Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief DTe inzake decentrale opwekkingen en tariefstructuur

Datum nieuwsfeit: 04-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Dienst uitvoering en toezicht Electriciteitswet


Aan
De Minister van Economische ZakenMevrouw A. Jorritsma-LebbinkPostbus 201012500 EC DEN HAAG

Datum 04-08-2000

Uw kenmerk: E/EM/00027711
Ons kenmerk: 00048479
Bijlage(n): 1

Onderwerp
Moties Tweede Kamer decentrale opwekkingen en tariefstructuur

Geachte mevrouw Jorritsma,

Enige tijd geleden heeft de Tweede Kamer een aantal moties aangenomen in het kader van de behandeling van het Energierapport. Een tweetal moties raken aan de bevoegdheden van DTe.

In een motie van het lid Van de Akker (CDA) heeft de Kamer de regering verzocht maatregelen te nemen die ertoe leiden dat decentrale opwekkers op eenvoudige wijze voordeel kunnen genieten van de door hen uitgespaarde netkosten. In de motie van het lid Vos (Groen Links) heeft de Kamer de regering verzocht om DTe de effecten te laten toetsen van de liberalisering op WKK, daarbij in ieder geval de tariefsystematiek te laten betrekken en deze toets in 2000 te laten afronden zodat eventuele wijzigingen in 2001 kunnen worden ingevoerd.

In uw brief van 1 mei 2000 heeft u mij, in reactie op bovengenoemde moties, gevraagd kritisch te kijken naar de huidige tariefopbouw. Daarbij gaf u overigens al aan dat u van oordeel bent dat er de afgelopen maanden met betrekking tot de strekking van de moties al mogelijkheden zijn geschapen door DTe. U verzocht mij aan te geven welke mogelijkheden de door mij op grond van de Elektriciteitswet 1998 vastgestelde TarievenCode biedt om aan deze moties uitvoering te geven. Daarbij gaat het zowel om optimalisering van bestaande mogelijkheden, als om aanvullende mogelijkheden voor doorberekening van voordelen van decentrale opwekking aan exploitanten van deze installaties. Ten slotte gaf u aan, bij eventuele aanpassingen van de tariefstructuur, er groot belang aan te hechten dat deze aanpassingen niet-discriminerend en niet-marktverstorend uitwerken.

Ten eerste wil ik er aan herinneren dat bij de vaststelling van de huidige tariefstructuur al rekening is gehouden met de kostenvoordelen van invoeding van elektriciteit op de lagere netten. In de TarievenCode is naar aanleiding van het amendement Crone (TK 1998-1999, 26 303, nr. 18) gekozen voor de marktplaatsgedachte als leidend uitgangspunt voor de tariefstructuur. Als gevolg hiervan betalen producenten die op de marktplaats invoeden (decentrale producenten) geen transporttarief en moeten producenten die invoeden op de hogere netten (EHS en HS) wel een producententransporttarief (LUP) betalen. Hierbij is uitgegaan van het principe dat de hogere netten (EHS en HS) worden aangemerkt als transportnetten en dat de lagere netten als distributienetwerken kunnen worden aangemerkt. In de TarievenCode is op dit punt een bewuste keuze gemaakt. Door de toerekening van transportkosten aan producenten op hoge spanningsniveaus wordt productie op de marktplaats gestimuleerd, waarmee de economische doelmatigheid van het gebruik van het net wordt bevorderd.

Ten tweede wil ik opmerken dat de TarievenCode netbeheerders de mogelijkheid biedt om uitgespaarde netkosten aan decentrale producenten te vergoeden. Artikel 5.2.1 is in het bijzonder met het oog op deze mogelijkheid in de TarievenCode opgenomen. De uitkering van eventuele vergoedingen voor uitgespaarde netkosten is naar mijn oordeel echter een zaak van de individuele netbeheerder. Ik heb dit standpunt ook ingenomen bij mijn besluit tot vaststelling van de TarievenCode en de recente beslissing op bezwaar met betrekking tot dit besluit. De eventuele besparingen van netkosten kunnen per netbeheerder verschillen, maar zijn ook afhankelijk van de wijze van opwekking en de specifieke omstandigheden met betrekking tot de voorgenomen investeringen. Vooraf en op een generiek niveau is niet eenduidig vast te stellen hoe groot eventuele netbesparingen zullen zijn. Naar mijn oordeel is het daarmee feitelijk onmogelijk, vooraf een gereguleerd tarief vast te stellen voor eventuele besparingen op netkosten. Alleen de netbeheerder is, wanneer de concrete plannen voor een decentrale opwekeenheid bekend zijn, in staat te beoordelen of er ten gevolge van de invoeding van deze producent sprake is / zal zijn van een besparing op netverliezen of andere netkosten.

Ik heb de mogelijkheid tot het uitkeren van een vergoeding voor uitgespaarde netverliezen en / of netkosten nadrukkelijk niet willen verbieden. Ik kan bedoelde vergoedingen, gezien het bovenstaande, echter slechts zien als een niet gereguleerd tariefonderdeel dat, gelet op de monopoliepositie van de netbeheerder, non-discriminatoir zal moeten worden toegepast door de netbeheerders.

Tot nu toe heeft slechts één netbeheerder aangegeven van de mogelijkheid van artikel 5.2.1 gebruik te willen maken. Gezien de wijzigingen in de tariefsystematiek en de onzekerheid die met een liberalisering van een markt gepaard gaan, heb ik er wel begrip voor dat de netbeheerders op dit punt een afwachtende houding hebben ingenomen. Ondertussen heb ik ook signalen vernomen waaruit blijkt dat er in de markt brede behoefte is aan een nadere uitwerking voor de toepassing van artikel 5.2.1. Op korte termijn zal ik de netbeheerders daarom een brief sturen waarin ik met nadruk aandacht zal vragen voor de mogelijkheden van artikel 5.2.1 met betrekking tot het verstrekken van een vergoeding voor uitgespaarde netkosten. Tevens zal ik daarbij het verzoek doen om binnen de mogelijkheden van het huidige artikel
5.2.1, een toepassingskader te ontwikkelen omtrent de wijze waarop dit artikel in de praktijk ten behoeve van invoering op de lagere netten kan worden toegepast.

Uit contacten met marktpartijen, maar ook de bezwaren die zijn ingediend tegen mijn besluit tot vaststelling van de TarievenCode, is mij duidelijk geworden dat de nadere invulling van de door u vastgestelde tariefdragers in de TarievenCode voor (decentrale) producenten die zijn aangesloten op netvlakken boven LS, met name vanaf Trafo HS+TS/MS en hoger, met een beperkt aantal inname uren per jaar ongunstig kan uitwerken. In de beslissing op de bezwaren ingediend tegen het besluit tot vaststelling van de TarievenCode heb ik daarom aangegeven dat ik op dit punt een nader onderzoek zal doen naar de positie van decentrale opwekkers. Daarbij heb ik aangegeven dat wanneer uit dit onderzoek mocht blijken dat een wijziging van de TarievenCode wenselijk is, ik een voorstel tot wijziging van de TarievenCode zal doen waarop belanghebbenden en netbeheerders in het kader van een openbare voorbereidingsprocedure kunnen reageren. Gelet op de signalen uit de markt kan hierbij met name gedacht worden aan de introductie van een tarief voor reservestelling. Voor verbruikers met een afname onder een bepaald aantal uren per jaar kan dan voor een aangepaste tariefdrager worden gekozen.

Begin juli 2000 heb ik het onderzoeksbureau KEMA Consulting gevraagd mij op korte termijn te adviseren over de positie van decentrale producenten onder de nieuwe tariefstructuur en alternatieve tariefdragers te evalueren voor reservestelling.

Deze week heb ik de resultaten van het onderzoek door KEMA Consulting ontvangen. Een afschrift van dit advies heb ik als bijlage bijgevoegd. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de vastgestelde tariefstructuur minder ongunstig uitpakt voor decentrale opwekkers dan door vertegenwoordigers uit deze sector wel wordt beweerd. Voor het merendeel van de decentrale opwekkers blijkt de TarievenCode geen substantiële negatieve gevolgen te hebben en in een aantal voorkomende gevallen pakt de tariefstructuur zelfs beduidend gunstiger uit dan de oude tariefstructuur (pré E-wet '98). Voor gevallen met een zeer lage bedrijfstijd ( < 400 uur per/jaar) en een laag aantal afnamemomenten per jaar leidt de nieuwe tariefstructuur echter structureel tot hogere kosten.

Voor deze gevallen acht ik een aanpassing van de TarievenCode gewenst. Ik zal daarom op korte termijn een voorstel tot aanpassing van de TarievenCode doen, waarin een tarief voor reservestelling is opgenomen voor afnemers met een maximale afnameduur van 600 uur per jaar. Voor de hogere netvlakken, genoemd in artikel 3.7.1, onder a tot en met c (EHS, HS, TS en Trafo HS+TS / MS) wordt, voor afnemers die hiervoor in aanmerking komen, een tarief voor reservestelling geïntroduceerd met als tariefdrager: 25% kW contract (per jaar) en 75% kW max per week. Binnen het tarief voor reservestelling wordt gekozen voor de kW contract (25%) om ook deze afnemers een prikkel te geven hun piekbelasting van het net, zo laag mogelijke te houden. Voor de kW max per week component (75%) wordt gekozen om, voor deze uitzonderlijke afnemers van netdiensten recht, te kunnen doen aan de geringe gebruiksduur van het net. In lijn met de wens van de Tweede Kamer streef ik er naar deze wijziging van de TarievenCode per 1 januari 2001 in te invoeren.

Tot slot wil ik nog wijzen op enige ontwikkelingen op het gebied van regel- en reservevermogen waar dat van invloed zijn op het systeemtarief van TenneT.
Voor het jaar 2000 is de inkoop van regel- en reservevermogen nog gebaseerd op de tussen producenten en leveranciers gesloten Protocol-overeenkomst. Deze afspraken zijn geldig tot het einde van dit jaar. Voor de periode vanaf 2001 streef ik naar een systematiek waarbij de inkoop van regel- en reservevermogen grotendeels zal worden verrekend middels het systeem van programmaverantwoordelijkheid. De daarvoor noodzakelijke wijzigingen van de Systeemcode zijn inmiddels in voorbereiding. Om deze systematiek goed en volledig in te kunnen voeren zullen in het komende jaar echter de nodige aanpassingen door deelnemende productie eenheden moeten worden aangebracht. Het systeemtarief zal naar verwachting vanaf 2001 dalen, wanneer de productiemarkt verder concurrerend wordt. Vanaf 2002 verwacht ik een mogelijk substantiële verlaging van het systeemtarief.

Het systeemtarief heeft betrekking op voorzieningen die zijn getroffen voor iedere afnemer die op het net is aangesloten, ongeacht het feitelijke gebruik dat van deze voorzieningen wordt gemaakt. Dit is expliciet in de Elektriciteitswet bepaald. Omdat zelfopwekkers (een deel van) hun benodigde elektriciteit zelf opwekken, kopen zij relatief weinig elektriciteit in, zodat hun inkoopkosten en transportkosten relatief laag zijn. Het systeemtarief is echter verschuldigd over het (netto) verbruik achter de meter en bepaald daardoor een relatief groot deel van de elektriciteitskosten van zelfopwekkers. Een verlaging van het systeemtarief zal daarom met name voor hen relatief een gunstig effect hebben.

Ik vertrouw u met het bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd. Gezien de bredere belangstelling voor de inhoud van deze brief, heb ik een afschrift hiervan gestuurd aan EnergieNed.

Hoogachtend,

w.g. drs. J.J. de Jong

Directeur Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet


Aan de inhoud van deze pagina's kunt u geen rechten ontlenen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie