Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kritiek Registratiekamer op regels mbt inlichtingeneenheden

Datum nieuwsfeit: 25-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Registratiekamer

Concept CIE-regeling bevat onvoldoende waarborgen voor privacy en efficiency

Samenvatting

De concept CIE-regeling (de vaststelling van regels voor de samenwerking, werkzaamheden en inrichting van criminele inlichtingeneenheden) bevat volgens de Registratiekamer onvoldoende adequate waarborgen voor een zorgvuldige en rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Dit staat in het advies van de Registratiekamer aan de beide politieministers. De Registratiekamer vindt ook dat de voorgestelde regeling moet rusten op een formeel-wettelijke basis.

De CIE-regeling is de beoogde opvolger van de huidige CID-regeling. De Registratiekamer heeft de voorgestelde inhoud van de CIE-regeling aan de algemene juridische kaders van de Politiewet 1993, het Wetboek van Strafvordering en de Wet politieregisters getoetst. Verder is de regeling getoetst aan de conclusies en aanbevelingen van de Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (de Commissie Van Traa) en de Commissie evaluatie opsporingsmethoden (de Commissie Kalsbeek).

De Registratiekamer:
De CIE-regeling gaat voorbij aan de conclusies en aanbevelingen van de Commissie Van Traa. Deze commissie achtte een duidelijke formeel-wettelijke regeling voor de criminele inlichtingendiensten noodzakelijk. De beslissing om te volstaan met een regeling, wordt niet of nauwelijks onderbouwd en geeft volgens de Registratiekamer onvoldoende waarborgen voor een zorgvuldige en rechtmatige verwerking van de gegevens van de betrokkenen. Juist op dit gevoelige politieterrein maken de CIE's inbreuken op de rechten van betrokkenen. Er moet dus alsnog een specifieke formele regeling voor de CIE's worden ontworpen ter completering van de regeling voor de bijzondere registers in de Wet politieregisters (Wpolr). Alleen zo'n formele regeling biedt waarborgen voor de effectiviteit van opsporing en van privacybescherming bij of krachtens de wet (artikel 8 EVRM en artikel 10 Grondwet).

De Registratiekamer adviseert de regeling met enkele algemene bepalingen uit te breiden, en doelt daarmee op soortgelijke voorschriften als bedoeld in artikel 6 en 12 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Verder adviseert de Registratiekamer de CIE-regeling aan te vullen met betrekking tot periodieke auditvoorzieningen om de kwaliteit en kwantiteit van de te verwerken criminele inlichtingen te waarborgen en te verbeteren. Op soortgelijke gronden adviseert de Registratiekamer de taak van het openbaar ministerie tot daadwerkelijke sturing en controle op hoofdlijnen, in de regeling op te nemen.

Volgens de Registratiekamer dient de samenwerking tussen tactische recherche en criminele inlichtingendiensten in de regeling nader uitgewerkt te worden. De regeling dient tot uitdrukking te brengen dat de CIE een strafvorderlijk doel dient en dat de CIE slechts ondersteunend en koersbepalend is voor operationele strafvorderlijke onderzoeken die door de tactische recherche worden uitgevoerd.

Uit een oogpunt van beveiliging adviseert de Registratiekamer naast deskundigheidsvereisten ook betrouwbaarheidsvereisten voor het personeel van de CIE in de regeling op te nemen. Ten slotte adviseert de Registratiekamer de CIE-regeling aan te vullen met een beveiligingsbepaling zoals in artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Gelet op het belang van een kader waarmee de CIE's spoedig aan de slag kunnen, kan de Registratiekamer zich voorstellen dat bij wijze van tussenoplossing de conceptregeling wordt gehanteerd, waarbij gedetailleerde privacyvoorschriften worden overgebracht naar de model-privacyreglementen. Datum, z2000-0619.

Brief

De Minister van Justitie

22 juni 2000

..'s-Gravenhage, 15 augustus 2000
. Ons kenmerk z2000-0619
. Onderwerp CIE-regeling

Geachte heer X,

Met belangstelling heeft de Registratiekamer kennis genomen van het concept van de regeling, houdende de vaststelling van regels met betrekking tot de samenwerking, werkzaamheden en inrichting van criminele inlichtingen eenheden (CIE-regeling). Deze concept-regeling alsmede de daarbij behorende toelichting heeft u samen met uw ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bij brief van 22 juni 2000 aan de Registratiekamer doen toekomen met het verzoek tot advies.

Voorts heeft u bij brief met bijlagen van 7 juni 2000 de aangepaste modelreglementen voorlopig register en zware criminaliteit mede namens uw ambtgenoot van BZK aan de Registratiekamer doen toekomen, met het verzoek een verklaring van overeenstemming af te geven.

Ten slotte heeft u bij brief met bijlagen van 18 juli 2000 mede namens uw ambtgenoot van BZK het concept model-reglement informantenregister aan de Registratiekamer ter advisering voorgelegd.

Gaarne voldoet zij in twee fasen aan uw verzoeken. Hieronder treft u het advies van de Registratiekamer aan met betrekking tot de CIE-regeling. Zij beperkt zich daarbij tot de hoofdlijnen. De reactie van de Registratiekamer met betrekking tot voornoemde concept modelreglementen wordt u op korte termijn nagezonden.


1. Algemeen
De Politiewet 1993 en het Wetboek van Strafvordering geven de juridische kaders en bevoegdheden waarbinnen de politietaak uitgevoerd moet worden. In deze wetten zijn de bevoegdheden van, de verantwoordelijkheid voor en de gezagsstructuur over de politie nader geregeld. Voor zover binnen deze wettelijke kaders de uitvoering van de politietaak leidt tot het verwerken van persoonsgegevens geeft de Wet politieregisters (Wpolr) nadere regels. Deze sluiten aan bij de bestaande bevoegdheden op dit punt. De Wpolr heeft tevens betekenis voor de organisatie van het politiewerk. Zo zal de regelgeving op grond van het onlangs gewijzigde Besluit beheer regionale politiekorpsen, krachtens welke voorschriften kunnen worden gegeven over de informatiehuishouding van onderdelen van de politie, moeten voldoen aan het bepaalde in de Wpolr.

De Registratiekamer heeft de voorgestelde inhoud van de CIE-regeling aan dit algemene kader getoetst. Voorts is de regeling getoetst aan de conclusies en aanbevelingen van de Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (de Commissie Van Traa) en de Commissie evaluatie opsporingsmethoden (de Commissie Kalsbeek). Bij de toetsing van de regeling is de Registratiekamer tot de volgende bevindingen gekomen.


2. Status van de voorgestelde regeling
Blijkens de bij de regeling behorende toelichting is het eindrapport van de Commissie Van Traa het meest richtinggevend geweest bij de verkrijging van een helder beeld van de nieuwe kaders waarbinnen criminele inlichtingendiensten in de nabije toekomst hun taak moet vervullen. Door, zoals voorgesteld, in de onderhavige regeling deze bijgestelde taak en daaruit voortvloeiende werkzaamheden neer te leggen, wordt echter voorbijgegaan aan de conclusies en aanbevelingen van de Commissie Van Traa. Deze commissie achtte immers een duidelijke formeelwettelijke regeling voor de criminele inlichtingendiensten noodzakelijk.

De beslissing om te volstaan met een regeling als de onderhavige wordt niet of nauwelijks onderbouwd en geeft naar het oordeel van de Registratiekamer onvoldoende adequate waarborgen voor een zorgvuldige en rechtmatige verwerking van de gegevens van de betrokkenen. Juist op dit gevoelige politieterrein maakt de werkwijze van de CIE's inbreuken op de rechten van betrokkenen onder artikel 8 EVRM en artikel 10 Grondwet. Criminele inlichtingendiensten slaan immers een veelheid aan doorgaans structureel gevoelige en zachte informatie over een groot aantal personen in haar registers op. Naast een inbreuk op de privacy van de betrokkenen kan het gaan om zaken die levensbedreigende gevolgen voor personen kunnen hebben. Om deze reden is een vaste en zo bestendig mogelijke structuur waarbinnen deze eenheden behoren te functioneren essentieel. Naar het oordeel van de Registratiekamer dient bij deze stand van zaken alsnog zowel vanuit een oogpunt van effectiviteit van de opsporing als van privacybescherming bij of krachtens de wet in formele zin een nadere specifieke regeling voor CIE's te worden ontworpen ter completering van de regeling voor de bijzondere registers in de Wpolr.

Evenals voor de CIE's dient naar het oordeel van de Registratiekamer ook voor het informantenregister alsnog een adequate wettelijke regeling te worden opgesteld. Met genoegen heeft de Registratiekamer uit de toelichting opgemaakt dat op korte termijn zal worden voorzien in de door de Registratiekamer voorgestelde wettelijke normering voor dit register.

In vergelijking met de huidige CID-regeling 1995 valt op dat gedetailleerde privacyvoorschriften naar de modelreglementen zijn overgeheveld. Het is evident dat deze overheveling slechts plaats kan vinden voor zover het gaat om concrete uitwerkingen op onderdelen en de informatiehuishouding van de CIE's op evenwichtige wijze in de modelreglementen is beschreven. Dit brengt mee, dat de onderhavige regeling in nauwe samenhang daarmee moet worden gezien en bij voorkeur pas in werking zal kunnen treden op het moment dat de Registratiekamer een verklaring van overeenstemming als bedoeld in artikel 12 Wpolr heeft afgegeven en de modellen in de Nederlandse Staatscourant zijn geplaatst.

De Registratiekamer heeft begrip voor het feit dat de procedure tot het opstellen van een adequate formeelwettelijke regeling geruime tijd kan duren. Gelet op het politiebelang om op korte tijd de CIE's een kader te bieden, kan de Registratiekamer zich voorstellen dat bij wijze van tussenoplossing wordt voorzien in de voorgestelde constructie.

De Registratiekamer gaat er daarbij van uit, dat de regeling wordt vastgesteld met inachtneming van de hierna weergegeven uitgangspunten en randvoorwaarden.


3. Algemene uitgangspunten
Blijkens de bij de Wet bijzondere politieregisters behorende memorie van toelichting wordt, verkort weergegeven, met de nieuwe regelgeving beoogd:
a. een ingrijpende vermindering van het aantal geregistreerden; b. een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit van de verwerkte gegevens;
c. een intensivering van het toezicht op de informatieverwerking door zowel beheerder als het openbaar ministerie.

Indien de CIE's onder adequaat toezicht door zowel de beheerder als het openbaar ministerie op terughoudender wijze personen registreren en eerder tot schoning van criminele inlichtingen overgaan, wordt niet alleen bijgedragen aan verbetering van de beheersbaarheid en integriteit van de opsporing, maar ook aan privacybescherming. Teneinde bovengenoemde doeleinden te bevorderen, geeft de Registratiekamer u in overweging de CIE-regeling met enkele algemene bepalingen uit te breiden.

In dit kader denkt de Registratiekamer in de eerste plaats aan opname in de regeling van soortgelijke voorschriften als bedoeld in artikel 6 en 12 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Aldus wordt uitvoering gegeven aan het algemene uitgangspunt, dat persoonsgegevens op eerlijke en met name rechtmatige wijze moeten worden verwerkt.

De Registratiekamer heeft geconstateerd dat de regeling is uitgebreid met deskundigheidsvereisten voor personeel van de CIE's. Het komt haar echter voor dat naast deskundigheidseisen ook aan personeel te stellen betrouwbaarheidseisen een belangrijk aspect vormen om de veranderde rol en positie van de CIE's mede vorm te geven. Om deze reden geeft de Registratiekamer u in overweging in de regeling op te nemen dat medewerkers van de CIE aan nader vast te stellen betrouwbaarheidseisen dienen te voldoen.

Een evenwichtige informatiehuishouding van de CIE staat of valt met een adequaat informatiebeveiligingsbeleid. In het recente verleden voorgevallen beveiligings-incidenten bij criminele inlichtingendiensten onderstrepen de noodzaak daarvan. Om deze reden acht de Registratiekamer het wenselijk dat de regeling alsnog wordt aangevuld met een soortgelijke beveiligingsbepaling als vervat in artikel 13 Wbp.

Verder adviseert de Registratiekamer in de regeling alsnog een bepaling op te nemen over de door de beheerders te treffen periodieke auditvoorzieningen teneinde de kwaliteit en kwantiteit van de te verwerken criminele inlichtingen te waarborgen en te verbeteren. De Registratiekamer kan zich voorstellen, dat de aldus uniform door de korpsen voor te schrijven auditaanpak vervolgens in nadere regelgeving verder wordt uitgewerkt. Uiteraard is de Registratiekamer bereid een dergelijke auditaanpak in samenwerking met alle betrokken instanties verder te ontwikkelen.

Een belangrijke voorwaarde voor het bewerkstelligen van een zowel doelmatige als rechtmatige werkwijze van de CIE's vormt een actieve betrokkenheid van het openbaar ministerie bij CIE-operaties. In de actuele discussie over de rechtmatigheid van gelopen CID-trajecten wordt deze toezichthoudende functie van het openbaar ministerie als noodzakelijk gezien voor de integriteit van de opsporing. Om deze reden verdient het de voorkeur dat de taak van het openbaar ministerie tot daadwerkelijke sturing en controle op hoofdlijnen alsnog in de regeling wordt opgenomen. Op deze wijze wordt niet alleen een effectieve opsporing bevorderd, maar wordt tevens voorkomen dat er meer inbreuken op de privacy van de betrokkenen plaatsvinden dan strikt noodzakelijk is.

Zowel de Commissie Van Traa als de Commissie Kalsbeek stelden vast dat de tactische recherche en de criminele inlichtingendiensten onvoldoende samenwerken. De afstemming tussen de informatiebehoefte van de tactische recherche en de informatievoorziening door de CID dient verbeterd te worden, aldus beide commissies. In zowel de regeling als in de toelichting komt deze aanbeveling echter niet terug. De Registratiekamer acht het wenselijk dat alsnog in de regeling op adequate wijze tot uiting komt dat de CIE-registratie een strafvorderlijk doel dient en dat de CIE slechts ondersteunend en koersbepalend ten behoeve van door de tactische recherche uit te voeren operationele strafvorderlijke onderzoeken werkt.

Gelet op het belang van een effectief opererende politie geeft de Registratiekamer u in overweging dit onderwerp alsnog in de regeling te verwerken.

De door de Registratiekamer voorgestelde normering bevordert in het bijzonder dat voorafgaande CIE-trajecten op rechtmatige wijze plaatsvinden. Doelmatig optredende politiediensten bevorderen voorts, dat burgers zo weinig mogelijk in hun privacy worden aangetast. Dit komt de integriteit van de opsporing ten goede. De Registratiekamer geeft u in overweging om bovengenoemde punten zowel in de CIE-regeling als in de toelichting nader te verwerken.


4. Conclusie en advies
De beslissing om te volstaan met een regeling als de onderhavige wordt niet of nauwelijks onderbouwd en geeft naar het oordeel van de Registratiekamer onvoldoende adequate waarborgen voor een zorgvuldige en rechtmatige verwerking van de gegevens van de betrokkenen. Om deze reden acht de Registratiekamer het noodzakelijk om alsnog op zo kort mogelijke termijn de door de Commissie Van Traa aanbevolen specifieke formeelwettelijke regeling voor CIE's te ontwerpen. Gelet op het belang van de CIE's om spoedig een kader voor haar activiteiten te hebben, kan de Registratiekamer zich voorstellen dat bij wijze van tussenoplossing wordt voorzien in de voorgestelde constructie. De Registratiekamer gaat er daarbij van uit, dat de regeling daarbij zal worden vastgesteld met inachtneming van de overige opmerkingen in het advies.

Vanuit een oogpunt van de effectiviteit en integriteit van de opsporing en bescherming van de privacy adviseert de Registratiekamer de regeling met enkele algemene bepalingen uit te breiden. In dit kader geeft de Registratiekamer u in overweging in de regeling soortgelijke voorschriften als bedoeld in artikel 6 en 12 van de Wbp op te nemen.

De Registratiekamer geeft u in overweging de regeling aan te vullen met
betrekking tot periodieke auditvoorzieningen teneinde de kwaliteit en kwantiteit van de te verwerken criminele inlichtingen te waarborgen en te verbeteren.

Op soortgelijke gronden adviseert de Registratiekamer u de taak van het openbaar ministerie tot daadwerkelijke sturing en controle op hoofdlijnen in de regeling op te nemen.

In haar advies heeft de Registratiekamer geconstateerd dat de samenwerking tussen tactische recherche en CIE's onbesproken is gebleven. In dit verband adviseert de Registratiekamer dat in de regeling op adequate wijze tot uiting komt dat de registers van de CIE een strafvorderlijk doel dienen en dat de CIE slechts ondersteunend en koersbepalend ten behoeve van door de tactische recherche uit te voeren operationele strafvorderlijke onderzoeken werkt.

Uit een oogpunt van beveiliging adviseert de Registratiekamer in de regeling naast deskundigheidsvereisten ook betrouwbaarheidsvereisten voor personeel van de CIE op te nemen. Ten slotte adviseert de Registratiekamer gezien de daarvoor klemmende redenen de regeling aan te vullen met een beveiligingsbepaling zoals in artikel 13 Wbp.

Desgewenst is de Registratiekamer gaarne bereid tot het verstrekken van een nadere toelichting op deze brief.

Deze brief zend ik in afschrift aan uw ambtgenoten van BZK en Defensie. Voorts zal een afschrift van deze brief aan de voorzitters van de Vaste Kamercommissies van Justitie en BZK, het Korpsbeheerdersberaad en de Raad van Advies voor de CID worden gezonden.

Hoogachtend,

De volledige brief staat onder de samenvatting.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie