Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Veilige ontmanteling kernwapens binnen Russische federatie

Datum nieuwsfeit: 20-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

br min buza inz verdrag veilige ontmanteling van kernwape ns binnen de russische federatie

Gemaakt: 30-8-2000 tijd: 11:43

5

Vergaderjaar 1999-2000 Nr. 328 1 / 2

27260 Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake samenwerking op het gebied van de veilige ontmanteling van de kernwapens die in de Russische Federatie worden afgestoten en van de atoomonderzeeboten van de Russische marine die in de noordelijke regio uit bedrijf worden genomen, met Bijlage; Moskou, 14 maart 2000

Nr. 1 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 augustus 2000

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb ik de eer U hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen het op 14 maart 2000 te Moskou totstandgekomen verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake samenwerking op het gebied van de veilige ontmanteling van de kernwapens die in de Russische Federatie worden afgestoten en van de atoomonderzeeboten van de Russische marine die in de noordelijke regio uit bedrijf worden genomen, met Bijlage (Trb. 2000, 29)1).

Een toelichtende nota bij dit verdrag treft U eveneens hierbij aan.

De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

J.J. van Aartsen


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Ter griffie van de Eerste en van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

ontvangen op 23 augustus 2000.

De wens dat het verdrag aan de

uitdrukkelijke goedkeuring van de

Staten-Generaal wordt onderworpen

kan door of namens één van de Kamers

of door ten minste vijftien leden van

de Eerste Kamer dan wel dertig leden

van de Tweede Kamer te kennen worden

gege-ven uiterlijk op 22 september 2000.
TOELICHTENDE NOTA


1. Inleiding

Er is reeds een aantal internationale hulpinspanningen onderweegs om de Russische Federatie te ondersteunen bij de ontmanteling van kernwapens en andere militaire nucleaire installaties. De noodzaak daartoe is geboren uit de ontoereikende financiële middelen van de Russische Federatie om wapenverminderingsverdragen zoals START II (gesloten met de Verenigde Staten van Amerika op 3 januari 1993) ten uitvoer te leggen, en uit de grote risico's op het gebied van het milieu en de proliferatie van kernwapens die daaruit voortkomen.

De Verenigde Staten lopen voorop bij de verlening van hulp met het zogenoemde "Cooperative Threat Reduction"-programma, dat door de Senatoren Nunn en Lugar aan het begin van de jaren 90 werd geïnitieerd. Ook een aantal Europese landen - ondermeer Duitsland, Frankrijk, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk - verleent inmiddels assistentie. Onder de ambtsvoorgangers van ondergetekenden is besloten dat ook Nederland op dit gebied actief zal worden. In beginsel is een bedrag van 6 miljoen Nederlandse guldens (2.722.681 Euro's) gereserveerd.

Teneinde zo snel en effectief mogelijk deze hulp te verlenen, is besloten zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij bestaande programma's. De Nederlandse hulp zal financieel van aard zijn, waarbij de uitvoering van projecten in Russische handen wordt gelaten. Uiteraard is daarbij wel van belang, dat adequaat toezicht kan worden gehouden op de naleving door de Russische autoriteiten van de gemaakte afspraken.

Het verdrag opent de weg voor samenwerking tussen Nederland en de Russische Federatie bij de ontmanteling van nucleaire wapens, nucleaire onderzeeboten en andere militaire nucleaire installaties, alsmede het tegengaan van de ongewenste verspreiding van nucleair materiaal en kennis inzake de vervaardiging van kernwapens. Door zich te scharen in de rij van landen die reeds op dit gebied actief zijn, zal Nederland een bijdrage kunnen leveren aan het op ordentelijke en veilige wijze uit de wereld helpen van de gevaarlijke nucleaire erfenis van de Koude Oorlog. Het verdrag is een kaderverdrag waar concrete projecten onder gebracht kunnen worden.

Gezien de wijze waarop de assistentie zal worden verleend, volstaat een relatief eenvoudig verdrag. In feite had met een afspraak tussen autoriteiten kunnen worden volstaan, maar van Russische zijde werd een verdrag gewenst. Hoewel in het verdrag de regeringen als partijen worden aangemerkt, zal het verdrag uiteraard tussen de beide staten gelden.

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State).

2. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Dit artikel legt vast dat Nederland voornemens is financiële steun te verlenen aan de Russische Federatie, met als oogmerk bij te dragen aan de veilige opslag van splijtstof uit ontmantelde kernwapens, alsmede aan een zo spoedig mogelijke milieuvriendelijke ontmanteling van Russische nucleaire onderzeeboten.

Artikel 2

Dit artikel bepaalt dat een coördinatiecommissie zal worden opgericht die jaarlijks de uitvoering van het verdrag zal bespreken. Naar verwachting zullen hierin vertegenwoordigers van de meest betrokken ministeries van beide landen zitting hebben.

Artikel 3

In dit artikel wordt verwezen naar de bijlage waarin momenteel twee projecten worden genoemd, en die nog met verdere projecten kan worden aangevuld. De bijlage maakt een integrerend onderdeel uit van het verdrag en is gelet op haar inhoud aan te merken als zijnde van uitvoerende aard. Verdragen tot wijziging van de bijlage behoeven op grond van artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen geen parlementaire goedkeuring, tenzij de Staten-Generaal zich thans het recht van goedkeuring terzake voorbehouden.

Het eerste project betreft de productie van inzetstukken voor opslagcontainers voor plutonium en hoogverrijkt uranium uit ontmantelde kernwapens. Het betreft hier een deel van een veel groter project dat voornamelijk door de Verenigde Staten wordt gefinancierd. Het tweede project heeft betrekking op de productie van opslagcontainers voor brandstofstaven uit ontmantelde onderzeeboten.

Beide projecten hebben zowel een non-proliferatie- als een milieu-oogmerk.

Artikel 4

Dit artikel stelt dat voor ieder specifiek project een aparte projectovereenkomst (contract) dient te worden opgesteld. Hierin worden de nadere details met betrekking tot de samenwerking vastgelegd.

Artikel 5

Ingevolge dit artikel zal de Russische Federatie de Nederlandse assistentie alleen aanwenden voor die doeleinden waarvoor zij is bestemd.

Artikel 6

Dit artikel vormt de basis waarop Nederland naleving van onder het verdrag overeengekomen hulpprogramma's mag verifiëren, teneinde te controleren dat de verstrekte financiële hulp wordt aangewend voor de doelen waarvoor zij is bestemd.

Tevens bepaalt het artikel dat beide partijen de intellectuele eigendomsrechten zullen beschermen conform hun nationale wetgeving.

Artikel 7

Dit artikel omschrijft de procedures in geval het komt tot een meningsverschil inzake de interpretatie van het verdrag. Het artikel geeft tevens aan dat het verdrag gewijzigd kan worden.

Artikel 8

Dit artikel bevat de verplichting voor de Russische Federatie om diplomatieke visa te verlenen aan vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid die verantwoordelijk zijn voor de controle op de uitvoering van het verdrag.

Artikel 9

Ingevolge dit artikel wordt het verdrag vanaf 14 maart 2000 voorlopig toegepast, hetgeen noodzakelijk werd geacht met het oog op een spoedig begin van de assistentie bij het eerste project. Uitvoering van het project onder de bescherming van het verdrag is in het belang van Nederland. Daarnaast vraagt het belang van ons land uiteraard om een zo spoedig mogelijke aanpak van het onderliggende veiligheidsprobleem.

3. Koninkrijkspositie

Het verdrag zal wat het Koninkrijk betreft, alleen voor Nederland gelden.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

J.J. van Aartsen

DE MINISTER VAN DEFENSIE,

F.H.G. de Grave

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie