Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wijziging 'adoptie door personen van hetzelfde geslacht'

Datum nieuwsfeit: 05-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Wijziging Boek 1 BW: Adoptie door personen van hetzelfde geslacht (050900)

Den Haag, 5 september 2000

Inbreng:
Het CDA-fractie spreekt waardering uit voor de uitvoerige wijze waarop de regering antwoord op haar vragen heeft gegeven. Desondanks blijft er een verschil van opvatting bestaan over hoe het belang van het kind het best gediend is en of adoptie door paren van gelijk geslacht zoals het wetsvoorstel beoogt, daadwerkelijk noodzakelijk is voor een goede rechtspositie van het kind.
Kinderen kunnen nog niet voor hun rechten opkomen en verdienen bescherming en zorg. Het belang van het kind kan breed geformuleerd worden in de zin van recht op huisvesting, voedsel, medische zorg, onderwijs, continuïteit in relaties, warmte, genegenheid, hechtingsmogelijkheden en het opgroeien in een stabiele en veilige omgeving. Het CDA is er zeker van dat kinderen liefdevol door homoparen worden opgevoed. De berichten uit de pleegzorg zijn buitengewoon positief. Wel heeft mijn fractie twijfels bij het antwoord op de vraag of kinderen psychische problemen kunnen hebben met adoptie door een paar van gelijk geslacht. Die vraag wordt door wetenschappers niet eenduidig beantwoord en het antwoord van de staatssecretaris vindt de CDA fractie erg onbevredigend: Nu het onderzoek dat er niet is, niet noopt tot argwaan acht ik het verantwoord op de ingeslagen weg door te gaan.

Het belang van het kind
In het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind staat over het belang van het kind dat dit altijd een eerste overweging dient te vormen en dat, wanneer er andere belangen in het geding zijn zoals bijvoorbeeld die van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, in geval van conflict het belang van het kind doorslaggevend dient te zijn. Een van de grondrechten van het kind is het recht op kennis van zijn genetische afkomst, zo stelt de Hoge Raad. Dit is nog geen absoluut recht, helaas. Met de afschaffing van het anoniem donorschap komt dat wel dichterbij. Voor de CDA fractie is het steeds verder af komen te staan van het familierecht bij de biologische werkelijkheid, getuige ook dit wetsvoorstel, een reden om te pleiten voor de kennis van de biologische afkomst als absoluut recht.

Wie bepaalt het belang van het kind? De wetgever heeft dat belang in het familierecht bepaald in die zin dat niet alle rechtsbetrekkingen van volwassenen tot kinderen ter vrije bepaling staan, zoals gezagsverhoudingen.
De CDA fractie deelt de intentie van de regering de juridische belangen van kinderen te erkennen, maar is van mening dat dit wetsvoorstel ten onrechte stelt dat adoptie het kind een betere rechtspositie geeft dan binnen het gezamenlijk gezag mogelijk is. De staatssecretaris zegt hierover: Met het gezamenlijk gezag komen de ouder en zijn partner een heel eind, maar er is geen volwaardige ouderschapsrelatie. Het CDA streeft daarentegen naar een volledige of zo volledig mogelijke relatie met de biologische ouders en is van mening dat slechts in gevallen van uiterste noodzaak de band tussen het kind en de biologische ouder kunnen worden doorgesneden als maatregel van kinderbescherming. Dat neemt niet weg dat zij in hun feitelijke opvoedingssituatie voldoende beschermd moeten worden. Het gezamenlijk gezag biedt die mogelijkheid.

Biologisch ouderschap en family life
De staatssecretaris is van mening dat het ontbreken van een family life met een biologische ouder, dus een van beide ouders die niet in een relationele betrekking tot het kind staat, reden is om de biologische band volledig door te snijden opdat het kind door de partner van de andere ouder geadopteerd kan worden. Met die ene, biologische ouder mag in dat geval geen sprake zijn van een volwaardige ouderschapsrelatie, met de partner van de andere ouder (duo-moeder) zou deze wel kunnen ontstaan. Met andere woorden, wanneer er geen sprake is van een family life tussen kind en ouder, valt de relatie niet onder de bescherming van artikel 8 lid 1 van het EVRM. Het bestaan van een family life brengt volgens dit artikel met zich mee dat geen overheidsinmenging in de uitoefening van het recht op familie- en gezinsleven is toegestaan, tenzij dit noodzakelijk is in het belang van onder meer de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (lid 2). Bij gebrek aan family life kan de rechter nu volgens dit wetsvoorstel, de relatie tussen ouder en kind en tussen de familie van de ouder en het kind definitief verbreken. Het gaat er dus niet om dat de relatie schadelijk moet zijn voor het kind en een maatregel van kinderbescherming gewenst is, de inhoud die de ouder aan de relatie geeft wordt bepalend in het recht. Pas als er sprake is van familie en gezinsleven tussen beide biologische ouders en het kind, is hun onderlinge band beschermwaardig. Zo leg ik de interpretatie van dit artikel door de staatssecretaris uit. Kan hij bevestigen dat dit een juiste weergave is? De CDA fractie maakt zich hierover buitengewoon ongerust. Wat bedoelt de staatssecretaris met de uitspraak dat adoptie mogelijk moet zijn indien het kind niets meer van de oorspronkelijke ouder te verwachten heeft? Dat is mijn fractie na het lezen van de nota naar aanleiding van het verslag nog steeds niet duidelijk. Ik citeer de staatssecretaris: Als de persoon die de ouder is, voor het kind niet meer is dan een meneer of een mevrouw die eens in de zoveel tijd langs komt en als vaststaat dat in deze situatie geen verandering zal komen dan heeft deze ouder ten opzichte van het kind niet de functie van ouder, dan geeft hij aan de daarbij behorende bevoegdheden en verplichtingen ook geen invulling, en zal hij daaraan ook op termijn geen invulling geven. Dat doet me onmiddellijk denken aan het spotje van Sire: Wie is toch die mijnheer die elke zondag het vlees komt snijden?" Gaat het nu om het waarmaken van de functie van ouder? Wat bedoelt de staatssecretaris daarmee? Ik ben bang dat er heel wat situaties denkbaar zijn, bijvoorbeeld in het geval van onverzoenlijke partners na scheiding, waarbij de vader niet eens de kans krijgt meer dan een ouder op afstand te zijn. Dit, samen met de opmerking dat na adoptie wel een omgangsregeling met de oorspronkelijke ouder kan blijven bestaan doet vrezen dat gescheiden vaders in een heel zwakke positie komen te staan. Andersom kan het wel eens heel makkelijk worden voor de biologische ouder om met het beroep op het ontbreken van family life zich aan zijn verplichtingen jegens zijn kinderen en zijn ex-echtgenote te onttrekken. In dit verband wil ik de staatssecretaris vragen nader in te gaan op de verklaring die de biologische ouder moet afleggen waaruit zou blijken dat het kind niets meer van die ouder te verwachten heeft. Waaraan wordt getoetst of die verklaring waar is? Of is dat eigenlijk niet echt te toetsen? Wanneer bijvoorbeeld een bekende donorvader wel iets voor het kind zou kunnen betekenen maar slechts onderbouwt waarom hij dat niet wil, is het dan ook mogelijk dat een dergelijke verklaring niet geaccepteerd wordt? Kan de staatssecretaris concretiseren wanneer een kind niets meer van de oorspronkelijke ouder te verwachten heeft? De staatssecretaris kan wellicht ook uitleggen of hij meent dat uit artikel 8 soms een positieve verplichting voorvloeit om family life mogelijk te maken, en of dit wetsvoorstel daar een voorbeeld van is. Hoe denkt hij erover dat de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens geoordeeld heeft dat een stabiele homosexuele relatie tussen vrouwen niet valt onder het recht op bescherming van het gezinsleven, op het recht op family life? Vindt hij dat art. 8 lid 1 EVRM aangepast moet worden? Zoals het er nu voor staat verwijst hij steeds naar een artikel waarvan juist paren van gelijk geslacht vooralsnog uitgesloten zijn. Voor het CDA dient art. 8 EVRM in de eerste plaats voor om het familie- en gezinsleven te beschermen en niet om het biologisch ouderschap ondergeschikt te maken aan het sociaal ouderschap. Hoe ziet de staatssecretaris dit in het licht van het gebruik van het EVRM in zijn onderbouwing van het wetsvoorstel?

Ook in het Nederlands recht is sinds de wetswijzigingen van 1995 en 1998 het bestaan van family life meer centraal komen te staan maar daaraan doet niet aan het feit dat de voormalige staatssecretaris als uitgangspunt heeft genomen dat een kind afstamt van zijn vader en zijn moeder in de natuurlijke zin van het woord en dat aan hen in beginsel met uitsluiting van anderen het gezag over deze kinderen toekomt. Nu kan de CDA fractie instemmen met de uit de EVRM-volgende jurisprudentie dat een man niet enkel door zijn biologisch vaderschap family life heeft met het kind. Er moeten bijkomende feiten zijn. Maar hoe valt door de rechter vast te stellen dat het kind nooit meer iets van die biologische vader te verwachten heeft als het aankomt op family life? De afschaffing van het anonieme donorschap maakt het mogelijk dat kinderen hun biologische ouder leren kennen. Hierbij speelt de erkenning van emotionele belangen en het mogelijk ontstaan van family life. Ontkent de staatssecretaris deze mogelijkheid? Ziet hij, net als de CDA fractie, tevens het gevaar dat duo-moeders in de verleiding kunnen komen om een bekende donor zo ver mogelijk van het kind vandaan te houden, uit de al dan niet terechte vrees dat anders wellicht ooit family life zou worden aangenomen? Als de positie van de bekende donor veel sterker wordt dan die van de anonieme donor, dan zouden lesbische stellen in de verleiding kunnen komen voor de zekerheid maar voor een anonieme donor te kiezen waarvan ze de identiteit geheim houden. Het CDA is dan ook, in tegenstelling tot de staatssecretaris, wèl bang voor een nieuwe grote leugen in het familierecht. Al met al kan het CDA niet inzien dat een wet die adoptie bij uitstek mogelijk maakt wanneer er geen banden aan te tonen zijn tussen het kind en de biologische ouder in het belang van het kind kan zijn.

Gezamenlijk gezag of adoptie?: de rechtspositie van het kind De staatssecretaris geeft aan dat het gezamenlijk gezag het kind een goede rechtspositie biedt maar dat deze door adoptie nog wordt verbeterd. Is hij het met de CDA fractie eens dat in het gezamenlijk gezag op alle punten behalve die van de afstammingsrelatie voor het kind rechtsgelijkheid kan ontstaan met kinderen geboren binnen een hetero-huwelijk? Het CDA vindt dat ten behoeve van het kind geen afstammingsrelatie binnen het geregistreerd partnerschap gefingeerd moet worden tussen paren van gelijk geslacht. Dit sluit niet aan bij de biologische werkelijkheid die voor het CDA uitgangspunt blijft als ordeningsprincipe in het recht. Wel moet de positie van een ouder en een niet-ouder als opvoeders zo veel mogelijk gelijk zijn aan die van ouders. De gevolgen van het geregistreerd partnerschap zouden moeten worden uitgebreid met regels voor nabestaandenuitkeringen en erfrecht. De ouderschapsgevolgen van gezamenlijk gezag moeten een zo gelijk mogelijke rechtspositie voor kinderen opleveren met inachtneming van de positie van de biologische ouder(s).
Bij een heterosexueel geregistreerd partnerschap pleit het CDA (andermaal) ervoor dat de mannelijke partner bij geboorte van een kind van rechtswege vader wordt en het kind niet apart hoeft te erkennen. Het aannemen van zijn vaderschap is immers niet fictiever en evenmin minder weerlegbaar als vermoeden, dan het vaderschap dat van rechtswege geldt bij geboorte binnen een huwelijk. Hoe denkt de staatssecretaris hierover?

Geen erkenning
De staatssecretaris merkt op dat er wel erkenningsproblemen zullen rijzen in het buitenland maar dat die niet zo ernstig zijn dat van indiening van het wetsvoorstel moet worden afgezien. Ergens anders zegt hij weer dat hij er geen flauw idee van heeft welke die problemen precies zullen zijn. Hij steekt helemaal zijn kop in het zand wanneer hij zegt dat het heel wel mogelijk is dat een kind zijn verdere leven in Nederland doorbrengt en dan van de niet-erkenning in het buitenland weinig zal merken. Kan de staatssecretaris uitleggen aan die kinderen dat zij niet in het buitenland moeten gaan studeren, zich niet moeten laten behandelen in een ziekenhuis over de grens, geen vakantiewerk moeten gaan doen in het buitenland? Hoe doen grensbewoners dat in het grensverkeer: binnen Nederland blijven? Europa heeft vrij verkeer van personen en deze kinderen kunnen alleen naar het buitenland surfen op Internet? Wat hebben adoptief-ouders in spé eigenlijk aan die brochure die de staatssecretaris wil maken wanneer deze zegt dat hij onmogelijk kan opsommen wat de consequenties kunnen zijn van adoptie door personen van hetzelfde geslacht? Bezint eer ge begint is misschien wel een mooie titel voor die brochure. In wezen gedoogt de staatssecretaris rechtsongelijkheid tussen geadopteerde kinderen en hun hetero-ouders en geadopteerde kinderen en hetero-ouders wanneer deze laatsten maar door schade en schande wijs moeten zien te worden.

Draagmoederschap
De CDA fractie wil graag van de staatssecretaris weten waarom hij het niet zinvol acht om een onderzoek te doen naar de eventuele toename van het draagmoederschap bij invoering van dit wetsvoorstel. In hoeverre is het voor betrokken mannelijke partners zon emotionele en juridisch problematische weg dat zij op voorhand van een dergelijke stap zouden af willen zien? Wil hij niet alsnog overwegen een dergelijk onderzoek te doen? Hoe denkt de staatssecretaris over het gegeven family life in de relatie kind draagmoeder? Is het gegeven dat de vrouw zwanger is geweest van het kind niet voldoende grond om te stellen dat die relatie bescherming verdient? Het EVRM immers veronderstelt altijd family life tussen moeder en kind. Dat zou een adoptie door een homo-paar uitsluiten. Met een beroep op het EVRM kan adoptie door een mannelijk paar door de rechter onmogelijk gemaakt worden en met een beroep op het zelfde artikel kan de rechter mogelijk naken dat een lesbisch paar een kind van een donor adopteert. Mannen kunnen zowel in het geval zij donor zijn als in het geval dat zij een kind willen adopteren moeilijker hun ouderschap waarmaken dan vrouwen. Valt dit volgens de staatssecretaris te rechtvaardigen? Kan hij het begrip family life nog eens verduidelijken?

Concluderend:
De meest optimale situatie voor de rechtspositie van het kind is die waarin het kind wordt opgevoed door de biologische ouders. Die bedoeling ligt besloten in de schepping en de menselijke natuur. In sommige gevallen is dat niet mogelijk. Ook wanneer een kind duurzaam wordt verzorgd en opgevoed door twee personen van hetzelfde geslacht, dient die relatie tussen het kind en deze sociale ouders te worden beschermd. De wetgeving is in 1998 aangepast in die zin dat gezamenlijk gezag ook buiten het huwelijk en dus ook door paren van gelijk geslacht kan worden uitgeoefend. De juridische gevolgen die in het familierecht worden verbonden aan (juridisch) ouderschap komen door dit gezamenlijk gezag ook toe aan hen die een effectief gezinsleven met een kind hebben. Het is hiervoor niet noodzakelijk de adoptiewetgeving te veranderen. Wel kan op een aantal wezenlijke punten het gezamenlijk gezag worden verbeterd. De biologische band met een ouder verbreken kan in de ogen van het CDA alleen wanneer een relatie tussen het kind en die ouder ondenkbaar is en/of het belang van het kind zou schaden. Adoptie blijft een uiterste maatregel van kinderbescherming. Het wetsvoorstel werkt echter in de hand dat spermadonoren van rechtswege het ouderschap ontzegd zal worden immers, zij behoeven bij adoptie niet te worden opgeroepen. Kunstmatige inseminatie wordt zo een manier om kinderen voor adoptie te verwekken. Dit wijst de CDA fractie af. Ook blijft zij grote vraagtekens zetten bij het gebruik van de term family life door de staatssecretaris. Tot slot voorzitter, de CDA-fractie wil wijzen op de onomwonden afwijzing van het wetsvoorstel door de Raad van State. De mening van de Raad van State dat er geen juridische noodzaak is voor aanpassing van de adoptiewetgeving en een ingrijpende wijziging van het afstammingsrecht plaats vindt waardoor niet langer wordt aangesloten bij de biologische band die onvoldoende gerechtvaardigd is, alsmede haar bevreesdheid voor het toenemen van draagmoederschappen en de relatie tot het buitenland wegen zeer zwaar voor de CDA fractie. De bedenkingen van de Raad van State worden gedeeld door de CDA-fractie en zijn in de nota naar aanleiding van het verslag onvoldoende weerlegd. De leden van de CDA-fractie vernemen van de staatssecretaris graag nadere toelichting.

Kamerlid: Clémence Ross-van Dorp

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie