Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Uitspraak Raad van State aanwijzingsbesluit Schiphol

Datum nieuwsfeit: 06-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VWS uitspraak raad van state inzake aanwijzingsb esluit schiphol

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

6 september 2000

In uw bovengenoemde brief van 16 augustus 2000 stelt u een aantal vragen naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het aanwijzingsbesluit Schiphol. In deze brief wordt op de diverse vragen ingegaan, waarbij de antwoorden worden geplaatst tegen de achtergrond van de diverse lopende procedures.

In juni 2000 heeft in uw commissie de behandeling plaatsgevonden van de nota Toekomst van de Nationale Luchthaven (TNL). Deze nota betreft onder meer het gebruik van de luchthaven Schiphol met een vijfde baan in de periode na 2003 met inachtneming van een nieuw stelsel van milieu- en veiligheidsnormen. Basis voor het nieuwe stelsel vormt een wijziging van de Wet Luchtvaart (Schipholwet) waarvan de Kamerbehandeling naar verwachting in 2001 zal plaatsvinden.

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2000 heeft betrekking op het aanwijzingsbesluit Schiphol van 1996. Deze aanwijzing bevat een onderdeel voor het vierbanenstelsel (gebruik tot 2003) en een onderdeel voor het vijfbanenstelsel (begrenzing luchtvaartterrein met een vijfde baan en gebruik na 2003). Het onderdeel betreffende het gebruik van het vijfbanenstelsel zal in het kader van het hiervoor bedoelde nieuwe stelsel te zijner tijd komen te vervallen. Het onderdeel betreffende het vierbanenstelsel is op 7 juni 2000 gewijzigd (aanwijzing S4S2). In het navolgende ga ik in op de uitspraak van de Raad van State betreffende de beslissing op bezwaar van 15 juni 1999 inzake de aanwijzing van 1996. In haar uitspraak heeft de afdeling de beslissing op bezwaar vernietigd met uitzondering van de begrenzing van het luchtvaartterrein. De afdeling stelt nadrukkelijk dat de omvang van het luchtvaartterrein daarmee onherroepelijk is geworden. De afdeling geeft daarmee in feite nogmaals aan geen bezwaar te hebben tegen de vijfde baan. Eerder was dat al gebeurd in het kader van de beroepen tegen de PKB Schiphol. Met de aanvaarding van het luchtvaartterrein in het kader van de aanwijzing is een basis verkregen voor de afwikkeling van de onteigening. Naast de beroepen tegen de begrenzing van het luchtvaartterrein zijn ook de beroepen betreffende baangebruik, kleine luchtvaart, berekening LAeq-zone en tolerantiegebieden aanvliegroutes via deze uitspraak van de Raad van State ongegrond verklaard. Na de uitspraak van de afdeling resteert thans nog een beperkt aantal problemen, met name vanwege strijd met de PKB Schiphol, zoals deze parlementair is goedgekeurd in 1995. Het gaat in dit verband om de regeling van lokale luchtverontreiniging, geur en externe veiligheid voor de periode na 2003 (volgens het op dit moment geldende regime, waarvoor na 2003 het regime van de nieuwe wet gaat gelden). Voor wat betreft lokale luchtverontreiniging wijs ik er in dit verband nog op dat de desbetreffende cijfers, die destijds in de PKB zijn opgenomen, later onjuist bleken te zijn. Over de juiste cijfers is de Kamer bij brief van 11 juli 1997 geïnformeerd. In haar uitspraak heeft de afdeling tenslotte ook de beslissing op bezwaar betreffende het (aparte) besluit inzake verlenging van het nachtregime van 06.00 tot 07.00 uur vernietigd wegens strijd met de PKB Schiphol en het desbetreffende besluit herroepen. Voor de goede orde wijs ik erop dat de aanwijzing van 1996 zelf - inclusief de wijziging van 7 juni 2000 voor het vierbanenstelsel (S4S2) - onverminderd van kracht is. In de uitspraak is - zoals hiervoor aangegeven - alleen de beslissing op bezwaar vernietigd.

Naar aanleiding van uw vraag naar de consequenties van de uitspraak voor de aanleg van de vijfde baan merk ik op dat de uitspraak geen eenduidig antwoord geeft op de vraag hoe met de onteigening moet worden omgegaan. Met het onherroepelijk verklaren van de omvang van het luchtvaartterrein lijkt de weg naar afwikkeling van de onteigening open te liggen. Uiteraard ligt de beslissing hierover bij de onteigeningsrechter. Het initiatief voor de onteigening ligt overigens bij de Luchthaven Schiphol.

Naar aanleiding van uw vragen betreffende de milieuvergunning voor het vijfbanenstelsel wijs ik erop dat voor het gebruik van de vijfde baan vanaf 2003 - zoals hiervoor aangegeven - een nieuw stelsel in voorbereiding is. Het nieuwe stelsel, dat zijn basis zal hebben in het wetsvoorstel dat nu voor advies bij de Raad van State ligt, moet stand kunnen houden in het licht van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. In het nieuwe stelsel zal verzekerd moeten zijn dat de uitvoeringsbesluiten in overeenstemming zijn met de beslissingen van wezenlijk belang uit de PKB. De PKB zal daartoe op enkele punten aangepast moeten worden. Deze aanpassingen zijn in het wetsvoorstel opgenomen. De Afdeling heeft enkele materiële bezwaren gegrond verklaard. In de voorgenomen opzet wordt het nieuwe stelsel niet getroffen door die bezwaren. Zo eist de Afdeling dat er emissieplafonds vastgesteld worden ten aanzien van de lokale luchtverontreiniging die niet gelden voor verschillende sectoren tezamen (zoals in de PKB), maar die uitsluitend gelden voor het luchthavenluchtverkeer. Het nieuwe stelsel kent dergelijke emissieplafonds. De Afdeling oordeelde ook dat ten onrechte een verouderd rekenmodel was gehanteerd voor de berekening van het individueel risico. Het nieuwe stelsel hanteert een nieuw rekenmodel.

Gelet op het nieuwe stelsel dat in voorbereiding is, is het niet de bedoeling de vijfde baan te gebruiken overeenkomstig de in de aanwijzing van 1996 opgenomen voorschriften voor het vijfbanenstelsel. Er zal naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State wel een nieuwe beslissing op bezwaar worden voorbereid. Er zullen derhalve verschillende procedures naast elkaar worden doorlopen die betrekking hebben op de periode na 2003.

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft geen gevolgen voor de mainportpositie en de groeimogelijkheden van Schiphol. Zoals hiervoor reeds aangegeven is het besluit van 7 juni 2000 betreffende groei tot 460.000 vliegtuigbewegingen in de periode tot 2003 onverminderd van kracht. Overigens zal op 15 september a.s. door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een aantal verzoeken om voorlopige voorziening in verband met het besluit van 7 juni worden behandeld.

Hoogachtend,
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie