Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ontstaansgeschiedenis van de Anatolische DHKP/C

Datum nieuwsfeit: 17-08-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Ontstaansgeschiedenis
van de Anatolische DHKP/C
Devrimci Halk Kurtulus Partisi/Cephesi
Revolutionaire Volksbevrijdingspartij/Front

In deze tekst willen we wat uitgebreider ingaan op de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en doelstellingen van de DHKP/C. Met het informeren over de betekenis en ontwikkeling van revolutionair-links in Turkije en Koerdistan hopen we een tegenwicht te kunnen bieden tegen de onbekendheid met en de passieve houding van radikaal-links in Nederland t.a.v. bevrijdingsstrijd aldaar. Een passieve houding die met de capitulatie van de PKK alleen maar lijkt toe te nemen. En dat terwijl tientallen sympathisanten van de DHKP/C ook hier in West-Europa worden vervolgd en de fascistische Turkse staat op dit moment een bloedige aanval heeft ingezet op de revolutionaire gevangenenkollektieven. Solidariteit is noodzakelijker dan ooit!

Oorsprong: de THKP/C

De DHKP/C (Devrimci Halk Kurtulus Partisi / Cephesi -Revolutionaire Volksbevrijdingspartij / Front) is begin jaren negentig voortgekomen uit Devrimci Sol (Revolutionair Links). Dev Sol, en met haar nog enkele andere partijen van Turks nieuw-links, stond in de traditie van de Turkse Volksbevrijdingspartij/Front (THKP/C). Deze was actief van september 1970 tot maart 1972. De organisatie bestond voornamelijk uit studenten en voerde een gewapende strijd tegen het politieke systeem in Turkije. Zo werden verschillende onteigenings- en herverdelingsacties uitgevoerd en werden er aanslagen gepleegd op imperialistische consulaten. De belangrijkste stellingen van de THKP/C waren:
"1) Turkije is een half-koloniaal land waarin een afhankelijk, van zijn eigen-dynamiek ontdaan, kapitalisme heerst. De aspecten van een democratische revolutie (bijv. landhervormingen) zijn daardoor naar de achtergrond gedrongen.

2) Omdat Turkije op deze basis in een permanente economische en politieke crisis verkeert, kan er geen sprake zijn van een langdurige politieke stabiliteit en dienovereenkomstige vreedzame strijdvormen.
3) De gewapende strijd, die net als alle andere strijdvormen door een proletarische partij geleid moet worden, heeft -- volgens Mahir Cayan (één van de belangrijkste ideologische leiders van de THKP/C) -- in de eerste plaats de taak het 'door staat en imperialisme kunstmatig in stand gehouden evenwicht' op zijn grondvesten te doen schudden, om zo het ontstaan van een revolutionaire situatie mogelijk te maken." (1).
Na de militaire staatsgreep van 12 maart 1971 werd de THKP/C binnen een jaar verslagen, het leidend kader werd vermoord in het dorp Kizildere en vele leden werden in de gevangenis doodgemarteld. De ideeën van de THKP/C werden echter door de Turkse studentenbeweging overgenomen en vormden grotendeels het ideologische fundament van de "Federatie van de revolutionaire jeugd van Turkije", beter bekend als Devrimci Genclik (Revolutionaire Jeugd), kortom Dev Genc.

Devrimci Yol - Revolutionaire Weg

Vanuit Dev Genc ontwikkelde zich in 1977 de revolutionaire massabeweging Devrimci Yol (Revolutionaire Weg), kortom Dev Yol. Uitgaande van de neo-koloniale status van Turkije, zoals ook de THKP/C had gedaan, werd het systeem in Turkije als "fascisme van een koloniaal type" gekenmerkt. Zich baserend op de thesen van Dimitroff over de Zuid-Europese landen, ging men er van uit dat het fascisme in zulke landen niet via een massabeweging aan de macht komt, maar via een proces dat van bovenaf wordt gedirigeerd. Tegelijkertijd wordt een zeker democratisch raamwerk gehandhaafd. Pas wanneer het fascisme in dit proces een massabasis heeft verkregen, zou het het democratisch raamwerk volledig buiten werking kunnen stellen. Voor Turkije werd het begrip "verdekt fascisme" gehanteerd, wat echter in situaties waarin de crisis niet meer door de instituties van het systeem beheerst kan worden, openlijk naar buiten kan treden. Zoals in de fase na de staatsgreep van 1971.
De belangrijkste tegenstelling is die tussen het volk en de van het imperialisme afhankelijke oligarchie, die probeert de last van de crisis op de boeren en arbeiders af te wentelen en probeert het snel opkomende verzet met behulp van zgn. "civiele fascisten" de kop in te drukken. Uitgaande van deze vaststelling was de anti-fascistische strijd van centrale betekenis voor de revolutionaire strijd. Hier ontwikkelde Dev Yol het concept van de verzetscomitees om de de fascistische aanvallen tegen een brede maatschappelijke oppositiebeweging het hoofd te bieden en een stuk tegenmacht op te bouwen. De comitees moesten op zo breed mogelijke basis linkse groepen en de bevolking op lokaal niveau in het anti-fascistische verzet samen brengen. Door de bouw van barricades, het opstellen van wachtposten en door zelfverdedigingsmaatregelen op de wegen naar scholen en universiteiten, waar vaak fascistische aanvallen plaatsvonden, moest de verdediging georganiseerd worden. Door het opbouwen van vormen van zelfbestuur en de regulering van problemen en geschillen op lokaal niveau moest de bevolking bij het politieke proces betrokken worden. Dev Yol beschouwde de verzetscomitees als kiemcellen voor de heerschappij van het volk en niet als een aflossing van de macht van de staat door de heerschappij van links. Door een gemeenschappelijke anti-fascistische praktijk zou een zo breed mogelijk verzetsfront van alle linkse en anti-fascistische krachten in het land tot stand moeten komen. De opbouw van een partij beschouwde Dev Yol weliswaar als onvermijdelijk, ze ging er echter van uit dat de voorwaarden daartoe nog niet rijp waren en dat een proces van ideologische opheldering daaraan vooraf zou moeten gaan (2). Met dit politieke concept had Dev Yol een tijd lang massale invloed die niet te vergelijken is met andere Europese revolutionaire organisaties.

Devrimci Sol - Revolutionair Links

Uit de massa-beweging Dev Yol (de krant "Devrimci Yol" had een periode een oplage van meer dan 100.000 exemplaren) ontstond in 1978 als afsplitsing Devrimci Sol. De reden voor de andere weg die werd ingeslagen was volgens Dev Sol het "verraad aan het erfgoed van de THKP/C". De ideeën van de THKP/C werden in de ogen van Dev Sol door de leiding van Dev Yol niet op de juiste manier verder ontwikkeld. Hierbij ging het met name over de noodzaak van de georganiseerde gewapende strijd als middel tot bevrijding en de constituering van een marxistisch-leninistische partij. Vele sympathisanten en militante activisten verlieten vervolgens Dev Yol en richtten een nieuwe politiek-militaire organisatie op (3).
Devrimci Sol voerde haar strijd in de vorm van campagnes met een concreet propagandistisch doel. De campagnes duurden één, twee maanden, en werden door nieuwe opgevolgd. Deze campagnes (bijv. tegen de fascistische terreur, tegen prijsstijgingen, tegen folter op politiebureau's, tegen de onderdrukking van de Koerden) werden begeleid door demonstraties die door een gewapende ordedienst werden beschermd en door opzienbarende acties. Op centraal gelegen pleinen werden bijvoorbeeld spandoeken opgehangen die deels met bommen tegen het verwijderen door de politie waren beveiligd. Ook anti-imperialistische en internationalistische solidariteitsacties stonden van begin af aan in het middelpunt van de activiteiten. Zo vond bijvoorbeeld in november 1978 een demonstratie plaats voor de consulaten van de VS, Egypte en Israel "om tegen het Camp-David-accoord te protesteren, die gelijk staat aan een aanval op de strijd van het Palestijnse volk tegen het imperialisme en het zionisme -- er werd een poging gedaan om het gebouw van het VS-consulaat in brand te steken en het gebouw werd ten dele vernield, dit alles op dezelfde dag" (4). De campagnes van Dev Sol, de strijd tegen de fascisten en de internationalistische solidariteitsacties werden ook na de militaire staatsgreep van 12 september 1980 doorgezet. Maar de moordpraktijken en de repressie door de militaire junta lieten toch hun sporen achter. De betekenis en de invloed van links in de Turkse samenleving liep duidelijk terug. Het zichtbare zwaartepunt van de activiteiten van Dev Sol na de staatsgreep van 1980 lag bij de bestraffing van folteraars, politieofficieren, militairen, verraders, leden van de Turkse geheime dienst MIT en leden van de fascistische MHP (Grijze Wolven). Grote inspanningen ondernam Dev Sol ook bij de ondersteuning en bevrijding van haar politieke gevangenen.
In het kader van een campagne tegen de uitvaardiging van een nieuwe Turkse grondwet door de junta in 1982, werd het Turkse consulaat in Köln door militanten van Dev Sol bezet. Deze actie en de daaropvolgende criminalisering en het verbod van Dev Sol in de BRD, leidde in vele steden tot solidariteitsverklaringen van Westduitse autonomen en anti-imperialisten met Dev Sol.
Zoals bij de meeste andere revolutionaire organisaties in Turkije concentreerde de strijd van Dev Sol zich vanaf het midden van de jaren '80 op het aan de kaak stellen van de regeringen die vanaf 1983 door de militairen in het zadel zijn geholpen. Omdat de nieuwe grondwet het toeliet dat elk regeringsbesluit door de Nationale Veiligheidsraad en door de president teruggedraaid kon worden, definieerden Dev Sol en andere revolutionaire organisaties het Turkse systeem als geïnstitutionaliseerd fascisme. Met gewapende acties en bomaanslagen op instituties of vertegenwoordigers van het systeem voerde Dev Sol een "strijd voor de revolutie, voor het bewustzijn en de aanmoediging van de massa's" (5). Het streven om voet aan de grond te krijgen bij organisaties van arbeiders, bewoners van de sloppenwijken, de gecekondus (letterlijk: in één nacht gebouwde huizen), studenten en jongeren, boekte op lokaal niveau enkele successen. Echter niet meer in die mate van vóór 1980. Hetzelfde gold overigens voor alle linkse organisaties in Turkije.

Hongerstaking en Massaprocessen

In 1982 werd een belangrijk deel van het strijdende kader van Dev Sol door de junta gevangengenomen. Toch slaagde Dev Sol er in de strijd, zij het met een lagere intensiteit, voort te zetten. Ook in de gevangenissen werd de strijd voortgezet en werd een belangrijk front tegen de junta gevormd. Voor de revolutionaire gevangenen was het van wezenlijk belang de maatschappij te laten zien dat de strijd ook in de gevangenissen onverminderd doorgaat. In 1984 gingen honderden politieke gevangenen van verschillende revolutionaire organisaties in hongerstaking uit protest tegen het gedwongen moeten dragen van gevangeniskleding. Dit werd gezien als een maatregel om de individualiteit en waardigheid van de gevangenen te vernietigen. Tijdens de 75 dagen durende hongerstaking stierven 3 gevangenen uit Dev Sol, Abdullah Meral, Haydar Basbag en Hasan Telci en één uit de TIKB (Bond van revolutionaire communisten in Turkije) Mehmet Fatih Oktülmüs. De strijd van de gevangenen, die uiteindelijk tot een politieke overwinning zou leiden, ging gepaard met een indrukwekkende mobilisering buiten de gevangenismuren. De familieleden van de gevangenen speelden daarbij een belangrijke rol. De mobilisering en de protestacties mondden uit in het opzetten van tal van democratische basisorganisaties, waaronder TAYAD, een vereniging van familieleden van politieke gevangenen. De in deze periode ontstane strijdtraditie in de gevangenissen wordt tot op de dag van vandaag in stand gehouden en versterkt, door nog meer verzet, zoals de massale hongerstaking in 1996, opstanden en gijzelingsacties gericht tegen bloedbaden die werden aangericht en tegen gedwongen overplaatsingen van gevangenen. "De gevangenissen zijn geen rehabilitatiescholen van de bourgeoisie, maar de scholen van de revolutie, waarin de vrije gevangenen in communes leven" (6). De jaren '80 waren ook het toneel van de massaprocessen tegen Dev Sol. Alle processen werden uiteindelijk samengevoegd tot een hoofdproces en in totaal werden 1253 mensen, waarvan er 756 ook daadwerkelijk in de gevangenis zaten, berecht. Tegen 300 werd de doodstraf geëist. De rest werd veroordeeld tot gevangenisstraffen. Het hoofdproces duurde van 1982 tot begin jaren '90. Met "recht" hadden deze processen helemaal niets te maken. De gevangenen konden zich absoluut niet op de zittingen voorbereiden. Pen, papier en processtukken werden hen afgenomen en iedere vorm van briefcontact was verboden. Vele gevangenen werden achteraf tot extra straffen van tientallen jaren veroordeeld op grond van de politieke verdediging die ze hadden gevoerd. Desondanks slaagden de gevangenen er in de rechtbanken van het fascisme te veranderen in plaatsen waar het fascisme zelf veroordeeld werd. De revolutionaire gevangenen maakten van de showprocessen van de junta politieke manifestaties, waarbij ze zelf de rol van rechter overnamen en de militairen in de beklaagdenbank zette. Dit alles vond zijn weerslag in een 1700 pagina's tellend verweerschrift van de Dev Sol-gevangenen met de titel Wij staan in ons recht - wij zullen overwinnen. Hierin wordt uitvoerig ingegaan op de strategische en ideologische lijn van de anti-imperialistische en anti-oligarchische bevrijdingsstrijd van Dev Sol met als doel de onafhankelijkheid en het socialisme.
De processen vonden plaats in sporthallen en werden bijgewoond door honderden familieleden en sympathisanten die achter hekken op de publieke tribune zaten. In de pauzes hingen familieleden over de hekken, werd er heen en weer geroepen en werden er sigaretten en rode anjers - het symbool van verzet voor Dev Sol - naar de gevangenen gegooid. Deze staken de anjers in de knoopsgaten van hun overhemd.
De latere secretaris-generaal van de DHKP/C, Dursun Karatas, zat sinds
1980 in de gevangenis en werd tot 14 jaar cel veroordeeld. In oktober 1989 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen en vanaf die tijd was hij weer actief betrokken bij de opbouw van organisatorische structuren. Vanaf het midden van de jaren '80 weet links zich enigszins te herstellen van de klappen die het in de jaren er voor heeft opgelopen. Vele acties stonden in eerste instantie in verband met de situatie en de strijd van de politieke gevangenen. Later volgden er mobilisaties en aanzetten tot organisatie op andere terreinen, vooral door studenten en jongeren en in de gecekondus, waar volksraden werden opgezet. Het is een proces wat niet zonder slag of stoot plaatsvond, maar gepaard ging met gewapende aanvallen door Grijze Wolven en politie. De fascistische terreur werd beantwoord door de SDB (Silahli Devrimci Birlikler - Gewapende Revolutionaire Eenheden) van Dev Sol. Folteraars, generaals, politiechefs, agenten van de geheime dienst MIT, imperialistische agenten en Grijze Wolven werden door de SDB aangevallen.

Couppoging en partijvorming: de DHKP/C

Begin 1991 richtte Dev Sol zich tegen de imperialistische oorlog die tegen Irak wordt gevoerd en waarbij meer dan 100.000 mensen omkwamen. Instellingen en personen die het imperialisme en de USA vertegenwoordigen werden door de SDB aangevallen. In dezelfde periode legde Dev Sol de prioriteit bij de opbouw van landguerilla-eenheden in Koerdistan, de Zwarte Zee- en de Middellandse Zee-regio en Ägais. Vanaf juli 1991 kreeg Dev Sol echter te maken met enkele zware tegenslagen. Politie-eenheden vielen conspiratief gehuurde woningen van de organisatie aan waarbij Dev Sol-kader uit de leiding en militanten van de SDB werden omgebracht. In totaal kwamen er tien mensen om het leven. Medio april 1992 vonden er invallen plaats in zes woningen verspreid over Istanbul. Vijf mannen en zes vrouwen werden daarbij vermoord, zes mensen raakten gewond. Een woning in de wijk Ciftehavuzlar, waar zich de Dev Sol-leden Sabahat Karatas, Eda Yüksel en Taskin Usta bevinden, werd ruim zeven uur belegerd. De drie stonden tot het bittere einde telefonisch in contact met de voorzitster van TAYAD. De laatste woorden waren van Sabahat Karatas, de echtgenote van Dursun Karatas: "Wij omarmen de dood met de wapens in onze handen en leuzen aan onze lippen. Groet vooral mijn echtgenoot, de leider van Devrimci Sol. Groet alle kameraden! Vaarwel!"
De zware verliezen die Dev Sol in 1991 moest incasseren vormden de inleiding tot een bloedig conflict binnen Dev Sol zelf. Op 13 september
1992 werd de in 1991 naar Europa uitgeweken leider van Dev Sol, Dursun Karatas, door enkele vooraanstaande leden van Dev Sol gevangen gezet. De interventie stond onder leiding van Bedri Yagan, politiek vertegenwoordiger van Dev Sol in het Midden Oosten. Karatas werd, door wat later de Yagan-vleugel werd genoemd, verantwoordelijk gesteld voor de verliezen van het jaar daarvoor. Hem werd verweten dat hij alle macht binnen de organisatie naar zich toe zou trekken, dat hij zich egocentrisch zou gedragen en bovendien dat de strijd in Turkije niet vanuit het buitenland met fax en telefoon te leiden is (7). Geëist werd dat er een commissie zou worden gevormd bestaande uit hoge kaderleden, die het bestuur van de organisatie zou overnemen en een interne discussie zou leiden. Beide partijen zouden zich bij de beslissing van deze commissie moeten neerleggen. Voor dit doel werden in november dat jaar vier kaderleden naar Europa geroepen. Één van hen werd echter in Turkije door de politie opgepakt. De andere drie werden pas in Europa ingelicht over wat er gaande was. Twee van hen veroordeelden onmiddellijk de interventie van de zijde van de Yagan-vleugel en spraken van een couppoging. Ook de commissie-leden werden vanaf dat moment feitelijk vastgehouden omdat hun paspoorten in beslag genomen waren.
Eind december 1992 werden de commissieleden en Karatas vrijgelaten en op 16 januari 1993 werden de putschisten veroordeeld door alle legale, illegale en semi-legale structuren, sectoren en gebieden binnen de organisatie en de gevangenen. De putschisten werd verweten de democratische leiding van september tot en met december feitelijk afgezet te hebben, in die periode mensen op bepaalde posities te hebben benoemd en alle kaders voorgelogen en bedrogen te hebben. Door hun toedoen zouden strijdende eenheden zonder wapens zijn komen te zitten, wat 12 levens zou hebben gekost, zouden de structuren van de SDB en de milities zwaar beschadigd zijn en zou de organisatie van 2 miljoen D-mark beroofd zijn. Ook zouden de ontwikkelingen in de richting naar partijvorming, waartoe reeds de eerste aanzetten waren gegeven, ernstige schade zijn toegebracht (8). Hoewel nog getracht is de putsch-kwestie binnen de organisatie op te lossen, zou het dat jaar nog, met name in enkele Duitse steden, tot bloedige botsingen komen tussen de Yagan-vleugel en de organisatie. Daarbij vielen aan beide zijden doden. Bedri Yagan kwam in maart 1993 om het leven tijdens een politie-operatie tegen een Dev Sol-woning in Istanbul. Na de putsch ging de ontwikkeling in de richting van partijvorming door en werden er nieuwe legale en illegale organisaties opgebouwd. Op 30 maart 1994 vond het oprichtingscongres van de Revolutionaire Volksbevrijdingspartij plaats en werd de DHKP/C opgericht. De Yagan-vleugel gaat tegenwoordig door het leven als de THKP-C/Devrimci Sol en leidt een marginaal bestaan in enkele grotere Europese steden. Ze heeft zo goed als geen aanhang binnen de volksbewegingen in Turkije (9).

Het programma van de DHKP/C

De DHKP/C ziet zichzelf als een revolutionaire partij (DHKP) in de klassenstrijd die zich niet op het podium van het Turkse parlementaire systeem begeeft, en als als een klassengrenzen overschrijdend front (DHKC) die een anti-imperialistische en anti-oligarchistische bevrijdingsstrijd op marxistisch-leninistische grondslag voert. Wat betreft de opbouw van een revolutionaire partij kan de DHKP/C het beste worden vergeleken met Westeuropese guerillagroepen als de BR/PCC (Rode Brigades/Strijdende Communistische Partij) of de GRAPO/PCE(r) (Anti-fascistische Verzetsgroepen van de 1ste Oktober/(gereconstrueerde) Communisatische Partij van Spanje). De DHKP/C voert een politiek-militaire strijd tegen de neo-koloniale status quo van de Turkse Republiek (imperialistische afhankelijkheidsrelatie) als ook tegen de binnenlandse Turkse heerschappijverhoudingen (conglomeraat van politiek, leger, mafia en fascistische contra-guerilla). De door de DHKP/C geproclameerde bevrijdingsstrijd is uitdrukkelijk géén nationale bevrijdingsstrijd die de territoriale bevrijding van de bezetter nastreeft. Het gaat om het revolutionaire proces van de Anatolische volkeren op het staatsgebied van de Turkse Republiek. De Anatolische bevrijdingsstrijd die in een anti-imperialistische en anti-oligarchische volksrevolutie moet uitmonden, beweegt zich tussen de "stadia" van een nationaal-democratische revolutie en een socialistische revolutie.
De anti-imperialistische en anti-oligargische bevrijdingsstrijd van de DHKP/C is gebaseerd op de strategie van de gepolitiseerde militaire strijd (PASS), die inhoudt dat de gewapende strijd de fundamentele strijdvorm is en dat de economisch-democratische strijd hieraan ondergeschikt is. "In ons, van het imperialisme afhankelijke en door het fascisme geregeerde land, is het onmogelijk het karakter van de macht d.m.v. verkiezingen te veranderen" (uit: programma van de DHKP). Omdat de Turkse Republiek als een neo-koloniale fascistische staat wordt gedefinieerd, komt de politiek van de DHKP/C voort vanuit een expliciet anti-fascistische achtergrond. De DHKP/C beschikt in de steden, op het land en in de bergen over guerilla-eenheden - de gewapende propaganda-eenheden (SPB), de voormalige SDB - en definieert de dialectiek van stad en land als een verenigde revolutionaire strijd. De guerilla-eenheden maken deel uit van de frontstructuur (DHKC) omdat de gewapende krachten nog niet het stadium van een op zich zelf staand leger bereikt hebben. Naast de SPB bestaan ook nog de volksmilities, die een militante structuur vormen en bijvoorbeeld in de gecekondus tegen kansspelen, fascistische structuren en prostitutie optreden. Ook in de jongerenorganisatie van de DHKP/C, Dev Genc, bestaan er militante structuren.
In een door Mahir Cayan geschreven standaardwerk over de revolutionaire strategie van de guerilla-oorlog krijgt de opbouw van de stadsguerilla voorrang boven de landguerilla. In de eerste plaats gaat het om de opbouw en uitbreiding van de stadsguerilla voordat met de structurele opbouw van de landguerilla kan worden begonnen. Mahir Cayan heeft dit begin jaren '70 als volgt geformuleerd: "1e fase: creëren van de stadsguerilla; 2e fase: ontwikkeling van de stadsguerilla, creëren van de landguerilla en demonstratie van macht. Tijdens deze twee fases zal het psychologische afmattingsaspect van de oorlog overheersen; 3e fase: uitbreiding van de stadsguerilla en ontwikkeling van de landguerilla; 4e fase: uitbreiding van de landguerilla" (uit: M. Cayan: Onafgebroken revolutie). In de analyse van de DHKP/C werd deze prioriteitenstelling gemodificeerd. De op- en uitbouw van de stads- en landguerilla-eenheden moet parallel lopen. De eerste fase van de gewapende strijd is de gewapende propaganda (voorhoede-oorlog) die het uitgangspunt van de guerillastrijd vormt en in de tweede fase het guerillaleger moet vestigen. Uit de verstrengeling van guerillaleger en de veelvoudige sociale en democratische strijd moet zich het volksleger ontwikkelen die uiteindelijk politiek en militair in staat is om een omwenteling van de heerschappijverhoudingen teweeg te brengen.
Om haar programmatische doelstellingen te bereiken volgt de DHKP/C een etappenmodel. Dit model beoogt, na de opbouw en vestiging van de revolutionaire volksmacht (Grondwet van het Volk), de geleidelijke overgang naar een socialistische maatschappijvorm in Turkije/Noord-Koerdistan, waarbij het recht op territoriale afscheiding, bijvoorbeeld van de Koerdische gebieden, wordt gegarandeerd. " In het geval dat de Koerdische natie - ondanks de revolutionaire oplossing - een beroep doet op het recht om een onafhankelijke staat op nationalistische basis op te richten, zal de revolutionaire volksmacht dit ondersteunen, onder voorwaarde dat het het imperialisme niet versterkt en niet in strijd is met de belangen van het Koerdische en Turkse proletariaat en die van beide naties (uit: programma van de DHKP). Dit stadium van de opbouw en de stabilisering van het socialisme wordt opnieuw als uitgangspunt gezien voor de omwenteling van de wereldwijde uitbuitings- en onderdrukkingsverhoudingen. Als regionaal invloedsgebied wordt de Balkan en het Midden-oosten gezien (10).

Opstand in Gazi en oprichting van de volksraden

Op 12 maart 1995 werden in de wijk Gazi in Istanbul vier koffiehuizen, die grotendeels door Alevieten en linkse mensen bezocht worden, beschoten vanuit een rijdende taxi. Één persoon werd gedood en vier raakten gewond. De bewoners van de wijk waren het er snel met elkaar over eens dat dit geen aanval van fundamentalistische Soennieten was op Alevieten, maar een aanval gericht tegen de wijk Gazi op zich. De wijk staat bekend als links en een aantal illegale linkse organisaties, waaronder de DHKP/C, is er actief. De wijkbewoners zijn er samen met mensen uit revolutionaire organisaties in geslaagd om de structuren van de maffia lam te leggen en speculanten te verjagen. De bewoners van Gazi lieten deze intimidatiepoging uit de hoek van politie/leger/Grijze Wolven niet op zich zitten en trokken massaal de straat op richting politiebureau. De politie reageerde met kogels. 17 Mensen werden tijdens deze aanval gedood, 425 raakten gewond. De opstand die hierop volgde zou 2 dagen duren. Bewoners richtten barricades op om pantserwagens tegen te houden. Op het hoogtepunt van de opstand waren alleen al in Gazi 30.000 mensen de straat op gekomen. Maar ook in andere delen van Istanbul en andere Turkse steden sloeg de vlam in de pan. Er werd gedemonstreerd en gevochten met de politie, barricades werden opgericht, politiebureaus en huizen, winkels en kantoren van fascisten werden aangevallen. In de wijk Umraniye, ook in Istanbul, schoot de politie ook op betogers, en werden vijf mensen om het leven gebracht. De opstand van Gazi eindigde toen de overheid de door de bewoners geformuleerde eisen inwilligde: 1) overhandiging van de lichamen van de slachtoffers aan de familie; 2) vrijlating van alle gevangenen; 3) volledige terugtrekking van politie en leger en vrije aftocht van alle mensen die naar Gazi zijn gekomen om de bevolking te ondersteunen; 4) vrijgave van de namen van de moordenaars.
De bewoners van Gazi hadden geschiedenis geschreven en waren een lichtend voorbeeld voor andere wijken. Ook in de wijken Nurtepe en Okmeydani braken later opstanden uit. Barricades werden opgericht en de politie werd met stenen, stokken en molotov-cocktails teruggedreven. Ook bij deze gevechten waren vele aanhangers van de DHKP/C betrokken. De barricadestrijd werd beëindigd toen ook de eisen van de bewoners van Nurtepe werden ingewilligd.
Een belangrijke verworvenheid van de opstanden in de gecekondus was de oprichting van volksraden, eerst in Gazi, maar later ook in andere wijken, steden en regio's. In Gazi realiseerde de volksraad gratis gezondheidszorg en medicamenten, problemen op het gebied van electriciteits- en watervoorziening werden aangepakt en als er problemen en conflicten zijn wendt men zich niet meer tot politie en justitie, maar tot de volksraad waar zo'n 200 mensen in actief zijn. Ook werd de aanwezigheid van de politie in de wijk door de volksraad teruggedrongen, hoewel leden van de volksraad nog steeds doelwit zijn van aanvallen door politie en fascisten. Ten slotte slaagde de volksraad er in zelf arbeidsplaatsen te creëren, voornamelijk in de bouw. De volksraad in Okmeydani voert campagne tegen drugshandel en prostitutie en een volksraad in de regio Bergama organiseert het verzet tegen de goudwinning met behulp van cyanide, een methode die een groot gevaar vormt voor de leefomstandigheden van de bevolking. De volksraden voerden ook gezamenlijk actie, zoals de actie "Één minuut duisternis, voor meer licht in dit land". Bij deze actie werd op een bepaald tijdstip het licht in de huizen uitgedaan. De mensen kwamen de straat op om lawaai te maken, leuzen te roepen of manifestaties te houden. Na deze korte bijeenkomsten gingen de mensen dan weer uiteen. In Gazi kwamen bij deze acties meer dan 10.000 mensen de straat op. Acties als deze werden ook gevoerd met als doel de onderste steen van het Susurluk-schandaal (11) boven tafel te krijgen.
De DHKP/C hecht grote waarde aan deze vorm van zelf-organisatie van de bevolking. Ze is van mening dat zonder deze organisatie de zelfverdediging van het volk tegen aanvallen door fascisten nauwelijks te organiseren is en ze meent dat deze comitees en raden belangrijke kanalen voor de verankering van de revolutionaire beweging in de massa's kunnen worden. De DHKP/C is dan ook nauw betrokken bij initiatieven die moeten leiden tot de opbouw van raden en comitees onder arbeiders, studenten enz. De volksraden, jongeren- en studentenraden, worden gezien als kiemcellen voor een nieuwe maatschappij, een vrij, onafhankelijk en democratisch Turkije. Om de weg daar naar toe preciezer te kunnen bepalen hebben mensen uit verschillende maatschappelijke basisbewegingen (volksraden, vakbonden, familieleden van politieke gevangenen o.a.) zich aaneen gesloten in het Platform voor rechten en vrijheden. Het platform heeft een voorstel voor een Grondwet van het volk uitgewerkt wat door de bevolking moet worden bediscussieerd, veranderd en in de toekomst aangenomen moet worden. De Grondwet van het Volk streeft een "vrije, van imperialisme onafhankelijke multinationale Democratische Republiek van de Volkeren van Turkije" na. Democratische structuren zoals de volksraden vormen een belangrijke steunpilaar van het voorstel. Tevens worden in de Grondwet van het Volk concrete voorstellen gedaan m.b.t. vele problemen waar de samenleving mee te kampen heeft, zoals het zelfbestemmingsrecht van de volkeren, inclusief het recht op afscheiding van de Turkse staat, hoewel degenen die het voorstel hebben uitgewerkt de voorkeur geven aan het gemeenschappelijk oplossen van problemen binnen één staat boven afscheiding. Een ander grondbeginsel is de gegarandeerde economische en militaire onafhankelijkheid van het land d.m.v. het opzeggen van alle verdragen met de NAVO, het IMF en de Wereldbank alsmede de nationalisering van de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen (12).

De DHKP/C en de PKK

Eind 1996 zou het met de ondertekening van een gezamenlijk protocol van DHKP/C en PKK moeten komen tot de opbouw van een gemeenschappelijk revolutionair front. In het protocol werden meerdere doelen geformuleerd: "Ons doel is het eenheidsfront van onze volken! (...) Ons doel is het gezamenlijke verzet en de gemeenschappelijke volksmacht. (...) Ons doel is dat het Koerdische volk al zijn rechten, waaronder ook het recht op de oprichting van een eigen staat, in alle vrijheid kan aanwenden. (...) Een van de grondslagen van onze eenheid is tegen het imperialisme te zijn en onze onafhankelijkheid te verdedigen. (...) Ons doel is alle krachten van het volk te verenigen (...)" (13).
De schriftelijke proclamatie werd echter van de zijde van de PKK niet gevolgd door daden. Medio 1998 daarentegen was de PKK mede-initiatiefnemer voor de oprichting van het Platform van de Verenigde Revolutionaire Krachten (BDGP), waarin met andere revolutionaire organisaties werd samengewerkt, waaronder de THKP-C/Dev Sol, de putschistische vleugel van het vroegere Dev Sol. Hierdoor was de opbouw van een gemeenschappelijk revolutionair front door DHKP/C en PKK uiteraard van de baan. In september
1999 stapte de PKK uit de BDGP, omdat deelname aan het platform niet meer in overeenstemming was met fundamentele koerswijziging t.o.v. het Turkse regime. Sindsdien zijn reformistische en parlementaristische partijen zoals ÖDP, EMEP, HADEP en CHP, potentiële bondgenoten van de tijdens het 7e partijcongres van gedaante veranderde PKK.

De hongerstaking van 1996

In de zomer van 1996 werd Turkije maandenlang in de greep gehouden door een massale hongerstaking van 2000 politieke gevangenen. Tien revolutionaire organisaties namen aan de strijd deel. De hongerstakers eisten de sluiting van de moderne isolatiegevangenis te Eskisehir, bijgenaamd "de doodskist" en verzetten zich tegen pogingen van de staat om de gevangenen in afzonderlijke isoleercellen onder te brengen. De dreigende overplaatsing van politieke gevangenen naar Eskisehir, begin mei, vormde de directe aanleiding voor de hongerstaking. Daarnaast werd verbetering van de levensomstandigheden in de gevangenissen geëist, meer familiebezoek, betere juridische bijstand, stopzetting van de folteringen en het recht op medische zorg. Aan de hongerstaking waren al meerdere aanvallen door de politie op de gevangenen vooraf gegaan. Het is de staat namelijk een doorn in het oog dat de gevangenissen "broeiplaatsen van terrorisme" zijn, waar bepaalde vleugels geheel door gevangenen worden gecontroleerd. Zo kwamen in
1995 tijdens een barricadestrijd in de gevangenis van Buca vier gevangenen uit de DHKP/C om het leven en werden op 4 januari 1996 in de Ümraniye-gevangenis in Istanbul vier andere gevangenen omgebracht. Deze slachtpartij werd beantwoord met tegenacties, zoals het oprichten van barricades en het gevangennemen van gevangenispersoneel. De hongerstaking in 1996 duurde 69 dagen en bracht een enorme mobilisatie teweeg. Bijna dagelijks kwam het tot gevechten tussen demonstranten en politie in Istanbul en ook in het buitenland vonden er solidariteitsacties plaats. In Zürich werden door 200 demonstranten de ruiten van het Turkse consulaat ingegooid en werd gepoogd het gebouw binnen te komen. In Berlijn werd het Turkse consulaat bezet. Elders in Duitsland werden er aanslagen op Turkse doelen gepleegd. Turkse studenten in Darmstadt gingen uit solidariteit in hongerstaking, evenals vijf Turken in het Oostenrijkse Graz. In Stockholm werden kantoren van de UNHCR bezet. De hongerstaking zou uiteindelijk in een politieke overwinning eindigen. De overplaatsingen naar Eskisehir waren van de baan en er was sprake van merkbare verbeteringen m.b.t. medische zorg, juridische bijstand en familiebezoek. De prijs van de overwinning was echter hoog. 12 Gevangenen stierven tijdens de hongerstaking: Uit de TKP-ML: Aygun Ugur, Ali Ayata en Hayati Can. Uit de DHKP/C: Altan Berdan Kerimgiller, Ilginc Ozkeskin, Mujdat Yanat, Ayse Idil Erkmen en Yemliha Kaya. Uit de MLKP: Huseyin Demircioglu. Uit de TIKB: Tahsin Yilmaz, Hicabi Kucuk en Osman Akgun. Vele gevangenen hielden aan de hongerstaking ernstige lichamelijke en psychische klachten over, variërend van leukemie tot hepatitis B, van tuberculose tot chronische longziekten, van verlammingsverschijnselen tot neurologische aandoeningen.
De aanvallen op de gevangenen namen na de hongerstaking een andere vorm aan. Isolatiecellen werden ook in andere gevangenissen gebouwd en ook de medische zorg aan de vele zieke gevangenen werd in toenemende mate geweigerd. Een jaar na de hongerstaking werd opnieuw de overplaatsing van gevangenen naar Eskisehir ter sprake gebracht. Op 30 maart 1998 werden tien leden van de DHKP/C uit de gevangenis van Buca ontvoerd naar een onbekende plaats. Alle andere DHKP/C-gevangenen reageerden hierop met acties zoals het gevangennemen van cipiers, het oprichten van barricades en het weigeren om voor het appèl aan te treden. De staat deed snel water bij de wijn en de gevangenen zagen de aanval dan ook als een verkenningsactie van de staat om de kracht van de gevangenen uit te testen. Op dit moment, zomer 2000, maken de gevangenen zich opnieuw op voor een grootschalige aanval door de staat. De gevangenen hebben aangekondigd zich nooit naar isolatiecellen te laten overplaatsen. De cellen zullen ze met hand en tand trachten af te breken en zo nodig zijn ze bereid om te sterven.

Hun strijd, onze strijd...

Sinds 1996 lijkt er sprake te zijn van een heropleving en radicalisering van links in Turkije. De groei van de volksbewegingen en de ontwikkelingen in de richting van een Grondwet van het Volk zijn daar voorbeelden van. Er vinden spectaculaire acties plaats, zoals de aanslag op de Turkse industrieel Ozdemir Sabanci, broer van een van de rijkste zakenmensen in Turkije, Sakip Sabanci, midden in het zwaar bewaakte kantorencomplex van de familieholding in Istanbul. Ook in de gevangenissen wordt de strijd door duizenden mensen voortgezet. Het weekblad van de DHKP/C Kurtulus heeft een oplage van 14.000 exemplaren en aan 1-mei-bijeenkomsten nemen honderden aanhangers van de DHKP/C openlijk deel, in uniform en met partijvlaggen. Het zijn taferelen die sommigen terug doen wanen in het Latijns-Amerika van de jaren zeventig (14). Toentertijd was de solidariteit met Chili, Uruguay, Nicaragua, El Salvador enz. zeer groot. Ook nu hebben de mensen in Turkije en Koerdistan die strijden tegen een fascistische dictatuur recht op onze onvoorwaardelijke solidariteit. Hetzelfde geldt, en misschien wel des te meer, voor de Turken en Koerden die in de straten van West-Europa worden vervolg en de tientallen Turkse en Koerdische politieke gevangenen in de West-Europese gevangenissen. Het wordt de hoogste tijd dat het internationalisme, wat overigens een belangrijke plaats inneemt in de politieke opvattingen van o.a. de DHKP/C, en hier in West-Europa een traditie kent die teruggaat naar de dagen van de Spaanse revolutie, opnieuw leven wordt ingeblazen.

(De eerste drie hoofdstukken: De THKP/C, Devrimci Yol en Devrimci Sol, zijn gebaseerd op een artikel in Analyse & Kritik nr.358 over de couppoging binnen Dev Sol.)

Noten:

1. Lothar A. Heinrich: Die kurdische Nationalbewegung in der Türkei, Deutsches Orient-Institut, Hamburg 1989.

2. Devrimci Yol - Ein revolutionärer Weg im antifaschistischen Kampf; Antifaschistisches Infoblatt Nr.9, Berlin Okt./Nov. 1989.
3. Ein kleiner Abriß der Entstehungs-, Entwicklungsgeschichte und Konzeption der anatolischen DHKP-C; Gruppe Mücadele, Berlijn, julie 2000.
4. Brochure "Die Revolutionäre Linke - Devrimci Sol", juni 1990.
5. idem.

6. Brochure "Ein Befreiungsbewegung kann man nicht verbieten", Prozessgruppen zum DHKP-C Prozeß in Hamburg; Dokumentation.
7. Verklaring van Devrimci Sol - Europese vertegenwoordiging (Yagan-vleugel), april 1993: "An die befreundeten Organisationen und Personen".

8. De geschiedenis zal het bewijzen !

9. zie noot 6: "Einige Worte zum Umgang der deutschen Linken mit der DEVRIMCI SOL, und der Auseinandersetzung zwischen der DHKP-C und der THKP-C" .
10. zie noot 3: "Die Programmatik der DHKP-C".
11. Bij het plaatsje Susurluk in West-Turkije vond in november 1996 een auto-ongeluk plaats waarbij de wereldwijd door Interpol gezochte mafiosi, drugshandelaar en MHP-contraguerilla-leider Abdullah Catli om het leven kwam. In dezelfde auto zat parlementslid Sedat Bucak (DYP - partij van Tansu Ciller), ook een leider van een contra-guerilla-eenheid. Hij raakte zwaar gewond. Verder zaten nog een schoonheidskoningin en de vice-chef van de geheime politie van Istanbul Hüseyin Kocadag in de auto. Beide kwamen eveneens om het leven. Later kwam nog aan het licht dat voormalig minister van binnenlandse zaken Mehmet Agar van te voren met de inzittenden van de auto in hetzelfde hotel had verbleven. In de auto werden wapens en vervalste papieren met de handtekening van Agar gevonden. Door het ongeluk werd zichtbaar wat al jaren door revolutionairen en democraten werd beweerd, namelijk dat staat, mafia, fascistische contra-guerilla en de Nationale Veiligheidsraad zeer nauw met elkaar vervlochten zijn en met elkaar samenwerken in de bestrijding van de Koerdische bevrijdingsstrijd, democraten en revolutionaire organisaties, alsmede bij de onderdrukking en uitbuiting van het volk.

12. zie noot 6: "Dokumentation" en "Der Kampf der Volksbewegungen in der Türkei".

13. zie Devrimci Sol, may 1998, no. 11.

14. Jan van der Putten in de Volkskrant van 29 juli 1996.
juli 2000

Internationalistisch Comitee
p/a Koppenhinksteeg 2
2312 HX Leiden

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie