Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord vragen aftrek ziektekosten bewoners AWBZ-instelling

Datum nieuwsfeit: 21-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE FIN

www.minfin.nl

MIN FIN: AFTREK ZIEKTEKOSTEN BEWONERS AWBZ-INSTELLINGEN

PERSBERICHTNR. 00/164 Den Haag 21 juli 2000

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN, DE MINISTER VAN

SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE

ZAKEN EN WERKGELEGENHEID OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER

STATEN-GENERAAL DANKERS OVER AFTREK ZIEKTEKOSTEN BEWONERS

AWBZ-INSTELLINGEN

VRAGEN:


1.

Bent u op de hoogte van het feit dat de praktische regeling voor de aftrek van ziektekosten als buitengewone last voor bewoners van AWBZ-instellingen nog steeds leidt tot een fiscaal nadeel?
2.

Is het u bekend dat de uitgaven voor huisvesting en voeding volgens de voorbeeldbegrotingen van het NIBUD voor bijvoorbeeld een alleenstaande met een besteedbaar huishoudinkomen van f 57.000,= (eigen bijdrage verzorgingshuis f 36.000,=, drempel buitengewone lastenaftrek f 6.400,=) f 20.556,= zijn, terwijl bij toepassing van de praktische regeling een bedrag van f 39.834,= wordt verondersteld, in het laatste geval resulterend in een fiscaal nadeel van bijna f 3.500,=?
3.

Wordt dit fiscale nadeel veroorzaakt door de in de praktische regeling gehanteerde relatie tussen het besteedbaar huishoudinkomen en de totale uitgaven in plaats van de relatie tussen besteedbaar huishoudinkomen en de uitgaven voor huisvesting en voeding?
4.

Hoe beziet u deze situatie in het licht van de uitspraak van de Hoge Raad dat .tot de uitgaven van ziekte kan worden gerekend de eigen bijdrage ingevolge de AWBZ, verminderd met de besparing op de kosten van huisvesting en voeding, in aanmerking genomen de voor de opneming gevolgde levenswijze.. De kosten van huisvesting dienen (dan) te worden gesteld op de kosten die in werkelijkheid voor het bewonen van de woning (in het onderhavige jaar) zouden zijn gemaakt: kosten van water- en energievoorziening, onroerendgoed belastingen, reinigings- en rioolrechten e.d., gemiddelde jaarlijkse kosten van onderhoud, vaste lasten, verzekeringspremies en huurwaardeforfait?
5.

Wat is uw oordeel over de effecten van de praktische regeling en bent u bereid de praktische regeling in overeenstemming te brengen met de werkelijke besparing op huisvesting en voeding? Zo neen, waarom niet?

ANTWOORDEN:


1 - 4.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 27 januari 1993, nr. 28 644 (BNB
1993/112) beslist dat de eigen bijdrage AWBZ verminderd met de besparing op de kosten van huisvesting en voeding, tot de uitgaven ter zake van ziekte in de zin van artikel 46 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 kan worden gerekend.

In de praktijk bleek het achterhalen van de gegevens die nodig zijn voor het bepalen van het besparingsbedrag problemen op te leveren voor belastingplichtigen die reeds lagere tijd in een AWBZ-instelling wonen. Om daaraan tegemoet te komen is, mede naar aanleiding van vragen van het lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal G. de Jong (Tweede Kamer, vergaderjaar 1997-1998, aanhangsel, nr. 892), een praktische handreiking opgesteld voor belastingplichtigen bij wie het achterhalen van de gegevens die benodigd zijn voor de bepaling van het besparingsbedrag problemen oplevert. Deze handreiking is gepubliceerd in het besluit van 20 maart 1998, DB98/1066M (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 november 1999, DB99/3658M). Bij het opstellen van de praktische handreiking is uitgegaan van genormeerde cijfers die zijn gebaseerd op de voorbeeldbegrotingen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), gecorrigeerd met onder meer een bedrag aan premies ziekenfonds en ziektekostenverzekering.

Bij het opstellen van de handreiking vormde de uitspraak van het gerechtshof .s-Hertogenbosch van 10 mei 1993, nr. 91/1204 (V-N 1993, blz. 3192, punt 15) een wegingsfactor. In die uitspraak merkte het Hof op dat de Hoge Raad zich in het arrest BNB 1993/112 weliswaar beperkt tot de besparing op kosten van huisvesting en voeding, doch dat het Hof dat arrest niet aldus verstaat dat ook ingeval de door het verpleeghuis geboden verzorging méér inhoudt dan medische verzorging, verpleegkundige verzorging, huisvesting en voeding, de op de eigen bijdrage AWBZ toe te passen aftrek beperkt zou moeten worden tot de besparing op de kosten van huisvesting en voeding. Ik acht die uitspraak overigens juist. Immers indien de instelling ook andere voorzieningen kosteloos verstrekt, waarbij bijvoorbeeld te denken valt aan een dag- en/of weekblad, telefoon, faciliteiten op het gebied van vervoer en/of uitstapjes, persoonlijke verzorging, is de besparing op normale uitgaven hoger dan wanneer de belastingplichtige dergelijke kosten voor eigen rekening moet nemen.
Deze uitspraak impliceert dus dat de op de eigen bijdrage AWBZ in mindering te brengen besparing op uitgaven mede afhankelijk is van hetgeen de desbetreffende instelling feitelijk méér verstrekt dan medische verzorging, verpleegkundige verzorging, huisvesting en voeding, hetgeen van geval tot geval zou nopen tot het instellen van een feitenonderzoek. Dit laatste zou tot gevolg hebben dat het niet mogelijk is uniforme normbedragen vast te stellen. Daarom is er bij het opstellen van de handreiking na ampele overweging voor gekozen enerzijds alle normale uitgaven (met uitzondering van onder meer de premies ziekenfonds en ziektekostenverzekering) als besparing in aanmerking te nemen en anderzijds - ter compensatie van eventueel te hoog in aanmerking genomen uitgaven - de eigen bijdrage AWBZ te verhogen met het normbedrag aan zak- en kleedgeld. Aldus is een weliswaar globale, doch praktisch eenvoudig hanteerbare handreiking tot stand gekomen die een objectief karakter draagt.
De handreiking was aanvankelijk slechts bedoeld voor bewoners van bejaardenoorden, doch het bereik van de regeling is in een later stadium, op verzoek van een aantal AWBZ-instellingen, uitgebreid tot bewoners van andere AWBZ-instellingen. Dit heeft tot gevolg dat de regeling in de praktijk ook wordt toegepast voor bijvoorbeeld jonggehandicapten die geen vergelijkingsmateriaal uit het verleden hebben waarmee zij een besparing zouden kunnen vaststellen.

Door het globale karakter van de praktische handreiking voor een zo gevarieerde groep van belastingplichtigen is het uiteraard niet uit te sluiten dat het resultaat in sommige gevallen tot een voor de belastingplichtige minder gunstige uitkomst leidt dan voor de belastingplichtige die de subjectieve methode volgt. Een nauwkeurige (meer subjectieve) benadering is echter, zoals in het vorenstaande reeds is opgemerkt, bij een objectieve methode niet haalbaar indien wordt gestreefd naar eenvoudig hanteerbare praktische normen. Ik teken hierbij overigens nog aan dat ook de cijfers van het Nibud een globaal karakter hebben. Zo wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongeren en ouderen, terwijl tussen die twee categorieën aanmerkelijke verschillen in uitgavenpatroon kunnen bestaan. Ook binnen eenzelfde leeftijds- en/of inkomenscategorie komen in de praktijk aanmerkelijke verschillen in uitgavenpatroon voor, waarmee het Nibud geen rekening houdt. Immers de ene belastingplichtige heeft een zuinige levenswijze, de ander leeft royaal. Een nauwkeurige afstemming op de werkelijke besparing is slechts mogelijk bij een subjectieve benadering en derhalve niet in algemeen toepasbare (objectieve) normen vast te leggen.

Een geval waarin de objectieve benadering van de praktische handreiking onvoordeliger zou zijn voor de belastingplichtige dan de subjectieve benadering, kwam aan de orde in de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 19 juni 2000, kenmerk P99/2377. Het betrof daar de aanslag inkomstenbelasting 1997 van een belastingplichtige die een handgeschreven overzicht heeft overgelegd van de kosten die zij in 1986 had. Voor bepaalde kosten die niet uit het overzicht bleken, zoals voeding, heeft zij normbedragen van het Nibud gehanteerd. De inspecteur heeft zich in die procedure bereid verklaard de besparing op subjectieve wijze te benaderen, doch rekening houdend met inflatiecorrectie. Het Hof oordeelde vervolgens dat de besparing voor de desbetreffende belastingplichtige in goede justitie kon worden gesteld op de relevante kostenposten uit het (geobjectiveerde) referentiebudget van het NIBUD. Tegen de uitspraak van het hof zal beroep in cassatie worden ingesteld, mede omdat de door het hof gehanteerde methode naar mijn oordeel niet in overeenstemming is met de door de Hoge Raad in BNB
1993/112 juist bevonden subjectieve benadering. Het voorgaande neemt niet weg dat in de praktijk moeilijkheden kunnen ontstaan voor degene die de subjectieve methode wenst te hanteren en die daartoe reeds aanvaardbaar cijfermateriaal van de belangrijkste kostenposten uit de periode van vóór de opname in de AWBZ-instelling overlegt, maar die van bepaalde kostenposten van ondergeschikt belang geen cijfermateriaal uit die periode voorhanden heeft. Ik zal bezien of daarvoor een oplossing mogelijk is door toe te staan dat voor bepaalde posten van ondergeschikt belang gebruik kan worden gemaakt van Nibudcijfers.

5.

Uitgangspunt is dat de belastingplichtige die over voldoende gegevens beschikt om de werkelijke besparing aannemelijk te kunnen maken volgens het arrest BNB 1993/112 deze besparing op subjectieve wijze dient te bepalen. Deze benadering is het meest zuiver en heeft dan ook verreweg mijn voorkeur. Slechts voor belastingplichtigen die dergelijke gegevens niet (meer) ter beschikking hebben, is de praktische handreiking gegeven. De (objectieve) handreiking zou zijn praktische karakter verliezen indien deze meer subjectieve elementen zou moeten bevatten. Alsdan zou van geval tot geval een onderzoek nodig zijn naar het verstrekkingenpakket van de AWBZ-instelling en zouden al snel uitvoeringsproblemen ontstaan. Bovendien verschilt het uitgavenpatroon van individuele belastingplichtigen die in vergelijkbare omstandigheden verkeren, in de praktijk ook in aanzienlijke mate. Een desondanks opgestelde algemeen toepasbare praktische benadering zal dan ook altijd een arbitrair karakter in zich hebben. Ook zou dan het gevaar ontstaan dat belanghebbenden alleen in zoverre van de geobjectiveerde normen gebruik maken indien die voor hem gunstiger uitpakken dan bij een subjectieve benadering van de desbetreffende kostenpost.

Alles afwegende kies ik er voor de praktische regeling niet aan te passen. Voor betrokkenen behoeft dat niet tot een nadeel te leiden. Zij kunnen desgewenst altijd terugvallen op de hoofdregel, eventueel aangevuld met de nuancering die ik aan het slot van mijn antwoord op de vragen 1 tot en met 4 heb gegeven.

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP AANVULLENDE VRAGEN

VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL DANKERS OVER

AFTREK VAN ZIEKTEKOSTEN VAN BEWONERS VAN AWBZ-INSTELLINGEN

VRAGEN:


1.

Bent u op de hoogte van de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van
19 juni jl. waarin het beroep tegen de Inspecteur der belastingen over het toepassen van de praktische regeling voor de aftrek van ziektekosten als buitengewone last voor bewoners van AWBZ-instellingen, gegrond wordt verklaard?.

2.

Stelt het Hof dat .het referentiebudget voor éénpersoonshuishoudens uit het NIBUD-budgethandboek 1999 naar .s Hofs oordeel het best mogelijke aanknopingspunt (biedt) voor de benadering van de in het onderhavige jaar door belanghebbende feitelijk gerealiseerde besparing op kosten van huisvesting en voeding ten opzichte van de situatie dat zij nog gezond zou zijn en een eigen huishouding zou voeren. en dat .niet is gestel of gebleken dat het gebruik van een (geobjectiveerd) referentiebudget (de NIBUD-voorbeeldbegroting) op gespannen voet staat met de in beginsel subjectieve benadering van de besparing als bedoeld in het arrest BNB 1993/112 (van de Hoge Raad).?
3.

Bent u, gelet op het bovenstaande, bereid om de praktische regeling te herzien en deze regeling in overeenstemming te brengen met de werkelijke besparing op huisvesting en voeding dan wel de NIBUD-voorbeeldbegroting te brengen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid dit met terugwerkende kracht te doen en vanaf welk tijdstip?

ANTWOORDEN:


1.

Ja, het betreft de uitspraak van Hof Amsterdam, MK II, 19 juni 2000, nr. 99/2377.

2.

Ja.

3.

In het antwoord op de vragen 2990012630 heb ik een toelichting gegeven op de praktische regeling in het besluit van 20 maart 1998, nr. DB98/1066M. Tevens heb ik daar aangegeven de praktische regeling te handhaven en te bezien of een oplossing kan worden getroffen voor degenen die de besparing op de kosten van huisvesting en voeding c.a. op subjectieve wijze willen berekenen, maar die van bepaalde kostenposten van ondergeschikt belang geen cijfermateriaal van vóór de opname in de AWBZ-instelling voorhanden hebben.
Woordvoerder: mr. H.J. Lutke Schipholt
Telefoonnnummer: 070-342 8231

21 jul 00 10:24

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie