Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief minister aan kamer masterplan ICT politie

Datum nieuwsfeit: 23-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

br min bzk inz masterplan ict politie

Gemaakt: 31-8-2000 tijd: 15:40


11

26345 Beleidsplan Nederlandse Politie 1999-2002

Nr. 41 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 augustus 2000

Hierbij bied ik u aan het Masterplan van de Regieraad ICT Politie. Dit document dat na overleg met het Korpsbeheerdersberaad, de Raad van Hoofdcommissarissen, en het OM-beraad is opgesteld, dient als leidraad voor de inhaalslag op het gebied van ICT bij de politie in de periode 2000 - 2005.

Aanleiding

Per brief van 24 augustus 1999 heeft mijn ambtsvoorganger aan de Tweede Kamer een stand van zaken gepresenteerd over de informatievoorziening bij de Nederlandse politie. In de brief wordt geconstateerd dat, naast positieve ontwikkelingen in algemene zin, in brede kring overeenstemming bestaat over het feit dat de politie een zorgwekkende achterstand heeft op ICT-gebied.

Die achterstand manifesteert zich op vier gebieden: de infrastructuur is verouderd, de vernieuwing van applicaties en systemen is onvoldoende, de coördinatie tussen korpsen op het gebied van innovatie is onvoldoende en de voorwaarden voor een transparante bedrijfsvoering zijn niet optimaal.

Twee factoren hinderen de aanpak van deze problematiek. De regionale maat van zeggenschap, eigendom en organisatie van de informatievoorziening is niet geschikt voor het tot stand brengen van een efficiënt en effectief ICT-beleid voor het concern. Daarnaast baren de organisatie en de kwaliteit van de ICT-functie in de korpsen zorgen.

Convenant Politie 1999 : Regieraad ICT Politie

Tegen deze achtergrond hebben de korpsbeheerders en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het Convenant Politie
1999 afspraken gemaakt over een omvangrijke inhaalslag onder aansturing van een nieuwe Regieraad ICT Politie.

Op basis van onderdeel D. van het Politieconvenant 1999 (afspraken inlopen achterstanden op ICT-gebied) is in december 1999 bij ministerieel besluit (Stcrt. 234, 3.12.99) de Regieraad ICT Politie in het leven geroepen. De Regieraad is `paritair' samengesteld (twee vertegenwoordigers van ieder van de drie politieberaden en één vertegenwoordiger van de beide ministeries BZK en Just) onder voorzitterschap van een onafhankelijk voorzitter, mr J. Kohnstamm. Het secretariaat is een samenwerkingsverband tussen het politieveld en de departementen: de secretaris komt uit het politieveld, de co-secretaris is een ambtenaar van BZK.

De Regieraad heeft tot taak:

ontwikkeling, implementatie, evaluatie en bijstelling van het ICT-beleid voor de Nederlandse politie;

realisatie van een gelijkwaardig basisniveau van ICT-voorzieningen en een homogene basis-informatievoorziening bij de politiekorpsen

ontwikkeling van standaarden voor netwerkvoorzieningen, hardware en software voor de politiekorpsen onderling en voor de aansluiting tussen de korpsen en door de Regieraad aangewezen derden.

De Regieraad is ingesteld met een horizon van vijf jaar. Binnen die vijf jaar dient op de hiervoor genoemde terreinen een «inhaalslag» te zijn gerealiseerd, waardoor de politie kan beschikken over een robuuste, flexibele, gebruikersvriendelijke, consistente, veilige en beheersbare informatievoorziening voor het politiewerk. Een behoorlijk ambitieus streven.

Als leidraad bij de uitvoering van zijn taken heeft de Regieraad, conform het bepaalde in het instellingsbesluit, na overleg met het Korpsbeheerdersberaad, de Raad van Hoofdcommissarissen, en het Hoofdofficierenberaad, een Masterplan ICT opgesteld voor de periode 2000 - 2005.

De Regieraad is inmiddels zes maal bijeen geweest om zich te buigen over de zaken die als eerste aandacht behoeven. Voor het jaar 2000 is besloten dat primair de verbetering van de basisinfrastructuur, vernieuwing van applicaties op recherche-gebied en opwaardering van tap-faciliteiten voorrang verdienen. Verder dient duidelijkheid te worden gecreëerd over de inbedding van de werkzaamheden. Het gaat immers om gemeenschappelijke ICT-voorzieningen die het belang van iedere afzonderlijke regio overstijgen. De discussie heeft er inmiddels toe geleid dat binnen het secretariaat een afzonderlijke groep is geformeerd onder leiding van de voormalig directeur In-pact (politie branche-organisatie voor organisatie- en ICT-advies) die als opdracht heeft voor 1 oktober a.s. te komen met een uitgewerkt plan voor een concerngerichte aanpak van de vernieuwing, ontwikkeling en beheer.

Ik constateer dat de instelling van de Regieraad met de vorming van een ICT-board in de Raad van Hoofdcommissarissen een positief effect heeft gehad op de manier waarop binnen het politieveld het ICT beleid wordt voorbereid. Ik juich de instelling van deze ICT-board toe. Door de Raad van Hoofdcommissarissen worden zeggenschap, invloed en belang op het gebied van ICT-voorzieningen van de politie nu in de ICT-board bijeengebracht. Ik ga er dan ook van uit dat deze ICT-board in staat zal zijn een einde te maken aan de divergentie in het politieveld op dit gebied. Ik vertrouw er op dat de nu gevormde ICT-board van de RHC kan zorgen voor eenduidige inbreng vanuit het operationele politieveld voor de gehele politie in de Regieraad, zodat die uiteindelijk goed gefundeerde besluiten kan nemen.

De Regieraad heeft formeel geen middelen om de korpsen te dwingen zich voor wat betreft ICT-aspecten te voegen in het Regieraadkader. Op dit moment wordt geïnventariseerd welke instrumenten aan de Minister ter beschikking staan en hoe die kunnen worden ingezet om de korpsen te verplichten hun ICT-investeringen en ontwikkelingen te doen inpassen binnen de kaders van de Regieraad. Daarnaast wordt een aantal toetsingscriteria ontwikkeld om te beoordelen of initiatieven van korpsen passen binnen de door de Regieraad gewenste ontwikkeling voor de politie als geheel.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

K.G. de Vries

MASTERPLAN REGIERAAD ICT POLITIE

Inleiding

Per brief van 24 augustus 1999 (EIB99/U76403) heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer een stand van zaken gepresenteerd over de politiële informatievoorziening. In de brief constateert de minister, naast vele positieve ontwikkelingen in algemene zin, dat in brede kring overeenstemming bestaat over het feit dat de politie een zorgwekkende achterstand heeft op ICT-gebied.

Die achterstand manifesteert zich op vier gebieden: de infrastructuur is verouderd, de vernieuwing van applicaties en systemen is onvoldoende, de coördinatie tussen korpsen op het gebied van innovatie is onvoldoende en de voorwaarden voor een transparante bedrijfsvoering zijn niet optimaal.

Twee factoren hinderen de aanpak van deze problematiek. De regionale maat van zeggenschap, eigendom en organisatie van de informatievoorziening is niet geschikt voor het tot stand brengen van een efficiënt en effectief ICT-beleid voor het concern. Daarnaast baren de organisatie en de kwaliteit van de ICT-functie in de korpsen zorgen.

Tegen deze achtergrond hebben de korpsbeheerders en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het Convenant Politie
1999 afspraken gemaakt over een omvangrijke inhaalslag onder aansturing van een nieuwe Regieraad ICT Politie. Deze Regieraad wordt gevormd door vertegenwoordigers van de drie politieberaden en van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie.

In de instellingsregeling Regieraad ICT Politie (EIB99/U96283), gepubliceerd in de Staatscourant nr 234 dd 3 december 1999, is aan de Regieraad de zorg voor de volgende resultaten toevertrouwd:

De ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie en de bijstelling van het ICT-beleid van de Nederlandse politie

Een gelijkwaardig basisniveau van ICT-voorzieningen en een homogene basis-informatievoorziening bij de politiekorpsen

De ontwikkeling van standaarden voor netwerkvoorzieningen, hardware en software voor de politiekorpsen onderling en ten behoeve van de aansluiting tussen de politiekorpsen en de door de Regieraad aangewezen derden.

Vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid committeren politie en openbaar bestuur zich aan het tot stand brengen van een uniforme basisinformatievoorziening waarvan ook de besturing geregeld is. Daarbij gaat de Regieraad voort op de weg die door het Platform ICT was ingeslagen. Onder leiding van de drie politieberaden, vertegenwoordigd in het Platform ICT, heeft het politieveld in 1999 een grote inspanning geleverd op het gebied van visie-ontwikkeling op de politiële informatiehuishouding. Deze Visie, die unaniem door de beraden is overgenomen, is het richtpunt voor het werk van de Regieraad.

In dit voorliggende Masterplan schetst de Regieraad ICT Politie de contouren van de inhaalslag en de manier waarop zij zich voorneemt die in de periode tot en met 2005 te gaan realiseren.

Eindresultaat van de inhaalslag in termen van doelstellingen

De vernieuwing moet leiden tot een robuuste, flexibele, gebruikersvriendelijke, consistente, veilige en beheersbare informatievoorziening voor het politiewerk. Deze informatievoorziening voorziet in de benodigde informatie, kennis en
communicatiemogelijkheden, helpt bij het uitvoeren van analyses en beeldvorming, faciliteert de samenwerking met specialisten en andere (maatschappelijke) partners en ondersteunt de besturing van het politiewerk. De infrastructuur is hiertoe toekomstvast, besloten, homogeen en transparant.

In de Visie is de bedrijfsinformatie van de politiekorpsen voor distributie en analyse op werkprocesniveau ontsloten en beschikbaar voor politieorganisaties en de relevante omgeving. De informatievoorziening ondersteunt vooral de basispolitie en recherche bij preventie en pro-actie en maakt kennis op het gebied van regelgeving en `best practices' eenvoudig toegankelijk. ICT ondersteunt niet alleen de formele, maar ook de waardevolle informele netwerken van de politiemedewerkers. Bovendien maakt ICT de individuele data die de uitvoerders van de politie-organisatie verzamelen, eenvoudig opschaalbaar voor veredeling en sturing en verantwoording.

De politie kent concernbrede ICT-afspraken over de technische infrastructuur en het bedrijfsproces voor de applicatie-ontwikkeling. Vanwege de toegankelijkheid, kwaliteit, herkenbaarheid, kosten en het beheer ontwikkelen korpsen applicaties op basis van één architectuur. Deze applicaties zijn primair samengesteld uit bestaande componenten die op de markt beschikbaar zijn of onderdeel uitmaken van de bestaande politiesystemen. De Nederlandse politie bouwt alleen nog zelf als dit echt noodzakelijk is.

Volgens het Visiedocument blijft de bestaande ICT tijdens de ontwikkeling van de toekomstvaste informatievoorziening voor het concern Nederlandse politie zoveel mogelijk operationeel. In deze systemen ligt veel waardevolle en bruikbare informatie opgeslagen. Deze informatie wordt zo snel mogelijk ontsloten, op een manier dat het de basispolitiezorg en de recherche optimaal helpt bij de uitvoering van hun dagelijkse werkzaamheden.

De beoordeling van het succes van alle inspanningen ligt in eerste instantie bij de politiemensen op straat en op de bureaus. Zij moeten zich kunnen herkennen in de resultaten. De aangeboden middelen moeten voor hen bruikbaar, doelmatig en effectief zijn. Voor de burger leiden de inspanningen tot een politie die adequater optreedt, tot een veiliger samenleving.
Overige toetsingskaders De hierboven beschreven visie vormt het inhoudelijke kader waaraan de Regieraad de concrete projectplannen toetst. Naast de inhoudelijke aspecten betrekt de Regieraad bij de afweging van de concrete plannen in het kader van de inhaalslag ook de volgende aspecten: De relatie met andere projecten die een verandering in het werken van de Nederlandse politie betreffen, moet bewaakt worden Er moet rekening gehouden worden met de strafketen; de politieplannen moeten aansluiten op de volgende schakels in de justitiële bedrijfsketen (vervolging en berechting) De toekomstvaste resultaten moeten voor het einde van 2005 bereikt zijn De nieuwe werkwijze en hulpmiddelen worden zoveel mogelijk naast de bestaande ingevoerd, met een geleidelijke (evolutionaire) vervanging van oud door nieuw Nieuwe werkwijzen en ondersteunend instrumentarium worden, onder vooraf geregelde randvoorwaarden, zonodig geleidelijk (proefondervindelijk) ontwikkeld, zowel ten aanzien van organisatorische als technologische aspecten Aan het eind van de rit beschikt de werkvloer over kennis over het ondersteunende instrumentarium en de nieuwe werkwijze De organisatorische inrichting en personele gevolgen maken deel uit van het projectresultaat; er moet aandacht zijn voor deze consequenties. Vier hoofdstromen De inhaalslag zal gebaseerd zijn op vier pijlers: Vernieuwing van de informatievoorziening Professionalisering van het ICT-proces Optimaliseren van de P&O-component Sturing door de Regieraad en de organisatie daarvan. In de volgende paragrafen staan deze onderwerpen nader uitgewerkt. Eerste pijler: Vernieuwing van de informatievoorziening Om de informatievoorziening te kunnen vernieuwen, moet allereerst een antwoord komen op de vraag hoe in de dagelijkse politiepraktijk de ICT-functie georganiseerd kan worden, welke informatie in welke vorm voor het politiewerk nodig is en hoe dat op een veilige en gestandaardiseerde manier langs elektronische weg of anderszins te realiseren valt. Deze paragraaf schetst in grote lijnen langs welke wegen de gewenste politie-informatie-architectuur en de infrastructuur worden benaderd. Architectuur De eerste projecten onder aansturing van de Regieraad richten zich op het -in een aantal stappen- tot stand brengen van een politie-informatie-architectuur. Die omvat op logisch niveau de organisatie-architectuur van de ICT-functie, de informatie-architectuur en applicatie-architectuur. Op technisch niveau omvat het een systeem-architectuur en een technische architectuur. Elke stap op weg naar een uiteindelijke politie-informatie-architectuur leidt tot concrete tussenresultaten. De achtereenvolgende stappen zijn: Een voorbereidende planfase voor de architectuur en ontwikkel-aanpak Het oplossen van actuele knelpunten voor de ontsluiting van politiegegevens ten behoeve van samenwerking (ook in de keten) De bewerking van elkaars bestanden en vernieuwing van de huidige ICT-functies De integratie van operationele en ondersteunende gegevens en functies De afronding van de vernieuwing en de overgang naar een dynamisch beheer van de basale politie-informatie-voorziening De innovatie in de ontwikkeling van de politie-informatie-architectuur. Dit betekent dat op korte termijn wordt begonnen met het ontsluiten van gegevens in de huidige in- en externe databestanden met behulp van moderne technologie en met een eenduidige en gebruiksvriendelijke presentatie. Deze ontsluiting van informatie verbetert onmiddellijk de informatiepositie en samenwerking. Naast een uniforme wijze van informatie-ontsluiting is ook uniforme vastlegging en bewerking noodzakelijk. In dit verband is het van belang dat naarmate het proces van gegevensontsluiting op gang komt, ook de ontwikkeling van de informatie- en gegevensmodellering vordert. Als de proces-identificatie en -modellering binnen de politie ver gevorderd is en, parallel hieraan, ook de
politie-informatie-architectuur is meegegroeid, kunnen informatie en kennis uit de primaire en ondersteunende processen het werk integraal ondersteunen. Daarmee wordt opnieuw een stap gezet in de richting van integrale procesondersteuning en resultaatgerichte processturing. Tenslotte moet het managen van de samenhang tussen door ICT ondersteunde formele en informele informatiestromen (waaronder de e-mail-functie en document-ontsluiting) mogelijk zijn. Bestaande gegevensbestanden zijn dan opgeschoond en geïntegreerd. Huidige operationele en ondersteunende systemen zijn afgebouwd. Deze laatste stap realiseert een belangrijk deel van de doelstelling van het Masterplan. Infrastructuur Met betrekking tot de infrastructuur gaat de inhaalslag in de richting van een besloten, toekomstvaste, homogene, transparante infrastructuur voor het politieconcern. Daarbij is het streven dat zowel authenticatie als autorisatie van gebruikers zoveel mogelijk binnen de korpsen plaatsvinden. Voor de gebruikers is het van belang dat in de meeste gevallen de authenticatie slechts eenmaal per sessie (single log-on) nodig is. Gebruikersprofielen vormen hiervoor de grondslag. De gebruikers zullen niet gebonden zijn aan vaste werkplekken, tenzij specifieke applicaties, de veiligheid en/of privacy dit vereisen. Er is sprake van een generieke voorziening waarvan alle te ontwikkelen informatiesystemen gebruik kunnen en moeten maken. Deze voorziening is geschikt voor het gecombineerd gebruik van data, beeld en geluid. Bij de uitwisseling van informatie tussen de politie, partners in veiligheid en publiek gelden afspraken zoals vastgelegd voor PODACS-regeling
(POlitieDAtaCommunicatieSysteem). Het zogenaamde drie- domeinenmodel is uitgangspunt voor de ontwikkeling van de infrastructuur. De uitvoering van de plannen op het gebied van infrastructuur is complex en daarom gefaseerd. Allereerst wordt op basis van functionele eisen een blauwdruk voor de infrastructuur gemaakt. Vervolgens worden te gebruiken standaards bepaald. Dan volgt, op basis van een inventarisatie van de bestaande situatie, een migratie-scenario en tenslotte is daar de feitelijke implementatie. Bij de blauwdruk van de infrastructuur wordt ondermeer de werkplek in een politiegebouw gedefinieerd, met gezamenlijk gekozen standaards voor wat betreft het type processor, de besturingssoftware, gebruikersinterface (browser) en authenticatiehulpmiddelen. Voor wat betreft de netwerkvoorzieningen binnen een politiegebouw worden gezamenlijk gekozen standaards toegepast voor transportprotocollen, de bekabelingstructuur en de beveiliging (fysiek en elektronisch). Ten aanzien van de netwerkvoorzieningen tussen politiegebouwen en met uitwisselingspartners heeft de gebruikende organisatie, in verband met redundancy-aspecten, slechts invloed op de capaciteit en de wijze van aansluiting. Zo is er bijvoorbeeld variatie mogelijk in het aantal distributiepunten, hetgeen invloed heeft op het beschikbaarheidpercentage. Eén en ander verhoogt dan wel de kosten voor de vragende partij. Op de rekencentrumfaciliteiten (hard- en software van systemen die meerdere mensen gelijktijdig gebruiken) worden gezamenlijk gekozen standaards toegepast wat betreft het type processor, de besturingssoftware, databases, toegepaste programmeertalen en architectuur van directory-structuren. Standaardisatie Het gebruik van standaarden is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van de visie op het gebied van infrastructuur. Doel is een consistent pakket van standaarden en uniforme procedures voor de elektronische gegevensuitwisseling tussen korpsen onderling en tussen korpsen en andere partijen. Dit pakket omvat het geheel van afspraken -bestuurlijk, logisch en technisch- voor de elektronische uitwisseling van gegevens op een bepaald gebied tussen (groepen van) organisaties. De ontwikkeling van standaarden is gericht op de bovenregionale gegevensuitwisseling (de koppelvlakken). Door deze standaarden kunnen organisaties met verschillende informatiesystemen toch gegevens uitwisselen. De standaarden zijn zoveel mogelijk gericht op de ketenbenadering, op de stabiliteit in bedrijfsvoering en zijn zoveel mogelijk leveranciersonafhankelijk. Dit betekent dat de Nederlandse politie niet op iedere noviteit inspringt. Om deze situatie te bereiken wordt aan de standaardisatiewerkzaamheden gepaste aandacht gegeven in de jaarplannen van de Regieraad, conform de slotaanbevelingen van de Regiecommissie standaardisatie. Prioriteit heeft het ontwikkelen van een implementatieplan van de gedefinieerde standaards in de huidige informatiehuishouding. Daarnaast is anticipatie op de vernieuwing en de borging van standaards in die ontwikkelingen noodzakelijk. Tenslotte moet er een meet- en evaluatie-instrumentarium komen voor het inzichtelijk maken van het werkelijk gebruik van standaards en voor het bijstellen van de geldende portefeuille aan standaarden. Het werken met standaards heeft als bijkomend voordeel dat de Nederlandse politie kan profiteren van economische schaalvoordelen. Beveiliging De betrouwbaarheid van de politie en de kwaliteit van het politiewerk is afhankelijk van de betrouwbaarheid van de informatievoorziening, en de mate waarin die wordt zeker gesteld. In het kader van de Regeling Informatiebeveiliging Politie (RIP) ontwikkelt het Expertisecentrum Informatiebeveiliging een uniform stelsel van betrouwbaarheidseisen en
-maatregelen voor de gehele politie (standaardisatie), waarbij de korpsen ruimte hebben om hier concreet invulling aan te geven. Het stelsel bestaat uit publicaties op de terreinen beleidsvorming, plan, uitvoering en auditing. Deze publicaties gelden voor de totale politiesector. De RIP -en dus het stelsel van eisen en maatregelen- is van toepassing op het gehele proces van informatievoorziening en de levenscyclus van informatiesystemen, ongeacht de toegepaste technologie en het karakter van de informatie. Het uniforme stelsel van betrouwbaarheidseisen en -maatregelen voor de gehele politie krijgt vorm in samenhang met nieuwe ontwikkelingen, zoals het drie-domeinen model, politie-intranet en nieuwe applicaties. Gebruik van nieuwe technologieën en de wens regionale informatiesystemen landelijk te ontsluiten, stellen bijzondere eisen aan autorisatie en authenticatie van de gebruiker van informatiesystemen. In plaats van beveiliging per applicatie en additieve beveiligingen op netwerkniveau, wordt een generiek model basisbeveiliging voor alle drie domeinen ontworpen met aanvullende eisen/maatregelen voor speciale applicaties. De informatie-eigenaar bepaalt op basisbeveiligingsniveau wie toegang heeft tot die informatie. Op netwerkniveau en operating-systeemniveau bestaan niet langer belemmeringen. Tweede pijler: Professionalisering van het ICT-proces De professionalisering van het ICT-proces betreft de vernieuwing van de toepassingen en de facilitaire functie exploitatie en beheer. Vernieuwing van de toepassingen De werkprocessen en de politieproducten vormen de basis voor de vernieuwing van ICT-diensten. De samenhang tussen procesmodellering, informatiemodellering en systeemontwikkeling is evident. In deze samenhang biedt informatietechnologie innovatieve mogelijkheden om het vernieuwingsproces te versnellen. De aanpak op maat kenmerkt zich door een actieve en intensieve samenwerking tussen politievakdeskundigen, procesdeskundigen (OMP-facilitators) en informatici. In deze multidisciplinaire samenwerking past een iteratieve ontwikkelaanpak op basis van prototyping, met voldoende ruimte voor experimenten. Dit betekent dat achtereenvolgens de belangrijkste focus verschuift van globaal (her)ontwerp van processen via ontwerp
informatie-architectuur, gedetailleerd procesontwerp, prototyping, bouw/constructie, integratie/acceptatietest naar -tenslotte- invoering. In het kader van procesmodellering wordt aangesloten bij ontwikkelingen in de korpsen, bij Abrio (i.c. RWOV), Kwaliteitsbureau politie, LSOP en In-Pact. Bestaande gegevensmodellen en functionaliteit in de huidige systemen zijn hierbij referentiekader. Facilitaire functie exploitatie en beheer In het verlengde van de Visie op organisatie van exploitatie en beheer van ICT-voorzieningen uit het Visiedocument is op (inter)regionaal én op landelijk niveau de facilitaire ICT- functie verhelderd en geïmplementeerd. Deze bestaat uit: applicatieservices (ontwikkeling en onderhoud van applicaties/functionaliteiten), infrastructuurservices (diensten ten aanzien van de exploitatie van landelijke infrastructuren), interregionale ICT-services (gezamenlijk georganiseerde ICT-diensten) en het beheer van standaards (ontwikkeling, onderhoud en beheer van de politiële informatievoorziening). Op het gebied van beheer en exploitatie zijn de afgelopen jaren initiatieven tot interregionale samenwerking ontplooid. De Regieraad zal bij het maken van de inhaalslag de huidige initiatieven beschouwen en steunen voorzover zij passen binnen de aanpak die hem voor ogen staat. De interregionale samenwerkingsverbanden zouden bijvoorbeeld samen met landelijke beheerorganisaties (zoals bijvoorbeeld ITO) op basis van toekomstige besluitvorming in de Regieraad en door goede onderlinge samenwerking kunnen uitgroeien tot één virtuele ICT-beheerorganisatie voor het `concern' Nederlandse politie. Concernfunctionaliteiten en
-applicaties In de visie van de Regieraad komen alle concern-applicaties onder centrale regie te staan. Het begrip `concern-applicatie' is daarbij eenduidig gedefinieerd. Het concentreren van zeggenschap en eigendom van concern-applicaties is daarbij één van de aspecten, zodat prioritering van onderhoud en daaraan gekoppelde financiële middelen kan plaatsvinden. Hiermee ontstaat samenhang tussen het beheer en gebruik van bestaande applicaties en de ontwikkeling van nieuwe functionaliteiten. Zo blijft de toepassing een centrale landelijke applicatie. Om de eindsituatie te bereiken is een heldere definitie van `concern-applicatie' noodzakelijk. Daarna moet de overdracht van zeggenschap over de applicaties worden geregeld. De zeggenschap over huidige en toekomstige toepassingen ligt bij de gebruikers c.q. hun organisaties. Al enige jaren wordt gewerkt aan een uniforme invulling van de zeggenschap. De koppeling van overdracht van zeggenschap en eigendom maakt het proces complex. Daarom is het verstandig de overdracht van zeggenschap en eigendom expliciet te scheiden, waardoor zeggenschap eerder is over te dragen dan eigendom. Helder geformuleerde en geaccepteerde overdrachtscriteria maken inrichting van het overdrachtsproces mogelijk. Het is noodzakelijk de criteria en procedures voor de overdracht van zeggenschap verder te ontwikkelen. Er zal echter maar één broncode voor de applicatie beschikbaar mogen zijn. Eenzijdige modificaties van de broncode zijn niet toegestaan. Elke overdracht van eigendom, van de huidige eigenaar naar een andere eigenaar (bijvoorbeeld het concern) moet met voldoende waarborgen voor de huidige eigenaar en de gebruikers worden omkleed. Het is nodig de aspecten verbonden aan eigendomsoverdracht nauwkeurig te beschrijven, zodat het proces van eigendomsoverdracht goed kan verlopen. Derde pijler: Optimaliseren van de P&O-component

Uit de Berenschot-rapportage blijkt dat de ICT-organisatie zowel regionaal als landelijk op alle punten geprofessionaliseerd moet worden om met succes te kunnen aanhaken bij de komende ontwikkelingen. Dit geldt niet alleen voor het deskundigheidsniveau en wijze van organisatie, maar ook voor capaciteit, arbeidsvoorwaarden, werving, ontwikkelingsmogelijkheden en dienstverlening. Uiteindelijk moeten de ICT-deskundigen en ICT-organisaties binnen het politieconcern qua kennis, ervaring en deskundigheid toegerust zijn op hun taak. In die situatie is sprake van `continuous learning' voor het onderhouden van kennis en ervaring.

De Regieraad staat een getrapt kennisniveau voor:

De gebruiker beschikt over basiskennis van de systemen

Op regioniveau wordt voorzien in expertise voor de eerste-echelons-problematiek

Op landelijk niveau is capaciteit beschikbaar voor de oplossing van bovenregionale problemen.

Een eerste stap betreft het actualiseren van de deskundigheid van de ICT-medewerkers, en in het verlengde daarvan de deskundigheid van het management en de gebruikers. Als de deskundigheid weer actueel is, moeten de randvoorwaarden om deze deskundigheid op peil te houden zijn gerealiseerd. Zo kunnen betrokkenen de dynamische ontwikkelingen binnen het concern (blijven) volgen. Daarna moeten er concernfaciliteiten komen voor het aantrekken en ontwikkelen van ICT-professionals, zodanig dat uniformiteit en uitwisselbaarheid gewaarborgd zijn.

Het concern Nederlandse politie moet een aantrekkelijker werkgever voor ICT-professionals worden. In dat kader van imagoverbetering past ook het ontwikkelen van een concurrerend pakket aan arbeidsvoorwaarden, gebaseerd op (creatief gebruik van) de mogelijkheden van de huidige regelingen. De methodiek van functiewaardering voor ICT-functies vereist actualisatie en professionalisering.

In de visie van de Regieraad kent het concern Nederlandse politie een omgevings- en klantgerichte ICT-functie, ondersteund door `continuous learning'. Het concern faciliteert continuous learning zowel inhoudelijk als materieel. Het faciliteren van de personeelsontwikkeling en opleidingen van ICT-capaciteit op concernniveau kan ook bijdragen aan de verbetering van het imago op de krappe arbeidsmarkt.

De primaire scope van het beleid ten aanzien van Personeelsontwikkeling en Opleidingen richt zich op de ICT-professionals. Pas in tweede instantie is ook aandacht voor managementniveau, de gebruikers en de afstemming in de keten.

Vierde pijler: Sturing door de Regieraad en de organisatie daarvan

De uit te voeren inhaalslag heeft de volgende kenmerken:

Lange doorlooptijd

Vernieuwing van `harde' infrastructuur

Vernieuwing van toepassingen

Professionalisering van het ICT-proces

Optimalisering van de P&O-component

Verandering van de besturing in ICT.

Door de lange looptijd zullen verschuivingen ontstaan op nagenoeg alle facetten van het planontwerp: vraagkant, prioritering, technologie, organisatie, financiën en personeel. Voorts geldt dat de gewenste eindresultaten niet los van de huidige organisatie en ICT-operatie kunnen worden bereikt. Dit alles maakt de volgende sturingskenmerken zichtbaar:

Het opzetten van een gedetailleerde planning over de hele doorlooptijd waarin alle voorziene projecten zijn uitgezet, is onhaalbaar

Permanente sturing is aan de orde in de richting van de benoemde resultaatgebieden, anticiperend op veranderende omstandigheden en gebruik makend van zich aandienende mogelijkheden.

Inrichting van de sturing

Een plan met de kenmerken zoals hiervoor geschetst, maakt een flexibele sturing met een stap-voor-stap benadering noodzakelijk. Binnen de sturing moet ruimte zijn voor:

Het realiseren van de gedefinieerde resultaatsgebieden in de fasering ontsluiten, transacties, integratie

Het adresseren van knelpunten uit de lopende operatie

Het reageren op de bevindingen van voorgaande en lopende projecten

Het reageren op wijziging in regelgeving.

De Regieraad ICT Politie is bij Instellingsregeling EIB99/U96283 van de Minister van BZK aangewezen als opdrachtgever van ICT-projecten voor de gezamenlijke politiekorpsen. De dagelijkse werkzaamheden uit hoofde van het opdrachtgeverschap draagt de Regieraad op aan de secretaris. De manier waarop een en ander geregeld is ligt vast in het Reglement van Orde van de Regieraad ICT.

De voorbereiding van besluitvorming door de Regieraad en de uitvoering daarvan is belegd bij het secretariaat dat gevormd wordt door de Taakorganisatie ICT, aangevuld met een departementale vertegenwoordiging. Het secretariaat is een programmateam, gebaseerd op:

Standaardisatie, logisch en technisch

Vernieuwing, functioneel en technisch (adresseert de gedefinieerde resultaatgebieden)

Exploitatie en beheer, functioneel en technisch (adresseert de huidige informatiehuishouding

inclusief optimalisatie)

Innovatie (adresseert de coördinatie van verspreide vernieuwingsinitiatieven).

Een verbijzondering van het programmateam loopt langs de lijnen van basiszorg, opsporing, kwaliteit en middelen.

Er komen adviescolleges voor elk van de hierboven genoemde programmagebieden. Deze adviescolleges bestaan uit vertegenwoordigers van het strategisch management van de korpsen, met mogelijke aanvulling op specifieke deskundigheidsterreinen. De adviescolleges zoeken nadrukkelijk aansluiting bij de voet van de politieorganisatie. Adviescolleges zijn de kritische volgers van de programma-voorbereiding en -uitvoering in het betreffende gebied. De programma-managers zijn binnen het Secretariaat integraal verantwoordelijk voor de aan hen toegewezen projecten en verzorgen het secretariaat van de adviescolleges van hun programmateam.

Risicobeheersing

De ervaring met projecten op het gebied van informatie-technologie in de afgelopen decennia -zowel in Nederland als in de landen om ons heen- heeft geleerd dat een aanzienlijk deel ervan over de budgetten heen schieten, de deadlines niet halen of door de gebruikers uiteindelijk als waardeloos worden bestempeld.

Kenmerkend voor de meeste ICT-projecten is een sterke technische oriëntatie, terwijl de te ondersteunen processen tamelijk onderbelicht blijven. Dat doet geen recht aan de dynamiek in de omgeving, waar
-zeker het laatste decennium- de snelheid van verandering dikwijls groot is. Projecten die lineair afgewikkeld worden op basis van een vooraf dichtgetimmerde beschrijving, leveren vaak naar de letter correcte, maar voor de gebruiker teleurstellende, resultaten op.

De Regieraad ziet er tegen deze achtergrond op toe dat de uitvoeringsorganisaties, waar nodig of gewenst, tijdig verbeteringen aanbrengen zodat de procesvoortgang en de beheersing van het project niet in gevaar komen. Tevens houdt de Regieraad in de gaten dat de uitvoeringsorganisaties voldoende flexibel reageren op veranderingen in de omgevingsfactoren en deze integreren in het project.

Voor een efficiënte en effectieve sturing door middel van de beheersfactoren belast de Regieraad het Secretariaat met het procesmatig uitvoeren van risico-analyses. Zo kunnen risico's worden voorkomen dan wel blijft de schade van de manifeste risico's zoveel mogelijk beperkt.

Een belangrijke risicofactor is de implementatieproblematiek die plannen van een dergelijke vergaande strekking omgeeft. Het resultaat van het Berenschot-onderzoek naar de kwaliteit van de I&A-functie bij de Nederlandse politie maakt dat de Regieraad er nauwlettend op gaat toezien dat alle projectenplannen op dit punt volstrekt helder zijn.

Planning

De in dit Masterplan weergegeven vernieuwing van de politiële informatiehuishouding is ambitieus en complex, maar een beheerste en planmatige ICT-inhaalslag is mogelijk. Onderstaand schema geeft op een tijdschaal globaal weer hoe de uitvoering van het Masterplan kan verlopen:

Jaarplannen

Het secretariaat maakt jaarlijks vóór 1 oktober een jaarplan, bevattende een overzicht van de werkzaamheden die in het daaropvolgende jaar dienen te worden uitgevoerd. Dit jaarplan gaat vergezeld van de beleidsvoornemens voor het daaropvolgende jaar. Het jaarplan wordt ieder jaar in augustus in conceptvorm, vergezeld van de beleidsvoornemens, aangeleverd bij de Regieraad. De Regieraad brengt, indien nodig, in samenspraak met het Secretariaat wijzigingen aan en vraagt tijdig goedkeuring aan de Minister.

Het secretariaat maakt jaarlijks een jaarverslag, waarin de Regieraad verantwoording aflegt over de activiteiten en kosten van het afgelopen jaar.

Een nader uitgewerkte beschrijving van de planning- en verantwoordingscyclus is opgenomen in het Reglement van Orde van de Regieraad ICT.

Budgettering

Voor de budgettering van de ICT-inhaalslag zijn uitgangspunten bepaald in het Politie-convenant 1999. De relatie tussen de budgettering voor de reguliere ICT-uitgaven en de uitgaven voor ICT-vernieuwing vergt nog nadere uitwerking.

Regelgeving

Dit Masterplan betreft een traject dat leidt tot een uniforme basisinformatievoorziening voor de politie, langs de weg van breed gedragen besluitvorming. Deze besluitvorming wordt verankerd in formele wet- en regelgeving.

Communicatie

Om dit Masterplan-programma te starten en gedurende vijf jaar op gang te houden, zijn uitgebreide maatregelen gericht op motivatie, PR, informatie, enzovoort noodzakelijk. Het gaat om maatregelen zowel gericht op programma-interne als programma-externe belanghebbenden, betrokkenen en belangstellenden. Er wordt een communicatieplan opgesteld met als doel zorgvuldige en effectieve communicatie met alle communicatiedoelgroepen. Daarnaast komen er initiatieven om ook de operationele organisatie uit te rusten voor het adequaat vervullen van de diverse rollen in de vernieuwing en de handhaving van de politiële informatievoorziening.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie