Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nieuwe regeling Belgie voor aansprakelijkheid ministers

Datum nieuwsfeit: 17-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Volksunie

VU&ID introduceert wettelijke regeling voor burgerlijke aansprakelijkheid van ministers en ambtenaren (17/08/00)

Reeds in 1831 gaf het Nationaal Congres de wetgever de opdracht een regeling uit te werken voor de strafrechtelijke én burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ministers. Uiteindelijk noopten de Agusta-Dassault-processen het parlement tot de goedkeuring van tijdelijke en gedeeltelijke uitvoeringswetten van het desbetreffend grondwetsartikel (art.103).
De daarop volgende uitvoeringswetten van 1998 beperkten zich tot de strafrechtelijke verantwoordelijkheid, met als gevolg dat ministers tot op vandaag een verregaande feitelijke immuniteit genieten inzake de burgerechtelijke aansprakelijkheid. Dit niettegenstaande de expliciete en formele beloftes van de regering tijdens de vorige zittingsperiode.

De huidige Belgische regeling, of beter de afwezigheid ervan, wordt door de Raad van State terecht strijdig geacht met het E.V.R.M-Verdrag omdat ze niet voorziet in een regeling voor de rechten van de slachtoffers. Net zoals in de Uniop-zaak, is het wachten op de eerste benadeelde partij die naar Straatsburg trekt. In het kader van de dioxinecrisis zijn de voormalige ministers Pinxten en Colla diverse malen persoonlijk gedagvaard, al dan niet samen met het IVK en de Belgische staat. Voor gewezen minister Colla werd een aanzienlijke provisiestaat van zijn persoonlijke raadsman t.b.v. 1,5 miljoen fr. ten laste van de schatkist genomen. Het Rekenhof heeft de ordannantie slechts schoorvoetend geviseerd, en de betaling ten laste van de begroting afhankelijk gesteld van de mogelijkheid tot terugvordering van de betrokken ex-minister, indien laatstgenoemde door de rechter persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld.

VU-voorzitter en kamerlid Geert Bourgeois werkte een omvattende wettelijke regeling uit die rekening houdt met de rechten van de slachtoffers, evenals met de bescherming van ministers tegen ongepaste vervolgingen en een garantie op een serene en deskundige afhandeling. Voor misdrijven en onrechtmatige daden die niet met de uitoefening van het ambt te maken hebben, geldt in principe de gewone regeling, met vervolging van de ministers voor de gewone rechtbanken.

Ingevolge de onlogische optie van artikel 103 van de Grondwet (die de bijzondere procedure ook toepasselijk acht op misdrijven begaan buiten het ambt, maar berecht binnen de ambtstermijn), kunnen burgerrechtelijke gevolgen van misdrijven die buiten de uitoefening begaan werden, maar die berecht worden binnen de ambtstermijn hier een uitzondering op vormen.
De minister is steeds aansprakelijk voor de burgerrechtelijke gevolgen van misdrijven door hem begaan, ongeacht of ze binnen, dan wel buiten de uitoefening van het ambt werden begaan.
Voor onrechtmatige daden begaan in de uitoefening van het ambt die geen misdrijven zijn, geldt een beperking van de aansprakelijkheid: een minister kan slechts persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor bedrog en zware schuld.
Een aansprakelijkheid voor lichte schuld is onzinnig omdat dergelijke aansprakelijkheidsregeling ofwel dode letter zou blijven, ofwel ertoe zou leiden dat men op de duur geen ministers meer zou vinden.

Het slachtoffer kan zich voor elke onrechtmatige daad begaan door een minister, zelfs als het om een misdrijf gaat, richten tot de staat of de publiekrechtelijke rechtspersoon voor wie de minister optrad. De staat of de publiekrechtelijke rechtspersoon is dan verplicht om het slachtoffer schadeloos te stellen, maar kan uiteraard de door haar gedane uitgeven terugvorderen van de aansprakelijke minister. De staat of de publieke rechtspersoon heeft zelfs een regresverplichting (en niet alleen een regresrecht). Een verplicht regres vormt een gezond tegengewicht voor de beperkte immuniteit van de ministers, die alleen aansprakelijk zijn voor bedrog of zware schuld.

Om de rechten van de slachtoffers maximaal te vrijwaren, wordt in het wetsvoorstel gestipuleerd dat de staat of de publiekrechtelijke rechtspersoon voor wie de minister optrad aansprakelijk is op dezelfde wijze als een aansteller, en niet met toepassing van de orgaantheorie. Tenslotte regelt het wetsvoorstel ook nog de bevoegdheid en de rechtspleging. Geert Bourgeois diende tevens een tweede gelijkaardig wetsvoorstel in dat betrekking heeft op de aansprakelijkheid van de leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen.

Een ander wetsvoorstel beoogt de wijziging van artikel 111 en artikel 147 tweede lid van de Grondwet. Om totaal onbegrijpelijke redenen zijn de betrokken artikels nog steeds niet aangepast aan de wijziging van artikel 103 van de Grondwet. Zij verwijzen nog steeds naar de toentertijd geldende procedure m.b.t. de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de ministers. Bourgeois neemt nu het initiatief om deze, als gevolg van de Grondwetswijziging van 1998 noodzakelijke maar louter technische, aanpassingen door te voeren.

Daarnaast introduceert de VU-voorzitter ook een (derde) wetsvoorstel ter regeling van de burgerlijke aansprakelijkheid van de ambtenaren. Werknemers zijn slechts aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hun bedrog, zware schuld of hun gewoonlijk voorkomende lichte schuld. Ambtenaren zijn daarentegen aansprakelijk voor zelfs hun lichtste fout. Het Arbitragehof beoordeelde het onderscheid reeds als ongrondwettig.
Het wetsvoorstel-Bourgeois zorgt dan ook voor een volledige gelijkschakeling tussen werknemers en ambtenaren. Zoals voor de werknemers wordt de aansprakelijkheid van de ambtenaren beperkt tot bedrog, zware fout of gewoonlijk voorkomende lichte fout.

Bovendien wordt in de wet gestipuleerd dat het slachtoffer zich in alle gevallen kan richten tegen de staat of de rechtspersoon voor wie de ambtenaar optrad. Deze rechtspersoon is aansprakelijk ten aanzien van de derde-schadelijder, zoals de aansteller voor zijn aangestelde. Zo wordt de derde-schadelijder maximaal beschermd, en wordt de aansprakelijkheid van de ambtenaren tezelfdertijd beperkt.

Op die manier wordt in het aansprakelijkheidsrecht coherentie bereikt, niet alleen tussen de ambtenaren en de werknemers, maar binnen het statutair personeel van de overheid ook tussen de ambtenaren met rijkswacht, politie en militairen die reeds sinds enige tijd van een gelijkaardige regeling genieten.

Auteur:
Geert Bourgeois
Algemeen voorzitter VU

Meer informatie:
Contactpersoon: Ben Weyts, woordvoerder VU
Telefoon: 02/219.49.30
Fax: 02/217.35.10
E-post: (ben.weyts@vu.be)
Url: www.vu.be


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie