Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie partijvoorzitter CDA op optieplan FNV

Datum nieuwsfeit: 03-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Nieuws : Van Rij: Optieplan FNV dode mus

Van Rij: Optieplan FNV dode mus Van Rij: Optieplan FNV dode mus CDA: meer tolpoortjes is omgekeerde salami-tactiek CDA: meer tolpoortjes is omgekeerde salami-tactiek
Derde conferentie over Ontwikkelingssamenwerking in de 21-ste eeuw Derde conferentie over Ontwikkelingssamenwerking in de 21-ste eeuw CDA kritisch over nieuwe verdeling politiegelden CDA kritisch over nieuwe verdeling politiegelden
CDA en PvdA: in auto alleen nog handsfree bellen CDA en PvdA: in auto alleen nog handsfree bellen

Van Rij: Optieplan FNV dode mus

Het FNV overweegt om bij de CAO-onderhandelingen als eis in te brengen dat werknemers door middel van optie- en/of aandelenregelingen kunnen meedelen in de winstontwikkeling van het bedrijfsleven. De FNV-strateeg C. Inja maakte hiervan onlangs gewag in een interview met het Financiële Dagblad. De vraag is wie hier beter van wordt. Nadere beschouwing leert: bijna niemand. Het FNV-idee is om het zacht uit te drukken nogal ondoordacht.

De belangrijkste grief tegen deze FNV-lijn is de verdere aanscherping van de tweedeling tussen publieke sector en private sector. Juist op een moment dat de handen niet aan het bed te krijgen zijn, blauw op straat niet werven en de scholen vanwege lerarentekort hun deuren voor leerlingen vaker moeten sluiten. Hoe kan een vakbond juist nu in hemelsnaam de werkenden in de publieke sector op deze wijze over het hoofd zien?
Het niet uitgewerkte ideetje om personeel in de publieke sector dan maar te belonen met staatsobligaties biedt geen enkele soelaas. Ik ben dan ook veel gevoeliger voor het pleidooi van Doekle Terpstra (CNV-voorzitter) in het dagblad Trouw van zaterdag. Hij breekt een lans om de leraren, ziekenverzorgers en politieagenten de komende jaren verhoudingsgewijs beter te belonen dan de werkenden in de private sector. Daar komt bij dat de afstand met mensen die van een uitkering moeten rondkomen, te groot dreigt te worden. De FNV-lijn is een breuk met het verleden en zet de solidariteit tussen de werkenden in de private sector en publieke sector en tussen de werkenden en de niet-werkenden nodeloos onder druk.

Het bevreemdt me dat het FNV zich bemoeit met iets dat bij voorkeur niet collectief geregeld moet worden. Werkgevers en werknemers kunnen heel wel als aanvulling op de arbeidsvoorwaarden vormen van flexibele arbeidsbeloning invoeren (zoals Aegon met een optieregeling voor alle werknemers). Bovendien werken lang niet alle Nederlandse werknemers bij beursgenoteerde ondernemingen. Theoretisch zou het FNV-model ook bij familiebedrijven geïntroduceerd kunnen worden. Dat roept echter allerlei technische complicaties op. Wat is een aandeel van een familiebedrijf waard? Een grote groep werknemers in het bedrijfsleven zal echter verstoken blijven van de voordelen van opties. Men denke hierbij aan coöperatieve verenigingen, maatschappen en commerciële stichtingen.

Daarnaast is het plan niet zonder risicos voor werknemers. Bij opties wordt ten onrechte weleens verondersteld dat de rechthebbende geen enkel risico loopt. Het zou onder alle omstandigheden een win-win-situatie zijn. Het tegendeel is waar. In het geval van een onvoorwaardelijke toekenning van de optie moet wel belasting worden betaald over de waarde van de optie op het moment van toekenning. Dat is bij een vijfjarige optie een belasting in de vorm van een loonheffing (oplopend van 32% tot 60%) over 20% van de waarde van de uitoefenpijs. Een voorbeeld: als een werknemer van Unilever een onvoorwaardelijke vijfjarige optie krijgt om 50 aandelen Unilever tegen 50 euro te kopen op uiterlijk 1 augustus 2005, dan betaalt die werknemer (bij 50% marginaal tarief) direct aan belasting 250 euro, namelijk 50% over 20% over 2.500 euro.
Stel dat het aandeel Unilever op 1 augustus 2005 40 euro waard is ,dan oefent de Unileverwerknemer zijn optie niet uit en lijdt een verlies gelijk aan de betaalde belasting. In deze vette jaren waarin een ieder om het gouden kalf heen danst , wordt nog weleens vergeten dat er ook zeven magere jaren kunnen zijn.
Indien het aandeel Unilever op 1 augustus 2005 55 euro waard is, dan oefent de werknemer naar verwachting de optie wel uit. Echter hoe komt hij aan het bedrag van 2.500 euro. Moet hij zijn spaarcenten daarvoor aanspreken of krijgt hij een renteloze lening van het FNV? Dat laatste lijkt hoogst onwaarschijnlijk. In de regel zal er bij een bank geleend moeten worden en dat kost geld (rente). Die rente is in het nieuwe stelsel van inkomstenbelasting (vanaf 1 januari 2001) niet aftrekbaar. Kortom alleen de vermogende werknemer zal er oren naar hebben of de niet-vermogende speculerende werknemer. Is dat nu de grote groep werknemers in Nederland?

Daarnaast zullen vele werknemers zich moeten realiseren dat bij een tussentijdse uitoefening van de opties, binnen een periode van drie jaar, er nog een aanvullende belastingheffing plaats zal hebben. Het betreft hier een pure vermogenswinstbelasting tegen het marginale tarief van de inkomstenbelasting over de vermogenswinst die wordt gerealiseerd vanaf het moment van toekenning en de uitoefening van de optie binnen drie jaar. Deze belasting is geïntroduceerd door de toenmalige staatssecretaris van Financiën en de huidige minister van Sociale Zaken, Willem Vermeend (PvdA). In ons voorbeeld: stel de werknemer van Unilever oefent zijn optie binnen twee jaar uit, terwijl het aandeel Unilever 60 euro noteert. Dan mag hij over 50x10=500 euro 50% extra inkomstenbelasting betalen.

Het strekt hier te ver, maar met voorwaardelijke opties zou er wellicht gedeeltelijk aan een aantal bezwaren tegemoet gekomen kunnen worden. Mijn waarschuwing aan de leden van het FNV is echter: laat u niet te gemakkelijk verleiden tot iets wat aardig oogt, maar wat flink pijn kan doen.

Mijn conclusie luidt al met al: het idee om opties in te zetten bij CAO-onderhandelingen is onvoldragen. Het zal slechts in een beperkt geval van de werknemers van toepassing kunnen zijn. Er kleven grote risicos aan opties voor werknemers. Achteraf kan blijken dat zij met een dooie mus zijn blij gemaakt. Belangrijker is echter dat de reeds bestaande tweedeling tussen werkenden in de private en collectieve sector verder wordt aangescherpt. Een deel van de private sector wordt nog aantrekkelijker dan de publieke sector. Bovendien krijgen wij een driedeling: de in verhouding overbetaalde werknemers in de private sector, de in verhouding te weinig betaalde werkenden in de publieke sector en ten slotte de mensen die moeten rondkomen van een uitkering. Dit lijkt me een heilloze weg waarvoor de samenleving als geheel een hoge tol gaat betalen.

Marnix van Rij

partijvoorzitter

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie