Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde agenda bijeenkomst JBZ-ministers EU

Datum nieuwsfeit: 28-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief Justitie geannoteerde agenda jbz-ministers
Gemaakt: 21-7-2000 tijd: 10:59


5


23490 Ontwerpbesluiten Unie-Verdrag

nr. 161 Brief van de minister van Justitie

Hiermee stuur ik u, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van justitie, de geannoteerde agenda voor de informele bijeenkomst van de JBZ-ministers in Marseille op 28 en 29 juli a.s..

Voorts stuur ik u het JBZ-onderdeel uit het werkprogramma van het Franse Voorzitterschap Doc. SN 3417/2/00 REV 2, p. 24-28. *).

De minister van Justitie,

A.H. Korthals

Geannoteerde agenda voor de informele bijeenkomst van de ministers van Justitie en Binnen-landse Zaken van de lidstaten van de EU op 28 en 29 juli 2000


1. Justitieel netwerk in civielrechtelijke zaken
document : non-paper Frans Voorzitterschap *) (Nl)

Het Voorzitterschap heeft zeer recent - en in de vorm van een non-paper - een eerste voorstel voor een beschikking gepresenteerd tot oprichting van een Europees justitieel netwerk op het gebied van burgerlijke en handelszaken, en een voor het publiek toegankelijk informatiesysteem. Dit is eenmaal op ambtelijk niveau besproken

De concept-beschikking bouwt voort op het door de Europese Raad van Tampere onderschreven beginsel van een goede toegang tot justitie. Het civiele netwerk kent al een voorbeeld op strafrechtelijk gebied. Per lidstaat moet een centraal contactpunt worden ingericht dat de burgers informatie verschaft over (de toegang tot) het rechtssysteem in andere lidstaten. Zowel de Commissie als een aantal grotere lidstaten heeft benadrukt dat het netwerk geleidelijk moet worden uitgebouwd en vervolmaakt, en bijvoorbeeld in een eerste fase nog niet direct door burgers zou kunnen worden geraadpleegd, maar bijvoorbeeld alleen voor professionals, zoals advocaten, beschikbaar zou moeten zijn.

Het Nederlandse standpunt is dat een goede toegang tot justitie vergt dat belemmeringen voor rechtsverwezenlijking zoveel mogelijk moeten worden weggenomen. Een civiel netwerk zoals voorgenomen kan daaraan een bijdrage leveren. Echter, een zinvol netwerk- en informatiesysteem vereist een goede afstemming met het buitengerechtelijk netwerk van geschillenbeslechting in consumentenzaken, waarvoor in een resolutie van de Raad dit voorjaar de basis is gelegd. Dat is nu niet het geval. Verder moet er rekening worden gehouden met de
aansprakelijkheidsrisico's die bestaan indien de overheid - zeker op een zo ongeclausuleerde wijze zoals nu in het concept-document is bepaald - informatie gaat verstrekken, onder andere via Internet, over beroepsmogelijkheden in het buitenland en zelfs over de inhoud van het materiële recht. Indien die informatie op de een of andere wijze onjuist of onvolledig is (bijvoorbeeld onvoldoende «up-to-date» met recente wetswijzigingen en rechtspraak) dan kunnen daaruit grote schadelijke gevolgen voor de overheid ontstaan. Ook dit gevaar werd nog onvoldoende onderkend. Nederland zal het besluitvormingsproces dus constructief maar kritisch volgen.


2. Wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen

2a. Wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafrechtelijke zaken

document : 9737/00 CATS 48 COPEN 46 CRIMORG 98 *) (Nl)

Dit onderwerp is laatstelijk besproken tijdens de JBZ-Raad van 29 mei jl. Voor het verslag van die bijeenkomst zie 23 490, nr. 160. Zoals bekend heeft de Europese Raad van Tampere opgeroepen voor zowel het civiele recht als voor het strafrecht de samenwerkingsvorm genaamd wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen te ontwikkelen. Tijdens het Portugese Voorzitterschap werd daarmee een eerste begin gemaakt. Daarbij bleek dat verdere verduidelijking van het potentieel van deze samenwerkingsvorm noodzakelijk was. Op het terrein van het strafrecht heeft het Franse Voorzitterschap getracht meer helderheid te verschaffen door op systematische wijze de strafrechtsketen door te lichten en te bezien in welke fasen wederzijdse erkenning aan de orde kan komen. Een en ander is vastgelegd in het bijgevoegde ontwerp-werkprogramma, waarover de Raad geacht wordt een discussie op hoofdlijnen te voeren. De regering is met de Europese Raad van oordeel dat wederzijdse erkenning moet strekken tot het verbeteren van de justitiële samenwerking. Zij ziet wederzijdse erkenning niet als een zelfstandig instrument maar als een onderdeel van het gehele instrumentarium van onder andere verdragen, waarbij in de eerste plaats gedacht wordt aan wederzijdse rechtshulp. Zij staat derhalve een geïntegreerde benadering voor. Bij het doorlopen van het werkprogramma blijkt dat een aantal onderdelen, zoals voorlopige maatregelen ter confiscatie, werkelijk nadere aandacht behoeft. Aan deze onderdelen dient prioriteit te worden gegeven. Voor het overige bestaan reeds alternatieven. Naar het oordeel van de regering kunnen bepaalde aspecten van het werkprogramma niet in zijn algemeenheid beoordeeld worden maar zal hiermee bij de verdere uitwerking rekening gehouden moeten worden.


2b. Wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in civielrechtelijke zaken

De conclusies van de Europese Raad van Tampere maken op meerdere plaatsen melding van de noodzaak de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in civielrechtelijke zaken te versterken. Conclusie 37 met name vraagt om goedkeuring voor 1 december 2000 van een programma van maatregelen op dit gebied en in het kader van dat programma om een begin te maken met de Europese executoriale titel en met die aspecten van het procesrecht die door het stellen van gemeenschappelijke minimumnormen de wederzijdse erkenning kunnen vergemakkelijken. Met betrekking tot het onderwerp Europese executoriale titel wijst de regering erop dat dit onderwerp reeds tijdens het Nederlandse Voorzitterschap op ambtelijk niveau aan de orde is gekomen en dat dit vervolgens in ruime mate is besproken tijdens de voorbereidingen van de wijziging van het op 27 september
1968 te Brussel gesloten EG-Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, welke wijziging thans is omgezet in een voorstel voor een verordening betreffende hetzelfde onderwerp.
De verwachting is dat het Franse Voorzitterschap tijdens deze informele bijeenkomst van de JBZ-ministers zijn ideeën over al de conclusies van Tampere op dit gebied, maar in het bijzonder over conclusie 37, waarover tot op heden nog geen gedachtewisseling heeft plaatsgevonden, uiteen zal zetten. Als een eerste aanzet tot discussie over dit onderwerp heeft Frankrijk op 3 en 4 juli 2000 in Parijs een seminar georganiseerd met als onderwerp de wederzijdse erkenning van burgerrechtelijke beslissingen. De Franse minister van Justitie, Elisabeth Guigou, en Eurocommissaris Vitorino hebben daarbij acte de présence gegeven. Thema's van dit seminar waren de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen, de onderwerpen die daarvoor het meest in aanmerking komen, zoals de Europese executoriale titel en het grensoverschrijdende beslag van met name banktegoeden, de verbetering van de betekeningsprocedures, bijvoorbeeld door het gebruik van standaardformulieren, en de wijzen van tenuitvoerlegging. Van Nederlandse zijde is in dit debat tot nu toe in het bijzonder aandacht gevraagd voor een verbetering van de regels betreffende voorlopige voorzieningen en voor een versnelling van eenvoudige procedures door de invoering van een geharmoniseerde, met ons kort geding vergelijkbare, snelle beslissingsmogelijkheid, zulks in het bijzonder voor eenvoudige procedures.

Bestrijding criminaliteit verbonden aan informatie- en communicatietechnologie

Het Franse voorzitterschap heeft de strijd tegen de cybercriminaliteit op de agenda geplaatst. Het sluit daarbij aan bij de recente aankondigingen van initiatieven van de Europese Commissie op dit terrein. De Commissie zal binnenkort onder meer een nieuw voorstel indienen om kinderpornografie en mensenhandel via Internet aan te pakken. Daarnaast zal de Commissie met een voorstel komen dat inhoudt dat het beginsel van wederzijdse erkenning van gerechtelijke vonnissen (zie onder agendapunt 2b), waarover in EU-kader thans wordt gesproken, ook van toepassing wordt op het vastleggen van zogenoemde «verkeersgegevens» van Internetaanbieders en de inbeslagname van informatie op Internet. Nederland hecht in dit verband aan een spoedige totstandkoming van het Verdrag van de Raad van Europa voor de bestrijding van de cybercriminaliteit. De inspanningen van de EU zouden daar op gericht moeten worden.
Gedachtewisseling over migratiestromen richting de Europese Unie op langere termijn

Onder dit agendapunt wenst het Voorzitterschap een debat te voeren over migratiebewegingen in een lange termijnsperspectief. De verwachting is dat het vooral zal gaan om een uitwisseling van ideeën en ervaringen. De bestrijding van illegale immigratie zal ongetwijfeld aan de orde komen. Nederland stelt zich op het standpunt dat de intensivering van deze strijd vooral moet worden gezocht in een verbetering van de praktische samenwerking tussen uitvoerende diensten binnen en buiten de Europese Unie. Deze verbeterde samenwerking dient zich te baseren op de relevante bepalingen uit het Verdrag van Amsterdam en het Actieplan voor de totstandkoming van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, alsmede op de conclusies van de Europese Raden van Tampere en Feira. Een ander onderwerp dat mogelijk aan de orde zal worden gesteld, betreft het immigratiebeleid op langere termijn. Binnen de lidstaten van de Europese Unie geldt thans een restrictief immigratiebeleid. Nederland acht het van belang dat dit beleid vanuit een evenwichtig perspectief wordt bezien, waarbij verschillende aspecten, zoals internationale verplichtingen, werkgelegenheid, demografische factoren en integratie, in onderlinge samenhang worden beschouwd.


5. Europese politie-academie

document : 9679/00 ENFOPOL 44 *) (Nl)

Dit onderwerp kwam laatstelijk aan de orde tijdens de JBZ-Raad van 29 mei jl. Voor het verslag van die bijeenkomst zie 23 490, nr. 160.. Het betreft hier de uitwerking van conclusie nummer 47 van de Europese Raad van Tampere inhoudende de oprichting van een Europese Politieacademie voor de opleiding van hoge politie-functionarissen. Deze academie moet beginnen als een netwerk van bestaande nationale opleidingsinstituten.

Het Voorzitterschap zal vermoedelijk de JBZ-ministers tijdens deze bijeenkomst in Marseille inlichten over de voortgang van de werkzaamheden en in dat kader het concept-besluit van de Raad, een Portugees initiatief, bespreken. Dit concept-besluit is tot nog toe enkel op ambtelijk niveau besproken. Diverse delegaties waaronder de Nederlandse, hebben kanttekeningen bij het voorgelegde document geplaatst. Nederland wenst in ieder geval duidelijker tot uiting te brengen in het besluit dat niet in eerste instantie een academie maar een netwerk wordt opgericht en wil meer sturing door de Raad met betrekking tot het werkprogramma van het netwerk. Daarnaast dient de ontwikkeling van het model van de academie niet opgedragen te worden aan de Raad van Bestuur van dit netwerk maar in het kader van de werkstructuur van de derde pijler te worden uitgewerkt. Verdere behandeling van het genoemde concept-besluit tot oprichting van een Europees netwerk van nationale politie-opleidingsinstituten dient derhalve nog op ambtelijk niveau plaats te vinden.


6. De rol van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in het kader van de Euro-mediterrane betrekkingen

Naar verwachting zal het Voorzitterschap onder dit agendapunt nader willen ingaan op de rol die de JBZ-ministers kunnen vervullen bij de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke strategie ten aanzien van het Middellandse Zee-gebied, die de Europese Raad van Feira heeft aangenomen. De paragrafen 22 en 23 van de gemeenschappelijke strategie hebben specifiek betrekking op de terreinen Justitie en Binnenlandse Zaken. De genoemde paragrafen bouwen voort op het acquis van het Barcelona-proces en sluiten aan bij de conclusies van de Europese Raad van Tampere. Nederland is voorstander van een actieve betrokkenheid van de JBZ-Raad bij de implementatie van deze gemeenschappelijke strategie, omdat deze daarbij gezien zijn deskundigheid op enkele van de door de gemeenschappelijke strategie bestreken onderwerpen een toegevoegde waarde heeft.


7. De werkmethode van de JBZ-Raad

Dit punt zal onder de lunch aan de orde komen. Het Franse Voorzitterschap wil onder dit agendapunt een discussie entameren over de vraag in hoeverre de werkzaamheden van de JBZ-Raad een operationeler karakter zouden kunnen krijgen. Het resultaat van een dergelijke discussie zal naar verwachting dicht aanliggen bij de uitkomst van de besprekingen die in de aanloop tot de Europese Raad van Helsinki van 10 en 11 december 1999 in Raadskader hebben plaatsgevonden over de wijze waarop de Raad in het licht van de uitbreiding doelmatiger zou kunnen functioneren, zonder dat de bestaande verdragen daarvoor behoeven te worden gewijzigd.


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie