Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW inzake kwaliteit en bekostiging van de zorg

Datum nieuwsfeit: 26-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW kwaliteit, organisatie en bekostiging van d e zorg

Gemaakt: 7-8-2000 tijd: 16:7


4


24578 MAVO/VBO/VSO

Nr. 32 Brief staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 26 juli 2000

Hierbij zend ik u mijn voorstellen over de kwaliteit, organisatie en bekostiging van de zorg in het voortgezet onderwijs. Daarover heeft in de afgelopen maanden intensief overleg plaatsgevonden in het zogenaamde Technisch Overleg (TO), het overlegorgaan waarin OCenW (mede namens LNV) en de onderwijsorganisaties met elkaar spreken over de zorgstructuur vmbo. Dit overleg heeft geleid tot de volgende bij deze brief gevoegde stukken:1)

De Gezamenlijke verklaring over kwaliteit, organisatie en bekostiging van de zorg in het voortgezet onderwijs;

De rapportage van het TO, waarin de onderbouwing van de in de verklaring genoemde voorstellen is opgenomen.

De Gezamenlijke verklaring bouwt voort op de eertijds met de organisaties gesloten «Gezamenlijke afspraken over de zorgverbreding van het voortgezet onderwijs». Met deze gezamenlijke verklaring geven partijen aan in te stemmen met de voorgestelde beleidslijnen en tevens de invoering daarvan te zullen bevorderen. Ik ben voornemens de Gezamenlijke verklaring mede te ondertekenen. Mijn definitieve besluit zal ik pas nemen na overleg met de Tweede Kamer.

Met de toezending van deze stukken voldoe ik, voor wat betreft het zorgbudget, aan de verslagverplichting zoals vastgelegd in artikel XXIII van de mavo/vbo/vso-wet van 25 mei 1998. In de navolgende paragrafen vat ik mijn voorstellen samen. Voor een meer uitgebreide beschrijving verwijs ik u naar de rapportage over het in het TO gevoerde overleg.

Uitgangspunten van een zorgbudget

Bij de parlementaire behandeling van de mavo/vbo/vso-wet van 25 mei
1998 zijn drie uitgangspunten voor het zorgbudget aangegeven:
het bevorderen van maatwerk in de zorgstructuur;

beheersing van uitgaven door invoering van een volledig gebudgetteerd bekostigingssysteem;

een zorgbudget op samenwerkingsverbandniveau.

Onderstaand worden deze uitgangspunten uitgewerkt in concrete voorstellen.

Sturing op de kwaliteit van de zorg

De kwaliteit van de zorg zal worden bevorderd door middel van een programma van eisen dat als gemeenschappelijk referentiekader van en door de sector voortgezet onderwijs kan worden gehanteerd. Met de onderwijsorganisaties heb ik afgesproken dit concept de komende jaren te ontwikkelen in samenhang met het bredere kwaliteitsbeleid en de vernieuwing van het toezicht door de inspectie. In juni heeft een startconferentie over dit thema plaatsgevonden. Dit najaar zal een meerjarig landelijk kwaliteitsproject van start gaan.

U zult in het kader van het invoeringsplan vmbo nader worden geïnformeerd over het landelijk kwaliteitsproject en de ontwikkeling van het programma van eisen.

Kwalitatieve regulering van de instroom

Voordelen van een volledig gebudgetteerd bekostigingssysteem zijn financiële beheersing voor de overheid en grotere beleidsruimte voor de scholen. Er is echter ook een nadeel aan verbonden: bij budgettering is er geen sprake van een directe koppeling tussen de vraag naar zorg en de door de overheid ter beschikking gestelde middelen. Volledige budgettering wordt daarom door het veld ervaren als afwenteling van risico's op scholen.

Daarom stel ik geen volledige budgettering voor als middel om beheersing van uitgaven te bereiken, maar een kwalitatieve regulering van de instroom van leerlingen in de zorgstructuur. Door een onafhankelijke instelling, de Regionale Verwijzingscommissie (RVC), worden op basis van landelijke uniforme criteria beschikkingen afgegeven voor de toelaatbaarheid van leerlingen tot het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs. De huidige open-einde-bekostiging kan dan worden gehandhaafd. Dit biedt naar mijn oordeel voldoende garanties voor beheersing van het volume van zorgleerlingen en de daaraan gekoppelde open-einde-bekostiging door de overheid.

Met de regulering van de instroom in het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs bouw ik voort op het beleid van landelijke indicatiestelling zoals dat thans wordt gevoerd. Op dit moment ontvangen scholen bekostiging voor zorgleerlingen, indien de RVC op basis van indicatiestelling een advies heeft afgegeven dat een leerling toelaatbaar is tot leerwegondersteunend onderwijs, of praktijkonderwijs. Deze procedure is in het schooljaar 1999 - 2000 ingevoerd en geëvalueerd. U bent daarover geïnformeerd in de brief van
17 december 1999. In het najaar 2000 zullen de criteria en de procedure voor het schooljaar 2000 - 2001 eveneens worden geëvalueerd. De evaluatie, die door het SCO-Kohnstamm Instituut wordt uitgevoerd, vormt de basis voor eventuele bijstelling van de criteria en - zoals reeds aangekondigd in de brief van 17 december 1999 - voor eventueel ingrijpen bij excessieve volume-ontwikkelingen van het totaal aantal zorgleerlingen.

Regionaal budget voor samenwerkingsverbanden.

Het als derde aangegeven uitgangspunt voor het zorgbudget is dat het budget op het niveau van het samenwerkingsverband wordt gealloceerd. Daarmee is impliciet aangegeven dat de zorg voor leerlingen een regionale aangelegenheid is van de samenwerkende scholen binnen een samenwerkingsverband. Naast de open-einde-bekostiging van door de RVC geïndiceerde leerlingen moeten scholen ook budgettair in staat worden gesteld om binnen het samenwerkingsverband zorg op maat voor de individuele leerling aan te bieden. Daarom stel ik voor aan elk samenwerkingsverband een regionaal budget ter beschikking te stellen. Dit geoormerkte budget komt tot stand door het aantal leerlingen in de leerjaren 3 en 4 van het vmbo te vermenigvuldigen met een nog vast te stellen bedrag per leerling. Het betreft hier dus een genormeerd budget.

Het regionaal budget is tevens bedoeld om de samenwerkende scholen in staat te stellen een zorgaanbod te realiseren voor leerlingen die zorg nodig hebben, maar waarvoor door de RVC geen positieve beschikking is afgegeven.

In lijn met het gedachtegoed van de mavo/vbo/vso-wet wordt dit budget onder de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid geplaatst van de samenwerkende scholen van het samenwerkingsverband. Op deze wijze worden alle scholen in samenwerkingsverbanden direct betrokken bij en mede-verantwoordelijk voor de zorgverlening aan leerlingen. Dat is een belangrijke stap in de zorgverbreding van het voortgezet onderwijs en maakt een betere afstemming mogelijk met de
WSNS-samenwerkingsverbanden. Verder is van belang dat de feitelijke zorg die wordt verleend op grond van het regionale budget in goede samenspraak en afstemming met de jeugdzorg tot stand komt en dat deze zorg alle leerlingen in het samenwerkingsverband betreft.

Samenvatting: het nieuwe gemengde bekostigingsmodel voor de zorg

Na uitgebreid overleg stel ik een ander bekostigingsmodel voor dan oorspronkelijk bedoeld bij de behandeling van de mavo/vbo/vso-wet.

In het nieuwe bekostigingsmodel vormen de open-einde-bekostiging (met RVC-beschikkingen) en budgettering (regionaal budget) een samenhangend geheel: een gemengd model. Gemengd ook omdat bekostiging enerzijds plaatsvindt naar individuele scholen en anderzijds naar de gezamenlijke scholen van het samenwerkingsverband.

Het streven is erop gericht het gemengde model in te voeren met ingang van 1 augustus 2003. Dit veronderstelt dat de instroom van leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs voor het eerst per 1 augustus 2002 geschiedt op basis van door de RVC afgegeven beschikkingen.

In het TO is afgesproken dat dit najaar tot uitwerking van het gemengde bekostigingsmodel kan worden overgegaan. Enkele van de vraagstukken die in dat verband aan de orde komen, zijn reeds aangeduid in paragraaf 5 van de rapportage van het TO.

Licentiehouders

Binnen een gemengd bekostigingsmodel is de vraag aan de orde of alle vmbo-scholen in aanmerking moeten komen voor extra bekostiging van geïndiceerde leerlingen of dat er - in elk geval voorshands - een onderscheid gemaakt moet worden tussen scholen met en zonder een zorglicentie. Feit is dat de huidige zorgstructuur een onderscheid kent. Een onderscheid dat ook na omvorming van het svo/mlk en het svo/lom blijft bestaan. Er zijn dan vo-scholen met en zonder een afdeling leerwegondersteunend onderwijs, of praktijkonderwijs. Aan het op korte termijn opheffen van dit onderscheid is een aantal risico's verbonden:

verdunning van de zorgexpertise over het gehele voortgezet onderwijs;

onvoldoende ontwikkelde kwaliteit van de zorg op scholen die voorheen geen afdeling leerwegondersteunend onderwijs, of praktijkonderwijs hadden;

negatieve invloed op de bereidheid van vo-scholen om te fuseren met het svo/lom;

personele consequenties als gevolg van het verleggen van leerlingenstromen.

Voor de korte termijn stel ik voor het onderscheid te handhaven.

Of het onderscheid tussen licentiehouders en niet-licentiehouders ook voor de langere termijn moet worden gehandhaafd, zal worden bezien in het kader van de evaluatie van het zorgstelsel die vier jaar na de introductie van de nieuwe bekostigingssystematiek voor de zorg, zal zijn afgerond.

Het budgettaire kader

De organisaties uit het TO geven in de rapportage aan dat de zorgstructuur niet vernieuwd kan worden zonder extra middelen.

De voorwaarden voor vernieuwing zijn verbeterd nu er in het kader van de Voorjaarsnota 2000 extra middelen beschikbaar zijn gekomen. In het jaar 2000 is er een extra budget beschikbaar van fl. 10 mln. Deze middelen zijn aangekondigd bij de Voorjaarsnota. Naar verwachting zal dit structurele bedrag met ingang van 2001 verhoogd worden in het kader van de Rijksbegroting 2001, die in september zal verschijnen. Alsdan zal ook worden aangegeven hoe wordt omgegaan met het amendement met betrekking tot de eerste suppletoirebegroting 2000.

Tot besluit

De hoofdlijnen van de toekomstige organisatie en bekostiging van de zorg in het voortgezet onderwijs zullen met de ontwikkelingen in het primair onderwijs worden afgestemd. Op dit punt zal ik de Kamer blijven informeren, zoals afgesproken in het algemeen overleg over LGF op 22 juni 2000.

Naar ik hoop zullen wij kort na de zomer het overleg voeren dat bij de behandeling van de mavo/vbo/vso-wet is aangeduid als de «go or go later beslissing».

Mijn voorstellen heb ik ter advisering voorgelegd aan de Onderwijsraad. Naar verwachting zal de Onderwijsraad mij in de eerste helft van september 2000 het gevraagde advies toezenden.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

mede namens de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

K.Y.I.J. Adelmund


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie