Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over verkoop mini-elektrische stoel

Datum nieuwsfeit: 18-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over verkoop van mini-elektrische stoel als kinderspeelgoed
Gemaakt: 22-8-2000 tijd: 14:18


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal


18 augustus 2000

In antwoord op uw brief van 2 augustus jongstleden, deel ik u mee dat de vragen van het lid Van de Camp (CDA) van uw Kamer over verkoop van een mini- elektrische stoel als kinderspeelgoed worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage van deze brief.

De Minister van Justitie,

Antwoorden van de Minister van Justitie op de kamervragen van het lid Van de Camp over de verkoop van een mini- elektrische stoel als kinderspeelgoed

(ingezonden 1 augustus 2000, nr. 2990014320)


1.

Ja.


2 en 5.

Ik ben van mening dat de verkoop van dit speelgoed smakeloos is en dat dit evenals het uitzenden van «gewelddadige» films op televisie en de verkoop van «gewelddadige» video' s en/ of computerspelletjes, kan bijdragen aan een mentaliteit waarin geweld gewoon gevonden wordt.

Met betrekking tot de laatste categorieën is onlangs een wetsvoorstel in de Tweede Kamer aangenomen dat betrekking heeft op de bescherming van jeugdigen tegen voor hen schadelijk te achten audiovisuele mediaproducten.11 Kamerstukken I, 1999/2000, 26 841, nr. 278. In dit wetsvoorstel is ook een voorstel tot wijziging van artikel 240a Sr opgenomen. De reikwijdte van die bepaling wordt uitgebreid tot een gegevensdrager die schadelijk beeldmateriaal bevat en de strafmaat wordt verhoogd tot een jaar of een geldboete van de vierde categorie.

Onder auspiciën van het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM) zullen de aanbieders van film, video, computerspelen en televisieprogramma' s, het publiek gaan voorzien van leeftijdsaanduidingen en informatie over de inhoud van de producties, zodat consumenten zelf een keus kunnen maken.

Voor speelgoed bestaat een dergelijke regeling niet. Ik ben bereid om, eventueel samen met mijn ambtgenote van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het NICAM, met de speelgoedbranche om de tafel te gaan zitten, om te bezien of er afspraken zijn te maken over de verkoop van «gewelddadig» speelgoed.


3 en 4.

Ik ben niet bereid om te bevorderen dat strafvervolging wordt ingesteld tegen de verkoper(s) van dergelijk speelgoed.

Voor een strafvervolging op basis van artikel 240a Sr. is nodig dat de aanbieder een voorwerp waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen onder de leeftijd van zestien, heeft aangeboden aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet weten dat deze jonger is dan zestien. Het Openbaar Ministerie zal verder moeten aantonen dat het vertonen van een dergelijk voorwerp aan die minderjarige schadelijk is te achten. De wetgever heeft gekozen voor de open norm «schadelijk is te achten». Deze norm ziet op het risico van schade voor een jeugdige, gezien het feit dat diens leeftijd een grotere mate van beïnvloedbaarheid met zich meebrengt.22 Kamerstukken II, 1980/81, 15 836, nr. 6, p.5. De rechter zal - al dan niet door het inschakelen van een deskundige- die norm in een concreet geval dienen in te vullen. De kans op een veroordeling is onzeker.

Artikel 240a Sr vereist contact tussen aanbieder en een minderjarige in deze leeftijdscategorie. Het beoogt te voorkomen dat deze minderjarigen rechtstreeks worden geconfronteerd met een voor hen schadelijk te achten afbeelding of voorwerp. De verkoop daarvan aan een persoon vanaf zestien is niet strafbaar. De strafwetgever acht het niet nodig personen vanaf die leeftijd te beschermen tegen confrontatie met dit (beeld)materiaal.

Het voorstel om strafbaar te stellen het voor de verkoop aanwezig hebben van een voor bedoelde minderjarigen schadelijk te achten afbeelding of voorwerp komt neer op een algemeen verbod van het publiekelijk aanbieden van een dergelijke afbeelding of een dergelijk voorwerp. Dat voorstel gaat te ver. Bij de totstandkoming van artikel
240a Sr is als één van de uitgangspunten gekozen, dat er geen plaats meer is voor een algemeen verbod op pornografische en gewelddadige voorwerpen en afbeeldingen. 33 Kamerstukken II, 1979/80, 15 836, nr.
3, p.7.Ik ben dan ook niet bereid de totstandkoming van daartoe strekkende wetgeving te bevorderen.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie