Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over jeugdcriminaliteit

Datum nieuwsfeit: 01-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief inzake jeugdcriminaliteit

Gemaakt: 11-9-2000 tijd: 13:50

2

27127 Financiele verantwoordingen over het jaar 1999

nr. 96 Brief van de minister van Justitie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 1 september 2000

Tijdens het AO over de financiële verantwoording 1999 stelde het kamerlid Kalsbeek mij een viertal vragen over de jeugdcriminaliteit.

Hoe groot is het probleem?

Wat zijn de oorzaken daarvan?

Hoe snel en effectief is het sanctioneren?

Welke methodieken worden gehanteerd?

Ik zal achtereenvolgens ingaan op de vier bovenstaande vragen.

Hoe groot is het probleem?

De omvang van de jeugdcriminaliteit kan niet alleen worden afgelezen aan de jaarlijks gepubliceerde cijfers. Zij vormt een weerspiegeling van een algemeen maatschappelijke ontwikkeling die zich manifesteert in toenemend geweld op straat, in huiselijk geweld en in de neiging tot agressief gedrag, zoals zichtbaar in het verkeer en in en rond de sport.

Er zijn verschillende methoden om de omvang van de jeugdcriminaliteit te benaderen. Geen van de benaderingen leidt op zichzelf echter tot een beeld dat geheel overeenkomt met het werkelijk gedrag van jongeren. Zo zegt de omvang van de door de politie geregistreerde criminaliteit iets over de werkelijke omvang, maar ook iets over de mate waarin delicten bij de politie bekend worden. `Self-report' studies, zoals de driejaarlijkse enquête van het CBS, geven op zich een completer beeld, met name van de `kleine' criminaliteit en van de slachtofferloze delicten. Deze studies zijn vooral van belang voor het in kaart brengen van trends, maar zeggen minder over het absolute aantal delicten.

Met alle beperkingen is de meest gehanteerde maat het aantal jongeren dat als verdachte met de politie in aanraking komt.

De laatst hierover bekende gegevens zijn:
Minderjarige Verdachten

Jaar

Aantal

% van het totaal aantal verdachten

Jongens

Meisjes

Vermogens delicten

Geweldsdelicten

1996

50.962

20,0

44.155

6.807

28.028

7.927

1997

47.263

17,5

40.768

6.495

25.574

8.250

1998

46.372

17,4

40.450

5.922

25.520

8.136

(bron: CBS, bewerking WODC) Uit deze cijfers blijkt dat het aantal minderjarige verdachten met bijna 4.300 personen (9 %) is gedaald in de jaren 1996 - 1998. Dit komt vooral door afname van het aantal vermogensdelicten (waaronder inbraak). De omvang van het aantal verdachten van geweldsdelicten is echter nog steeds hoog en neemt niet af. Het aandeel van meisjes in de criminaliteit is min of meer stabiel rond 13 %.

In het kader van het programma `Verbetering Bestuurlijke Informatievoorziening Jeugd', is in de eerste helft van 2000 een inventarisatie gemaakt van de gegevensbronnen met betrekking tot (jeugd)criminaliteit. Er zijn meer dan veertig bronnen onderscheiden die elk op zich informatie geven over de aard en de omvang van de jeugdcriminaliteit. Door informatie uit verschillende bronnen naast elkaar te leggen, te waarderen en te combineren zal een completer beeld worden gegeven van de aard en de omvang van de jeugdcriminaliteit. De beschrijving van de bronnen zal door het WODC worden onderhouden en ter beschikking gesteld aan geïnteresseerden. Wat zijn de oorzaken van crimineel gedrag van minderjarigen?

Het achterhalen van de oorzaken van normoverschrijdend gedrag van jongeren is al jaren lang het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek in binnen- en buitenland. Het is niet mogelijk om oorzaken te identificeren die volledig verantwoordelijk zijn voor het crimineel gedrag: het gaat meer om een combinatie van factoren, die de kans vergroten dat een jongere over de schreef gaat.

Reeds lange tijd zijn sociale wetenschappers op zoek naar de oorzaken van crimineel gedrag. Werkloosheid is veel genoemd als oorzaak, alsmede armoede, ongeschoold zijn of een gebrekkige zelfcontrole, om er enkele te noemen. De laatste jaren heeft de discussie over oorzaken langzaam maar zeker plaats gemaakt voor een discussie over risicofactoren. Men is namelijk steeds meer tot het besef gekomen dat er niet één enkele oorzaak is aan te wijzen, maar dat het altijd gaat om een opeenstapeling van en een interactie tussen tal van verschillende factoren, die gezamenlijk kunnen leiden tot uiteenlopende vormen van criminaliteit. Veel van het hedendaagse onderzoek richt zich op die risicofactoren. Als tegenhanger worden beschermende factoren onderscheiden die juist beschermen tegen het ontstaan van crimineel gedrag. In het verleden was het beleid vooral gericht op de sociale omgeving en de sociale controle als beleidsinstrument; nu is er meer aandacht voor de dader en de risicofactoren die aanwezig zijn.

Door het WODC is recent onderzoek gedaan naar de verschillende oorzaken van crimineel gedrag bij minderjarigen (`Moeilijke Jeugd', WODC 2000). Er werd geconcludeerd dat de aard van de risicofactoren belangrijk was. Verder bleek dat jongens zich vaker schuldig maken aan ernstiger gedrag dan meisjes, terwijl ernstiger delinquenten gemiddeld ouder zijn dan de minder ernstige delinquenten. De leeftijd waarop het eerste delict wordt gepleegd is een goede voorspeller van de ernst van later crimineel gedrag. De jonge starters hadden al vroeg in hun leven te maken met risicofactoren op het gebied van `school' en `achtergrond van ouders', maar ook met factoren als `antisociaal en afwijkend gedrag', `opvoeding' en `vrienden'. Tenslotte wijzen de resultaten van het onderzoek uit dat slechte gezinsomstandigheden niet direct leiden tot crimineel gedrag, maar wel als een katalysator kunnen werken door andere risicofactoren op te roepen.

Hoe snel en effectief is het sanctioneren?

De doorlooptijden van strafzaken minderjarigen variëren sterk en zijn afhankelijk van de verschillende trajecten en van de praktijk binnen de behandelende parketten. Het feit dat diverse keteninstanties die bij de afdoening betrokken zijn: Politie, Halt, OM, Raad, Rechtbank, Dienst Justitiële Inrichtingen, ieder hun eigen administratieve systeem hanteren met verschil in registratie naar geval of persoon en met verschillende ijkmomenten, belemmert het zicht op de verwerkingsduur van individuele zaken en op het totaal. Ondanks de inspanningen van het OM is het vooralsnog slechts in een klein aantal arrondissementen gelukt om de beleidsdoelstelling te realiseren dat driekwart van de gevallen die het parket bereiken binnen 6 maanden door het OM zijn afgedaan, dan wel voorgelegd aan de rechter. De specifieke aandacht die aan jeugdzaken wordt gegeven is hierbij van doorslaggevende invloed. Over de verdere doorlooptijd door rechtbank en tenuitvoerlegging is nog te weinig bekend. Het is duidelijk dat deze situatie verbetering behoeft. Ik zal dan ook op zeer korte termijn de verantwoordelijken van de diverse ketenpartners uitnodigen in gezamenlijk overleg aan te geven welke verbeteringen mogelijk zijn, zowel wat betreft de informatievoorziening als de organisatie van het afdoeningproces. Serieus zal moeten worden bezien hoe de `best-practices' die kennelijk in een aantal arrondissementen wel succes hebben, ook in andere arrondissementen toegepast kunnen worden. Het gaat daarbij om verbeteringen voor ieder van de ketenpartners op zich en met name ook in onderlinge samenhang. Wat betreft dit laatste is de regierol van het OM van groot belang. Op basis van een gezamenlijk `commitment' zullen de aanbevelingen projectmatig worden uitgewerkt en geïmplementeerd.

Een voorbeeld van snel en vroegtijdig ingrijpen is de HALT-afdoening.

In 1998 zijn 21.749 zaken door Halt zijn afgedaan. Dit betreft 47 % van het aantal minderjarige verdachten dat door de politie is geregistreerd. De afdoening is relatief snel, de gemiddelde doorlooptijd ligt rond de 85 dagen, vanaf datum eerste verhoor tot en met de laatste dag van de opgelegde straf. Hierbij moet uiteraard bedacht worden dat Halt alleen toepasbaar is bij relatief lichte vergrijpen van `first offenders'. Zwaardere delicten worden door de politie aan het OM voorgelegd en gemeld aan de Raad voor de Kinderbescherming. Een deel daarvan wordt door het OM afgedaan met een boete, sepot of taakstraf. De overige ernstige zaken worden aan de rechter voorgelegd.

Welke methodieken worden gehanteerd?

De hierboven beschreven onderzoeksresultaten bevestigen het belang van vroegtijdige preventie en interventie. Het inzetten van preventie- en interventieprogramma's is effectiever naarmate deze in samenhang worden opgezet, met een duidelijke strategie en zo vroeg mogelijk.

Ik wijs daarbij tevens op de komende veranderingen in de organisatie van de jeugdzorg, waar het Ministerie van Justitie en het Ministerie van VWS gezamenlijk betrokken zijn, waarin door het aanbrengen van meer samenhang en samenwerking in het aanbod de effectiviteit zal worden vergroot.

Opvoedingsondersteuning, ouders meer betrekken bij en aanspreken op het delictgedrag van kinderen, de `STOP-reactie' voor 12-minners, de aanpak via `Communities that Care' zijn initiatieven die allemaal gekenmerkt worden door samenhang en samenwerking. Ook de aanpak in het kader van `Individuele Traject Begeleiding' van de `harde kern'-jongeren en van etnische jongeren sluit aan bij deze uitgangspunten.

Tenslotte wil ik u wijzen op de projecten in het kader van Justitie in de Buurt, waarbij naar voren komt dat een snellere reactie, door in een vroegtijdig stadium met de lokale ketenpartners samen te werken, mogelijk is.

De samenwerking met andere betrokken departementen (BZK, VWS, Onderwijs, SoZaWe) en met de gemeenten is een belangrijk element in de aanpak van de jeugdcriminaliteit.

De uitgangspunten van het programma Van Montfrans (vroegtijdig, snel en consequent) blijven actueel. Dit is dan ook de reden waarom het programma Van Montfrans in deze kabinetsperiode wordt voortgezet.

De Minister van Justitie,

A.H. Korthals

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie