Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg de situatie op de Molukken

Datum nieuwsfeit: 28-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg de situatie op de molukken
Gemaakt: 29-8-2000 tijd: 20:14


1


26049 Indonesie

nr. 30 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 augustus 2000

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken<1> heeft op 28 juni 2000 overleg gevoerd met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken over de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 juni 2000 over de situatie op de Molukken.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Koenders (PvdA) herinnerde aan het bezoek aan Ambon dat de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken ongeveer twee maanden geleden aflegde. De veiligheidssituatie leidde ertoe dat de commissie toen slechts 24 uur kon blijven. Vernielingen en angst beheersten de bevolking en moslim- en christenwijken waren gescheiden door politieke twisten. Er leek echter ook een vleugje hoop te zijn: er waren samenwerkingsprojecten tussen vijandige kampen en er was sprake van opbouwwerkzaamheden van christenen en moslims. Er was zelfs een begin gemaakt met het Verenigde Natiesontwikkelingsprogramma. Die hoop van toen is inmiddels echter volledig weggeslagen. Er wordt op Ambon hevig gevochten, ondanks de noodmaatregelen die de Indonesische regering eindelijk heeft genomen. Duizenden mensen zijn op de vlucht geslagen en Molukkers zijn niet meer in staat zichzelf te beschermen. Anarchie beheerst het beeld. Er is nauwelijks humanitaire hulp. De heer Koenders deelde dan ook de zorg en angst van de Molukkers in Nederland over het lot van hun familie en vrienden die op de Molukken verblijven, ongeacht religie of leeftijd.

Nederland staat nu voor de moeilijke opgave om na te gaan op welke manier het kan bijdragen aan het zo effectief en snel mogelijk stoppen van het geweld. De vluchtelingen moeten worden geholpen en vervolgens moet begonnen worden met de wederopbouw. Het ontwapenen van de strijders die de Molukken vernietigen heeft echter de eerste prioriteit. Op de Molukken zijn wrok en haat opgespaard, vindt bewapening van buitenaf plaats en strijden de oude en nieuwe krachten van Indonesië met elkaar. Hiervan zijn de gewone mensen op de Molukken het slachtoffer. Ingewikkeldheid mag echter nooit tot passiviteit mag leiden. Er dient nauwkeurig bekeken te worden op welke manier Nederland, al dan niet bilateraal, het meest effectief kan bijdragen aan het stoppen van het geweld en aan het verschaffen van nood- en wederopbouwhulp. De heer Koenders drong in dit verband aan op een zeer actieve doch nauwkeurige stellingname van de Nederlandse regering, waarbij haar historisch verleden, haar beperktheden, maar vooral haar plichten en mogelijkheden in het oog gehouden worden. Uit de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 juni 2000 blijkt dat Nederland zich inderdaad actief inzet voor de belangen van de Molukkers zowel in directe relatie met de Indonesische regering, als in bilateraal kader met de Europese Unie en de Verenigde Staten.

De heer Koenders vond het essentieel om de Indonesische regering direct effectief en productief onder druk te zetten om de mensenrechtenschendingen te stoppen, omdat zij verantwoordelijk is voor de bescherming ervan. Op dit moment kan alleen de Indonesische regering snel een einde maken aan de slachtingen. De inmiddels door haar genomen maatregelen lijken weliswaar een stap in de goede richting, maar eigenlijk had aan de Jihadstrijders veel eerder een halt toegeroepen moeten worden. Daarnaast zullen de mariniers en de militaire brigade van de politie versterkt moeten worden en zullen alle partijdige legereenheden vervangen moeten worden. Bovendien is het essentieel dat de milities van buitenaf daadwerkelijk ontwapend worden.

De heer Koenders verzocht de regering dan ook om door te gaan met het uitoefenen van productieve druk en benadrukte het belang van een activistische benadering in de EU en de VN-veiligheidsraad, maar ook in relatie tot de Association of Southeast Asian Nations (ASEAN). De broze macht in Indonesië maakt het moeilijk om te bepalen op welke manier pressie het beste uitgeoefend kan worden. Daarbij behoeft kritiek niet te worden ingeslikt, maar wel moet splitsing van de Molukken voorkomen worden, aangezien dit anders Oost-Indonesië verder zou destabiliseren. De Molukken zijn in die zin geen interne aangelegenheid. Is de regering overigens bereid de humanitaire noodsituatie op de Molukken aan de orde te stellen in de Veiligheidsraad?

Het is belangrijk dat zo spoedig mogelijk een onafhankelijk internationaal onderzoeksteam wordt geïnstalleerd dat zich op de Molukken concentreert op waarheidsvinding, het registreren van de gebeurtenissen, het snel in kaart brengen van de humanitaire noden en het adviseren over de wederopbouw.

Er moet een eind worden gemaakt aan de straffeloosheid. Het democratiseringsproces in Indonesië heeft ertoe geleid dat de Indonesische president de mogelijkheid heeft om ad-hoctribunalen in te stellen. De heer Koenders verzocht de regering om dit in internationaal kader te stimuleren. Indonesië kan hierdoor mede voorkomen dat de VN zelf een tribunaal instelt, zoals in het geval van Oost-Timor.

Door Nederland moet, in relatie met andere Europese landen, druk worden uitgeoefend om direct humanitaire hulp toe te laten. Duizenden vluchtelingen ontberen nu steun, terwijl de hulporganisaties hen niet kunnen bereiken. De heer Koenders verzocht de regering zich in te spannen voor de totstandkoming van een noodplan in samenwerking met de EU en de VN. De fondsen voor noodhulp en wederopbouw dienen in dat kader te worden uitgebreid. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft daarover een brief aan de Kamer gestuurd, maar de informatie daarin is mogelijk verouderd omdat voor de omvang van de hulp en de wederopbouw in de toekomst meer geld nodig zal zijn.

Het is vooral nu van belang dat in Indonesië de band tussen de burgeroverheid en de militairen wordt versterkt met het oog op de democratisering van en controle op het leger. Wat is de aard van de samenwerking die door de Nederlandse regering in dit verband wordt voorgestaan, zodanig dat dit conflict preventief werkt in plaats van conflictbevorderend?

Juist waar de Molukse gemeenschap in Nederland het uitermate zwaar heeft en wordt getroffen door gevoelens van machteloosheid, activisme en wanhoop, is het van belang dat het kabinet en in het bijzonder de minister van Buitenlandse Zaken intensief met haar in overleg blijft.

De heer Hessing (VVD) sprak zijn afschuw uit over de gewelddadigheden op de Molukken en betuigde zijn medeleven aan alle betrokkenen. De Indonesische regering dient op zeer korte termijn de orde en veiligheid te herstellen. Als zij een blijk van goed bestuur wil afgeven en internationaal haar geloofwaardigheid op dit punt niet in diskrediet wil brengen, dan moet zij nu krachtdadig optreden. Er zijn weliswaar allerlei subversieve krachten in Indonesië aan het werk die het bewind van de regering-Wahid proberen te ondermijnen, maar dat mag niet tot een lijdzame houding van Nederland leiden. De druk op die regering moet juist maximaal worden opgevoerd, zowel in internationaal als in bilateraal verband.

Uit de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 juni 2000 blijkt dat de Nederlandse regering zich de afgelopen weken zeer actief heeft opgesteld. De heer Hessing moedigde de regering aan om op die manier door te gaan. Het is van belang dat de Indonesische regering zich ook door Nederland gesteund weet in haar goede intenties die zij heeft voor het Indonesische volk en bij de hervormingen. Daarnaast moet maximaal humanitaire hulp worden verleend om de nood te lenigen op met name de Molukken.

Verder dient er nadrukkelijk aandacht te worden besteed aan de Nederlanders van Molukse afkomst in Nederland, hetgeen primair de verantwoordelijkheid is van minister Van Boxtel. Deze mensen maken op dit moment namelijk heel moeilijke tijden door.

De heer Van Middelkoop (RPF/GPV) die ook namens de fractie van het SGP sprak, gaf aan dat de gebeurtenissen op de Molukken zich om twee redenen eigenlijk dichtbij huis afspelen. Op de eerste plaats hebben leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken pas twee maanden geleden het gebied bezocht, waardoor de beelden via televisie en kranten voor hen een stuk indringender zijn. Op de tweede plaats bekijkt de politiek in Nederland het probleem, voorzover mogelijk, door de ogen van de Molukse gemeenschap, waardoor het enigszins een Nederlands probleem is. Gevoelens van onmacht komen boven als men denkt aan de beperkte mogelijkheden die Nederland heeft om verbetering in de situatie aldaar te brengen, maar dat laat onverlet dat de mogelijkheden die er zijn, wel degelijk benut moeten worden. De heer Van Middelkoop sprak in dit verband zijn waardering uit voor de aandacht die de minister van Buitenlandse Zaken tot nu toe aan dit vraagstuk heeft gegeven. De minister heeft zich bilateraal voor Indonesië ingespannen, in het kader van de EU en in gesprekken met de Verenigde Staten. Is hij overigens bereid deze kwestie ook in de Veiligheidsraad aan de orde te stellen? Voor de Molukse gemeenschap is het moeilijk verteerbaar dat aan Oost-Timor zo veel aandacht is besteed, terwijl de aandacht voor de Molukken internationaal vrij beperkt is.

Het afgelopen jaar zijn er op de Molukken duizenden doden gevallen en honderdduizenden zijn op de vlucht geslagen. Het lijkt alsof groepen Molukkers door een demon zijn bevangen en de hand aan zichzelf slaan. Het is weliswaar geen godsdienstoorlog, maar godsdienstige scheidslijnen zijn wel degelijk geradicaliseerd. De heer Van Middelkoop was van mening dat deze situatie deels wordt gemanipuleerd door de machtsstrijd in het leger.

De bescherming van de vrijheid van godsdienst is niet zozeer in het geding, als wel het recht op leven en eigendom. Als het probleem niet wordt geïsoleerd en opgelost zal de positie van de christenen, een minderheid, in gevaar komen in de republiek Indonesië. Een grote volksmassa zou, opgezweept door Jihadstrijders, het probleem kunnen radicaliseren, waaraan de gehele republiek ten onder zou kunnen gaan. Een belangrijke maatregel om dit te tegen te gaan, is het uitroepen van de burgerlijke noodtoestand. Waar de verantwoordelijkheid voor het oplossen van het vraagstuk in de eerste plaats bij de Indonesische regering ligt, was de heer Van Middelkoop benieuwd van de minister te vernemen of er inmiddels een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de ambassadeurs van de Europese Unie en de Indonesische autoriteiten. Verder vroeg hij naar aanleiding van het recente gesprek tussen de minister en mevrouw Albright op welke manier de Amerikanen druk willen uitoefenen, eventueel in samenwerking met Nederland.

Een volgende vraag die rijst is waarom de Indonesische autoriteiten de trainingskampen van de Jihadstrijders niet aanpakken. Het tegenhouden van de boten is op zichzelf goed, maar het tolereren van de trainingskampen op onder meer Java is onbegrijpelijk.

Op dit moment zijn er geen echte argumenten voor verdergaande buitenlandse interventie. Zodra de orde en rust echter enigszins zijn teruggekeerd, moet er in elk geval bereidheid zijn om internationale waarnemers te sturen. De heer van Middelkoop verzocht de Nederlandse regering om daarin een initiërende rol te spelen. Een ongewapende internationale presentie zou de ogen van de wereld kunnen vormen.

Hoewel de door Nederland gesteunde projecten in het kader van hulpverlening en professionalisering van het Indonesische leger op de lange termijn tot stabiliteit kunnen leiden, zal die steun, wanneer blijkt dat er gegronde redenen zijn die het vertrouwen in de Indonesische politiek-militaire top doen afnemen, wel degelijk heroverwogen moeten worden.

Naast de positieve inspanningen van minister Van Boxtel ten behoeve van de Molukse gemeenschap in Nederland, is het van belang dat ook de minister van Buitenlandse Zaken een gewillig en luisterend oor blijft houden voor leiders van die gemeenschap. Een paar maanden geleden heeft laatstgenoemde toegezegd dat de vreemdelingendienst en de visadienst in Nederland indien nodig soepel zouden omgaan met verlengingen van visa voor Molukkers die in Nederland op familiebezoek zijn. Zal die soepelheid inderdaad betracht worden, totdat de situatie zodanig verandert dat betrokkenen zonder vrees terug kunnen keren?

Mevrouw Vos (GroenLinks) sprak haar zorgen uit over de afschuwelijke toestand op de Molukken. De laatste maanden is de situatie enorm geëscaleerd en de Indonesische regering heeft onvoldoende grip op het leger en op de politie om de situatie te beheersen. Bepaalde onderdelen van het leger en de politie schijnen zelfs partij te kiezen voor één van de strijdende groepen. Vanuit de internationale gemeenschap moet er forse druk op de Indonesische regering worden uitgeoefend om orde op zaken te stellen en bepaalde onderdelen van politie en leger te vervangen door betrouwbare groepen. In die zin dient de Indonesische regering, weliswaar kritisch, gesteund te worden.

Bij de problemen op de Molukken speelt het opstoken van buitenaf een grote rol. In dit verband vroeg mevrouw Vos om de reactie van de minister op een onderzoek, dat eind april door de mensenrechtenorganisatie Kontras werd gepubliceerd, waaruit blijkt dat de eerste fase van het geweld zowel op de Molukken als elders in Indonesië georganiseerd is van buitenaf. Er lijkt een vast patroon te bestaan: acties worden van buitenaf uitgevoerd, waarop wraakacties volgen. Bij deze acties spelen vaak leden van het voormalige Soehartobewind een rol. Heeft de minister de Indonesische regering dit onderzoek reeds onder de aandacht gebracht, opdat zij op basis van dat onderzoek maatregelen kan nemen?

Mevrouw Vos was verbaasd over de enigszins passieve houding die de Indonesische regering tot nu toe inneemt ten aanzien van het conflict op de Molukken. President Wahid bevindt zich weliswaar in een moeilijke positie waarin hij onder forse druk staat, maar het was toch ook hem reeds bekend dat er Jihadstrijders op grote schaal getraind werden en dat wapens en strijders getransporteerd werden naar Ambon. De recente uitspraken van president Wahid dat orde op zaken moet worden gesteld, dat grote delen van leger en politie vervangen moeten worden en dat Jihadstrijders verwijderd zullen worden uit de Molukken, dienen dan ook snel tot uitvoering te worden gebracht. Het afkondigen van de burgerlijke noodtoestand mag niet worden omgezet in het afkondigen van de militaire noodtoestand, zeker niet gelet op bepaalde legereenheden die eigenlijk vervangen zouden moeten worden.

INFID, een overkoepelende organisatie van Indonesische niet-gouvernementele instellingen (NGO's), is van mening dat een Indonesische vredesmacht, een nieuwe legermacht, naar de Molukken gestuurd moet worden en dat admiraal Widodo, de opperbevelhebber, daarover het directe bevel zou moeten krijgen. Op die manier zou het vertrouwen van de bevolking op de Molukken herwonnen kunnen worden. Verder zou er volgens INFID bij de Indonesische regering op aangedrongen moeten worden om internationale waarnemers en een internationaal onderzoeksteam tot de Molukken toe te laten. Mevrouw Vos ondersteunde dit pleidooi van harte en mede in dit licht verzocht zij de Nederlandse regering om zich in te spannen voor agendering van de geweldsituatie op de Molukken in de VN-veiligheidsraad.

Zij was verder benieuwd naar de nadere uitkomsten van de gesprekken die de Europese ambassadeurs onlangs in Jakarta hebben gevoerd met de Indonesische regering. Is de Nederlandse regering bereid om zorgvuldig na te gaan langs welke kanalen noodhulp plaats kan vinden? Uit het rapport van Kontras blijkt namelijk dat niet alle noodhulp op een goede manier terechtkomt. Een aantal partners zijn betrouwbaar, zoals het bisdom Ambon en Baileo Maluku, maar de overheidsorganisatie Satorlak staat bekend als niet betrouwbaar en zou niet gebruikt moeten worden voor het verlenen van noodhulp.

De Nederlandse regering zou daarnaast steun moeten verlenen aan de bestaande initiatieven tot verzoening op de Molukken. Er zijn namelijk ook plekken op Ambon waar niet gevochten wordt en waar groepen zich verzoend hebben.

De geplande door Nederland en Indonesië te houden defensieoefening zou de democratische krachten kunnen versterken, maar zou ook tot een verdere destabilisatie kunnen leiden. De regering dient dan ook uitermate zorgvuldig af te wegen of onder de huidige omstandigheden een dergelijke oefening nog wel plaats kan vinden.

De heer Verhagen (CDA) toonde begrip voor de gevoelens van de Molukse gemeenschap in Nederland. Uit berichten blijkt dat groepen Indonesische militairen partij kiezen tegen de bevolking en dat zij wapens hebben geleverd aan Jihadstrijders. Het betreft daarom geen interne gelegenheid die Nederland niet aangaat. Indonesië moet, ook internationaal, worden aangesproken op haar verantwoordelijkheden, omdat zij de orde moet herstellen en handhaven. De militaire eenheden die partij kiezen in het conflict, dienen vervangen te worden. De politie die poogt de bevolking te beschermen, moet versterkt worden.

De heer Verhagen kon instemmen met de wijze waarop de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid, die terecht regelmatig contacten onderhoudt met de Molukse gemeenschap in Nederland, tot nu toe het conflict op de Molukken hebben benaderd. Het uitoefenen van druk op de Indonesische autoriteiten kan overigens niet alleen in bilateraal verband in het kader van de Europese Unie plaatsvinden. Is de minister bereid om deze kwestie ook aan de orde te stellen in de Veiligheidsraad, met het oog op het lenigen van de humanitaire nood en het eventueel aanstellen van waarnemers?

Het militaire samenwerkingsproject van Nederland en Indonesië heeft tot doel Indonesische militairen vertrouwd te maken met hun positie en functie in het democratisch bestel. Op korte termijn zal dit weliswaar geen oplossing bieden, maar op de lange termijn kan er wel door voorkomen worden dat militairen partij kiezen in een situatie als deze. Wellicht verdient in dit verband de samenwerking met de Amerikanen, waarvan de minister in zijn brief van 27 juni 2000 melding maakt, nadere uitwerking.

De hulporganisaties hebben hun werk noodgedwongen moeten staken. Met name in de vluchtelingenkampen is hierdoor een gebrek aan voedsel, medicijnen et cetera. De minister heeft op Kamervragen geantwoord dat bekeken zal worden op welke wijze, via alternatieve kanalen, hulp verstrekt kan worden. Ook in Nederland zijn er tal van initiatieven, onder meer vanuit de Molukse gemeenschap, om hulp te bieden. Welke kanalen heeft de minister inmiddels concreet ontdekt? In ieder geval zal bij de Indonesische regering op het toelaten van die hulp aangedrongen moeten worden.

Waar duidelijk is dat de oplossing van het conflict op de Molukken niet op korte termijn in zicht komt, zullen Molukkers die momenteel in Nederland op familiebezoek zijn, niet gedwongen mogen worden terug te keren zolang zij niet durven. De heer Verhagen verzocht de minister van Buitenlandse Zaken dan ook om er bij zijn collega van Justitie op aan te dringen dat de verblijfsvergunning van deze betrokkenen wordt verlengd.

De heer Hoekema (D66) stelde dat Nederland op historische gronden in grote mate betrokken is bij de problemen op de Molukken. Hij prees de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid voor de daadkracht die zij tot nu toe aan de dag hebben gelegd bij het conflict en moedigde ze aan om de contacten met de Molukse gemeenschap in Nederland te blijven onderhouden.

Door het ministerie van VWS is vorig jaar een aantal miljoenen guldens voor Indonesië uitgetrokken en een paar maanden geleden is ongeveer 11 mln. door het ministerie van Buitenlandse Zaken toegezegd. Kan inmiddels aangegeven worden hoe en wanneer die middelen worden besteed? Een aantal organisaties had tot voor kort toegang tot de Molukken, zoals Artsen zonder grenzen, het Worldfoodprogram en ICRC. Het is van belang dat zo snel mogelijk de condities worden geschapen, ook in financiële zin, waardoor ze hun activiteiten aldaar weer kunnen oppakken en de getroffenen op de Molukken geholpen kunnen worden. De laatste berichten over de voedseldistributie waren redelijk goed, maar dateren van 19 juni 2000. Wat is momenteel de stand van zaken rond de voedselvoorziening en hoe is de situatie in de kampen?

De milities, met name de Jihadstrijders, moeten worden ontwapend en de trainingskampen moeten worden ontmanteld. Amnesty International heeft in een persbericht aandacht gevraagd voor de risico's van het uitroepen van de civiele noodtoestand, met name waar het mensenrechtenschendingen betreft. Vanuit het Indonesisch parlement is naar voren gebracht dat het uitroepen van de noodtoestand gezien moet worden als een handeling tot het opzij zetten van de democratie. De heer Hoekema matigde zich hierover vooralsnog geen oordeel aan, omdat hij van mening was dat de Indonesische autoriteiten zelf eerst in de gelegenheid moet worden gesteld om effectief orde en rust op de Molukken te herstellen. De laatste maanden is er evenwel sprake geweest van schenden van mensenrechten op grootschalige en systematische wijze. Daaraan moet een einde komen. De verantwoordelijken, zowel lokale commandanten als hogere gezagsdragers, mogen hun straf daarvoor niet ontlopen en dienen via in Indonesië in te stellen tribunalen veroordeeld te worden. Het vervangen van bepaalde commandanten van politie en leger zou eveneens een stap in de goede richting kunnen zijn. Verder moeten ook partijdige eenheden vervangen worden door eenheden aan wie geen smet van partijdigheid kleeft.

Los van de internationale contacten met Indonesië die reeds hebben plaatsgevonden, is het van belang dat de bilaterale druk van Nederland en van de Europese Unie op Indonesië doorgaat, waarbij tevens met de Verenigde Staten nauw contact zal moeten worden onderhouden. Ook de landen in de regio hebben in dezen een belangrijke positie. In Azië ontbreekt een organisatie zoals de OVSE in Europa, zodat de internationale discussie over de Molukken in het kader van de VN-veiligheidsraad gevoerd moeten worden. Hiertoe zijn twee rechtstitels, te weten de grootschalige en systematische schending van mensenrechten en het risico van destabilisatie in de regio wanneer het conflict op de Molukken uit de hand loopt.

Een internationale presentie in Indonesië zal waarschijnlijk niet de vorm van een vredesmacht kunnen aannemen, maar mogelijk wel de vorm van een waarnemersgroep. Gerenommeerde organisaties, zoals Human Rights Watch, zouden gevraagd kunnen worden om, zodra de situatie het toelaat, op te treden als waarnemer namens de internationale gemeenschap. Ook kan gedacht worden aan een meer intergouvernementele exercitie, zoals een missie uitgestuurd door de Veiligheidsraad.

Het antwoord van de minister

De minister sprak namens de Nederlandse regering zijn afschuw uit over hetgeen zich in de afgelopen tijd op de Molukken heeft voltrokken. Zijn medeleven ging in het bijzonder uit naar de Molukse gemeenschap in Nederland die via familieleden met het leed geconfronteerd wordt, wat tot gevoelens van machteloosheid, onzekerheid en angst leidt. In dat verband onderstreepte hij dat de Nederlandse regering zich zal blijven beijveren voor het continueren en onderhouden van de contacten met deze gemeenschap. De minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid zal hierin het voortouw houden, hetgeen echter onverlet laat dat ook de minister van Buitenlandse Zaken zich op dit punt actief zal blijven opstellen.

Mede naar aanleiding van het gesprek dat laatstgenoemde op 26 juni jl. met de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken heeft gehad, kan geconcludeerd worden dat de Indonesische regering stappen onderneemt om het geweld te beteugelen. De civiele noodtoestand is afgekondigd, de avondklok is recentelijk verscherpt, de militaire commandant en de politiecommandant zijn vervangen, er worden 1400 militairen extra naar de Molukken gezonden en de aanwezige troepen zijn gesommeerd om terug te keren naar hun barakken. Verder heeft de Indonesische regering een marineblokkade ingesteld. Daarnaast heeft de Indonesische minister van buitenlandse zaken Shihab toegezegd dat overgegaan zal worden tot confiscatie van wapens.

Het is voor de Nederlandse regering onbegrijpelijk dat de toestroom van Jihadstrijders uit Java, Soerabaja en Sumatra heeft kunnen plaatsvinden. De minister gaf aan zich hierover ook in bittere bewoordingen te hebben uitgelaten tegenover zijn Indonesische ambtsgenoot en de procureur-generaal. Het argument dat er niet ingegrepen behoefde te worden omdat de strijders geen wapens hadden, gaat niet op omdat zij zich bij hun aankomst op de Molukken bewapenden door politiebureaus en wapendepots te overvallen. Inmiddels hebben de heer Shihab en de procureur-generaal toegezegd dat er actie ondernomen zal worden tegen de Jihadstrijders op de Molukken alsook tegen de onruststokers in andere delen van Indonesië.

De positie van de Indonesische regering is momenteel moeilijk en broos. Zij poogt een transitieproces richting een pluriforme democratie in gang te zetten, maar wordt daarbij op alle mogelijke manieren tegengewerkt en gedwarsboomd door destructieve krachten, waarmee zij bij het nemen van maatregelen rekening moet houden. De Nederlandse benadering is dat deze situatie evenwel niet tot inertie of non-activiteit mag leiden. De activiteiten van de Indonesische regering zijn momenteel weliswaar hoopgevend, maar de internationale gemeenschap, inclusief Nederland, is van mening dat er meer nodig is.

In het recente gesprek dat de minister met zijn Amerikaanse ambtsgenoot heeft gehad, is in het bijzonder de situatie in Indonesië als zodanig aan de orde geweest. De problemen op de Molukken staan niet op zich, maar vinden op alle delen van Indonesië plaats. Evenals Nederland zijn de Verenigde Staten van mening dat het nodig is om maximale druk op de Indonesische regering uit te oefenen, omdat zij een groot risico loopt als zij onvoldoende reageert op de ontwikkelingen, met alle gevaar van dien voor een terugkeer naar de dictatuur of een uiteenvallen van de Indonesische archipel. Nederland zal er dus samen met de partners in de Europese Unie en de Verenigde Staten bij Indonesië op aan blijven dringen om maatregelen te nemen en verdergaande stappen te zetten.

Het uitoefenen van druk in Aziatisch verband is eveneens aan de orde geweest in het gesprek met mevrouw Albright. Binnenkort komt het Asian Regional Forum bijeen, waarin het defensie-element aan de orde komt. Daarnaast zou ASEAN in deze situatie een rol kunnen spelen, omdat juist Indonesië daarin een leidende rol moet gaan vervullen in de komende jaren.

De Indonesische regering heeft tot op heden nog geen afspraak gemaakt voor een gesprek met de heads of mission van de Europese Unie. De minister hoopte dit onderwerp nog vandaag aan de orde te stellen in een gesprek met zijn Indonesische ambtsgenoot. De Indonesische regering heeft in een aantal gevallen aan Nederland verzocht om voor haar te pleiten in het kader van de Europese Unie. Nederland is daaraan in voorkomende gevallen tegemoetgekomen, waardoor het in een bijzondere positie is gekomen met betrekking tot zijn verzoek aan Indonesië om het gesprek aan te gaan met de EU.

In de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 juni komt tot uitdrukking dat in de internationale gemeenschap het besef heerst dat vooraleerst de Indonesische regering moet zorgdragen voor het herstel van orde en veiligheid. In de broze situatie van dit moment moet voorkomen worden dat de internationale gemeenschap een gebrek aan vertrouwen in de Indonesische regering uitstraalt. Agendering van het vraagstuk inzake de Molukken in de VN-veiligheidsraad behoeft consensus. Een aantal leden van de Veiligheidsraad meent dat, ongeacht het onderwerp, de soevereiniteit van een land te allen tijde het hoogste goed is. Deze stelling zou de bespreking van dit vraagstuk in de Veiligheidsraad kunnen blokkeren. Nederland zal in New York de ogen en oren openhouden om het juiste moment te bepalen om dit onderwerp, alsmede varianten daarop, aan de orde te stellen. Desgevraagd stelde de minister dat acties ten aanzien van verlichten van de humanitaire noodsituatie, het sturen van waarnemers en de berechting van schenders van mensenrechten bevorderd zullen worden, zonder echter valse hoop te willen wekken over hetgeen in dit verband mogelijk is in het kader van de Veiligheidsraad. Voorop staat dat er een vorm van internationale samenwerking in gang is gezet door de Verenigde Staten en de Europese Unie. Ook de mogelijkheden in Aziatisch verband dienen wat dat betreft zorgvuldig te worden verkend.

Nu reeds kunnen activiteiten worden bepaald en geprepareerd, die uitgevoerd worden als de orde en rust zijn teruggekeerd. Ambassadeur Van Walsum heeft verkenningen gedaan naar het installeren van waarnemers. De Indonesische regering heeft in het verleden waarnemersactiviteiten toegestaan. In Atjeh is voorheen bijvoorbeeld een instituut van buiten toegelaten om een humanitaire pauze en een wapenstilstand te bewerkstelligen, een gebeurtenis die in ieder geval een glimmer van hoop biedt ten aanzien van de manier waarop de Indonesische regering zich poogt op te stellen inzake de situatie op de Molukken.

Het tot stand brengen van de hulpverlening zal in het overleg in Jakarta met de EU als belangrijk punt aan de orde worden gesteld. Ook via het voorzitterschap wordt de Indonesische regering op dit punt onder druk gezet. Het verbeteren van met name de zeer slechte voedselvoorziening, zeker in Ambon-stad, staat bilateraal en internationaal, ook bij de VN, hoog op de agenda.

De minister wees er op dat in Oost-Timor een andere situatie gold dan op de Molukken. De Verenigde Naties, Portugal en Indonesië waren toen een proces overeengekomen dat tot de onafhankelijkheid van Oost-Timor moest leiden.

De precaire situatie op de Molukken is uiteraard van invloed op de Nederlandse humanitaire hulpverlening. De stichting Vluchtelingen zal onmiddellijk haar activiteiten aldaar voortzetten zodra de situatie dat toelaat. Op dit moment bevinden zich nog twee medewerkers van Artsen zonder grenzen op Ambon. Nederland heeft 10 mln. besteed en momenteel is er nog 3 mln. beschikbaar. De Nederlandse regering zal in de komende tijd verdere humanitaire hulp verlenen wanneer dat nodig is. In EU-kader en bilateraal wordt er bij de Indonesische regering op aangedrongen om veilige corridors te creëren naar de bedreigde gebieden en de vluchtelingenkampen, teneinde hulporganisaties in staat te stellen voedsel en medicijnen te verstrekken.

De minister antwoordde op vragen over niet gearriveerde UNDP-gelden dat hij zijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking hierover zal raadplegen. De Kamer zal daarover vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk worden geïnformeerd.

Hoewel de minister er voorshands van uitging dat het rapport van de organisatie Kontras bij het ministerie van Buitenlandse Zaken bekend is, gaf hij te kennen zich ook hierover eerst met zijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking te willen verstaan, om vervolgens de Kamer dienaangaande schriftelijk te informeren.

Het gezamenlijke defensieproject is voortgekomen uit het bezoek van president Wahid aan Nederland en uit gesprekken tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Nederland en Indonesië. Minister De Grave heeft recentelijk nadere afspraken op dit punt gemaakt met zijn Indonesische collega. De steun van de Nederlandse defensie is vooral gericht op de professionalisering en democratisering van het Indonesische leger ofwel op de rol van strijdkrachten in een democratie.

Het Clingendaelsymposium kan beschouwd worden als een van de uitingen in de afgelopen periode van het streven van Nederland om initiatieven tot verzoening zoveel mogelijk te stimuleren.

De minister gaf te kennen reeds contact te hebben opgenomen met zijn collega van Justitie over het punt van de visaverlenging. Uiteraard mogen Molukkers die tijdelijk in Nederland verblijven en nog niet terug durven, absoluut niet de dupe worden van bureaucratie.

Nadere gedachtewisseling

De heer Hoekema (D66) verzocht de minister om nadere informatie over hetgeen in de Veiligheidsraad gaande is. Is het haalbaar om de voorzitter van de Veiligheidsraad zorg te laten uitspreken over de humanitaire noodsituatie in de Molukken en de Indonesische autoriteiten op te roepen tot het herstellen van vrede en veiligheid? De heer Hoekema vond verdergaande bemoeienis van de VN, zoals het sturen van waarnemers, inderdaad nog niet aan de orde, maar de door hem eerder genoemde rechtstitels vormden volgens hem in ieder geval een basis voor een discussie dienaangaande in de Veiligheidsraad.

De heer Koenders (PvdA) benadrukte het belang van waarneming in Indonesië, van snelle humanitaire hulpverlening en van berechting van mensenrechtenschendingen, ook ter voorkoming van nieuwe mensenrechtenschendingen. Hij verzocht de minister om de Kamer op deze punten op de hoogte te houden.

Mevrouw Vos (GroenLinks) begreep dat de Nederlandse regering de Indonesische regering kritisch wil steunen, maar zij meende evenwel dat gelet op de kritieke situatie op de Molukken maximale internationale druk noodzakelijk is. Zij vroeg nogmaals of de regering het eens was met de stelling dat het afkondigen van de militaire noodtoestand absoluut ongewenst is.

De heer Van Middelkoop (RPF/GPV) vroeg of de Amerikaanse opvatting in dezen is dat er geen onderscheid behoeft te worden gemaakt tussen de conflicthaarden in Indonesië. Hij stelde dat dit onderscheid wel degelijk bestaat, gelet op de actualiteit en de omvang van de problemen. Daarnaast spelen op de Molukken gedemoniseerde godsdienstige verhoudingen een rol. Er is geen enkele garantie dat dit probleem tot de Molukken beperkt blijft, met alle rampzalige gevolgen van dien.

De minister wees er op dat er geen maatregelen genomen worden die de positie van de Indonesische regering in internationaal verband destabiliseren. De Indonesische regering moet de ruimte krijgen om zelf tot activiteiten over te gaan. Uiteraard zal de Kamer nauwkeurig op de hoogte worden gehouden over de ontwikkelingen in Indonesië en in het bijzonder op de Molukken.

De minister meende dat uit het feit dat de civiele noodtoestand is uitgeroepen, mag worden afgeleid dat de argumenten tegen het afkondigen van de militaire noodtoestand bij de Indonesische regering wel degelijk bekend zijn.

De visie van de Amerikaanse regering op de onderhavige kwestie verschilt niet van die van de Nederlandse. In het gesprek met de Amerikaanse ambtsgenoot zijn echter niet alleen de Molukken aan de orde geweest maar is ook over de totale situatie in Indonesië van gedachten gewisseld.

Er is inderdaad sprake van destructieve krachten, aangezien niet anders geconcludeerd kan worden dan dat de geloofsgemeenschappen niet puur handelen uit overtuiging. Het is nu aan de Indonesische regering om daar concreet op te reageren, ter voorkoming van chaotisering op de archipel en destabilisatie in Azië.

De voorzitter van de commissie,

De Boer

De griffier van de commissie,

Hommes


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Valk (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA), ondervoorzitter, M.B. Vos (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Dijksma (PvdA), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Timmermans (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Remak (VVD), Van der Knaap (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Wilders (VVD)

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Zijlstra (PvdA), Belinfante (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Eurlings (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Van Bommel (SP), Cherribi (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Gortzak (PvdA), De Haan (CDA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Feenstra (PvdA), Leers (CDA), Patijn (VVD), Van den Akker (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duivesteijn (PvdA), Balemans (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie