Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief met rapportage derde peiling arbodienstenpanel

Datum nieuwsfeit: 31-08-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief SZW rapportage derde peiling arbodienstenpanel

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 31 augustus 2000
./. Hierbij bied ik u het rapport 'Het arbodienstenpanel, rapportage derde peiling' aan. Doel van het arbodienstenpanel is te kunnen volgen hoe het beleid met betrekking tot de reïntegratie van (gedeeltelijk) arbeidsgehandicapte werknemers bij arbodiensten in de praktijk uitpakt. De rapportages over de eerste en tweede peiling van het panel heb ik u voorgaande jaren toegezonden (ARBO/ATB/98 01969 en ARBO/ATB/99 38348). Het onderzoek is, net als voorgaande keren, uitgevoerd in samenwerking met de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA), de koepels van arbodiensten en de grote landelijke arbodiensten.

Bij de derde peiling van het arbodienstenpanel, die plaatsvond tussen september 1999 en januari 2000, zijn 79 arbodiensten ondervraagd. Deze 79 diensten vormen een goede afspiegeling van alle arbodiensten in Nederland. In de derde peiling van het panel hebben vooral de ervaringen van arbodiensten met één jaar Wet (Re)integratie Arbeids-gehandicapten (REA) en de samenwerking tussen arbodiensten en uitvoeringsinstellingen (uvi's) centraal gestaan. Daarnaast zijn onderzocht: · de verwachtingen van arbodiensten over de Arboconvenanten nieuwe stijl; · in hoeverre arbodiensten gebruik maken van scholingen en trainingen; · in hoeverre de diensten te maken hebben met eisen van schade- en zorgverzekeraars; · de invloed van de met werkgevers afgesloten contracten op de ondernomen activiteiten ten behoeve van reïntegratie; · in welke mate arbodiensten al eens gebruik hebben gemaakt van de diensten van een zogenaamd reïntegratiebedrijf. De belangrijkste conclusies van het onderzoek komen hieronder aan de orde. De ervaringen met de Wet REA
Ruim één jaar na de invoering van de Wet REA heeft ongeveer twee derde van de arbo-diensten ervaring opgedaan met een herplaatsingsbudget en met een artikel 15 voorziening (een voorziening die een werknemer in staat stelt zijn eigen werk voort te zetten). Ruim vier op de tien diensten (44%) heeft daarnaast ervaring opgedaan met een plaatsingsbudget. Met een pakket-op-maat heeft 29% te maken gehad. In totaal is in de looptijd van het onderzoek door werkgevers ca. 3500 keer een beroep gedaan op de arbodienst om een REA-instrument in te zetten.

De ervaringen met de aanvraagprocedure voor REA-budgetten variëren van uitsluitend gunstig tot uitsluitend ongunstig. Hierbij valt het relatief groot aantal diensten op (53%) dat tot nu toe uitsluitend ongunstige ervaringen heeft met de aanvraagprocedure voor een herplaatsingsbudget. Als belangrijkste kritiekpunten noemden arbodiensten de onduidelijk-heid over de toekenningsvoorwaarden bij de uvi en de lange tijd voordat het budget beschikbaar werd gesteld. Overigens valt op dat de eerste ervaringen met het pakket-op-maat aanmerkelijk positiever zijn.

Volgens de ondervraagde diensten zijn de toegekende REA-budgetten in de meeste gevallen van belang geweest voor de betrokken reïntegraties: een deel van de herplaatsingen zou zonder de toegekende budgetten niet zijn doorgegaan. Ook trainingen om een werknemer voor zijn eigen functie te behouden zouden zonder REA-budget zijn 'gesneuveld'.

De bedrijfsartsen bij arbodiensten hebben in de praktijk vaak te maken met situaties waarin zij als deskundigen een advies uitbrengen aan de uvi om vast te stellen dat een werknemer arbeidsgehandicapt is. Ten tijde van deze derde peiling had ruim tweederde van de diensten bij een uvi een verzoek ingediend voor het afgeven van de verklaring 'arbeidsgehandicapt' (in totaal 1.226 keer). De ervaring van de meeste arbodiensten is dat hun advies in deze meestal tot altijd door de uvi is overgenomen. Overigens geven drie op de tien arbodiensten aan de aanwijzingen in het Arbeidsgehandicaptenbesluit onduidelijk te vinden over wanneer een werknemer als arbeidsgehandicapt kan worden beschouwd.

Van de arbodiensten heeft 30% al eens meegemaakt dat een werknemer bezwaar maakte tegen hun voornemen om de betrokkene 'arbeidsgehandicapt' te laten verklaren. Volgens de diensten verwachtten de betrokken werknemers dat een arbeidsgehandicaptenverklaring nadelige gevolgen voor hun verdere loopbaan zal hebben.

De arbodiensten verwachten in de toekomst de REA-mogelijkheden, en met name de artikel 15 subsidie, vaker te zullen benutten. Samenwerking met de uvi's
Ruim de helft van de arbodiensten vindt hun samenwerking met de uvi's over het geheel genomen goed. Ruim een kwart vindt de samenwerking minder goed; sommigen stellen de samenwerking op dit moment zelfs uitgesproken slecht te vinden. De arbodiensten die periodiek overleg voeren met één of meer uvi's over de reïntegratiedossiers, vinden hun samenwerking aanmerkelijk vaker goed dan de diensten die dat niet doen. Vrijwel alle interne diensten (87%) hebben periodiek overleg met de uvi's over reïntegratiedossiers, van de externe diensten is dat iets meer dan de helft (57%).

De verwachtingen van de Arboconvenanten nieuwe stijl Het merendeel van de arbodiensten had ten tijde van de derde peiling wel van arbo-convenanten gehoord, maar had nog geen beeld van wat die convenanten voor hen kunnen gaan betekenen. Dit laat overigens onverlet dat de meeste arbodiensten wel een actieve rol bij de invoering van deze convenanten denken te kunnen gaan spelen. Met name bij het geven van voorlichting over afgesproken plannen zien de diensten een actieve rol voor zichzelf weggelegd.

Het gebruik van scholingen en trainingen in reïntegratietrajecten Arbodiensten maken voor een reïntegratietraject vaker gebruik van een training om de fysieke of mentale belastbaarheid te bevorderen dan van scholingsmogelijkheden. Een training wordt vooral ingezet om werknemers te behouden voor de eigen functie. Scholing dient meestal om om te scholen naar een andere functie. Uit het onderzoek komt naar voren dat bij arbodiensten de behoefte bestaat aan een overzicht van de diverse scholingen en trainingen. In een dergelijk overzicht zouden naast duur, kosten, inhoud en organisatie ook behaalde resultaten van de betreffende scholing of training moeten worden opgenomen.

Eisen van schade- en zorgverzekeraars aan de reïntegratie-activiteiten Ongeveer een kwart van de ondervraagde arbodiensten heeft bij een reïntegratie-traject te maken gehad met eisen van de schadeverzekeraar van de werkgever. Het ging daarbij meestal om eisen die door een verzekeraar werden gesteld aan de inhoud van het arbozorgcontract dat de arbodienst met de werkgever had afgesloten. De situatie dat de zorgverzekeraar van de werknemer bepaalde voorwaarden stelt aan de reïntegratie-activiteiten, blijkt zich in de praktijk zelden te hebben voorgedaan.

Invloed van de contracten
Een vijfde van de arbodiensten (overwegend externe diensten) moet door krappe, minimale contracten met de werkgever regelmatig van reïntegratie-activiteiten afzien, omdat financieringsmogelijkheden ontbreken. De externe diensten met wat ruimere contracten overkomt dit 'wel eens een keer'. Voor interne diensten spelen deze problemen niet op nauwelijks.

Eerste ervaringen met de diensten van reïntegratiebedrijven Ten tijde van de derde peiling van het arbodienstenpanel gaf ruim eenderde van de diensten aan dat zij voor hun reïntegratie-activiteiten een beroep hadden gedaan op een zogenoemd reïntegratiebedrijf. Deze bedrijven vormen een vrij nieuw fenomeen in een snel groeiende markt en zij verlenen zeer uiteenlopende diensten. Het initiatief om hiervoor van een reïntegratiebedrijf gebruik te maken is volgens de diensten meestal van hen uitgegaan. De betrokken werkgevers blijken de activiteit meestal zelf te hebben gefinancierd (61%, tegenover 12% door een verzekeraar en 8% door een uvi).

Tot nu toe blijken de arbodiensten vooral een beroep op reïntegratiebedrijven te doen voor het verzorgen van een training om de fysieke of mentale conditie van een werknemer te bevorderen, om te proberen de wachttijd voor specialistische hulp te bekorten, of voor de begeleiding bij de plaatsing van een arbeidsgehandicapte. De eerste ervaringen met deze reïntegratiebedrijven vindt het merendeel van de betrokken diensten gunstig. Degenen die er minder over te spreken zijn, wijzen er op dat het uiteindelijk toch weer een extra tussen-schakel betekende of vonden het eindresultaat tegenvallen.

Slotopmerkingen
Uit het onderzoek komt naar voren dat in toenemende mate ervaring wordt opgedaan met de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten en dat de versterking van budgetten en overige voorzieningen heeft bijgedragen aan reïntegratie. Dit komt overeen met het beeld dat werkgevers ruim een jaar na inwerkingtreding van de wet geleidelijk de weg beter weten te vinden naar de mogelijkheden die de Wet REA biedt. In de Voortgangsnota Arbeids-ongeschiktheidsregelingen (22 187, nr. 104) worden voorstellen gedaan om reïntegratie verder te bevorderen.

In het onderzoek wordt onder meer de duur van de aanvraagprocedure als een probleem gezien. In het kader van het wetsvoorstel Beslistermijnen, dat op 1 januari volgend jaar in werking treedt, zal worden geregeld dat het herplaatsingsbudget en het plaatsingsbudget vanaf volgend jaar eerder ter beschikking worden gesteld. Met het Lisv vindt overleg plaats over extra maatregelen om de feitelijke afhandelingsduur tussen toekenning van een voor-ziening en daadwerkelijke uitbetaling terug te brengen.

Uit het onderzoek blijkt dat zich een markt ontwikkelt voor reïntegratiebedrijven en dat er contacten ontstaan tussen arbodiensten en de reïntegratiebedrijven. Dit sluit aan bij de ontwikkelingen zoals beoogd met de Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI). Verder blijkt er bij arbodiensten behoefte te bestaan aan meer overzicht over scholingen en trainingen. De Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) en de door haar ontwikkelde Stichting Expertisecentrum Reïntegratie (STECR) zullen naar verwachting in toenemende mate in die behoefte kunnen voorzien.

De resultaten van de derde peiling van het arbodienstenpanel worden verwerkt in de integrale rapportage over de evaluatie van de Wet REA. Er is op dit moment nog geen zodanig beeld te geven dat aan deze peiling al beleidsconclusies verbonden kunnen worden. De voorbereiding voor de vierde peiling zal na de zomer van 2000 worden gestart.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

(J.F. Hoogervorst)
Bijlage is niet elektronisch beschikbaar

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie