Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW over klacht stichting Islamitische basisscholen

Datum nieuwsfeit: 17-07-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW antwoord nav klacht stichting islamitische basisscholen iqra

Gemaakt: 12-9-2000 tijd: 11:52

2

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

17 juli 2000

Naar aanleiding van de klacht van de Stichting Islamitische Basisscholen IQRA over de wijze van behandeling van haar beroep op de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen inzake de voorgenomen stichting van een school in Den Haag deel ik u het volgende mede.

Het beroep dat de Stichting Islamitische Basisscholen op de minister heeft gedaan heeft tot meerdere procedures geleid die nog niet konden worden afgerond.

De vraag waar het hier in deze procedure om gaat, namelijk of er een verschil in richting is tussen een bestaande en een op te richten Islamitische basisschool in Den Haag en, gezien het voorschrift van artikel 76, tweede lid, onderdeel b, tweede volzin van de Wet op het primair onderwijs, de school uitgaande van voornoemde stichting te Amsterdam en de overige Islamitische basisscholen aldaar, impliceert uiteraard ook de vraag of er binnen de Islamitische gezindte sprake is van een richting, twee richtingen of mogelijk nog meer richtingen.

Zoals bekend, vernietigde de Raad van State bij beslissing

van 5 augustus 1997 (kenmerk E04.96.0017), de beschikking van mijn ambtsvoorganger van 12 december 1995, kenmerk CFI/FJZ-95/1121m). Bij deze beschikking werd het eerdere besluit van de gemeenteraad van Den Haag, waarbij geweigerd werd om de door de stichting gevraagde school op het plan van scholen te plaatsen, vernietigd. Tevens werd echter besloten de school niet op eerdergenoemd plan te plaatsen omdat de school er, noch indien er sprake zou zijn van een eigen richting noch wanneer dit niet het geval zou zijn aan de zogenaamde stichtingsnorm zou voldoen.

De Raad vernietigde voornoemde beschikking omdat bij het alternatief van een eigen (orthodoxe) richting onvoldoende was onderzocht of de overige Islamitische scholen te Amsterdam ook niet tot die richting behoorden.

De voorbereiding van de nieuwe beschikking van 12 maart 1998 (kenmerk CFI/FBT/BPL-98/2346 M) heeft zich, gezien het voorgaande, met name geconcentreerd op de richtingsvraag te Amsterdam. Mijn ambtsvoorgangster heeft daarbij feitelijk gesteld dat het, gezien de verschillen wat betreft de inrichting van de statuten en het gestelde in relevante literatuur over de stroming die ten grondslag ligt aan de Stichting Islamitische Basisscholen IQRA, niet aannemelijk was dat de overige scholen te Amsterdam tot dezelfde richting als de school van voornoemde stichting zouden behoren.

In haar uitspraak van 16 januari 1999 (kenmerk E04.98.0038) gaf de Raad van State aan dat er totnogtoe ten onrechte geen onderscheid was gemaakt tussen het begrip geestelijke stroming en het begrip richting en er aangegeven had moeten worden of en waarom het ook door de raad aangenomen verschil tussen orthodox en liberaal als geestelijke stroming zou moeten worden aangemerkt als een verschil in richting.

Daarbij dient wel te worden aangetekend dat de Raad tevens van mening was dat de rapporten van de geraadpleegde deskundigen, waaronder die waarop klaagster zich bij haar beroep baseerde, weliswaar wel aantoonden dat er sprake was van een orthodoxe en een liberale stroming maar dat op grond van deze rapporten niet tevens kon worden aangenomen dat er voor elk van deze stromingen ook gesproken kon worden van een eigen richting. .

Mede gezien het laatste, heb ik besloten mij op 12 maart 1999 opnieuw om advies tot de Onderwijsraad te wenden, welk advies ik op 17 mei 1999 heb ontvangen.

Laatstgenoemd advies vormde aanleiding op 26 oktober 1999 aanvullend advies te vragen aan de Onderwijsraad over de positie van de school (scholen) uitgaande van de Stichting Islamitische Basisscholen IQRA wat betreft de richting t.o.v. de overige zich eveneens orthodox noemende scholen, met name die te Amsterdam. Ook de Islamitische Besturenbond (ISBO) is om advies gevraagd. De inhoud van de adviezen van de Onderwijsraad en de ISBO, ontvangen op resp. 17 november 1999 en 27 januari 2000, liep dusdanig uiteen, dat beide adviseurs bij brief van 13 maart 2000 gevraagd zijn op elkaars advies te reageren.

Inmiddels zijn voornoemde reacties in mijn bezit en ik heb besloten het beroep van de Stichting Islamitische Basisscholen IQRA alsnog gegrond te verklaren en de gemeente op te dragen de gevraagde school op het eerstvolgende plan van scholen op te nemen.

Ik hoop met het voorafgaande te hebben aangegeven waarom deze procedure zo lang heeft geduurd. Een zorgvuldige afhandeling van kwesties als deze vereist dat de overheid zich ter dege laat adviseren door deskundigen. Het inwinnen en het afwegen van deze adviezen kost tijd, te meer als adviezen op bepaalde punten onvoldoende duidelijkheid bieden of tegengestelde conclusies mogelijk maken.

Hoogachtend,

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(drs. K.Y.I.J. Adelmund)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie