Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW inzake rapportage wachtgeldontwikkeling

Datum nieuwsfeit: 21-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW inzake rapportage wachtgeldontwikkeling


25644 Wachtgeldontwikkeling sector onderwijs
nr. 22 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Zoetermeer, 21 juli 2000


1. Inleiding

In het kader van de periodieke rapportage over de ontwikkeling van de werkloosheidsuitgaven in de sector onderwijs informeer ik u thans over de ontwikkeling in 1999.

De thans voorliggende rapportage is gebaseerd op informatie uit de USZO begrotings-uitvoeringsrapportages van januari tot en met december 1999 en uit het Wachtgeld-informatiesysteem (WIS). De hieronder genoemde bedragen en aantallen zijn inclusief de suppletie-uitkeringen op grond van het Besluit Ziekte en Arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BZA) waarvan de uitvoering door USZO Heerlen wordt verzorgd.

De daling van de werkloosheidsuitgaven heeft zich ook in 1999 doorgezet. Dit ondanks het feit dat door een relatief groeiend aandeel van ouderen in het uitkeringenbestand en de salarismaatregel op grond van de CAO 1999-2000 de uitkeringsbedragen per fte zijn gestegen. De daling van het volume heeft vooralsnog een sterker effect op de uitgaven dan de stijging van de prijzen. De inspanningen die zijn gericht op het terugdringen van de werkloosheidsuitkeringen werpen hun vruchten af en worden onverminderd gecontinueerd. Ook de arbeidsmarktsituatie in het onderwijsveld is van invloed op de daling van het volume. Van de “jongeren” die in de werkloosheidsuitkeringen terechtkomen gaan vrijwel allen binnen enkele maanden weer aan het werk. De uitstroom van “ouderen” laat nog te wensen over. Thans worden steeds meer activiteiten gericht op de uitstroom van personen van 50 jaar en ouder. 67% van alle uitkeringsgenietenden is momenteel ouder dan 50 jaar. Met uitzondering van het primair onderwijs zijn de kosten van werkloosheid gebudgetteerd en in de lump sum verwerkt.

Dit betekent dat de budgetten in een aantal sectoren niet meer als zodanig herkenbaar zijn. Door de vermindering van de uitkeringskosten komen bij de lump sum onderwijssectoren op instellingsniveau middelen beschikbaar voor onder andere seniorenbeleid, leeftijdsbewust personeelsbeleid en flankerend beleid ter voorkoming van verdere werkloosheid. Van zuivere wachtgeldbudgetten kan daarom niet meer worden gesproken. Daarom zijn de uitgaven die in 1999 zijn gedaan afgezet tegen de uitgaven van 1998 en niet tegen de budgetten.

Onlangs is aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) wederom opdracht gegeven om op grond van de jongste uitkeringsgegevens een nieuwe wachtgeldraming op te stellen. De uitkomst is vervat in het rapport “Actualisering wachtgeldramingen onderwijs, basisjaar 1999”, dat als bijlage bij deze brief is gevoegd. De verwachting is dat de wachtgelduitgaven de eerstkomende jaren verder zullen dalen. Met dien verstande dat na 2004 in het primair onderwijs de uitgaven licht zullen gaan stijgen.

Onderstaand treft u de cijfers per onderwijssector aan. Deze cijfers zijn vrijwel identiek aan die welke u in het kader van het Financieel jaarverslag 1999 hebben bereikt. Kleine afwijkingen worden veroorzaakt door nacalculaties die nadien hebben plaatsgevonden. Juist vanwege het feit dat u rond deze tijd twee vrijwel identieke rapportages bereiken, namelijk die in het Financieel jaarverslag en de wachtgeldrapportage bij voorjaarsnota heb ik mij beraden op de tijdstippen van het maken van de onderhavige wachtgeldrapportages. Een rapportage over het afgelopen jaar komt in ieder geval in het Financieel jaarverslag. Derhalve meen ik dat de wachtgeldrapportage bij Voorjaarsnota overbodig is omdat daar praktisch geen nieuwe informatie in staat. Naar mijn mening kan ook de rapportage bij Najaarsnota vervallen. Vanwege het tijdstip van verschijnen is informatie over de wachtgelduiitgaven over de periode januari tot augustus een voortzetting van die welke in het Financiëel jaarverslag heeft gestaan. Een prognose van de uitgaven van het lopende jaar gebaseerd op de realisatie tot en met augustus is per definitie onvolledig. Juist de periode vanaf augustus is belangrijk voor het verdere veloop van de uitgaven, maar deze informatie is op dat tijdstip nog niet voorhanden. De huidige wachtgelduitgaven zijn thans zodanig onder controle dat ik een tussentijdse rapportage niet meer noodzakelijk acht.


2. De werkloosheidsontwikkeling in 1999 per onderwijssector
In het primair onderwijs is het percentage werkloosheid (gemeten in werkloosheidsfte's ten opzichte van het aantal fte's actieven in maart 1999) in 1999 2,5%. Werkloosheidsfte's zijn een maat voor de omvang van de werkloosheid uitgedrukt in fte's. Deze fte's zijn vergelijkbaar met een actieve fte in het onderwijs. De uitkeringskosten zijn in 1999 met ƒ 2,1 mln gedaald ten opzichte van 1998.


1998 1999 Uitgaven ƒ170,5 mln ƒ168,4 mln Gemiddeld aantal fte's 3419 2882 Daling volume t.o.v. vorig jaar: 12% 16% Gemiddelde leeftijd 51 jaar 52,3 jaar Percentage personen 50+ 56,3% 59,7%
Het beschikbare budget bedroeg ƒ165,4 mln. Hierbij moet worden aangetekend dat dit budget nog is gebaseerd op het prijspeil 1998. Tevens zitten in de werkloosheidsuitgaven uitgaven van het gewezen personeel dat voor eigen rekening aan de scholen was verbonden.Voor dit personeel worden de werkloosheidskosten niet door mijn ministerie gesubsidiëerd. Het wachtgeldbudget is daarom lager dan de uitgaven van USZO Groningen voor het primair onderwijs. De uitgaven per fte zijn als gevolg van de veroudering en de salarismaatregel in 1999 met ca 17% gestegen. De daling van het volume is echter van grotere invloed dan de stijging van de prijs. Daardoor heeft zich per saldo toch nog een verlaging van de uitkeringskosten voorgedaan.

In het voortgezet onderwijs bedraagt het werkloosheidspercentage 4,5%. In 1999 is ƒ 11 mln minder uitgegeven dan in 1998.


1998 1999 Uitgaven ƒ211 mln ƒ200 mln Gemiddeld aantal fte's 3486 2984 Daling volome t.o.v. vorig jaar 5% 14% Gemiddelde leeftijd 53,6 jaar 56,2 jaar Percentage personen 50+ 69,9% 76%
De uitgaven per fte zijn gestegen met 11% ten opzichte van 1998. In het voortgezet onderwijs zijn thans vergevorderde gesprekken gaande met het sociale partners over de decentralisatie van het bovenwettelijk deel van de werkloosheidsuitkeringen. De bedoeling is dat het bovenwettelijk deel van de werkloosheidsuitkeringen niet meer via het Participatiefonds worden vergoed, maar dat de instellingen in het voortgezet onderwijs hier zelf financiëel verantwoordelijk voor worden. Een en ander zal tezijnertijd uitmonden in een wetsvoorstel dat aan u zal worden toegezonden.

In de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie is het werkloosheidspercentage in 1999 5%. De werkloosheidsuitgaven zijn ten opzichte van 1998 met ƒ7,5 mln gedaald.


1998 1999 Uitgaven ƒ161,6 mln ƒ154,1 mln Gemiddeld aantal fte's 2213 1705 Daling volume t.o.v. vorig jaar 3% 23% Gemiddelde leeftijd 55 jaar 56,4 jaar Percentage personen 50+ 74,2% 79,7%
De gemiddelde prijs per fte is met bijna 24% gestegen.

In het hoger beroepsonderwijs is het werkloosheidspercentage in 1999 8,3%. In 1999 is ƒ7,4 mln minder uitgegeven uitgegeven aan werkloosheidsuitkeringen dan in 1998.


1998 1999 Uitgaven ƒ158 mln ƒ150,6 mln Gemiddeld aantal fte's 2011 1645 Daling volume t.o.v. vorig jaar 10% 18% Gemiddelde leeftijd 56,4 jaar 57 jaar Percentage personen 50+ 81% 83%
Het bedrag per fte steeg in 1999 met 16% ten opzichte van 1998.

In het wetenschappelijk onderwijs is in 1999 ƒ17,5 mln minder uitgegeven dan in 1998. Het aantal fte's actieven bedroeg in 1999 circa 42.000 fte's (Bron WOPI). Het werkloosheidspercentage ligt in 1999 derhalve rond de 6%. Onderstaande bedragen en aantallen zijn inclusief de zogenaamde “zelfdoeners”, te weten de instellingen die zelf voor de uitvoering van werkloosheidsuitkeringen zorgdragen. In deze bedragen zijn zowel werkloosheidskosten van de universiteiten als van de academische ziekenhuizen opgenomen.


1998 1999 Uitgaven ƒ244,1 mln ƒ226,6 mln Gemiddeld aantal fte's 2766 2503 Daling volume t.o.v. vorig jaar 11% 10% Gemiddelde leeftijd 47,6 jaar 48,1 jaar Percentage personen 50+ 47% 50%
Het bedrag per fte steeg in 1999 met 16% ten opzichte van 1998.

Voor de werkloosheidsuitgaven bij de onderzoekinstellingen is in 1999 ƒ4,7 mln minder uitgegeven dan in 1998. Het werkloosheidspercentage ligt in 1998 op basis van een aantal fte's actieven van 12.243 (Bron Kerncijfers OCenW 2000) op 3,5%.


1998 1999 Uitgaven ƒ27,2 mln ƒ22,5 mln Gemiddeld aantal Fte's 528 434 Daling volume t.o.v. vorig jaar 2% 18% Gemiddelde leeftijd 38,7 jaar 38,1 jaar Percentage personen 50+ 21,7% 21,2%
Het bedrag per fte steeg in 1999 met ongeveer 1% ten opzichte van 1998.


3. De werkloosheidsontwikkeling in de eerste drie maanden van 2000
Thans zijn van USZO Groningen de begrotingsuitvoeringsrapportages over de maanden januari 2000 tot en met mei 2000 ontvangen. Ten opzichte van dezelfde periode in 1999 is wederom een daling van de werkloosheidsuitgaven waarneembaar. Alleen in het primair onderwijs zijn de uitgaven ongeveer op hetzelfde niveau als van jaar daarvoor.

Na een aanvankelijke lichte stijging in de eerste drie maanden laat april toch weer een daling zien. Gelet op de verdere invoering van de groepsgrootteverkleining per 1 augustus aanstaande mag worden aangenomen dat het aantal werklozen in het primair onderwijs nog verder zal afnemen.

Ik neem aan dat ik u met het vorenstaande naar behoren heb geïnformeerd.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K.Y.I.J. Adelmund

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie