Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamervragen over giftenregeling in Wet inkomstenbelasting

Datum nieuwsfeit: 01-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: VRAGEN AAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN VAN HET LID VAN DE



Persberichtnr.

00-179

Den Haag


1 September 2000

VRAGEN AAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL SCHUTTE OVER DE GIFTENREGELING IN DE WET INKOMSTENBELASTING 2001

Vragen.


1.

Kent u het artikel «de giftenregeling in de Wet inkomstenbelasting 2001» van Prof. Dr. J.E.A.M. van Dijck¹?


2.

Waarom vindt u, blijkens uw toespraak gehouden op 28 juni in Ede over fondswerving voor goede doelen, anders dan Van Dijck dat de periodieke controle niet slechts nodig is voor de grote nationale instellingen?


3.

Kan uit uw toespraak worden geconcludeerd, dat ook voor kleine verenigingen, die het algemeen nut beogen, en kerken, de jaarrekening moet worden gecontroleerd om hen van de in discussie zijnde fiscale heffing vrij te stellen?


4.

Zo ja, welke reden bestaat er om deze controle uit voeren? Is er reden aan te nemen dat er bij de kleinere instellingen die het algemeen nut beogen en kerken op enige schaal sprake is van misbruik, cq. dood-kapitaal?


5.

Deelt u de mening dat bij controle van de bestedingen van kerken, op basis waarvan een fiscale faciliteit wordt verleend, grote terughoudendheid past in verband met de onderscheiden verantwoordelijkheden van kerk en staat?


6.

Bent u bereid om in de overwegingen, naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Moltmaker, de suggestie van Van Dijck mee te nemen en te komen tot een oplossing die geen onnodige administratieve lasten legt op de genoemde kleine instellingen en kerken?


7.

Wat vindt u van de gedachte om in de nieuwe successiewetgeving de huidige faciliteit als optie in stand te houden?

Antwoorden


1.

Ja. In dat artikel heeft prof. Van Dijck enkele aspecten belicht van de giftenregeling in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en in de Wet inkomstenbelasting 2001. Daarbij is hij ook ingegaan op het rapport van de werkgroep Moltmaker tot modernisering van de Successiewet, waarin ten aanzien van schenkingen aan algemeen nut beogende instellingen enkele voorstellen zijn gedaan voor de successie- en schenkingsbelasting. Met inachtneming van de door hem bepleite aanpassingen oordeelt prof. Van Dijck de voorstellen van de werkgroep ook zinvol voor de giftenregeling in de Wet inkomstenbelasting 2001.


2 t/m 7.

Op 28 juni heb ik in Ede een toespraak gehouden op een congres dat was georganiseerd door de Vereniging van Fondswervende Instellingen en het Instituut voor Sponsoring en Fondsenwerving in de Gezondheidszorg. In deze toespraak ben ik ingegaan op enkele onderwerpen die van belang zijn voor de algemeen nut beogende organisaties in het algemeen en voor de fondswervende instellingen in het bijzonder. In dat kader heb ik in zijn algemeenheid aangegeven dat bij algemeen nut beogende organisaties een controle moet plaatsvinden om te zien of de fiscale faciliteiten, hoe die ook vorm zullen gaan krijgen, terecht zijn verleend. Een adequate controle is noodzakelijk, maar die controle moet dan uiteraard wel zijn afgestemd op de aard en de omvang van de desbetreffende organisatie. Bij het opstellen van criteria waaraan algemeen nut beogende organisaties moeten voldoen en voor het uitvoeren van controles zou in mijn visie, ik heb dat in mijn toespraak aangegeven, een heel goede samenwerking mogelijk zijn tussen de overheid en de branche.

In mijn toespraak in Ede heb ik voorts aandacht besteed aan de door de werkgroep voorgestelde officiële lijst van algemeen nut beogende instellingen. Ik heb daarbij aangegeven veel te voelen voor een dergelijke lijst, die ook een grote mate van fiscale zekerheid biedt aan de betrokken organisaties en de potentiële schenkers.

Ter toelichting merk ik nog het volgende op over het rapport van de werkgroep Moltmaker.

Volgens de werkgroep vertonen de thans bestaande faciliteiten voor in Nederland gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen een rijk geschakeerd, nogal onoverzichtelijk en weinig consistent beeld. Daarnaast heeft men gesignaleerd dat een behoorlijke controle achteraf op de aanwending van de ontvangsten moeilijk is als eenmaal het algemeen nuttige karakter van een instelling door de fiscus is erkend. Bovendien bestaan er naar het oordeel van de werkgroep veel instellingen die in feite een min of meer slapend bestaan leiden, waarbij van enige substantiële werkzaamheid ten algemenen nutte nauwelijks meer sprake is. Het ontstaan van dergelijke vermogens in de dode hand moet naar de mening van de werkgroep zoveel mogelijk worden voorkomen.

Gelet op haar bevindingen doet de werkgroep het voorstel om de bestaande regelingen in de Successiewet te vervangen door één nieuwe regeling, te weten een algehele vrijstelling voor verkrijgingen door algemeen nut beogende instellingen. Daarbij heeft de werkgroep enkele voorwaarden genoemd welke vooral zijn bedoeld om na te kunnen gaan of de statutaire en feitelijke werkzaamheden van de instelling in voldoende mate gericht zijn op het algemeen belang.

Mijn ambtsvoorganger heeft het rapport van de werkgroep Moltmaker op 14 maart jl. aan de Tweede Kamer aangeboden met de mededeling dat de budgettaire gevolgen nog in kaart zullen worden gebracht en dat het kabinet daarna met een standpunt zal komen. Het streven is erop gericht dat standpunt in het voorjaar 2001 aan de Kamer kenbaar te kunnen maken. De aspecten die de heer Schutte in zijn vragen specifiek aan de orde heeft gesteld, zullen daarbij worden betrokken.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie