Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW inzake actieplan lerarenopleidingen basisonderwijs

Datum nieuwsfeit: 21-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW inzake actieplan lerarenopleidingen basison derwijs


23328 Arbeidsmarktbeleid onderwijs
nr. 68 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 21 juli 2000

Medio november 1999 heeft de HBO-raad mij een Actieplan van de lerarenopleidingen basisonderwijs aangeboden. Ik heb daarover overleg gevoerd en afspraken gemaakt. Gaarne stel ik u hierbij middels afschrift van de brief aan de HBO-raad waarin die afspraken worden bevestigd, op de hoogte. *)
Tevens informeer ik u hierbij over enkele bekostigingsaspecten van de lerarenopleidingen basisonderwijs, zoals toegezegd in mijn brief van 18 januari jl. 23328, nr. 61. Reguliere rijksbijdrage lerarenopleidingen basisonderwijs
De rijksbijdrageberekeningen van de lerarenopleidingen basisonderwijs vinden plaats conform het algemene bekostigingsmodel voor het HBO. Bekostiging van het jaar t wordt binnen dit model berekend op grond van de studentengegevens uit het jaar t-2. De bekostiging volgt derhalve met enige na-ijling het verloop van de instroom. Daardoor ontstaat voor instellingen met dalende studentenaantallen een grotere planningshorizon en enige ruimte (in tijd en geld) om organisatieveranderingen door te voeren. Instellingen met een relatief sterke stijging van de studentenaantallen zijn genoodzaakt de groei voor te financieren. De instellingen met lerarenopleidingen basisonderwijs, met name de monosektorale instellingen, hebben aangegeven hinder te ondervinden van deze systematiek, omdat de betrokken opleidingen de laatste jaren te maken hebben met forse studentenstijgingen. Bij de ontwikkeling van het nieuw te implementeren bekostigingsmodel voor het totale HBO wordt momenteel bekeken of overschakeling naar een t-1 systematiek mogelijk en wenselijk is.

Bij de ontwikkeling van het nieuwe bekostigingsmodel wordt tevens het vraagstuk van de financiering van tweede diploma's bezien. In het huidige model wordt een tweede diploma behaald op dezelfde hogeschool waar ook het eerste diploma is behaald, niet bekostigd, terwijl bij het halen van een tweede diploma aan een andere instelling dan waar het eerste diploma is behaald, wel bekostiging plaatsvindt. De vraag is of dit onderscheid ook in de toekomst wenselijk is.

Ten slotte is van belang de voorgenomen wijziging van het bekostigingsmodel per 1 januari 2001 met betrekking tot snelle afstudeerders. Bij opleidingen met 168 studiepunten ontstaat ten aanzien van studenten die binnen twee verblijfsjaren afstuderen een bekostiging die alleen gebaseerd is op de daadwerkelijke verblijfsduur (1, dan wel 2 jaar). Met deze maatregel wordt de verdeling van de beschikbare gelden over de instellingen meer in overeenstemming gebracht met de werkelijke verblijfsduur van de studenten aan de afzonderlijke instellingen.

Budgettair kader vernieuwing
Voor de vernieuwing van de lerarenopleidingen primair onderwijs zijn naast de reguliere rijksbijdrage de volgende middelen beschikbaar. a. In de eerste plaats de aanvullende vergoeding voor de lerarenopleiding basisonderwijs (de pabo-up). Met de HBO-raad is in 1995 afgesproken dat deze voor vernieuwing wordt ingezet. Deze aanvullende vergoeding bedraagt, conform afspraak met de HBO-raad en zoals opgenomen in de Rijksbegroting 2000 jaarlijks fl. 25 miljoen en wordt toegekend naar rato van het aantal onderwjsvragende studenten.
b. In de tweede plaats is, zoals in de nota Maatwerk 2 opgenomen, in
2001 en 2002 een additioneel bedrag beschikbaar van fl. 10 miljoen per jaar. In die nota is echter ook aangegeven dat reeds in 2000 een beroep op deze middelen kan worden gedaan als daarvoor goede plannen voorliggen. Gelet op het belang van de beoogde vernieuwingen heb ik inmiddels mogelijkheden gevonden om de fl.10 miljoen voor 2002 reeds in 2000 beschikbaar te stellen.Ter bevordering van een gerichte en onderling afgestemde invulling op de afgesproken vernieuwingsthema's stel ik mij voor om deze additionele middelen in de vorm van specifieke projectsubsidies ter beschikking te stellen. Hiervoor zal een subsidieregeling worden opgesteld.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Namens deze,

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
OCenW
Ministerie van Onderwijs
Cultuur en Wetenschappen
Europaweg 4
Postbus 25000

2700 LZ Zoetermeer
Telefoon(079) 323 23 23
Telefax(079) 323 23 20
De voorzitter van de HBO-Raad
Prof. Dr. F. Leijnse
Postbus 123

2501 CC ‘S GRAVENHAGE
Uw brief vanOns kenmerkContactpersoonZoetermeer

11 november 1999HBO/AS/00/11148 Colijn28 juni 2000 OnderwerpDoorkiesnummer
Actieplan lerarenopleidingen basisonderwijs2122
Geachte heer Leijnse,

Gaarne bevestig ik hierbij de afspraken die tijdens het Bestuurlijk Overleg van 11 april jl. zijn gemaakt naar aanleiding van het door u in 1999 aangeboden Actieplan.
Ik heb daarbij mijn grote waardering voor de hoofdlijnen van het Actieplan uitgesproken en in het bijzonder voor het feit dat de lerarenopleidingen basisonderwijs met dit plan gezámenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor de bijdrage van de lerarenopleidingen aan de oplossing van de complexe problemen waarvoor het primair onderwijs staat. Daarnaast heb ik het belang van nauwe samenwerking met het veld van het basisonderwijs bij de verdere uitwerking en uitvoering van de plannen onderstreept.
Zoals blijkt uit de begroting 2000 is voor de vernieuwingsactiviteiten een extra bedrag opgenomen van Mf 10 voor zowel het jaar 2001 als 2002. Gelet op het belang dat ik hecht aan adequate uitvoering van het Actieplan heb ik inmiddels mogelijkheden gevonden om de beschikbaarstelling van de middelen voor 2002 te versnellen en deze reeds dit jaar in het vooruitzicht te stellen. De extra middelen zijn beschikbaar in aanvulling op de basisfinanciering voor innovatie, te weten de aanvullende vergoeding (zgn. pabo-up). Hogescholen kunnen aanspraak maken op de additionele bijdrage op basis van verder uitgewerkte plannen. Deze bijdrage, die intentioneel van aard zal zijn, zal per hogeschool worden bepaald naar rato van het aantal onderwijsvragenden van de lerarenopleidingen basisonderwijs. Inzet voor gezamenlijke dan wel instellingsoverstijgende activiteiten is uiteraard daarmee geenszins uitgesloten en heeft ook de voorkeur.

In de plannen zie ik graag de volgende doelen uitgewerkt. In de eerste plaats gaat het om activiteiten gericht op flexibilisering en dualisering en op verdergaande integratie van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie bij inhoud, organisatie en uitvoering van het onderwijs. Daarbij kunnen de noodzakelijke activiteiten ter implementatie van het opleiden tot de startbekwaamheden - waarbij ik in het bijzonder aandacht vraag voor die met betrekking tot Techniek - , en van het gemeenschappelijk curriculum worden geïntegreerd. De activiteiten ter bevordering van in-, door-, en uitstroom van allochtonen zijn niet minder belangrijk. In de derde plaats gaat het om initiatieven tot samenwerking met scholen waarbij ik in het bijzonder aandacht vraag voor initiatieven gericht op het (nog) meer samen met de scholen opleiden.

Om dit jaar de plannen nog te kunnen goedkeuren en de middelen beschikbaar te stellen, dienen de plannen te worden ingediend vóór 8 september 2000. Het totaal van de plannen moet betrekking hebben op alle vernieuwingsaspecten. Bij de beoordeling zal meewegen hoe de hogescholen de aanvullende vergoeding (de zgn. pabo-up) aanwenden als basisfinanciering voor innovatie. Tevens is aandachtspunt de wijze waarop hogescholen de scholen voor primair onderwijs betrekken bij invulling en uitvoering van de activiteiten.
De regeling waarin een en ander verder wordt uitgewerkt en toegelicht zal op zo kort mogelijke termijn worden gepubliceerd.

Ik vertrouw erop dat uw leden met deze informatie voldoende gelegenheid hebben om zich voor te bereiden op het indienen van plannen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, namens deze,

drs. J. Zuurmond,
directeur Hoger Beroepsonderwijs

cc de hogescholen die een opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgen

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie