


1.

Is het u bekend dat de STER-spotjes over nagelschimmel, waarin mensen worden opgeroepen naar hun huisarts te gaan betaald worden door Novartis? Zo ja, erkent u dat dit een soortgelijke campagne is als de eerdere campagnes van Roche, respectievelijk Glaxo Wellcome, in relatie tot de afslankpil Xenical, respectievelijk de antirookpil Zyban Ontbijt-TV, 23 juni jl.?


1.

Ja.

Ja.


2.

Is de indruk juist dat deze zogenaamde «symptoomreclame», waarbij mensen gewezen wordt op de mogelijkheden tot behandeling van hun (vermeende) kwaal toeneemt? Zo ja, is dit in uw ogen een ongewenste vorm van marketing?


2.

Ja, deze vorm van reclame neemt toe. In zijn algemeenheid is dit geen ongewenste vorm van marketing. Wel ben ik van mening dat voorafgaand aan een dergelijke campagne, waarbij wordt verwezen naar de huisarts, overleg zou moeten worden gevoerd met de Landelijke Huisartsenvereniging.


3.

Is het u bekend dat artsen niet blij zijn met bijvoorbeeld de campagne van Novartis, omdat er sinds de campagne beduidend meer mensen om een middel tegen nagelschimmel vragen, terwijl huisartsen deze middelen bij voorkeur niet voorschrijven, omdat het enkel om een cosmetisch probleem gaat, en de middelen niet geheel zonder risico zijn? Zo ja, erkent u dat deze campagne dus leidt tot ongewenste beïnvloeding, en daarmee ongewenste medicalisering, ongewenste risico's en ongewenste kostenstijging?


3.

Het is mij bekend dat artsen niet blij zijn met de door u genoemde campagne. Mijns inziens wordt dit gevoel veroorzaakt doordat dergelijke campagnes leiden tot een toeloop op de toch al drukbezochte spreekuren.


4.

Heeft de Inspectie inmiddels actie ondernomen tegen Novartis inzake de nagelschimmelcampagne? Kunt u inzicht geven in de vorderingen van de Inspectie inzake de campagnes van Roche en Glaxo, zowel wat betreft de Codecommissie Geneesmiddelenreclame als de strafzaken?


4.

De Inspectie beraadt zich nog over een eventuele actie tegen de nagelschimmelcampagne van Novartis. Tegen de uitspraak van de kantonrechter inzake Xenical is door Roche hoger beroep aangetekend. Het Openbaar Ministerie tekent hoger beroep aan inzake Zyban.


5.

Kunt u inzicht geven in de argumenten van de Inspectie en de Codecommissie Geneesmiddelenreclame, respectievelijk het OM en de kantonrechter, bij de aanklachten respectievelijk de uitspraken over genoemde campagnes?


5.

De uitspraak inzake de campagne voor het geneesmiddel Xenical komt er kort gezegd op neer dat de publicaties over het geneesmiddel Xenical als publieksreclame worden beschouwd en derhalve in strijd zijn met het verbod op publieksreclame voor receptplichtige geneesmiddelen.

De uitspraak inzake de campagne voor het geneesmiddel Zyban komt er kort gezegd op neer dat nu in geen van de publicaties het geneesmiddel Zyban bij naam wordt genoemd er geen sprake is van overtreding van het verbod op publieksreclame voor receptplichtige geneesmiddelen.


6.

Erkent u dat het in deze zaken vooral draait om de vraag wat voorlichting en wat reclame is en in verband hiermee om onenigheid over de uitleg van het Reclamebesluit? Zo ja, is hier het onderscheid tussen voorlichting en reclame niet vrijwel onmogelijk, en zal de farmaceutische industrie niet steeds de grenzen opzoeken?


6.

Ja, in beide zaken staat deze vraag centraal. Ik moet ook toegeven dat het niet altijd duidelijk is wanneer voorlichting overgaat in reclame. Een wervende zin kan voorlichting in reclame doen veranderen. De grens tussen voorlichting en reclame wordt, naast het feitencomplex, mede bepaald door de context. De rechter zal dan ook uiteindelijk bepalen of er in het concrete geval sprake is van reclame of voorlichting.


7.

Bent u bereid, het Reclamebesluit zodanig aan te passen, dat symptoomreclame verboden wordt, dat het de farmaceutische industrie niet is toegestaan ruimte te kopen voor informatieve doeleinden bij de STER of bij andere voor het grote publiek toegankelijke media, en dus het verspreiden van informatie door de farmaceutische industrie onder het grote publiek geheel te verbieden, zoals u eerder overwoog, in antwoord op eerdere Kamervragen Kamervragen Kant, 9 februari 1999, Aaanhangsel Handelingen nr. 923, vergaderjaar 1998-1999?


7.

Ik kan het verspreiden van informatie door de farmaceutische industrie niet verbieden. Enerzijds geeft de reclamerichtlijn van de Europese Unie mij geen ruimte voor een dergelijk verbod. Anderzijds ben ik van mening dat de farmaceutische industrie, als ontwikkelaar en producent van geneesmiddelen, bij uitstek degene is die goede voorlichting kan geven over deze producten.

Wellicht ten overvloede merk ik op dat ik er alle vertrouwen in heb dat de rechter, door middel van jurisprudentie, invulling zal geven aan de grens tussen voorlichting en reclame.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie