Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Voorstelling Interreg III

Datum nieuwsfeit: 28-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Provincie West-Vlaanderen

Persberichten

Voorstelling Interreg III
Brugge, 28/8/2000
1. Inleiding

In een verenigd Europa zijn de uitdagingen in de grensregios groot. De grens met Noord-Frankrijk is voor West-Vlaanderen altijd een belangrijk gegeven geweest. In het verleden waren grensoverschrijdende contacten en migratiestromen - afhankelijk van de economische toestand
- van of naar Noord-Frankrijk talrijk. Maar zelden was er een structurele samenwerking of overleg op bestuurlijk niveau tussen deze twee grensregios. Daar waar de grens ophield, begon immers een ander land met een andere cultuur, een ander administratief en politiek systeem.

Die tijd is echter voorbij. De Provincie West-Vlaanderen is met haar verschillende regios en in haar geheel centraal komen te liggen in het netwerk van de Noord-Europese agglomeraties en maakt er voortaan onafscheidelijk deel van uit. Dat is zo voor de kuststreek die hoe langer hoe meer verbonden wordt met Duinkerke en Calais, met Kent en Zuid-Engeland, en met Zeeland en Nederland. Dat is zo voor onze Westhoek die heel goed opschiet met de Flandre Intérieure van over de schreve. En dat is vooral zo voor het hele zuidelijke gedeelte van West-Vlaanderen dat verweven is geraakt in het brede lint dat van Parijs over Rijsel naar Antwerpen loopt tot Amsterdam. In dat lint is de nabijheid van Noord-Frankrijk voor een groot deel, zoniet voor heel de Provincie, van levensbelang.

Dit inzicht ligt aan de basis van de toenadering die reeds vanaf 1988 door de Provincie-verantwoordelijken werd gezocht met het Département du Nord, en geleid heeft in 1989 tot de ondertekening van het eerste Samenwerkingsakkoord. Dit akkoord heeft de weg geopend naar een groeiende samenwerking op verschillende beleidsdomeinen zoals : cultuur, onderwijs en toerisme. Met dat Samenwerkingsakkoord van 1989 werd een definitieve stap gezet van het uitsluitend informele overleg dat tot dan toe gangbaar was tussen overheidsdiensten, naar een structurele samenwerking.

Vanaf 1991 hebben West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk actief samengewerkt in het kader van de opeenvolgende Interregprogrammas die werden opgestart door de Europese Commissie. Het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma InterregI (1991-1994) en InterregII (1995-1999) tussen Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen heeft de mogelijkheid geschapen om de grensoverschrijdende contacten op een structurele wijze te ordenen en te coördineren. De Provincie West-Vlaanderen is altijd de voortrekker geweest in deze grensoverschrijdende samenwerking. De eerste twee Interregprogrammas genereerden 170 projecten, goed voor 3,2 miljard BEF.

Rekening houdend met de realisaties in het kader van het InterregI en II-programma, zal de Provincie ook in InterregIII ten volle haar politieke verantwoordelijkheid opnemen om de grensoverschrijdende samenwerking met Noord-Frankrijk verder te structuren en uit te bouwen. Dankzij de inspanning van velen is er in de laatste tien jaar immers op verscheidene terreinen veel vooruitgang geboekt. Voor het InterregIII-programma zal er niet alleen meer

Europees geld beschikbaar zijn om grensoverschrijdende projecten te cofinancieren, maar tevens zal het terrein uitgebreid worden. Het InterregIII-programma zal immers de hele Frans-Belgische grens beslaan en niet enkel meer West-Vlaanderen/ Nord-Pas de Calais.

Zoals voor InterregI en InterregII zal ook voor InterregIII de Vlaamse Gemeenschap de stimulerende, coördinerende en begeleidende taak aan de Provincie West-Vlaanderen toevertrouwen.

2. Verworvenheden InterregII

Het Interregprogramma heeft een tweeledige doelstelling. Enerzijds streeft het programma naar een grotere economische ontwikkeling van het grensgebied en anderzijds wil het de Europese eenmakingsgedachte dichter bij de burger brengen.

Voor het totale InterregII-programma trok Europa 3.447 miljoen Euro (139 miljard BEF) uit voor de periode 1994-1999. Voor de samenwerking West-Vlaanderen/ Nord-Pas de Calais zijn er in het kader van het InterregII-programma meer dan 730 miljoen BEF Europese subsidies besteed aan 85 grensoverschrijdende projecten rond verschillende themata.

1.1. Goedgekeurde projecten

Zoals hierboven reeds werd vermeld, werden er in het kader van het InterregII-programma West-Vlaanderen/Noord-Frankrijk in het totaal 85 projecten goedgekeurd. Het betreft zowel kleinere projecten, die gedragen worden vanuit het maatschappelijke veld, als om grotere hefboomprojecten. Daar het programma ernaar streeft om bottom-up te werken kwam een groot aantal projecten van het terrein zelf.

In concreto betekent dit dat er in de voorbije InterregII-periode projecten goedgekeurd en geanimeerd zijn rond de volgende krachtlijnen (themas):

1. 11 projecten onder de as ruimtelijke ordening en fysieke structuur.

De belangrijkste initiatiefnemers zijn de intercommunales, de provincie West-Vlaanderen, De Lijn, en de West-Vlaamse ziekenhuizen vzw.
Een voorbeeld hiervan is het project "Grensoverschrijdend Netwerk voor Ophtalmologie, Oncologie, Neurologie en Cardiologie". Het project wordt aan Vlaamse kant gedragen door de Sint-Maartenskliniek van Kortrijk en het Heilig Hart Ziekenhuis van Roeselare. Het doel van het project is te komen tot een grensoverschrijdend netwerk dat als communicatieplatform dienst doet voor de Belgische en Franse artsen in de desbetreffende disciplines.

2. 19 projecten onder de as economie, wetenschappelijk onderzoek en landbouw.

Hiervan zijn de belangrijkste initiatiefnemers: de GOM West-Vlaanderen, het Vormingsinstituut voor KMO, een OCMW, enkele para-provinciale proefcentra, de Kamers voor Handel en Nijverheid, het NCMV-West-Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap. Als voorbeeld kan hier volgend project aangehaald worden: "Samenwerkingsplatform tussen bedrijven", met als projectleiders het Vormingsinstituut West-Vlaanderen en Flandre Création uit Duinkerke. In het kader van het project worden er onder andere docenten uitgewisseld en Frans-Vlaamse thema-avonden georganiseerd onder de naam "Actie Potjevleesch". De samenkomsten vinden afwisselend in Duinkerke en Veurne plaats en hebben tot doel ervaringen en ideeën op ondernemingsvlak uit te wisselen waarbij Franse en Vlaamse gebruiken, reglementeringen en gewoontes vergeleken worden.

3. 12 projecten onder de as milieu.

De gemeenten, de Vlaamse Gemeenschap, de Provincie West-Vlaanderen en het Instituut Ryckevelde zijn de belangrijkste projectleiders. Onder deze as is"Grensleie: recreatieve, landschappelijke, toeristische en urbanistische herwaardering" een projectvoorbeeld. Doelstelling van dit globale project is de Franse, Vlaamse en Waalse acties aan de Leie en de Grensleie te groeperen, te coördineren en op één lijn te brengen zodat zij een volledig en homogeen geheel vormen van opwaardering van de omgeving van de rivier. Het project bevat aan Vlaamse zijde hoofdzakelijk infrastructuur voor riviertoerisme in Menen en Wervik.

4. 24 toeristische projecten onder de as toerisme.

41,5% van de Vlaamse EU-enveloppe, dit wil zeggen meer dan 92 miljoen BF, werd besteed aan toeristische projecten. Deze projecten hebben de gemeenten, de Provincie West-Vlaanderen, WVT vzw en enkele andere organisaties als projectverantwoordelijke.
Het project "De geneugten van het platteland en van de hoeves die u ontvangen in het Vlaanderen van de Westhoek" bijvoorbeeld, is een project dat aan Vlaamse kant gedragen wordt door de Vlaamse Federatie voor Hoeve-en Plattelandstoerisme. In het kader van dit project wordt er een coherent en erkend netwerk gecreëerd van ontvangstplaatsen op de hoeven. Er worden onder andere een aantal promotie-acties op touw gezet en er wordt aan de landbouwers ook financiële hulp bij de investering voorzien.

5. Er waren 6 projecten rond ontwikkeling van het menselijk potentieel.

Hiervan is er één ESF-project met het NCMV als projectleider, zes onderwijsprojecten getrokken door het VVOB, de West-Vlaamse Hogescholen en de KULAK, een netwerk van technische scholen en de vzw Cultuur en Educatie.

Het project "Onderwijs van de buurtaal: een gezamenlijke aanpak voor de Frans-Vlaamse grenszone" is een goed voorbeeld van een onderwijsproject. Er werd een heuse informatiecampagne opgestart over het onderwijs van het Nederlands in Noord-Frankrijk. In ongeveer drie jaar tijd is het aantal leerlingen in het Noord-Franse basisonderwijs die Nederlands leren bijna verdubbeld tot 3900 leerlingen.

6. Tenslotte werden er 13 initiatieven goedgekeurd onder het thema maatschappelijke integratie.

Vooral culturele vzws treden op als projectleider. Onder het luik "dagelijks leven" zijn onder meer de Intercommunale Leiedal en Testaankoop actief.
Het project "Rendez-vous" is een goed voorbeeld van een cultureel project. Negen Noord-Franse en West-Vlaamse culturele organisaties werken samen om de verspreiding van evenementen en promotie te bevorderen. Het project Rendez-vous steunt op twee pijlers: het organiseren van daadwerkelijke Rendez-vous momenten en de structurele informatie-uitwisseling.

1.2. Financieringstabel

De uiteindelijke besteding van de Europese middelen aan beide zijden van de grens bedroeg:
à West-Vlaanderen: 5,52 Mécu (222,7 miljoen BEF) à Noord-Frankrijk: 12,6 Mécu (508 miljoen BEF).

Per as werden aan West-Vlaamse kant de volgende budgetten goedgekeurd:

1. ruimtelijke ordening en versterking van de fysieke structuur (inclusief transport en telecommunicatie): 405.681 Euro of 16.365.130 BEF
2. economie en wetenschappelijk en technologisch onderzoek (inclusief landbouw): 825.507 Euro of 33.300.869 BEF
3. leefmilieu en plattelandsontwikkeling: 827.017 Euro of 33.361.783 BEF
4. toerisme: 2.291.638 Euro of 92.444.447 BF
5. ontwikkeling van het menselijk potentieel (inclusief beroepsopleiding en onderwijs):287.732 Euro of 11.607.080 BEF 6. maatschappelijke integratie (inclusief cultuur): 552.548 Euro of 22.289.731 BF
7. opvolgingscel: 329.700 Euro.of 13.300.065 BEF

In het kader van het Interreg I en Interreg II-programma werd er over de gehele lijn reeds ernstig werk gemaakt van netwerkvorming en grensoverschrijdende samenwerking op projectniveau en op bestuurlijk niveau. De samenwerking is het verst gevorderd in de deelgebieden milieu en toerisme.

3. Colloquium op 23 juni 2000

De provincie West-Vlaanderen werkt reeds meer dan tien jaar samen met Noord-Frankrijk. De evaluatie van de samenwerking en de resultaten van een aantal studies wijzen op de nood om een visie te ontwikkelen vanuit West-Vlaanderen ten aanzien van Noord-Frankrijk. Tot op vandaag verliep de samenwerking tussen de grensregios immers te versnipperd. Er werd vanuit West-Vlaanderen naar Noord-Frankrijk toe niet met één stem gesproken en op die manier gingen er veel krachten verloren.

Met het oog daarop heeft de provincie West-Vlaanderen aan prof. dr. Frank Baert opdracht gegeven om een stand van zaken van deze grensoverschrijdende samenwerking op te maken en de krachtlijnen voor een beleidsvisie te formuleren. Naar aanleiding van dit document heeft de provincie op 23 juni ll. het colloquium "Grensoverschrijdende samenwerking tussen West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk" georganiseerd. De bedoeling van het colloquium was het document met alle betrokken actoren te bespreken en op basis van een ruime consensus te komen tot een eindtekst. Het colloquium kende een ruime belangstelling: er waren meer dan tweehonderd deelnemers.

Deze eindtekst zal een noodzakelijk instrument zijn om op de huidige evoluties op passende wijze te kunnen inspelen. De bedoeling is de gemeenschappelijke visie op te nemen in het West-Vlaams en Vlaams beleidsplan. De eindtekst zal dan ook in het Frans vertaald worden en met de Franse partners besproken worden om zo tot een globale strategie te komen van (West)-Vlaanderen en Nord-Pas de Calais voor grensoverschrijdende samenwerking.
De bevindingen in het document zullen zeker ook de basis vormen bij de voorbereidingen van het InterregIII-programma.

4. Interreg III

4.1. Timing

De richtlijnen voor het opstellen van het InterregIIIA-programma van de Europese Commissie verschenen op 23 mei ll. . Binnen een tijdspanne van zes maanden moet nu het Operationeel Programma geschreven worden. Het programma moet bij de Europese Commissie ingediend worden ten laatste op 22 november 2000. De Commissie heeft dan zes maand de tijd om het Operationeel Programma goed te keuren. Dit betekent dat de eerste InterregIII-projecten vermoedelijk in het najaar van 2001 van start kunnen gaan.

4.2. Aanpak

Op vraag van de Europese Commissie komt er een InterregIII-programma voor de Frans-Belgische grens met drie subprogrammas: een Vlaams-Frans programma, een Waals-Frans en een Frans-Belgisch subprogramma.

Eind juli werd er een studiebureau aangesteld om de socio-economische analyse, een SWOT-analyse en een evaluatie van InterregII op te maken. Het eigenlijke Operationele Programma zal geschreven worden door de leden van de Frans-Belgische Technische Werkgroep en een - nog aan te stellen- penhouder. Bij het opstellen van het Operationeel Programma zal de basis op verschillende tijdstippen geconsulteerd worden. Zo zullen er bijvoorbeeld thematische werkgroepen georganiseerd worden om inspraak van mensen op het terrein mogelijk te maken.

De Europese Commissie vraagt dat elk programma zou beheerd worden door één beheersautoriteit. Het dagelijks beheer van de subprogrammas zal wel nog op lokaal niveau gebeuren.

MEVR. MARIE-CLAIRE VAN DER STICHELE - DE JAEGERE Gedeputeerde

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie