Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Uitspraak in de zaak R.H. en drie medeverdachten

Datum nieuwsfeit: 25-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gerechtshof Amsterdam


PERSBERICHT MALTA-ZAAK


25 juli 2000
Arrest gerechtshof Amsterdam

uitspraak in de zaak R.H. en drie medeverdachten

Het volledige arrest is vanaf hedenmiddag te vinden op:

www.gerechtshof-amsterdam.nl

Samenvatting

Het gerechtshof te Amsterdam heeft vandaag in de zaak tegen R.H. (Malta-zaak) op het hoger beroep van het OM en verdachte arrest gewezen. De rechtbank Amsterdam had verdachte op 26 november 1999 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Het hof heeft dit vonnis vernietigd, verdachte van een aantal feiten vrijgesproken en hem wegens andere feiten (onder meer wegens overtreding van de Opiumwet, de Wet milieubeheer en artikel 174 Wetboek van strafrecht) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4½ jaar. Twee andere verdachten werden veroordeeld tot respectievelijk 3 en 2 jaar (rechtbank 4 jaar respectievelijk 5 jaar + geldboete). De vierde verdachte werd vrijgesproken (rechtbank 12 maanden + geldboete).

Bedrijfsmatige aanpak

Verdachte heeft zijn kennis in de chemie en van de markt voor chemische stoffen gebruikt om gedurende jaren bedrijfsmatig en op zeer grote schaal voorbereidingshandelingen te plegen met betrekking tot verboden synthetische drugs. Daarbij speelde hij in op een "gat in de markt". Men kon bij M.C. BV, het bedrijf waarbinnen verdachte de hoofdverantwoordelijke was, terecht voor levering van voor de productie van (verboden) synthetische drugs benodigde/geschikte chemicaliën en apparatuur: direct over de toonbank, tegen contante betaling en desgewenst zonder vastlegging van naam en/of adres van de koper. Dit begunstigde uiteraard de afname door mensen die zich bezighielden met de productie van verboden synthetische drugs en leidde dan ook tot een explosieve groei van de omzet.

Gevaar voor het milieu

Verdachte liet zich als directeur van M.C. BV niets gelegen liggen aan het door de overheid gevoerde vergunningenbeleid ten aanzien van chemicaliën als PMK en (iso)safrol. De wijze van opslaan van een grote hoeveelheid van diverse soorten milieugevaarlijke stoffen heeft een ernstig gevaar voor de directe omgeving van het bedrijf in het leven geroepen.

Schadelijk voor het leven of de gezondheid

Artikel 174 Wetboek van strafrecht stelt 15 jaar gevangenisstraf op het te koop aanbieden en verkopen van voor het leven of de gezondheid schadelijke waren, indien dat schadelijke karakter wordt verzwegen. Tenlaste was gelegd de verkoop van 4-MTA-pillen en GHB (GammaHydroxyBoterzuur).

Om te kunnen vaststellen dat een stof schadelijk is in de zin van artikel 174 Wetboek van strafrecht, is niet voldoende dat door onbekendheid van de aard van de stof onzeker is of schade kan optreden. In dat geval is het gebruik niet zonder risico, omdat zou kunnen blijken dat dat gebruik schadelijk in voormelde zin is. Dat risico berust op het mogelijk schadelijke karakter. Maar denkbaar blijft dat later komt vast te staan dat de stof niet schadelijk is. Voorkoming van voormeld risico is - mede - het oogmerk van andere strafbepalingen, zoals de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, maar is niet het strafdoel van de artikelen 174 en 175 Sr.

Hoewel 4-MTA inmiddels op lijst I van de Opiumwet (harddrugs) is geplaatst, zijn er naar het oordeel van het hof tot nog toe onvoldoende gegevens om te kunnen vaststellen dat 4-MTA-pillen schadelijk zijn in de zin van artikel 174. Dit leidde op dit punt tot vrijspraak.

Wel heeft het hof verdachte terzake van artikel 174 veroordeeld wegens de verkoop van GHB.
Onoordeelkundig gebruik van deze (in het verleden als narcosemiddel aangewende) stof kan al gauw tot coma leiden.

Verweren, inkijkoperaties

Het hof heeft de door de verdachte opgeworpen verweren dat de dagvaarding nietig zou zijn en dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn, verworpen.

Zo hoefden de uitgebreide inkijkoperaties niet te worden aangemerkt als 'bedrijfszoeking' en waren deze niet in strijd met de geldende regels: Een kijkoperatie in het kader van de Opiumwet hoeft niet steeds beperkt te blijven tot een 'vluchtig kijkje'. Het van buiten naar binnen kijken, het maken van video-opnamen, het daarbij ten behoeve van de opname voor de camera houden van goederen uit dozen noch het nemen van monsters levert in deze zaak een argument op voor het aannemen van bevoegdheidsoverschrijding.

Evenmin ziet het hof zo'n argument in de aansturing 'op afstand' van de inkijkende opsporingsambtenaren. Immers, de aansturing - in het bijzonder door de officier van justitie - moet worden geacht te hebben bijgedragen tot verzekering van een optimale, dus rechtmatige èn effectieve hantering van de bevoegdheid tot inkijken.

Doorlaten van verdovende middelen

Ook is verworpen het verweer erop neerkomend dat de verdachte er zelf aanspraak op heeft dat de politie tegen strafbare feiten met verboden verdovende middelen en/of chemicaliën optreedt en dat nalaten daarvan zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Uitzonderingen zijn denkbaar, maar die deden zich hier niet voor.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie