Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wetsvoorstel VU Vlaanderen voor tweetaligheid ministers

Datum nieuwsfeit: 26-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Volksunie

VU introduceert wetsvoorstel voor tweetaligheid federale ministers (26/08/00)

Koning Albert II maant in de traditionele 21-juli toespraak zijn onderdanen aan de andere landstaal te leren én te spreken. Premier Verhofstadt roemt het nieuwe communautaire klimaat en roept de gemeenschappen op federale loyauteit aan de dag te leggen. In een ministeriële omzendbrief gebiedt de premier zijn ministers om bij hun officieel optreden in één van de taalgebieden zich steeds tot het gehoor te richten in de taal van het desbetreffend gebied. VU-kamerlid Karel Van Hoorebeke wenst aan deze oproepen een logisch en consequent wetgevend gevolg te geven.

De Raad van State omschreef reeds bij herhaling een `taalgebied' als "een gebied waar in rechte een bepaalde taal moet worden gesproken of met betrekking waarop een bepaalde taal moet worden gebruikt". Het Nederlands taalgebied definieert het rechtscollege als het gebied "waar en waarvoor de officiële taal het Nederlands is, d.i. de taal die voor handelingen van het openbaar gezag en voor rechtszaken moet worden gebruikt, behoudens door de wet of decreet te stellen uitzonderingen". Ook het Arbitragehof sloot zich meermaals bij deze visie aan door te stellen dat de Grondwet de voorrang van de taal van elk eentalig taalgebied waarborgt.

Het lijkt de VU dan ook niet meer dan logisch dat ook de federale regeringsleden deze wettelijke principes naleven. Nu reeds is wettelijk bepaald dat de centrale diensten, zijnde federale openbare diensten waarvan de werkkring het gehele land bestrijkt, tweetalig dienen te zijn en zich steeds moeten bedienen van de taal van het betrokken gebied. Uit de voorbereiding van de taalwetgeving blijkt duidelijk dat ook ministeries herhaaldelijk als centrale diensten worden beschreven. Uit de bepalingen van art. 31 G.W. blijkt trouwens dat de ministers zélf tot de openbare ambtenaren gerekend worden.

Ook in de plaatselijke diensten moeten de ambtenaren vanzelfsprekend de taal van het taalgebied kennen. In hun betrekkingen met particulieren mogen zij uitsluitend de taal van het gebied gebruiken. Ook voor mandatarissen in de rand- en taalgrensgemeenten - net als een regeringslid bevoegd voor een bevolking van zowel Nederlands- als Franstaligen - geldt een taalkennisvereiste. Zo kan bvb. het vermoeden van taalkennis van de burgemeester worden aangevochten voor de afdeling administratie van de Raad van State.

Net als ministers, worden ook de vice-gouverneur van Brussel en de adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant door de koning benoemd. Beiden zijn commissarissen van de federale regering en dienen volgens de wet blijk te geven van een voldoende kennis van de Nederlandse en de Franse taal.

Tot slot dienen zelfs legeroversten in hun omgang met ondergeschikten steeds de taal te spreken van deze laatste. Officieren moeten tweetalig zijn, de kennis van de andere landstaal wordt herhaaldelijk tussentijds getest gedurende de opleiding en voor de promotie. Waarom zou de hoogste verantwoordelijke voor defensie, de minister, dan niet tweetalig moeten zijn?

Op basis van bovenstaande lijkt het niet meer dan vanzelfsprekend dat federale regeringsleden in de omgang met het publiek zélf de taal van het betreffend taalgebied hanteren, ergo een voldoende kennis bezitten van, minstens, de twee in de federale regering gebruikte talen. Wat geldt voor commissarissen van de federale regering, voor ambtenaren en voor lokale mandatarissen dient a fortiori te gelden voor regeringsleden.

Het wetsvoorstel van Van Hoorebeke stelt dat alle leden van de federale regering bij elk optreden in de hoedanigheid van hun ambt steeds de taal gebruiken van het desbetreffend Nederlandstalig of Franstalig taalgebied.
Elk lid van de federale regering dient een voldoende kennis te hebben van de tweede landstaal, gelijk aan het kennisniveau zoals wettelijk vastgelegd voor het tweetalig kader van de graden van rang 13 en hoger in de centrale openbare diensten. Door de benoeming tot lid van de federale regering ontstaat het vermoeden van een voldoende kennis, dit vermoeden kan echter weerlegd worden door de Raad van State op verzoek van een lid van Kamer of Senaat. Op basis van gegronde aanwijzingen (getuigenissen, audiovisueel materiaal) kan de Raad van State vervolgens het betrokken regeringslid aan een taalexamen onderwerpen, zoals vastgelegd voor ambtenaren van rang 13. Slaagt het regeringslid niet in dit examen dan wordt de benoeming, net zoals bij burgemeesters, vernietigd. Tot slot stipuleert het wetsvoorstel tevens dat de ministers in Kamer en Senaat steeds moeten antwoorden in de taal van de interpellant.

Auteur:
Karel Van Hoorbeke
VU&ID-kamerlid

Meer informatie:
Contactpersoon: Ben Weyts, woordvoerder VU
Telefoon: 02/219.49.30
Fax: 02/217.35.10
E-post: (ben.weyts@vu.be)
Url: www.vu.be


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie