Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Zam aan de Koninging over relaties staat - NIB

Datum nieuwsfeit: 08-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Intrekking van de Wet tot regeling van de verhouding van de



DIRECTIE WETGEVING, JURIDISCHE EN BESTUURLIJKE ZAKEN

Aan:

De Koningin

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

WJB 2000/817 M

8 augustus 2000

Onderwerp

Nader rapport inzake het voorstel van wet met memorie van toelichting tot intrekking van de Wet tot regeling van de verhouding van de Staat tot De Nationale Investeringsbank (Herstelbank) N.V.

Blijkens de mededeling van de Plv. Directeur van Uw kabinet van 30 juni 2000, nr. 00.003921, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 20 juli 2000, nr. W06.00.0280/IV, bied ik u hierbij aan.

De Raad van State kan zich met het voorstel van wet verenigen.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Financiën,

bij afwezigheid,

De Staatssecretaris van Financiën,

Voorstel van wet tot intrekking van de Wet tot regeling van de verhouding van de Staat tot De Nationale Investeringsbank (Herstelbank) N.V.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet tot regeling van de verhouding van de Staat tot De Nationale Investeringsbank (Herstelbank) N.V. in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De Wet tot regeling van de verhouding van de Staat tot De Nationale Investeringsbank (Herstelbank) N.V. wordt ingetrokken.

Artikel 2

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad wordt geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

Memorie van Toelichting

Inleiding

Aanleiding tot indiening van voorliggend wetsvoorstel is de verkoop van aandelen van de Nationale Investeringsbank N.V. (hierna te noemen: NIB) door de Staat in 1999 aan het ABP en de PGGM.

Zoals ik ook in mijn brief van 24 december 1988, TK, 1998-1999, 26 365, nr. 1, aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal heb aangegeven, wordt het ten gevolge van deze verkoop niet langer opportuun geacht om de benoemingen van de voorzitter en de secretaris van de Raad van Bestuur van de NIB door de Kroon te laten plaatsvinden.

Ten einde deze kroonbenoemingen af te schaffen is nodig het intrekken van artikel 2 van de Wet tot regeling van de verhouding van de Staat tot De Nationale Investeringsbank (Herstelbank) N.V..

De overige bepalingen in de huidige wet zijn direct na de inwerkingtreding ten uitvoer gebracht. Zij hadden betrekking op een machtiging met betrekking tot het aangaan van een overeenkomst alsmede op de intrekking van het Koninklijk besluit van 3 september 1945 en artikel 103, vierde lid, van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden.

Gegeven dit is de wet betekenisloos geworden en is er derhalve geen reden meer om de Wet van 9 november 1962 te handhaven.

Om die reden wordt voorgesteld de Wet uit 1962 in zijn geheel in te trekken.

Voorgeschiedenis NIB

De deelneming in de NIB, destijds de Herstelbank, dateert van kort na de Tweede Wereldoorlog en had ten doel de overheid een instrument te bieden in de vorm van een financiële instelling om het economische herstel van Nederland te bevorderen. De betekenis van de financiering van het economisch herstel is uiteraard geleidelijk afgenomen. Daarentegen is de kredietverlening ten behoeve van de uitbreiding van bestaande en vestiging van nieuwe ondernemingen een steeds grotere plaats gaan innemen.

Ook nadat het economische herstel gerealiseerd was, is de NIB, onder meer als uitvoerder van regelingen en als adviseur voor de overheid, een specifieke functie voor de overheid blijven vervullen. Dit is nog steeds het geval. Wel constateert de regering dat de specifieke functie van de NIB voor de overheid in de afgelopen decennia verder in belang is afgenomen. Op het gebied van kredietverlening aan bedrijven en andere bancaire diensten is de NIB nog steeds een belangrijke adviseur van de Staat, maar de Staat maakt vaker dan voorheen gebruik van alternatieve bronnen om dergelijke expertise in te winnen. Daarentegen zijn de niet-overheidsgerelateerde activiteiten van de NIB in dezelfde periode zeer sterk gegroeid.

Deze ontwikkelingen komen tot uitdrukking in de balansgegevens van de NIB. Daaruit blijkt dat het Staatsgegarandeerde deel van de kredietportefeuille van tussen 1980 en 1988 bijna is gehalveerd in absolute termen. Als percentage van de totale kredietportefeuille was in 1980 66% door de Staat gegarandeerd; per ultimo 1998 is 7,0% van de portefeuille staatsgegarandeerd. In dezelfde periode nam het balanstotaal van de NIB toe van 3,2 miljard tot 27,4 miljard. Dit illustreert de sterke groei van niet-overheidsgerelateerde activiteiten van de NIB.

Huidige activiteiten NIB

De huidige dienstverlening van de NIB aan de Staat bestaat naast specifieke adviesopdrachten onder meer uit het volgende: de Regeling Bijzondere Financiering (BF), de IFOM-regeling (investeringsfaciliteit opkomende markten), de Regeling Bodemsanering, het beheer van de leningen- en schenkingsportefeuille voor ontwikkelingslanden, een deel van administratie van Ontwikkelingssamenwerking, de regelingen ORET en MILIEV, alsmede toezicht uit hoofde van de regeling voor Particuliere Ontwikkelings- en Participatiemaatschappijen (POPM). De NIB verricht deze diensten ten behoeve van de overheid zelf of via dochtermaatschappijen, zoals de Nederlande Investeringsbank voor

Ontwikkelingslanden (NIO) en de Nederlandse Participatiemaatschappijen voor de Nederlandse Antillen (NPNMA).

De uitvoering van de overheidsregelingen is contractueel geregeld. Bij verlenging dan wel vernieuwing van bestaande contracten en bij het afsluiten van nieuwe contracten dient de Staat, voorzover toepasselijk, de geldende EG-aanbestedingsrichtlijnen te volgen. Het desbetreffende onderdeel van de overheid dat de opdracht verleent, is ervoor verantwoordelijk dat de opdrachtverstrekking op marktconforme voorwaarden geschiedt. Dit geldt ook voor specifieke adviesopdrachten die de overheid aan de NIB verstrekt. De NIB heeft geen preferente positie en verwerft zijn opdrachten in concurrentie met andere banken.

Overname NIB

Het doel voor deelname in de NIB door de overheid is komen te vervallen. Slechts 7% van het balanstotaal van de NIB bestaat nu nog uit overheidsgerelateerde activiteiten en bij recent verstrekte kredieten ligt dat percentage nog veel lager. Voor het inhuren van financiële deskundigen beschikt de overheid over een groot aantal alternatieve mogelijkheden. De regering heeft derhalve gemeend dat het aanhouden van aandelen door de Staat in de NIB niet het geëigende middel is om de huidige functie van de NIB voor de overheid te regelen. Deze is contractueel afdoende vastgelegd. Daarom heeft de regering besloten de gewone NIB-aandelen A te vervreemden.

In de brief van 9 juni 1999, TK, 1998-1999, 26365, nr. 4, aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal is de Tweede Kamer geïnformeerd over de aandeelhoudersrol van Financiën. De Staat heeft zijn aandelen A aangemeld onder het openbare bod dat op de gewone aandelen A NIB was uitgebracht door ABP-PGGM Capital Holdings N.V. (hierna te noemen: ABP/PGGM). Nadat ABP/PGGM het bod op 12 mei 1999 gestand heeft gedaan, heeft vervolgens de levering en betaling van de aandelen plaatsgevonden op 18 mei 1999. De opbrengst voor de schatkist bedraagt 2,0 miljard (27,7 mln. Aandelen à 72,50).

Daarmee is het aandeelhoudersschap in de NIB beëindigd met dien verstande dat de Staat gedurende een periode van vijf jaar zijn pakket preferente aandelen B behoudt (14,7 % van het aandelenkapitaal), en dit pakket na vijf jaar eveneens aan ABP/PGGM zal leveren.

Nieuwe eigendomsstructuur NIB

Het ABP en de PGGM nemen ieder deel voor 50 % in het aandelenkapitaal van ABP-PGGM Capital Holdings N.V. Deze houdstermaatschappij houdt meer dan 84 % van de aandelen NIB.

De Staat houdt op dit moment 14,7 % van het aandelenkapitaal (preferente aandelen B), die na vijf jaar aan de houdstermaatschappij zullen worden overgedragen. Gedurende deze periode van vijf jaar heeft de Staat het recht een commissaris te benoemen in de raad van commissarissen van de NIB.

Motivering afschaffing Kroonbenoemingen

Rekening houdend met de geschetste nieuwe eigendomsstructuur van de NIB en de positie waarin de NIB thans verkeert, bestaat geen aanleiding meer om de benoemingen van de voorzitter en de secretaris van de Raad van Bestuur van de NIB nog langer door de Kroon te laten plaatsvinden, hetgeen op dit moment nog bij wet en statuten is voorgeschreven. De Staat heeft ten gevolge van de verkoop van het grootste deel van haar aandelen geen belang meer bij betrokkenheid bij de bestuursbenoemingen van de NIB. Afschaffing van de Kroonbenoemingen zal bovendien leiden tot meer transparante verhoudingen tussen overheid en onderneming.

Ten gevolge van de afschaffing van de kroonbenoemingen zullen benoemingen van voorzitter en secretaris van de Raad van Bestuur in overeenstemming met de hieromtrent in het Burgerlijk Wetboek opgenomen bepalingen kunnen plaatsvinden.

Motivering intrekking gehele wet

Vastgesteld kan worden dat het bepaalde in de huidige wet ten uitvoer is gebracht en de oorspronkelijke doelstelling is gerealiseerd. Gegeven het gemotiveerde voorstel tot afschaffing van genoemde kroonbenoemingen betekent zulks dat de huidige wet in zijn geheel kan worden ingetrokken.

Financiële consequenties

De financiële consequenties van het wetsvoorstel zijn nihil.

DE MINISTER VAN FINANCIEN

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie