Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Gunstig advies over bescherming monumenten in Oostende

Datum nieuwsfeit: 18-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Provincie West-Vlaanderen

Persberichten

Gunstig advies over bescherming van een hele reeks monumenten in Oostende
Brugge, 18/8/2000

1. Bestendige deputatie adviseert gunstig over bescherming als monument van het hoekgebouw in de Van Iseghemlaan 87-89 in Oostende.

De bestendige deputatie van West-Vlaanderen heeft een gunstig advies uitgebracht over de voorgenomen bescherming als monument van het pand op de hoek van de Van Iseghemlaan en de Kursaal-Oosthelling. Baron Chazal, de minister van oorlog, besliste in 1865 om Oostende van haar vestingfunctie te ontheffen. Tijdens de daaropvolgende jaren werden de vesten geslecht en de werd de stad aanzienlijk uitgebreid volgens een plan van L. Crepin. Dit urbanisatieplan werd vanaf 1874 gerealiseerd door de Luikse notaris Louis Delbouille. De Van Iseghemlaan maakt deel uit van deze stadsuitbreiding. De straat, gelegen in de zone tussen de oude binnenstad en de zeedijk, volgt het tracé van de oude binnenvesten. De zuidzijde van de straat werd vrij snel volgebouwd. Het bouwrijp maken van de terreinen aan de noordzijde nam meer tijd in beslag, maar ca. 1880 waren heel wat percelen al bebouwd. Ook langs de Kursaal-Oosthelling was tegen 1880 al een fraaie rij stadsvillas verschenen. Enkel het hoekperceel met een onregelmatige en moeilijke L-vorm was onbebouwd gebleven. Uiteindelijk werd er in 1893 een monumentaal handelspand in eclectische stijl opgetrokken. Het pand vormde het sleutelstuk tussen de eclectische bebouwing van de Kursaal-Oosthelling en de panden langs de Van Iseghemlaan. Het huis had een exclusief uitzicht op het kursaal, was gelegen in de commercieel belangrijke Van Iseghemlaan en op een steenworp van de zeedijk.
Het hoekpand Van Iseghemlaan 87-89 is een gaaf bewaard en zeldzaam voorbeeld van de architecturale invulling van de vrijgekomen gronden tussen de oude stad en de Zeedijk. Door de hoge kwaliteit van de gevelafwerking is dit pand een voor Oostende uitzonderlijk document uit de periode van het elitair kusttoerisme. Het hoekpand is door zijn strategische en exclusieve ligging aan het Casino-Kursaal een blikvanger in het Oostendse stadsbeeld. De bestendige deputatie is dan ook van oordeel dat een bescherming als monument van dit hoekgebouw gerechtvaardigd is. De definitieve beslissing berust bij Vlaams minister Johan Sauwens

2. Bestendige deputatie adviseert gunstig over bescherming als monument van enkele winkelpanden.

De bestendige deputatie van West-Vlaanderen heeft een gunstig advies uitgebracht over de voorgenomen bescherming als monument van een aantal panden in art nouveau in de Oostendse binnenstad. Het gaat om de huizen in de Adolf Buylstraat 26 tot 34, de Sint-Sebastiaanstraat 25 tot 31, de Christinastraat 86 en de Kaaistraat 31 in Oostende. In de Adolf Buylstraat 28 was tot 1898 het hotel Mertian gevestigd. Het pand werd daarna ingericht als de meubelzaak van Gustave Jolyt. Toen zijn winkel in 1904 failliet ging, werd het huis openbaar verkocht en afgebroken. In 1906 werd gestart met de bouw van vijf winkelpanden naar een ontwerp van Charles Pil. Deze architect was in de periode 1890-1940 bijzonder actief in Oostendse. De eenheidsbebouwing in de Adolf Buylstraat is opgetrokken in een stijl die sterk aanleunt bij de art nouveau. Deze gevels waren in 1906 een vernieuwend accent in de toen nog grotendeels neoclassicistische Adolf Buylstraat. Deze vijf woningen met winkel op het gelijkvloers worden doorgaans beschouwd als de belangrijkste realisatiet van Charles Pil. Bij deze vijf winkels sluiten ook nog vier rijhuizen in de Sint-Sebastiaanstraat 25 tot 31 aan. Deze woningen werden eveneens gebouwd volgens de plannen van Charles Pil. De woning van de voormalige brouwerij Het Kruis in de Christinastraat 86 dateert uit 1902. Ook dit huis werd opgetrokken in art nouveaustijl volgens de plannen van Charles Pil. Het sobere maar verzorgde interieur van dit pand bleef gedeeltelijk bewaard. Het monumentale huis met winkel in de Kaaistraat 31 dateert uit 1903 en is een realisatie van de Oostendse architect Aimé de Donquers. De gevel in vooruitstrevende art nouveaustijl contrasteert met het neobarokke interieur. Deze winkelpanden illustreren op treffende wijze de economische welvaart van de badplaats Oostende op het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Daarnaast zijn het zeldzame voorbeelden van art nouveau architectuur in de Oostendse binnenstad. De winkels in de Adolf Buylstraat 26-34 mogen bovendien beschouwd worden als de belangrijkste realisatie van de in Oostende toonaangevende architect Charles Pil. De bestendige deputatie is dan ook van oordeel dat een bescherming als monument van deze huizen gerechtvaardigd is. De definitieve beslissing berust bij Vlaams minister Johan Sauwens.

3. Bestendige deputatie adviseert gunstig over bescherming als monument van de voormalige Crêche Louise-Marie in Oostende.

De bestendige deputatie van West-Vlaanderen heeft een gunstig advies uitgebracht over de voorgenomen bescherming als monument van de voormalige Crêche Louise-Marie in Oostende. Het betreft de conciërgewoning in de Londenstraat 5 en het poortgebouw in de Langestraat 112B.
De Crêche Louise-Marie werd gesticht in 1887 nadat Hélin, de voorzitter van de Cercle Cecilia, een anonieme gift ontvangen had. Het kinderverblijf werd aanvankelijk ondergebracht in een huurpand op het thans verdwenen Sint-Jozefsplein. Deze locatie bleek door het grote succes van het initiatief al snel te klein. Daarom kocht notaris Louis Delbouille, die verantwoordelijk was voor de realisatie van de uitbreiding van Oostende, in 1891van zijn eigen maatschappij een stuk grond in de Londenstraat. Nog datzelfde jaar werd gestart met de bouw van een eclectisch huis naar een ontwerp van architect Antoine Dujardin. Opmerkelijk is ook dat de figuratieve tegeltableaus boven de ramen werden uitgevoerd door de leerlingen van de Luikse Ecole Professionelle. Delbouille en Dujardin deden ook inspanningen om fondsen te werven voor de Crêche. Ze waren beiden betrokken bij de liefdadigheidsfeesten die in 1893, 1894 en 1895 werden ingericht in de Kursaal. In 1896-1897 werd het kinderverblijf uitgebreid. Het perceel in de Langestraat werd opnieuw ter beschikking gesteld door Delbouille, die ook de bouwwerken financierde. Het ontwerp voor dit neoclassicistische poortgebouw is mogelijk ook van de hand van Antoine Dujardin.
De voormalige Crêche Louise-Marie is een belangrijke illustratie van een filantropisch initiatief van Louis Delbouille en Antoine Dujardin, twee cruciale figuren in de aanleg van de westelijke uitbreiding van Oostende tijdens het laatste kwart van de 19de eeuw. Beide gebouwen zijn kenmerkende voorbeelden van de eclectische en neoclassicistische architectuur in het laat 19de-eeuwse Oostende. De bestendige deputatie is dan ook van oordeel dat een bescherming als monument van dit gebouw gerechtvaardigd is. De definitieve beslissing berust bij Vlaams minister Johan Sauwens

4. Bestendige deputatie adviseert gunstig over bescherming als monument van het Parkhouse in Oostende

De bestendige deputatie van West-Vlaanderen heeft een gunstig advies uitgebracht over de voorgenomen bescherming als monument van het zogenaamde Parkhouse in de Chaletstraat 15 in Oostende. De Chaletstraat is gelegen in de uitbreiding van Oostende die vanaf 1874 tot stand kwam volgens de plannen van L. Crepin. Deze straat, die aanvankelijk doorliep tot aan de Zeedijk, is enkel aan de noordzijde bebouwd. De huizen in de gevelwand zijn door hun ligging in de bocht van de Koningen Astridlaan beeldbepalende elementen in hun omgeving. Het zogenaamde Parkhouse is het enige bewaarde voorbeeld van eclectische architectuur in de Chaletstraat. Het huis werd omstreeks 1924 gebouwd volgens de plannen van architect André Daniels (1883-1976). Het grote rechthoekige perceel gaf de architect de mogelijkheid om een voor Oostende uitzonderlijk ruime stadsvilla op te trekken. Het Parkhouse bestaat uit een conciërgewoning, een toegangspoort en het eigenlijke woonhuis met ingang aan de binnenkoer. Het huis heeft een opmerkelijk gaaf bewaard interieur met als blikvanger de grote traphal. In deze centraal geplaatste ruimte wordt met een koepel licht binnengetrokken in de kern van de woning. Ook de grote salon aan de straatzijde heeft zijn verzorgde aankleding in neorococostijl behouden.
De bestendige deputatie is van oordeel dat een bescherming als monument van deze uitzonderlijke stadsvilla gerechtvaardigd is. De definitieve beslissing berust bij Vlaams minister Johan Sauwens.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie