Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over inkomensafhankelijke regelingen

Datum nieuwsfeit: 30-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over verlies van toeslagen door inkomensafhankelijke regeling en

Gemaakt: 5-9-2000 tijd: 16:

2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 augustus 2000

Hierbij doe ik u mede namens de Staatssecretaris van Financiën het antwoord toekomen op vragen die het Kamerlid Smits (PvdA) heeft gesteld over verlies van toeslagen door inkomensafhankelijke regelingen. Deze vragen heeft u mij toegezonden bij brief van

2 augustus 2000 (kenmerk 2990014230).

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(W.A. Vermeend)

Vragen van het lid Smits (PvdA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën over verlies van toeslagen door inkomensafhankelijke regelingen (ingezonden 1 augustus 2000, no. 2990014230).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van het gegeven dat arbeidsongeschikten die volledige verzorging nodig hebben en daarom een toeslag krijgen bovenop hun uitkering op grond van artikel 22 WAO, artikel 10 Waz of artikel 9 Wajong, deze toeslag in rook zien opgaan door het verlies aan huursubsidie of andere inkomensafhankelijke regelingen? Een rekenvoorbeeld is in een bijlage bijgevoegd ter onderhandse kennisneming door de Kamerleden

Antwoord 1

Op basis van de artikelen 22 WAO, 10 Waz en 9 Wajong vindt verhoging van de uitkering plaats tot ten hoogste het dagloon of vervolgdagloon respectievelijk de grondslag indien de betrokkene in een voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, die oppassing en verzorging nodig maakt. Deze verhoging geldt voor degene met een arbeids-ongeschiktheidsuitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.

Als het gaat om huursubsidie kunnen deze personen bij een aanvraag om huursubsidie een beroep doen op de hardheidsclausule in artikel 26 van de Huursubsidiewet. Meer hierover in het antwoord op vraag 4.

Als het gaat om verlening van bijzondere bijstand - een taak van de gemeente, waarbij zij een grote mate van beleidsvrijheid heeft - dient geheel of gedeeltelijk rekening te worden gehouden met de draagkracht van de belanghebbende. De verhoging op grond van de artikelen 22 WAO, 10 Waz en 9 Wajong blijft bij de vaststelling van de draagkracht voor bijzondere bijstand in beginsel buiten beschouwing. De verhoging kan wel in aanmerking worden genomen als beroep op de bijzondere bijstand wordt gedaan voor dezelfde soort kosten die samenhangen met de toestand van hulpbehoevendheid. In dat geval wordt de verlening van bijzondere bijstand afgestemd op de feitelijke kosten en het feitelijke inkomen.

Bij de toepassing van de Toeslagenwet wordt 81% van de verhoging van een WAO- Waz- of Wajong-uitkering niet verrekend met de toeslag. Dit op grond van artikel 7, tweede lid, onder-deel c van het inkomensbesluit Toeslagenwet.

Vraag 2

Kunt u zich voorstellen dat gehandicapten, die blijkens onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in meerderheid tot de armen van Nederland mogen worden gerekend, zulk vestzak-broekzak-afpakbeleid niet begrijpen?

Antwoord 2

Gegeven het antwoord op vraag 1 is van een dergelijk beleid geen sprake.

Vraag 3

Bent u op de hoogte van het gegeven dat uitkeringen op grond van de TOG en de forfaitaire vergoeding van een persoonsgebonden budget, buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van het belastbaar inkomen?

2

Antwoord 3

Op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende meervoudig en ernstig lichamelijk gehandicapte kinderen (TOG) worden per kwartaal achteraf uitkeringen verstrekt aan ouders die hun meervoudig gehandicapte, dan wel chronisch zieke kind thuis verzorgen. Dit vanwege de hogere algemene kosten van levensonderhoud die de verzorging van deze kinderen meebrengt.

Deze uitkeringen worden overeenkomstig - vrijgestelde - kinderbijslaguitkeringen behandeld en behoren derhalve niet tot het belastbaar inkomen.

Onder de voorwaarde dat de belanghebbende niet verzoekt om aftrek wegens buitengewone lasten voor de kosten waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt, is goedgekeurd Besluit van de staatssecretaris van Financiën, 8 juli 1996, nr. DB96/2337M, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van

18 januari 2000, nr. DB 2000/126, V-N 2000/7.21 dat het budget voor de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen buiten aanmerking blijft.

Vraag 4

Kunt u het in vraag 1 gesignaleerde probleem bij hulpbehoevende arbeidsongeschikten oplossen door de toeslag (op grond van artikel 22 WAO, artikel 10 Waz of artikel 9 Wajong) voortaan buiten beschouwing te laten bij het bepalen van het belastbaar inkomen ofwel in voorkomende inkomensafhankelijke regelingen te bepalen dat deze meergenoemde toeslag buiten beschouwing blijft naar het voorbeeld van de WUV en WUBO, waarin meergenoemde toeslag nu al niet meetelt, en naar het voorbeeld van artikel 43 WVG, waarin is bepaald dat ontvangsten van huursubsidie niet mogen worden meegeteld door gemeenten bij het bepalen van het recht op WVG?

Antwoord 4

Zowel de uitkeringen als de verhogingen waaraan wordt gerefereerd, zijn aan te merken als een periodieke uitkering als genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (in verbinding met de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 30a, eerste lid, onderdeel b) en behoren dientengevolge tot het belastbaar inkomen van de belang-hebbende. Het is dus juist dat de premie bij het inkomen moet worden geteld.

Voor het vaststellen of en in welke mate men in aanmerking komt voor huursubsidie wordt onder meer gekeken naar het inkomen en vermogen van belanghebbende (en medebewoners).

Dit omdat het belastbaar inkomen als een redelijke maatstaf wordt gezien voor het bepalen van de draagkracht van de aanvrager van huursubsidie.

Bij de berekening van de huursubsidiebijdrage kunnen zich echter situaties voordoen dat strikte toepassing van de wettelijke bepalingen leidt tot een bijzondere hardheid.

Middels de hardheidsclausule in de Huursubsidiewet (artikel 26) kan de minister in dergelijke bijzonder schrijnende gevallen afwijken van een aantal bepalingen in de wet. Zo wordt de mogelijkheid geboden om bij de bepaling van het rekeninkomen bepaalde inkomsten buiten

3

beschouwing te laten. Het betreft hier onder meer de verhogingen op grond van de

artikelen 22 WAO, 10 Waz en 9 Wajong. Als hiervan sprake is, wordt die verhoging buiten beschouwing gelaten tot ten hoogste 12,2% van het onzuivere inkomen met een maximum van f 3.076,= (dit is het thans geldende minimum drempelbedrag voor aftrek van buiten-gewone lasten in de inkomstenbelasting voor niet duurzaam gescheiden levende echtgenoten en ongehuwd samenwonenden).

Een beroep op de hardheidsclausule moet gedaan worden binnen 6 maanden na het einde van het subsidiejaar waarop de aanvraag tot toekenning van huursubsidie betrekking heeft.

Nu in de door u gesignaleerde gevallen voor de huursubsidieaanvragers een mogelijkheid openstaat om gebruik te maken van de hardheidsclausule in de Huursubsidiewet doet zich naar ons weten voor onderhavige groepen het door u geschetste probleem niet voor. In verband hiermee alsmede gelet op het antwoord op vraag 1 zien wij geen aanleiding voor nadere regelgeving.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie