Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

'Doorliggen' komt nog steeds te veel voor

PR & Voorlichting

Persbericht 8 september 2000

Conclusie jaarlijkse meting

Decubitus (doorliggen) komt nog steeds te veel voor

In de instellingen in de gezondheidszorg kampen nog steeds te veel patiënten met decubitus (doorligwonden). In verpleeghuizen lijdt bijna één op de drie patiënten in meer of mindere mate aan decubitus. Instellingen kunnen met een actief decubitus-beleid aanzienlijke verbeteringen bereiken, zo blijkt uit onderzoek van de zorgwetenschappers dr. R. Halfens en drs. G. Bours van de Universiteit Maastricht (UM).

Halfens en Bours doen sinds 1998 jaarlijks systematische metingen naar het vóórkomen van decubitus in Nederlandse verpleeghuizen, verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen en thuiszorginstellingen. Dat gebeurt op initiatief van de Landelijke Stuurgroep Decubitus, die pleit voor meer expliciete aandacht binnen de gezondheidszorg voor de preventie van decubitus. Naast scholing van artsen en verpleegkundigen zouden daarom in verpleeghuizen, waar de nood het hoogst is, speciaal opgeleide decubitus-verpleegkundigen moeten worden aangesteld. Op dinsdag 12 september a.s. worden de resultaten van de derde meting aan de ongeveer 80 deelnemende gezondheidszorginstellingen gepresenteerd.

Topje ijsberg
Halfens en Bours constateren dat de in 1998 gepresenteerde cijfers slechts het topje van de ijsberg zijn. De instellingen die vanaf het begin aan de metingen meedoen, waren al bewust met decubitus bezig. Ze hadden minder decubitus-patiënten dan de instellingen die sinds dit jaar meedoen. De Maastrichtse onderzoekers verwachten dat bij instellingen die helemaal niet meedoen aan de metingen het percentage decubitus-patiënten nog hoger ligt. Anderzijds blijkt dat instellingen die op grond van hun deelname aan de metingen een decubitus-beleid ontwikkelen, erin slagen om het aantal patiënten met decubitus te verminderen. Bij de helft van de gevonden gevallen gaat het om decubitus in het eerste stadium, dus voor zich echte wonden voordoen. In dit stadium uit de aandoening zich door roodheid van de huid die niet verdwijnt als men op de plek drukt. Hoewel dit niet altijd leidt tot een ernstiger vorm, pleiten Halfens en Bours ervoor zo vroeg mogelijk in te grijpen. Decubitus gaat gepaard met aanzienlijke pijn voor de patiënt en veelal met en langere ligduur en intensievere zorg, hetgeen aanzienlijke extra kosten met zich meebrengt die door de Gezondheidsraad voorzichtig worden geschat op jaarlijks minimaal één miljard gulden. Op basis van de jongste cijfers moet dit bedrag naar boven bijgesteld worden.

Slechte doorbloeding
Decubitus treedt op als een plaats in de huid niet goed doorbloed wordt doordat er langdurig druk op wordt uitgeoefend. Daardoor worden afvalstoffen niet goed afgevoerd en krijgen cellen onvoldoende zuurstof zodat ze afsterven. Dit verschijnsel treedt met name op bij patiënten die lange tijd stil liggen of zitten. Onder normale omstandigheden verandert iemand regelmatig van houding, zodat de plaats van de druk ook steeds verandert. Bij sommige patiënten neemt de impuls om regelmatig wat van houding te veranderen af, bijvoorbeeld doordat hun gevoeligheid voor pijn afneemt. Daardoor blijft de druk te lang op een zelfde plaats en kan decubitus ontstaan. Hetzelfde geldt voor patiënten die niet kunnen bewegen. De ernst van decubitus wordt onderscheiden in vier stadia lopend van stadium 1 waarin "slechts" sprake is van een niet wegdrukbare roodheid tot stadium 4 waarbij een diepe wond aanwezig is die zich kan uitstrekken tot en met het bot. Decubitus wordt vooral gevonden bij de stuit en de hielen.

Toekomst
In het kader van de meerjaren afspraken met de ziekenhuizen is sinds dit jaar geld vrijgemaakt om de prevalentiemetingen meer in te bedden in de gezondheidszorg. De vandaag bekend geworden cijfers ondersteunen dit beleid. Immers bij die instellingen die al drie jaar participeren neemt het aantal patiënten met decubitus af. Met het geld van de meerjaren afspraken kunnen extra activiteiten worden opgezet. Wellicht het belangrijkste probleem bij decubitus is de aandacht voor het probleem, mede door een gebrek aan kennis, te beginnen bij het management. Blijkbaar geven de resultaten van de metingen het management voldoende reden om het probleem serieus aan te pakken. Een van de aandachtspunten betreft het feit dat uit het onderzoek blijkt dat er nauwelijks conform de landelijk geaccepteerde richtlijnen van het CBO gewerkt wordt bij de preventie en behandeling van decubitus. Vandaar dat er ook een concrete samenwerking opgezet is tussen de onderzoekers van de UM met het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ). Het NIGZ ondersteunt deelnemende instellingen bij het ontwikkelen en invoeren van een actief decubitus-beleid, zodat niet alleen meer geconstateerd wordt dat decubitus te vaak voorkomt maar dat instellingen ook handvaten krijgen om problemen aan te pakken (implementatie van kennis).

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie