Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CBS Conjunctuurbericht juli 2000

Datum nieuwsfeit: 27-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CBS publicaties



Conjunctuurbericht juli 2000
Afsluitdatum gegevens: 25 juli 2000

* Algemeen: postief beeld

* Economische groei: in eerste kwartaal 4,7%
* Consumptie: groei aanhoudend hoog

* Investeringen: structurele investeringsgroei loopt op
* Productie industrie: iets lager in mei

* Consumentenprijzen: inflatie in juni 2,7%
* Producentenprijzen: hoger door duurdere aardolie
* Producentenvertrouwen: onveranderd optimistisch
* Consumentenvertrouwen: nog altijd groot
* Werkloosheid: lichte daling

* FOCUS: Diensten: structuur en conjunctuur + Structuur: belang diensten aanzienlijk + Conjunctuur: telecommunicatie blijft sterk groeien
Algemeen: postief beeld
De indicatoren van de Nederlandse conjunctuur laten nagenoeg een zelfde beeld zien als in juni. Er zijn geen tekenen dat de economische groei tempert. Het volume van het bruto binnenlands product is in het eerste kwartaal van dit jaar met 4,7% gegroeid. Dit cijfer ligt hoger dan aanvankelijk was geraamd. Aan de bestedingenkant nemen zowel de consumptie als de uitvoer in het eerste kwartaal meer toe dan in het laatste kwartaal van vorig jaar. Ook de productie in de industrie blijft hoog, terwijl de werkloosheid blijft dalen. Deze positieve ontwikkelingen voeden het vertrouwen van de consumenten en de producenten. Zij blijven onveranderd optimistisch. Wel ervaren ondernemers het tekort aan arbeidskrachten in toenemende mate als een probleem. Minder gunstig is de ontwikkeling van de consumentenprijzen. De inflatie loopt in juni met 0,3%-punt op vergeleken met de maand ervoor en ligt nu op het hoogste niveau sinds 1994. Ook de producentprijzen lopen op. De prijsontwikkeling van ruwe aardolie is een belangrijke oorzaak van de stijgende prijzen.
Economische groei: in eerste kwartaal 4,7%
Het volume van het bruto binnenlands product in het eerste kwartaal van dit jaar is 4,7% groter dan in het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Dit is een bijstelling van 0,5%-punt ten opzichte van het eerder geraamde groeicijfer. Aan de productiekant valt vooral de sterke groei bij de telecommunicatie op. Het volume van de toegevoegde waarde ligt hier ruim 20% hoger dan in het eerste kwartaal van 1999. Andere sterke stijgingen doen zich voor bij de
transportmiddelenindustrie, de basischemie en de bouwnijverheid. Aan de bestedingenkant is de sterke stijging van de investeringen door de overheid opvallend (8,2%). Hoewel de investeringsontwikkeling bij bedrijven enigszins achterblijft bij die van de overheid is het groeicijfer van 6,6% relatief hoog. De uitvoer blijft zich gunstig ontwikkelen. Het volume van de uitvoer is in het eerste kwartaal 7,7% groter dan in het overeenkomstige kwartaal een jaar eerder. Dit groeicijfer ligt hoger dan dat kwartaal ervoor. Hiermee zet de positieve tendens zich voort.


Consumptie: groei aanhoudend hoog
De consumptiegroei heeft zich begin 2000 hersteld van de lichte terugval in de tweede helft van 1999. Het niveau van de consumptie in de maanden januari tot en met mei ligt 4,0% boven dat van dezelfde periode vorig jaar. Het volume van de binnenlandse individuele consumptie in mei is 3,7% groter dan in de dezelfde maand een jaar eerder. In de eerste vijf maanden werd de groei breed gedragen. De uitgaven aan voedings- en genotmiddelen stegen in deze periode met 2,0%. Deze consumptiecategorie kampt al twee jaar met achterblijvende groeicijfers zodat een toename van 2,0% hier dus relatief groot is. De bestedingen aan duurzame goederen liggen in het tijdvak januari-mei 5,9% hoger dan in deze periode vorig jaar. Consumentenelektronica is het meest in trek. Diensten vormen de grootste consumptiecategorie. De groei schommelt al geruime tijd rond de 3,5%. Onder invloed van de sterke toename van de bestedingen aan vervoers- en communicatiediensten is er in de eerste maanden van dit jaar sprake van een groeiversnelling. Over de eerste vijf maanden van dit jaar gemeten bedraagt de volumetoename 4,0%.


Investeringen: structurele investeringsgroei loopt op Het volume van de investeringen in vaste activa is in het eerste kwartaal van dit jaar 6,8% groter dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dit groeicijfer is iets lager dan dat van het laatste kwartaal van vorig jaar. Investeringscijfers kunnen echter sterk fluctueren, door het in gebruik nemen van grote projecten. Als rekening wordt gehouden met deze schommelingen ligt de investeringsgroei van bedrijven en overheid samen dit kwartaal juist iets hoger dan in het vierde kwartaal van 1999. Vooral bij grond, weg- en waterbouwkundige werken is de groei van de investeringen veel groter dan in het kwartaal ervoor. Ook bij computers en vervoermiddelen is de investeringsontwikkeling gunstiger. Daarentegen is de investeringstoename voor machines veel kleiner. De groeicijfers van deze categorie zijn echter vrij grillig door de oplevering van incidentele grote projecten.


Productie industrie: iets lager in mei
Het volume van de industriële productie in mei is 2,7% kleiner dan in april van dit jaar. Dit relatief lage cijfer wordt echter mede veroorzaakt door incidentele factoren. Door eerdere stijgingen blijft het productievolume relatief groot. Vergeleken met mei 1999 ligt de productie nog 0,3%-punt hoger. Niet in alle bedrijfstakken daalt de productie vergeleken met april. In de chemie is er sprake van een lichte stijging, vooral door een toename van de productie van chemische eindproducten. In de metaal en vooral in de textiel, kleding- en leerindustrie lag de productie daarentegen fors lager. In de loop van 1999 verbeterde de internationale conjunctuur, waardoor de industriële productie in Nederland aantrok. Deze gunstige ontwikkeling heeft zich in de eerste vijf maanden van dit jaar voortgezet. Voor de industrie als geheel ligt de productie in de eerste vijf maanden van dit jaar 2,0% hoger dan in het corresponderende tijdvak een jaar eerder. In bijna alle branches neemt het productievolume toe. Een sterke toename is er onder andere in de voedings- en genotmiddelen industrie. Hierbij speelt het relatief lage niveau in het begin van vorig jaar mede een rol. Toen lag de productie fors lager door incidenten op het gebied van voeding en de tegenvallende kaasexport naar Rusland.


Consumentenprijzen: inflatie in juni 2,7%
De inflatie heeft in juni het hoogste niveau bereikt sinds oktober 1994. Het consumentenprijsindexcijfer ligt in juni 2,7% hoger dan in juni 1999. Vergeleken met de maand ervoor is de inflatie 0,3%-punt hoger. Vooral autobrandstoffen stuwen het prijsniveau op. Kleding en schoeisel zijn goedkoper dan in mei van dit jaar, maar dat is gebruikelijk door de uitverkoop. Ook fruit werd goedkoper. Deze dalingen zijn echter minder groot dan vorig jaar.

In juni ligt in de EU15 het geharmoniseerde prijsindexcijfer 2,1% hoger dan in juni 1999. In de eurozone is de gemiddelde prijsstijging 2,4%. De inflatie ligt daarmee boven de grens die de Europese Centrale Bank hanteert voor prijsstabiliteit. Behalve in Griekenland loopt de inflatie op in alle landen van de Europese Unie. Relatief neemt de inflatie het meest toe in Oostenrijk, Frankrijk en Duitsland. Voor Nederland bedraagt de vergelijkbare prijsstijging 2,5%. Dit is vergeleken met mei een toename met 0,5%-punt. Nadat Nederland in de eerste drie maanden een inflatie had die kleiner was dan het gemiddelde, is de inflatie nu iets groter. Met betrekking tot de inflatie behoort Nederland nu tot de middenmoot. In het Verenigd Koninkrijk stijgen de prijzen het minst (0,8%). Ook in Zweden (1,4%) is de inflatie relatief laag. In Ierland (5,4%) nemen de prijzen het meest toe.


Producentenprijzen: hoger door duurdere aardolie De prijzen van grondstoffen en halffabrikaten die de industrie verbruikt, liggen in mei 4,8% hoger dan in april. In vergelijking met mei van het vorig jaar liggen de verbruiksprijzen nu ruim 21% hoger. Hogere olieprijzen op de wereldmarkt zijn de belangrijkste oorzaak van de prijsstijging. Geïmporteerde grondstoffen zijn dan ook veel meer in prijs gestegen dan de uit Nederland afkomstige grondstoffen en halffabrikaten. De afzetprijzen in de industrie zijn in mei met 2,2% gestegen ten opzichte van april. Het prijsniveau van industriële producten ligt nu 13% hoger dan in mei 1999. Vooral chemische basisproducten zijn in mei duurder geworden. Prijsdalingen hebben zich voorgedaan in de rubber- en kunststofverwerkende industrie. De afgelopen twee jaar is de prijsontwikkeling van ruwe aardolie de belangrijkste verklarende factor geweest voor de ontwikkeling van de producentenprijzen. Door productiebeperkingen van de OPEC landen daalde het aanbod. Sinds februari van het vorig jaar is de prijs mede hierdoor sterk gestegen. Ook in juni van dat jaar is de gemiddelde prijs van een barrel North Sea Brent verder gestegen. Wel hebben de OPEC landen aangekondigd de olieproductie op te zullen voeren wat de prijzen zou kunnen drukken. Op maandag 24 juli was de prijs per barrel ruwe olie 26,95 dollar. Dit is een daling van 2,71$ ten opzichte van het gemiddelde niveau in juni.


Producentenvertrouwen: onveranderd optimistisch Het vertrouwen van de ondernemers in de industrie is in juni nagenoeg niet veranderd vergeleken met de maand ervoor. Zij blijven positief gestemd over de Nederlandse economie. De indicator van het producentenvertrouwen komt uit op 6,7 en ligt 0,1 punt hoger dan in mei. Ook de oordelen over de verwachte bedrijvigheid, de orderpositie en de voorraden gereed product blijven nagenoeg gelijk. Wel ervaren ondernemers het tekort aan arbeidskrachten in toenemende mate als een productiebelemmering. Dit kan wijzen op een toenemende spanning op de arbeidsmarkt.


Consumentenvertrouwen: nog altijd groot
De Nederlandse consument blijft in juli optimistisch gestemd over de economie. De indicator komt in juli uit op 25. Dit is nagenoeg gelijk aan het cijfer in juni. Het oordeel over het economisch klimaat is stabiel en blijft positief. Ook de koopbereidheid blijft onveranderd groot. Alhoewel de indicator van het consumentenvertrouwen groter is dan die van het producentenvertrouwen kan niet worden geconcludeerd dat de consumenten optimistischer zijn dan de producenten. Het consumentenvertrouwen ligt structureel hoger en uit de indicatoren kan uitsluitend een verandering van de stemming worden afgeleid.

Werkloosheid: lichte daling
Het aantal geregistreerde werklozen komt in het tweede kwartaal uit op 173 duizend. Dat is 43 duizend lager dan in het tweede kwartaal van 1999, wat neerkomt op een gemiddelde daling van ruim drieduizend per maand. In vergelijking met het eerste kwartaal van dit jaar ligt de werkloosheid, na seizoenscorrectie, 9 duizend lager. Sinds 1995 ligt de geregistreerde werkloosheid steeds lager dan in dezelfde periode van het jaar ervoor. Wel is het tempo van de daling in de eerste helft van het jaar afgenomen vergeleken met de twee jaar ervoor.

FOCUS: Diensten: structuur en conjunctuur

Structuur: belang diensten aanzienlijk
In de economie wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen de primaire, de secondaire en de tertiaire/quartaire sector. De eerste betreft de landbouw, de tweede de nijverheid en de derde de diensten. Als dit onderscheid wordt gemaakt, is de dienstverlening de grootste sector binnen de Nederlandse economie. In 1999 wordt ongeveer 58% van het bruto binnenlands product (BBP), de totale waarde van door Nederland geproduceerde goederen en diensten, door deze sector gegenereerd. Ongeveer 39% wordt geproduceerd door de nijverheid. Het belang van diensten is vooral sinds de jaren zestig van de vorige eeuw toegenomen. Dit betekent dat de productie van deze sector sindsdien sterker is gegroeid dan die van de overige sectoren. De sterk toegenomen welvaart in ons land, waardoor de vraag naar diensten sterk is toegenomen, speelt hierbij een rol. Daarnaast is van belang dat sommige bedrijfstakken door buitenlandse concurrentie niet meer rendabel waren in Nederland en zijn gesaneerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de textiel, de scheepsbouw en de vliegtuigbouw. Niet alle diensten zijn in de loop van de tijd belangrijker geworden. Het aandeel van de bedrijfstak horeca, handel en reparatie schommelt al vijftig jaar rond de 15%. Ook het aandeel van vervoer, opslag en communicatie verandert nauwelijks. Wel maskeert het totaalcijfer verschillen binnen de groep. Het is vooral het aandeel van de financiële en zakelijke dienstverlening dat het afgelopen decennium gestaag is gestegen. Begin 1990 was de verhouding tussen de productie van deze sector en het BBP nog ongeveer 20%. In 1999 is het quotiënt bijna 8%-punt hoger. Tot de financiële en zakelijke dienstverlening behoren onder andere computer- en software ondersteunende bedrijven. Het sterk gestegen computergebruik heeft mede geleid tot het toegenomen aandeel. Daarnaast is ook de productie van uitzendbureaus in het begin van de jaren negentig sterk gegroeid. Ook adviesbureaus en accountantskantoren zijn steeds belangrijker geworden.
Naast het aandeel in het totale pakket goederen en diensten is het aantal mensen dat werkzaam is in de dienstensector een andere belangrijke indicator voor het belang van deze sector. In 1999 is 77% van het aantal banen een dienstverlenende. Ruim 20% van de banen lag bij de nijverheid. Het relatieve belang van de dienstensector wordt dus nog groter als gekeken wordt naar het aantal mensen dat er werkt. Dit komt deels doordat de meeste bedrijfstakken in de dienstensector arbeidsintensiever zijn dan de nijverheid. Er zijn dus meer mensen nodig om dezelfde toegevoegde waarde te genereren. Bij de bedrijfstak handel, horeca en reparatie speelt dit bijvoorbeeld duidelijk een rol. Het aandeel in het aantal banen is in 1999 bijna 9%-punt groter dan de verhouding tussen de toegevoegde waarde van de sector en het BBP.


Conjunctuur: telecommunicatie blijft sterk groeien In 1999 groeide het productievolume van de verschillende bedrijfstakken in de dienstensector met gemiddeld 3,3%. In 1999 is de productiegroei in de telecommunicatie verreweg het grootst met groeicijfers van meer dan 10%. Wel lag de jaar-op-jaar mutatie in 1999 lager dan in het jaar ervoor. In het laatste kwartaal van vorig jaar nam het ontwikkelingstempo van de productie weer toe en in het eerste kwartaal is het productievolume ruim 20% hoger dan in hetzelfde kwartaal van 1999. De opkomst van mobiele telefonie is de motor achter de hoge groeicijfers. Wel is de bedrijfstak telecommunicatie relatief klein. Alleen de horeca en de uitzendbranche waren in 1999 geringer van omvang dan de telecommunicatie. De productie van uitzendbureaus kromp in de eerste drie kwartalen van 1999. Daarna trok de productie weer iets aan en in het eerste kwartaal van dit jaar is het productievolume 5,3% groter dan in het eerste kwartaal van 1999. Handel en reparatie vormen de grootste bedrijfstak van de dienstverlenende sector. Het volume van de toegevoegde waarde was in 1999 ruim 97 miljard. Dit is ongeveer 18% van de totale hoeveelheid geproduceerde diensten. De groei in deze bedrijfstak trekt in de loop van 1999 aan en blijft ook in het eerste kwartaal van dit jaar hoog. Dit komt vooral door hoge groeicijfers van de groothandel, die met name profiteert van de positieve ontwikkeling van de uitvoer. De zakelijke dienstverlening is een andere belangrijke bedrijfstak binnen de dienstensector. In 1999 is de toegevoegde waarde ruim 72 miljard. Bovendien zijn de groeicijfers bovengemiddeld, alhoewel zij wel iets lager zijn dan in 1998.

Conjunctuurbericht is een uitgave van de divisie Presentatie en Integratie, sector Conjunctuur en Regio, e-mail: (infopcr@cbs.nl). Laatst gewijzigd: 25 juli 2000

© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 2000 Bronvermelding is verplicht.
Verveelvoudiging voor eigen gebruik of intern gebruik is toegestaan.

Laatst gewijzigd: 27 juli 2000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie