Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV inzake verslag Landbouwraad 17 juli 2000

Datum nieuwsfeit: 18-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV inz verslag landbouwraad van 17-7-00
Gemaakt: 22-8-2000 tijd: 15:16


8


21501-16 Landbouwraad

Nr. 264 Brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 augustus 2000

Op maandag 17 juli jl. vond in Brussel een vergadering plaats van de Europese ministers van Landbouw. Tijdens deze eerste vergadering onder het Franse voorzitterschap heeft de Raad een besluit genomen over een wijziging van de marktordening voor vlas en hennep, de prijsvoorstellen voor het verkoopseizoen 2000/2001, de schoolmelkregeling en de verplichte etikettering van rundvlees.

De Commissaris heeft tijdens de Raad een toelichting gegeven bij het voorstel voor wijzi-ging van de marktordening voor groente en fruit en de hygiënevoorschriften uit het Witboek Voedselveiligheid. De voorzitter heeft een toelichting gegeven bij de prioriteiten van het Franse voorzitterschap voor de komende zes maanden. Onder het agendapunt Diversen is op verzoek van Finland gesproken over de pelsdierenhouderij. Op verzoek van Luxemburg is gesproken over het beleid ten aanzien van agressieve honden, en op verzoek van Ierland is gesproken over de exportrestituties voor verwerkte landbouwproducten. Op verzoek van Nederland heeft de Raad zich onder dit agendapunt gebogen over de financiering van de plattelandsontwikkelingsplannen.

Prioriteiten van het Franse voorzitterschap

De nieuwe voorzitter van de Raad, Minister Glavany, geeft een korte toelichting bij de prioriteiten van het Franse voorzitterschap gedurende de komende zes maanden. Hij geeft aan dat de prioriteiten zijn onder te verdelen in vier grote groepen:

De onderwerpen die zijn overgebleven vanuit het Portugese voorzitterschap. Het gaat dan bijvoorbeeld om de voorstellen inzake katoen, een stabilisatiefonds in de varkens-houderij, rijst en bananen.

De grote horizontale onderwerpen. Het gaat dan met name om de WTO-ronde, de uitbreiding van de Europese Unie en de administratieve vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

De marktordeningen voor landbouwproducten. Tijdens het Franse voorzitterschap zullen de volgende onderwerpen aan de orde komen: groente en fruit, suiker, hop, schapenvlees en olijfolie.

De veiligheid en kwaliteit van het voedsel. De voorzitter denkt in dit verband onder meer aan de hygiënevoorschriften, de bestrijding van zoönosen, en diervoeding-dossiers. Ten aanzien van TSE's spreekt hij de intentie uit dat de Raad nog tijdens het Franse voorzitterschap een gemeenschappelijk standpunt aan zal nemen ten aanzien van een alomvattend voorstel voor de bestrijding van deze ziekten.

Wijziging van de marktordening voor vlas en hennep en de prijsvoorstellen 2000/2001

Het voorstel voor wijziging van de marktordening voor vlas en hennep stond reeds geagendeerd voor de Landbouwraad in mei en in juni jl. Bespreking in de Raad heeft echter nog niet geleid tot conclusies omdat het Europese Parlement geen advies over dit voorstel had uitgebracht. Inmiddels is het advies van het Europese Parlement ontvangen en kan de Raad daadwerkelijk een besluit nemen.

De prijsvoorstellen voor het verkoopseizoen 2000/2001 zijn tijdens de afgelopen twee Raden (in mei en in juni) reeds uitgebreid aan de orde gekomen. In mijn brieven aan uw Kamer van 29 mei jl. (kenmerk IZ
2000/868) en 26 juni jl. (kenmerk IZ 2000/1007) ben ik reeds ingegaan op deze prijsvoorstellen voor het komende verkoopseizoen. Hangpunt in de Raad was met name de voorgestelde verlaging van de vergoeding voor de maandelijkse opslagkosten voor granen.

Bij aanvang van de vergadering reikt het voorzitterschap een compromisvoorstel uit met betrekking tot de wijziging van de marktordening voor vlas en hennep en de prijsvoor-stellen voor het komende verkoopseizoen. De voorzitter geeft aan dat de besluitvorming over deze beide onderwerpen aan elkaar wordt gekoppeld.

Na enkele tafelrondes en schorsingen gaat de Raad uiteindelijk unaniem akkoord met het compromisvoorstel van het voorzitterschap. Ook de Commissaris stemt in met dit com-promisvoorstel.

In het uiteindelijke compromis is onder meer het volgende opgenomen:

a - vlas en hennep


2001/2002 2002 - 2006 2006/2007 e.v.

steun voor lange vezels 100 euro/ton 160 euro/ton 200 euro/ton

steun voor korte vezels 90 euro/ton 90 euro/ton rapport

de producenten van lange vezels in de productiezones I en II (Nederland en Noord-België vallen in deze zones) ontvangen een aanvullende steun van 120 euro/hectare tot 2005/2006. Producenten in productiezone III (Zuid-België en Noord-Frankrijk) ontvangen een aanvullende steun van 50 euro/hectare;

de nieuwe marktordening treedt in werking vanaf het seizoen 2001/2002. De steunbedragen voor het komende verkoopseizoen (2000/2001) zullen via de procedure van het Beheerscomité worden vastgesteld;

in 2003 wordt een rapport opgesteld over de gevolgen van de wijzigingen van de marktordening voor de economische levensvatbaarheid van deze sector. Dit rapport kan er eventueel toe leiden dat de toegekende nationale gegarandeerde hoeveel-heden worden gewijzigd;

in 2005 wordt een rapport opgesteld over de invloed van de productiesteun op onder meer de positie van de producenten en de verwerkende industrie. In dit rapport zal ook worden ingegaan op de vraag of de steun voor korte vezels moet worden voortgezet.

b - prijzenpakket

De belangrijkste wijziging ten opzichte van het oorspronkelijke Commissievoorstel betreft het uitstel met één jaar van de verlaging van de maandelijkse vergoedingen voor de opslagkosten van granen. De Commissaris heeft bovendien in een verklaring aan-gegeven dat hij de wens van de lidstaten ten aanzien van het vochtgehalte van granen voor interventie zal bestuderen zodra de oogst van dit jaar binnen is.

Van Nederlandse zijde heb ik mijn akkoord gegeven aan dit compromisvoorstel omdat het voorzitterschap en de Commissie op een cruciaal punt, namelijk de steun voor lange vezels, aan de bezwaren van Nederland en België tegemoet zijn gekomen. Samen met mijn Belgische collega heb ik in de Raad nadrukkelijk gesteld dat het voor mij niet aanvaardbaar is dat onze landen de dupe worden van de sterke uitbreiding van de teelt elders. Het voor-zitterschap en de Commissie bleken daar uiteindelijk gevoelig voor, en er is overeen-gekomen dat er een aanvullende steun komt voor lange vezels in de productiezones I en II. Dit pakt voor Nederland gunstig uit en betekent een extra steun van 120 EURO per hectare. Daarmee wordt de voorgestelde reductie van de steun bijna gehalveerd. Het is duidelijk dat er sprake is van een compromis; niet alle wensen kunnen worden ingewilligd. Commissaris Fischler drukt het als volgt uit: `alle lidstaten zullen in gelijke mate ontevreden zijn'. Zo heb ik bijvoorbeeld mijn bezwaren moeten laten varen tegen de verplichte braaklegging die in de toekomst ook zal gelden voor de vlas- en hennepproducenten.

Aan het eind van deze lange bespreking van beide onderwerpen concludeert de voorzitter dat het compromisvoorstel met eenparigheid van stemmen is aangenomen. Het Speciaal Landbouw Comité wordt gevraagd om dit compromis nader uit te werken. Middels de schriftelijke procedure zal de besluitvorming formeel worden afgerond.

Schoolmelk

Ook voor schoolmelk reikt het voorzitterschap een compromistekst uit. De voorzitter geeft aan dat de toekomst van de schoolmelkregeling herhaaldelijk in de Raad aan de orde is geweest. Gebleken is dat de lidstaten hechten aan het behoud van deze regeling. Wel is een meerderheid tegen de voorgestelde verplichte nationale medefinanciering van 50%, zo merkt hij op.

Bovendien is een meerderheid van de lidstaten er voorstander van dat de lijst met producten wordt gemoderniseerd en dat het beheer van de regeling wordt vereen-voudigd. In het compromisvoorstel zijn al deze elementen opgenomen, zo benadrukt de voorzitter. Ten aanzien van de medefinanciering is het advies van het Europese Parlement gevolgd. Dit betekent dat de voorgestelde Europese bijdrage van 50% van de richtprijs wordt verhoogd naar 75%, en dat de medefinanciering door de lidstaten vrijwillig wordt.

Aangezien alle lidstaten hiermee kunnen instemmen concludeert de voorzitter dat dit compromisvoorstel met eenparigheid van stemmen is aangenomen. Dit voorstel zal formeel als A-punt aan de Begrotingsraad van 20 juli a.s. worden voorgelegd.

Verplichte etikettering van rundvlees

In de Landbouwraad van april jl. is een gemeenschappelijk stand-punt aangenomen over de verplichte etikettering van rundvlees. Omdat besluitvorming in codecisie met het Europees Parlement plaatsvindt, heeft de Raad bij het formuleren van haar gemeen-schappelijk standpunt in grote mate rekening gehouden met de amende-menten die door het Europese Parlement in eerste lezing zijn ingediend. De verwachting was dan ook dat het Europese Parlement het gemeenschappelijk standpunt van de Raad in haar tweede lezing zou accepteren. In haar plenaire zitting op 6 juli jl. heeft het Europese Parlement echter een vijftal amendementen ingediend ten aanzien van het gemeen-schappelijk standpunt van de Raad. Deze amendementen hebben betrekking op enerzijds het schrappen van de aanduiding van de categorie van het rund op het etiket, en ander-zijds het toevoegen van de herkomst van gehakt rundvlees op het etiket, in het geval deze niet overeenkomt met het land van de productie van het gehakt.

De voorzitter benadrukt dat alleen in het geval de Raad deze amendementen van het Europese Parlement overneemt, de afgesproken datum van inwerkingtreding van

1 september a.s. kan worden gehaald. Als de Raad de amendementen niet overneemt

zal namelijk de bemiddelingsprocedure in werking treden waardoor de datum van

1 september zal worden overschreden. Bovendien moet in dat geval de zogenoemde kleine verordening worden verlengd, aldus de voorzitter.

Op ambtelijk niveau zijn de amendementen inmiddels besproken, zo vervolgt de voorzitter, en uit die bespreking is naar voren gekomen dat een meerderheid van de lidstaten de verordening niet opnieuw wil uitstellen en dat de datum van 1 september moet worden gerespecteerd.

Commissaris Fischler beaamt dat het niet mogelijk is om de bemiddelingsprocedure te starten én ook de datum van 1 september a.s. te respecteren. Verder uitstel van de ver-plichte etikettering van rundvlees zal het imago van de Europese Unie geen goed doen, zo stelt hij. Vanuit de Commissie zijn er geen grote problemen met het schrappen van de aanduiding van de categorie van het dier op het etiket. Het toevoegen van de oorsprong van gehakt rundvlees op het etiket ligt echter moeilijker, zo vervolgt Fischler. Toch wil de Commissaris de goedkeuring van dit voorstel niet in de weg staan, en daarom geeft hij aan in te zullen stemmen met de amendementen van het Europese Parlement.

Aangezien alle lidstaten dezelfde mening zijn toegedaan concludeert de voorzitter dat de Raad de amendementen van het Europese Parlement met eenparigheid van stemmen heeft aangenomen. Dit betekent dat de verplichte etikettering van rundvlees met ingang van
1 september a.s. van kracht wordt.

Wijziging van de marktordening voor groente en fruit

Commissaris Fischler geeft een korte toelichting bij het voorstel voor wijziging van de marktordening voor groente en fruit. Hij merkt op dat in de huidige marktordening is opgenomen dat de Commissie eind 2000 een verslag zal opstellen over de werking van de huidige regeling. Los van deze plicht is echter gebleken, aldus de Commissaris, dat er grote problemen zijn die snel opgelost moeten worden. Daarom komt de Commissie nu reeds met een voorstel voor aanpassing van de marktordening. Dit voorstel gaat onder meer in op de volgende aspecten:

a - de communautaire steun voor de bedrijfsfondsen (de huidige dubbele bovengrens wordt vervangen door één bovengrens),

b - de steun voor de verwerking van tomaten (het huidige communautaire quotasysteem zal worden vervangen door een systeem met nationale drempels),

c - de verwerkingsregeling voor citrusvruchten (ook hier zal een systeem van nationale drempels worden geïntroduceerd om zo de eigen verantwoordelijkheid van de produ-centen te benadrukken),

d - en de vereenvoudiging van het beheer van de regeling.

Commissaris Fischler benadrukt dat de wijzigingen budgetneutraal zijn en dat het de bedoeling is dat de nieuwe marktordening in 2001 in werking treedt. Tot besluit merkt hij op dat de Commissie, conform met wat is afgesproken, aan het eind van dit jaar met het beloofde verslag zal komen.

Vanuit de zuidelijke lidstaten wordt de Commissaris bedankt voor de wijzigingsvoor-stellen. Deze landen zijn het er namelijk over eens dat een hervorming noodzakelijk is. Wel wordt opgemerkt dat het voorstel op bepaalde onderdelen verbeterd moet worden.

De voorzitter rondt de bespreking van dit agendapunt af met de opmerking dat dit voorstel nu eerst op technisch niveau besproken zal worden.

Hygiënevoorschriften/Witboek Voedselveiligheid

In het Groenboek Levensmiddelen van de Commissie (van mei 1997) is de discrepantie tussen de horizontale hygiënerichtlijn voor levensmiddelen en de verticale veterinaire hygiënerichtlijnen voor producten van dierlijke oorsprong, nadrukkelijk aan de orde gesteld. Op grond hiervan is de Commissie aan de slag gegaan met het opstellen van één nieuwe hygiëneverordening die alle bestaande richtlijnen op dit gebied integreert. De Commissie heeft hier meer dan drie jaar aan gewerkt. Het stuk is nu aan de Raad aan-geboden, als één van de aangekondigde voorstellen uit het Witboek Voedselveiligheid.

Het voorstel voor een hygiëneverordening slaat een brug tussen de bestaande horizontale hygiënerichtlijn voor levensmiddelen en de verticale veterinaire hygiënerichtlijnen. Het voorstel bestaat uit een algemeen deel en bijlagen. Het algemene deel is van toepassing op alle levensmiddelen en is min of meer een uitbreiding van de bestaande horizontale hygiënerichtlijn voor levensmiddelen; het HACCP-principe (Hazzard Analyses and Critical Concern Points) staat hier centraal. De bijlagen gaan in op de hygiëne op het primaire boerenbedrijf, op de levensmiddelenbedrijven en daarnaast op specifieke aanvullende maatregelen voor producten van dierlijke oorsprong.

Commissaris Byrne geeft een beknopte toelichting bij dit voorstel voor aanpassing van het hygiënebeleid in de Europese Unie. Het is de bedoeling dat de veiligheid van het voedsel van `stal tot tafel' kan worden gegarandeerd, en daarom bestrijkt het voorstel de gehele voedselketen. De regels worden dus ook van kracht op het niveau van de boerderij, zo benadrukt hij. De nieuwe regels zullen uniform worden toegepast op alle levensmiddelen. Belangrijk uitgangspunt is bovendien dat de producent primair verantwoordelijk is voor de producten die het bedrijf verlaten.

Met het voorstel is tevens getracht een vereenvoudiging van de regels door te voeren, aldus Byrne. Zo wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de situatie van kleine bedrijven en producenten die werken op een traditionele wijze.

De voorzitter geeft aan dat het Coreper zal worden gevraagd om de bespreking van dit dossier voort te zetten.

Diversen

Pelsdierenhouderij (verzoek Finland)

De Finse minister merkt op dat met 2000 bedrijven en 10.000 mensen werkzaam in de sector, de pelsdierenhouderij in Finland een belangrijke economische activiteit is. Hij vervolgt met te stellen dat nog dit jaar een rapport wordt verwacht van het Weten-schappelijk Veterinair Comité over de welzijnseffecten van de pelsdierenhouderij. Ofschoon sommige lidstaten negatief staan tegenover het houden van pelsdieren voor hun vacht, roept hij zijn collega's op geen unilaterale maatregelen te nemen voordat het rapport van dit Comité is uitgebracht.

De Britse minister geeft hierop aan dat waarschijnlijk nog deze regeerperiode een verbod zal worden afgekondigd op het houden van nertsen voor hun vacht. Hij benadrukt dat deze maatregel alleen gevolgen zal hebben voor de producenten in het Verenigd Koninkrijk.

Van Nederlandse zijde heb ik opgemerkt dat ik vorig jaar in juli mijn collega's reeds heb laten weten dat het Nederlandse parlement van mening is dat het bedrijfsmatig houden van nertsen voor hun vacht op termijn verboden moet worden. Nederland zit daarmee op dezelfde lijn als het Verenigd Koninkrijk, zo heb ik gesteld.

Uit het antwoord van de Commissie op het voornemen van het Verenigd Koninkrijk leid ik af dat een nationaal verbod niet in strijd is met het Europese recht. Naar mijn mening behoeft dan ook niet te worden gewacht op het rapport van het Wetenschappelijk Veterinair Comité, en zijn nationale maatregelen geoorloofd. Bovendien gaat het rapport van dit Comité in op de welzijnsaspecten van het houden van nertsen, terwijl een dergelijk verbod in Nederland juist wordt overwogen met het oog op de ethische aanvaardbaarheid van deze productie.

Commissaris Byrne merkt op dat lidstaten vrij zijn om binnen de grenzen van het Verdrag zelfstandig te opereren. Hij beaamt dat het Wetenschappelijk Veterinair Comité een rapport op zal stellen over de welzijnsaspecten van de pelsdierenhouderij. Naar zijn mening zou het goed zijn om te wachten met het treffen van unilaterale maatregelen tot het rapport van dit Comité er is.

Agressieve honden (verzoek Luxemburg)

De Luxemburgse minister stelt dat het aantal incidenten in de Europese Unie met gevaarlijke honden toeneemt. Onlangs is in Duitsland nog een kind gedood door een hond. De veiligheid van de burgers is dus in het geding, zo vervolgt hij. Hij constateert dat sommige lidstaten unilaterale maatregelen nemen om dergelijke problemen in de toekomst te voorkomen. Naar zijn mening is echter een communautaire aanpak nodig om het probleem werkelijk het hoofd te kunnen bieden.

Van Nederlandse zijde heb ik aangegeven het een herkenbaar probleem te vinden. In Nederland is inmiddels een verbod in voorbereiding op het fokken en houden van een vijftal typen honden, tenzij deze honden met goed gevolg een agressietest hebben afgelegd. Ik heb aangegeven deze maatregel uiteraard te zullen melden bij de bevoeg-de autoriteiten in Brussel. Ondanks deze op handen zijnde nationale maatregel heb ik benadrukt een voorstander te zijn van een gezamenlijke aanpak van dit probleem. Diverse andere ministers zijn eveneens voorstander van commun-autaire regelgeving voor potentieel gevaarlijke honden, waarbij een enkele minister aangeeft er een voor-stander van te zijn om deze problematiek aan de orde te stellen in de Raad voor de Ministers van Binnenlandse Zaken.

Commissaris Byrne geeft aan geschokt te zijn door de recente incidenten met gevaarlijk honden. Hij benadrukt evenwel het beginsel van subsidiariteit. Wie is het meest geschikt om iets aan dit probleem te doen, zo stelt hij? Het gaat hier immers ook om aspecten met betrekking tot de openbare orde. Hij geeft aan dit probleem nog eens te zullen bespreken met zijn collega's binnen het College van Commissarissen.

Exportrestituties voor verwerkte landbouwproducten (verzoek Ierland)

De Ierse minister merkt op dat hij het probleem ten aanzien van de exportrestituties voor verwerkte landbouwproducten (non annex 1) de vorige keer in de Landbouwraad eveneens aan de orde heeft gesteld.

Hij geeft nu nogmaals aan dat de schorsing van de afgifte van uitvoercertificaten grote problemen creëert voor de marktdeelnemers. Hij vraagt de Commissaris dan ook om de besparingen die elders worden gerealiseerd in te zetten voor deze regeling zodat de schorsing van de afgifte van uitvoercertificaten ongedaan kan worden gemaakt. Op die manier kan de uitvoer met restitutie van verwerkte landbouwproducten weer worden hervat.

Tevens vraagt hij de Commissaris of het mogelijk is om de beperkingen die voortvloeien uit de WTO-afspraken voor het komende jaar (Gatt 6) te verlichten door gebruik te maken van de niet-gebruikte uitvoercertificaten uit het lopende jaar (Gatt 5).

Van Nederlandse zijde heb ik eveneens gepleit voor maximale flexibiliteit. Binnen de marges van de begroting moeten oplossingen worden gezocht om tegemoet te komen aan deze problemen.

Commissaris Fischler benadrukt dat het probleem wordt veroorzaakt doordat het aantal aanvragen voor uitvoercertificaten veel groter is dan de beschikbare begrotingsruimte. Overigens worden kleine uitvoerders niet getroffen door de schorsing, want de drempel voor de definitie van kleine uitvoerders is onlangs nog verhoogd. De ruimte van 551 miljoen EURO voor dit jaar wordt waarschijnlijk al overschreden, zo vervolgt hij, ook al wordt de schorsing gehandhaafd. Hij doet een beroep op de lidstaten om de benodigde statistieken aan te leveren. Op deze wijze kan de Commissie de begrotingssituatie beter analyseren en de benodigde conclusies trekken.

Financiering van de plattelandsontwikkelingsplannen (verzoek Nederland)

Van Nederlandse zijde heb ik opgemerkt dat alle lidstaten hard werken om invulling te geven aan de kaderverordening plattelandsontwikkeling. Echter, een groot aantal lidstaten - inclusief Nederland - heeft nog geen goedkeuring gekregen voor hun plannen. Ik heb daarop gesteld dat voorkomen moet worden dat de beschikbare financiële middelen voor dit jaar verloren gaan als gevolg van de late goedkeuring van deze plannen. We moeten naar mijn mening zoeken naar een technische oplossing zodat de politieke doelstelling ten aanzien van de plattelandsontwikkeling in de Europese Unie niet wordt gefrustreerd, zo houd ik mijn collega's voor. Daarbij is het duidelijk dat een en ander moet passen binnen de vastgestelde Financiële Perspec-tieven.

Vanuit verschillende lidstaten wordt de noodzaak onderschreven dat de financiële middelen die dit jaar niet gebruikt kunnen worden als gevolg van de late goedkeuring, worden overgedragen naar het volgende jaar.

Commissaris Fischler geeft aan dat inmiddels voortgang is geboekt met de goedkeuring van de nationale programma's. Hij doet een beroep op de ministers om snel de gevraagde aanvullende informatie aan zijn diensten te overhandigen. Een overdracht van financiële middelen is mogelijk, zo vervolgt hij, maar dan moet de Commissie wel een onderzoek doen en op basis daarvan eventuele voorstellen doen aan de Raad. Hij benadrukt dat hij de opmerkingen van de lidstaten serieus neemt en er rekening mee zal houden.

Organisatie van toekomstige werkzaamheden

De voorzitter geeft aan dat de eerstvolgende bijeenkomst plaats zal vinden in Biarritz, tijdens de informele Landbouwraad die zal worden gehouden van 3 - 5 september a.s.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

L.J. Brinkhorst

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie