Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Economische Zaken over etnisch ondernemerschap

Datum nieuwsfeit: 07-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief EZ inzake etnisch ondernemerschap

Gemaakt: 12-9-2000 tijd: 11:58

2

26815 Rapportage Integratiebeleid Etnische Minderheden 1999

Nr. 6 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 september 2000

Hierbij vraag ik uw aandacht voor een aantal zaken die samenhangen met etnisch ondernemerschap, in verband met enkele toezeggingen die ik heb gedaan o.a. tijdens het algemeen overleg inzake etnisch ondernemerschap van 17 juni 1999 (26210, nr. 20).

MOTOR-project

Tijdens het algemeen overleg is u toegezegd dat u zult worden geïnformeerd over de evaluatie van het MOTOR-project. Daarover kan ik u het volgende melden.

De doelstelling van het project was het verbeteren van het ondernemerschap onder allochtonen. Het accent lag daarbij op stimulering van samenwerking tussen organisaties en het bevorderen van deskundigheid van adviesorganisaties. De bedoeling was dat zoveel mogelijk zou worden aangehaakt bij bestaande instanties en initiatieven en dat na afloop van het project de resultaten bruikbaar zouden zijn op lokaal niveau in heel Nederland.

Concreet werden activiteiten ontwikkeld om de bestaande voorzieningenstructuur te verbeteren en op elkaar af te stemmen, om instrumenten en producten te ontwikkelen om etnische ondernemers beter te bereiken, om bestaande cursussen beter af te stemmen op de specifieke behoefte van de etnische starter en om te komen tot modellen voor de opzet en werkwijze van een goede lokale voorzieningenstructuur. De activiteiten concentreerden zich in drie pilotregio's, met de bedoeling om de resultaten later te kunnen overdragen aan andere regio's.

Inmiddels hebben op 7 oktober 1999 een landelijke werkconferentie en op 17 februari 2000 een afsluitende MOTOR-conferentie plaatsgevonden. Beide gelegenheden werden bezocht door een brede vertegenwoordiging uit het veld, waaronder veel vertegenwoordigers uit de grote steden. De aanwezigen hebben kennis kunnen maken met de MOTOR-producten, zoals de gids `Organisaties, projecten en initiatieven op het gebied van allochtoon ondernemerschap in Nederland', de map `Ondernemer worden in Nederland' en de cursus `Interculturele communicatie'. Er bleek veel belangstelling te bestaan voor deze producten en ze zijn dan ook inmiddels ruim verspreid.

Op basis van deze conferenties alsmede van het interne evaluatierapport van de MOTOR-organisatie kan worden geconcludeerd dat aan de doelstelling van het MOTOR-project is voldaan. De activiteiten hebben geresulteerd in een aantal zeer bruikbare producten, en de fakkel kan nu worden overgenomen door de geëigende instanties op lokaal niveau.

Zo kunnen de resultaten worden gebruikt bij de opbouw van het kenniscentrum Grote Steden Beleid (GSB). Tijdens het algemeen overleg heb ik toegezegd dat ik het etnisch ondernemerschap zal betrekken bij de algemene discussie over het kenniscentrum GSB. Dit kenniscentrum is momenteel organisatorisch in opbouw en zal in de loop van dit jaar verder worden uitgebouwd. Ik bezie de mogelijkheden om de kennisuitwisseling, en zonodig -ontwikkeling, over etnisch ondernemerschap in dit kenniscentrum onder te brengen, daarbij gebruik makend van de resultaten van het MOTOR-project.

Meetbare doelstellingen

Tijdens genoemd algemeen overleg is verzocht om kwantificering van enkele doelstellingen van het beleid. Dit verzoek is herhaald in de motie Blok c.s. die werd ingediend tijdens de behandeling van de begroting voor het jaar 2000 van het Ministerie van Economische Zaken op 27 oktober 1999. Ik heb toen geantwoord dat ik zelf niet eenzijdig meetbare doelstellingen kan formuleren omdat het voortouw van het beleid op lokaal niveau ligt. Wel heb ik toegezegd dit onderwerp te zullen betrekken in het overleg dat ik in het kader van het Grote Steden Beleid met de steden voer.

In het Doorstartconvenant Grote Steden Beleid was apart aandacht besteed aan het wegnemen van specifieke belemmeringen voor etnische ondernemers. Dit is door de steden verder opgepakt door in hun meerjarige ontwikkelingsplannen (MOP's) aan te geven dat activiteiten zullen worden ontwikkeld op het gebied van etnisch ondernemerschap. Tijdens een EZ-steden-overleg in april jl. is gesproken over de mogelijkheid van een gezamenlijke indicator voor het meten van resultaten. De steden hebben toen aangegeven dat zij zelf hun resultaten willen meten.

Ik heb er vertrouwen in dat het beleid bij de steden in goede handen is. Niettemin zal dit onderwerp en de kwantificering van beleidsdoelen deel uit blijven maken van mijn contacten met de steden. Ik zal dan ook komend najaar, samen met de Minister van Grote Steden- en Integratiebeleid (GSI), bestuurlijk overleg voeren met de G4 en G21 over (onder meer) dit onderwerp. Over de uitkomst daarvan zal ik u informeren.

Overigens wordt momenteel een monitor-onderzoek naar etnisch ondernemerschap uitgevoerd in het kader van de integratiemonitor. Dit onderzoek geeft een landelijk beeld van de ontwikkeling van het etnisch ondernemerschap.

PUM-formule

Bij gelegenheid van dit bestuurlijk overleg zal ik ook, zoals ik heb toegezegd, de steden aanbevelen om bij de invulling van het mentorschap van etnische ondernemers de zgn. PUM-formule te betrekken. Het gaat hier om het Programma Uitzending Managers van VNO/NCW, dat voorziet in de uitzending van veelal gepensioneerde managers naar voormalige Oostbloklanden om daar als mentor op te treden voor (startende) ondernemers. Overigens is de Stichting Ondernemersklankbord, die binnen Nederland opereert, een vergelijkbaar initiatief. Deze ervaringen zijn uiteraard ook in dit verband waardevol.

Kinderopvang door etnische ondernemers

Ten slotte heb ik toegezegd dat ik bij de evaluatie van de regeling particuliere dienstverlening de knelpunten zal inventariseren voor zelfstandig ondernemerschap op het gebied van kinderopvang. Deze regeling, de zgn. `witte-werksters-regeling', blijkt bij nadere beschouwing niet het geschikte kader om knelpunten op het gebied van ondernemerschap en kinderopvang op te sporen. Wel geschikt blijkt de verkenning die in het kader van de Stimuleringsmaatregelen Dagindeling wordt gedaan naar voorstellen om de persoonlijke dienstverlening als nieuwe bedrijfstak vorm te geven. In dit kader zal aandacht worden besteed aan etnisch ondernemerschap bij de opvang van kinderen en ouderen.

Staatssecretaris van Economische Zaken

G. Ybema

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie