Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Monumentenmaatschappij bundelt kracht

Datum nieuwsfeit: 06-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Nieuws : Monumentenmaatschappij: Bundeling van kracht

Monumentenmaatschappij: Bundeling van kracht Monumentenmaatschappij: Bundeling van kracht
Eurlings: Zalm doet aan geschiedvervalsing (050900) Eurlings: Zalm doet aan geschiedvervalsing (050900)
Eerste en voorlopige reactie op Rapport Bakker Eerste en voorlopige reactie op Rapport Bakker
CDA: Herfkens schiet in eigen voet (300800) CDA: Herfkens schiet in eigen voet (300800)
CDA-bijdrage Hoofdlijnendebat rapport Commissie Elzinga CDA-bijdrage Hoofdlijnendebat rapport Commissie Elzinga
Wetgevend overleg wetswijziging Bestrijdingsmiddelenwet Wetgevend overleg wetswijziging Bestrijdingsmiddelenwet
NS positief over opzet nieuw reizigersplatform NS positief over opzet nieuw reizigersplatform
Discussieer mee over de vierdaagse schoolweek Discussieer mee over de vierdaagse schoolweek

Monumentenmaatschappij: Bundeling van kracht

Den Haag, 6 september 2000

Met een Monumentenmaatschappij, opgericht door de spelers die al actief zijn in de monumentenzorg, kan de restauratie en het onderhoud van historische monumenten efficienter en effectiever gaan: burocratie en versnippering worden tegengegaan, krachten worden gebundeld en de vele vrijwilligers krijgen meer ondersteuning.
De Monumentenmaatschappij wordt gevoed met geld van de overheid, bedrijven en particulieren. Stichtingen, verenigingen, actief op het restauratiefront kunnen bij de Maatschappij aankloppen voor subsidie, advies, bijstand en kennisuitwisseling. De Monumentenmaatschappij kan bij voorkeur in de vorm van een maatschappelijke onderneming worden gegoten. De overheid zou een eerste impuls van 100 miljoen aan het fonds moeten geven.

Deze ideeen heeft het CDA-kamerlid Marry Visser-Van Doorn gepresenteerd in haar plan Nationale Monumentenmaatschappij- een fundering onder Monumentenzorg. Het CDA-verkiezingsprogramma opperde het idee onder de titel Nationaal Erfgoedfonds. Bij monumentenzorg is er steeds tekort aan geld en daardoor is het beleid te veel gericht op achterstanden wegwerken en te weinig op onderhooud en instandhouding. Restaureren heeft geen zin als er geen geld is voor onderhoud. Dan blijft het dweilen met de kraan open, zegt Marry Visser.

De Monumentenmaatschappij richt zich op het werven van fondsen, verlening van subsidies, coordinatie van de fiscale aspecten en coordinatie van de rol van het bedrijfsleven en particulieren. Hierbij staat voorop dat lokale en regionale worteling niet losgelaten mag worden. Het CDA stelt zich voor dat de staatssecretaris op den duur concludeert dat het effectiever is om ook een aantal taken van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg over te dragen aan de Monumentenmaatschappij. De zorg voor de monumenten komt zo verder van de overheid af te staan en dat juichen wij toe. Het CDA is er namelijk een groot voorstander van om de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de samenleving neer te leggen. Wat burgers en bedrijven zelf kunnen en willen regelen moet ook door hen geregeld kunnen worden, stelt het kamerlid.

Het CDA kiest voor de maatschappelijke onderneming omdat die past in de CDA-visie op de samenleving. Het biedt een alternatief voor het denken van de huidige coalitie in termen van overheid of vercommercialisering. Een maatschappelijke onderneming is een professionele onderneming met een zelfstandige directie en een raad van toezicht maar zonder winstuitdeling. Gemaakte winst wordt aangewend voor de maatschappelijke doelstelling van de onderneming. In dit geval monumentenbehoud.

Woordvoerder: Marry Visser- Van Doorn, telefoon 070-3182566 Voor verdere informatie: Marianne Fennema, telefoon 070-3182512 of 06-53267862

Een Nationale Monumentenmaatschappij - Fundering onder een geïntegreerde aanpak van onderhoud en restauratie van monumenten - Marry Visser-van Doorn
Woordvoerder Cultuur
CDA-fractie Tweede Kamer
4 september 2000

SAMENVATTING:

De Nationale Monumentenmaatschappij
In het CDA-verkiezingsprogramma 1998 (Samenleven doe je niet alleen) is al de gedachte van een Nationale Monumentenmaatschappij (werktitel Nationaal Erfgoedfonds) gelanceerd. De Monumentenmaatschappij heeft de volgende doelstellingen:

De Monumentenmaatschappij zal in de eerste plaats ten doel hebben de instandhouding van monumenten en het realiseren van restauraties. Middelen hiervoor zijn financieel van aard, maar kunnen net zo goed ook immaterieel en ondersteunend van aard zijn: bijvoorbeeld het verstrekken van advies en voorlichting.

Uitdrukkelijk heeft de Monumentenmaatschappij ten doel de krachten te bundelen en de versnippering tegen te gaan. Eén en ander betekent niet alleen bundeling van particulier en overheidsinitiatief, maar ook een bundeling van lokale en regionale krachten. Voor het CDA staat daarbij voorop dat de lokale en regionale worteling niet losgelaten moet worden; het werk van vrijwilligers wordt erkend en ondersteund

Functies van de Monumentenmaatschappij
De Monumentenmaatschappij zal zich richten op:

het werven van fondsen;

de coördinatie van de rol van het bedrijfsleven en particulieren;

de coördinatie van de fiscale aspecten;

en de verlening van subsidies.

Rechtsvorm Monumentenmaatschappij
De Monumentenmaatschappij zou de vorm moeten krijgen van een maatschappelijke onderneming. Een maatschappelijke onderneming is de door het CDA bepleite en uitgewerkte gedachte van een onderneming die is ontstaan uit niet-commerciële motieven. De doelstelling wordt uitgevoerd door de particuliere sector, op de markt dus. Eventuele winsten vloeien echter naar het te dienen maatschappelijke belang en niet naar de aandeelhouders.

Welke rechtsvorm aan de Monumentenmaatschappij ten grondslag ligt, doet in principe niet ter zake. Logisch is het om de Maatschappij de rechtsvorm van een stichting of een vereniging te geven. Dit om het onderscheid te kunnen maken met de commerciële motieven van waaruit tot de vorming van een BV of een NV kan worden besloten.

Voeding Monumentenmaatschappij

Het belangrijkste deel van de fondsen van de Maatschappij zal gevormd worden door het aandelenkapitaal. Niet alleen particulieren en bedrijven zullen participeren, maar ook de overheid. Voorts kunnen particulieren en bedrijven natuurlijk ook donaties doen (giften, sponsorgelden).

Jaarlijks zal de overheid een vast basisbedrag van minimaal ¦ 100 miljoen in de kas van de Maatschappij moeten storten. Het is de financiële basis voor de Monumentenmaatschappij.

Daarnaast kunnen ook de gemeentelijke en provinciale budgetten in de kas van de Monumenten- maatschappij vloeien. Deze gelden worden geoormerkt voor de monumenten in de regio.

Tenslotte moet in de ogen van het CDA ook de Publiek Private Samenwerking op het gebied van cultureel erfgoed bevorderd worden.

Fiscale aandachtspunten Monumentenzorg (meer in het algemeen)

Wat betreft de nieuwe Inkomstenbelasting (IB 2001) is het met name van belang de mogelijkheid te openen om de fiscale voordelen van ethisch beleggen ook in te zetten voor (natuur)monumenten. Voorts zullen we de monumenten moeten betrekken bij de nog te verschijnen notitie over de fiscale behandeling van het (eigen) huis.

Binnenkort komt in het kader van de Commissie Moltmaker de herstructurering van de Successiewet aan de orde. Hierbij moeten ook de monumenten betrokken worden (nalatenschappen, giften).

Voorts is er behoefte aan een zodanige verruiming van de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting voor o.a. stadsherstellichamen (winstgevend) dat deze meer werkzaamheden kunnen verrichten buiten het terrein van de volkshuisvesting. Uiteraard horen deze werkzaamheden altijd in het belang van de monumentenzorg te zijn.

Tenslotte bepleit het CDA een uitbreiding van de OZB-vrijstelling voor kerkgebouwen die een bestemmingswijziging hebben ondergaan.



----- NOTITIE

INLEIDING
Voor het CDA geldt dat Kunst- en Cultuurbeleving bijdraagt aan de ontplooiing en het welzijn van mensen.

Naast het waardevolle Kunst- en Cultuuraanbod bij bijvoorbeeld de Podiumkunsten en door middel van de fraaie collecties in onze musea, vormen onze monumenten een culturele schat waarvan wij vrijwel ongemerkt dagelijks kennisnemen. Die ontmoeting draagt bij aan ons historisch besef, versterkt onze identiteit en vergroot daarmee de kwaliteit van de samenleving. Bovendien versterken monumenten zoals boerderijen, woonhuizen en kerken de schoonheid van onze steden en plattelandsgebieden.

Het CDA voert dan ook met grote inzet het debat over doelmatige restauratie en onderhoud van monumenten.

Nut en noodzaak van de Monumentenmaatschappij Nederland (toen nog met de werktitel: Nationaal Erfgoedfonds) zijn in het verkiezingsprogramma van het CDA voor 1998-2002 als volgt verwoord:

"Om het materiële en natuurlijke erfgoed voor de toekomst veilig te stellen, richten overheid, particuliere organisaties en bedrijven een Nationaal Erfgoedfonds op. Dit fonds is bestemd voor opbouw en onderhoud van natuur en landschap, de verfraaiing van de publieke ruimte en de zorg voor monumenten. In dit fonds zullen de klassieke financieringsbronnen, zoals de jaarlijkse overheidsbijdragen voor monumentenzorg en natuurbeleid, die qua systematiek ongewijzigd blijven, samenvloeien met nieuwe bronnen vanuit particuliere organisaties en ook bedrijven die zich nabij een natuurgebied willen vestigen. Particuliere bijdragen worden door een systeem van medefinanciering gestimuleerd."

Gelet op de actuele financiële problematiek in de monumentenzorg wordt de doelstelling van de Monumentenmaatschappij Nederland in eerste aanleg beperkt tot dat terrein.

Een verbreding met natuur en landschap en verfraaiing van de publieke ruimte kan op langere termijn worden overwogen. In de praktijk zal ook moeten blijken op welke wijze een nationaal erfgoedfonds kan bijdragen tot oplossing van knelpunten tussen monumentenzorg en natuurbehoud. Verder kan bijvoorbeeld ook worden gedacht aan medefinanciering van het varend erfgoed, de zogenaamde bruine vloot.

FINANCIËLE PROBLEMATIEK
Rome is een stad met talloze monumenten. Veel toeristen werpen een munt in de Trevi-fontein. Het volksgeloof wil, dat dit een voorwaarde is om ooit in Rome terug te keren. Het zou bijgelovig zijn om te denken, dat dit gebruik de toerist leven en gezondheid garandeert om opnieuw een reis naar Rome te kunnen maken. Veeleer draagt het ertoe bij, dat Rome er bij een volgend bezoek nog is. Immers, de opbrengst wordt besteed aan het onderhoud van monumenten. De monumentenzorg in Nederland kent helaas een dergelijke bron van inkomsten niet.

De financiële problematiek in de monumentenzorg komt het duidelijkst tot uiting in de restauratieachterstanden. De omvang van de restauratieachterstand wordt uitgedrukt in de geconstateerde urgente noodzaak tot uitvoering van restauraties, de restauratiebehoefte.

Doelstelling van het overheidsbeleid is een monumentenbestand waarvan 10% op korte termijn gerestaureerd moet worden. In 1997 werd vastgesteld, dat ruim 35% van de rijksmonumenten min of meer dringend aan restauratie toe was en dat om te voldoen aan de beleidsdoelstelling een restauratiebehoefte zou moeten worden weggewerkt van circa
3,7 miljard. De effecten van de extra
impuls in 1995, 1996 en 1997 van in totaal
85 miljoen zijn
meegenomen in deze berekening.
In de periode 1998-2000 is een subsidiebudget van 375 miljoen
beschikbaar om restauraties te realiseren; drie maal 75
miljoen reguliere begrotingsmiddelen en drie maal 50 miljoen
uit de extra dotatie. Een en ander leidde tot de verwachting, dat de restauratiebehoefte in het jaar 2000 circa
4,3 miljard zou
bedragen.

Voor alle duidelijkheid: van de totale restauratieachterstand zal meer dan de helft weggewerkt moeten worden met private middelen. Bij woonhuizen komt 50% geheel voor rekening van de eigenaar; 20% wordt door subsidie gedekt en 30% door de restauratiehypotheek.

Bij kerken ligt dat procentueel anders, want hier wordt 70% van de subsidiabele restauratiekosten door subsidie gedekt. Het gaat dan vrijwel altijd om zeer aanzienlijke bedragen, zodat het absolute eigenaarsdeel toch omvangrijk is en veelal moeilijk op te brengen. In alle gevallen blijft de investering in restauratie die van eigenaars verlangd wordt aanzienlijk. Verlaging van de subisidiepercentages met 10% heeft dit probleem nog versterkt. Niettemin bleek uit de evaluatie van de uitvoering van het Werkplan voor de Monumentenzorg (WPM) Op de bres (juli 1999) de restauratie-achterstand verminderd te zijn: de achterstand, door PRC Bouwcentrum berekend op totaal 3,7 miljard, is op basis van inspanningen met de middelen uit de extra dotatie teruggebracht met circa 296 miljoen. Het verval is daarmee echter nog niet tot staan gebracht. Herhaaldelijk is onderstreept hoe belangrijk het is om de achterstanden in een zo hoog mogelijk tempo te lijf te gaan, omdat anders de extra investeringen worden ingehaald door bouwkundig verval.

De staatssecretaris van OCW erkende in het algemeen overleg op 23 maart 2000, dat de huidige middelen tot en met 2010 onvoldoende zijn om de achterstanden geheel in te halen. Wel stelde hij, dat op korte termijn de gemeentelijke en provinciale budgetten in evenwicht zijn met het planaanbod. Ook aan de grootschalige restauraties is met in totaal 100 miljoen op korte termijn een stimulans gegeven door middel van de zogenaamde Kanjerregeling, zij het dat deze 100 miljoen onttrokken wordt aan de budgetten die al voor andere onderdelen van de monumentenzorg bestemd waren.

Na het afronden van de inhaaloperatie ontstaat een situatie waarin een normale 'werkvoorraad' op een min of meer gelijkblijvend niveau resteert. Daarmee verschuift het accent in de monumentenzorg naar actief beheer, het cultureel en functioneel verantwoord omgaan met een gebouw als onderdeel van de bebouwde omgeving. Dat betekent niet alleen het goed onderhouden daarvan, maar ook zorgen voor continuïteit in gebruik, omdat daar de beste garanties liggen voor behoud. Dat zal ook vorm moeten krijgen in het integraal instandhoudingsbeleid, dat de staatssecretaris voor het najaar heeft aangekondigd.

RECENTE ONTWIKKELINGEN
Kerken
Monumentale kerkgebouwen zijn een lust voor het oog van de kerkgangers en bezoekers. Niettemin moest bij de start van de actie Kerkbalans 2000 ook aandacht gevraagd worden voor de last die het onderhoud van monumentale kerkgebouwen met zich meebrengt. De kerken tellen zon 4100 parochies en gemeenten en dragen de zorg voor het onderhoud van ruim 5000 kerkgebouwen. Iets meer dan de helft van deze gebouwen heeft de status van beschermd rijksmonument. Een belangrijke groeiende kostenpost voor de kerken zijn allerlei overheidsregelingen die de laatste jaren er bij zijn gekomen, zoals de ecotax, baatbelasting, Arbo-regels en milieuregels, waarbij niet of te weinig rekening wordt gehouden met de aard van de gebouwen.
Eind 1999 presenteerde de stichting Brabantbeeld een onderzoek naar de financiële problemen bij het onderhoud van kerkgebouwen. Het rapport Torenhoge lasten concludeerde, dat ongeveer de helft van de ruim 450 rooms-katholieke kerken in Noord-Brabant dringend aan renovatie toe is. Daarmee zou de komende tien jaar zeker 200 miljoen gemoeid zijn. De betrokken parochies zouden daarvan een bedrag van 130 miljoen voor hun rekening moeten nemen. De commissaris van de koningin, F. Houben, noemde het bij die gelegenheid onaanvaardbaar dat de kerktorens als bakens in het Brabantse landschap zullen verdwijnen.

Boerderijen
De Stichting 2003, Jaar van de Boerderij becijfert dat in de komende tien jaar dertigduizend historische boerderijen hun functie dreigen kwijt te raken, omdat boeren met hun bedrijf stoppen. Tal van historische boerderijen hebben inmiddels plaats moeten maken voor nieuwe woonwijken, snelwegen, of moderne villas. Bij het opstellen van bestemmingsplannen zou meer rekening gehouden moeten worden met boerderijen, omdat die tastbare getuigen zijn van eeuwenlang wonen, werken en bouwen op het platteland. De streekgebonden architectuur van de boerderijen bepaalt ook vaak de identiteit van de regio.

Wederopbouwperiode
Voorlopig zullen vrijwel alle verzoeken, om gebouwen uit de tijd van de Wederopbouw aan te wijzen als rijksmonument worden afgewezen.

Staatssecretaris Van der Ploeg publiceerde in februari van dit jaar de Beleidsregels aanwijzing beschermde monumenten op verzoek. De inventarisatie van gebouwen uit de periode 1850-1940 is vrijwel voltooid; vele zijn al beschermd. Voor gebouwen van na die tijd is nu pas inventarisatie aan de orde. Een verzoek om aanwijzing heeft wél zin als de historische/ esthetische betekenis van een gebouw onmiskenbaar groot is én het voortbestaan ervan op het spel staat. Voor het overige ligt de verantwoordelijkheid voor bescherming in eerste instantie bij gemeenten en provincies. Uit één en ander blijkt, dat de financiële problematiek van de monumentenzorg in de toekomst alleen maar zal toenemen. Knelpunten doen zich voor door specifieke ontwikkelingen rond bepaalde categorieën monumenten zoals boerderijen en kerken. Toename van het aantal monumenten uit een bepaalde periode, zoals de periode van de Wederopbouw en de periode van de jongere bouwkunst, vergroot de problematiek.

Brabant Trust
Bij de opening van het gerestaureerde kasteel Heeswijk op 26 april 2000 pleitte de commissaris van de koningin in Noord-Brabant, mr. F. Houben, voor extra investeringen in het behoud en beheer van monumenten. Hij ziet een rol weggelegd voor een Brabant Trust, een instelling die monumenten opkoopt, restaureert en exploiteert. Kerken, fabriekspanden, maar ook woonhuizen en boerderijen kunnen zo als cultuurhistorisch erfgoed behouden blijven. De Brabant Trust zou kunnen werken naar analogie van het Brabants Landschap. Zo kan ieder die hart heeft voor Brabants cultuurhistorisch erfgoed, bijdragen aan het behoud van monumenten. Na restauratie kunnen de monumenten een nieuw gebruik krijgen als woning of bedrijfspand of een toeristisch-recreatieve bestemming krijgen.

Vaklieden
Intussen groeit de werkgelegenheid binnen de restauratiebranche zo snel, dat er met spoed mensen moeten worden opgeleid. Anders dreigt een tekort aan personeel. Dat blijkt uit een onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Om het dreigende tekort te voorkomen, moeten er meer gespecialiseerde leerlingbouwplaatsen komen. Ook op dit punt zijn structurele maatregelen geboden.
Als de achterstanden zijn ingehaald, ontstaat er immers een blijvend aanbod van onderhoudswerk.

POLITIEKE CONTEXT
Als gevolg van de decentrale verdeelsystematiek volgens het Brrm-1997 kon een aantal grote restauratieprojecten niet worden uitgevoerd vanwege tekortschietende budgetten, de zogenoemde kanjerproblematiek. Het CDA-Kamerlid Marry Visser stelde deze zaak aan de orde in een wetgevingsoverleg over de cultuurbegroting op 30 november 1998. De staatssecretaris heeft daarom voorgesteld de kanjerproblematiek buiten de decentrale verdeel-systematiek te plaatsen en op centraal niveau aan te pakken. Voor de grote restauratieprojecten zijn tot dusverre echter geen extra middelen ingezet, enkel de herschikking van 100 miljoen binnen de monumentengelden.

Op basis van het regeerakkoord van het kabinet-Kok II is een bedrag van 520 miljoen gereserveerd tot en met 2010. In het kader van de Voorjaarsnota 2000 werd een eenmalige extra dotatie gedaan van 40 miljoen aan het Nationaal Restauratiefonds. Het CDA-plan voor een Nationaal Erfgoedfonds voor de monumentenzorg werd in het algemeen overleg met staats-secretaris Van der Ploeg op 23 maart 2000 aangekondigd door Marry Visser-van Doorn. De staatssecretaris reageerde positief en zei met belangstelling uit te zien naar de ontwikkelingen betreffende een erfgoedfonds. Hij verwees overigens naar het Belvedèrefonds, waarin LNV, VROM en OCW participeren, en zegde toe op dit punt terug te komen naar aanleiding van het onderzoeksrapport over de monumenten-zorg. (Dit rapport is inmiddels verschenen.) Naar aanleiding van het algemeen overleg heeft het CDA een motie ingediend, die mede ondertekend is door D66 en SGP. Deze motie is vooralsnog aangehouden.

Bij de opening van het gerestaureerde kasteel Heeswijk op 26 april 2000 bepleitte mr. Pieter van Vollenhoven als voorzitter van het Nationaal Restauratiefonds, dat het Rijk een lening van 350 miljoen verstrekt voor de monumentenzorg. Als dat bedrag niet beschikbaar komt, dreigen grootschalige restauraties onbetaalbaar te worden.
De extra rentekosten die de lening met zich meebrengt, zouden volgens hem niet opwegen tegen de kostenbesparing door de restauraties eerder uit te voeren. Van Vollenhoven wees erop, dat het systeem van lenen ook wordt toegepast bij de financiering van het natuurbeleid. Het Rijk stelt zich daarbij garant voor het betalen van de rente en de aflossing van die lening.

Kamerbreed wordt de noodzaak ingezien van een financiële impuls om de achterstanden in de monumentenzorg weg te werken en een integraal instandhoudingsbeleid om achterstanden in de toekomst te voorkomen. Voorliggend plan voor een Nationale Monumentenmaatschappij wil beide doelstellingen verenigen.

VOORBEELDEN VAN MONUMENTEN DIE DRINGEND RESTAURATIE BEHOEVEN Een signaal uit Hoorn, een stad met 150 monumenten: het 16e eeuwse pand Rode Steen 9, met een verzekerde waarde van ruim anderhalf miljoen gulden moet gerestaureerd worden voor 1,7 miljoen. Nu het budget van Hoorn met tweederde is verminderd, moest de Gemeente vaststellen dat haar bijdrage aan deze restauratie nul gulden zou bedragen. De koop door de Vereniging Hendrick de Keyser is niet doorgegaan en een bijzonder pand dreigt nu verloren te gaan. De gemeente Gaasterland-Sloten: haar budget is met tweederde verminderd. Er is nu een fonds waarin 2,5 miljoen gestort mag worden door de Gemeenteraad, mits de zekerheid bestaat dat de benodigde gelden die per beschikking van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zijn toegezegd, ook werkelijk in een bepaald jaar worden uitbetaald. Die zekerheid wordt vanuit Zeist (RDMZ) niet gegeven. Er staat een boerderij in de Alblasserwaard waar de bewoner 6 ton moet investeren op korte termijn vanwege schade door toegenomen wegverkeer. Een tegemoetkoming is hem toegezegd in 2006. Dit geld moet dus vooraf worden geleend, terwijl voor 2 ton op die plaats een gerieflijke woning kan worden neergezet. Je moet dan wel heel erg gemotiveerd zijn als bejaarde alleenstaande om voor restauratie te kiezen.

DE NATIONALE MONUMENTENMAATSCHAPPIJ
De bestaande achterstanden en tekorten voor restauratie en onderhoud van historische monumenten bedragen op dit moment zon 3,7 miljard gulden. Voor het CDA staat voorop dat deze achterstanden zo snel mogelijk moeten worden weggewerkt. Het CDA ziet daarin een belangrijke taak weggelegd voor de overheid. Grijpt de overheid niet in, dan lopen de achterstanden in hoog tempo verder op. Investeerders hebben namelijk geen belangstelling als de overheid zelf al geen interesse toont. Als de achterstanden straks inderdaad zijn weggewerkt, is de werkvoorraad teruggebracht van 35% naar 10%. Dat is beheersbaar.

Daarnaast is voor de langere termijn een goed beheer en behoud van belang. Bij voorkeur laat het CDA dat aan particulieren en bedrijven over. Het CDA is er namelijk een groot voorstander van om de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de samenleving neer te leggen. Wat burgers en bedrijven zelf kunnen en willen regelen, moet ook door hen geregeld kunnen worden. Het CDA is van mening en onderzoek toont dat ook aan - dat de samenleving belangstelling heeft voor de monumentenzorg en de verantwoordelijkheid daarvoor kan en zou moeten dragen.

In het CDA-verkiezingsprogramma 1998 Samenleven doe je niet alleen wordt al geopperd om de particuliere sector meer verantwoordelijkheid te geven op het monumententerrein: naar aanleiding daarvan is de gedachte van een Monumenten- maatschappij (werktitel: Nationaal Erfgoedfonds) gelanceerd. Deze Monumenten- maatschappij zou dan een plaats moeten krijgen naast het reeds bestaande Restauratiefonds. Op dit moment is de versnippering bij de monumentenzorg zeer groot. Daardoor vallen een aantal projecten structureel buiten de boot. De Monumentenmaatschappij zal gaan fungeren als een bundeling van reeds bestaande initiatieven. Geldstromen van particulieren, bedrijven en overheid kunnen hier samenvloeien. Stichtingen en verenigingen die zich bezighouden met restauratieprojecten kunnen aankloppen voor advies, voor bijstand en voor kennisuitwisseling. Hieronder volgt de uitwerking van de gedachte van de Monumentenmaatschappij. Hoe denkt het CDA dit project vorm te geven, hoe werkt het, en hoe verhoudt het zich met andere spelers op het erfgoedfront?

Doelstellingen van de Nationale Monumentenmaatschappij Na het afronden van de inhaaloperatie ontstaat een situatie waarin een normale werkvoorraad op een meer of minder gelijkblijvend niveau resteert. Daarmee verschuift het accent in de monumentenzorg naar actief beheer, het cultureel en functioneel verantwoord omgaan met monumenten. De restauratie- en de onderhoudssubsidies kunnen dan geïntegreerd worden.

De Monumentenmaatschappij zal in de eerste plaats ten doel hebben de instandhouding van monumenten en het realiseren van restauraties. Middelen hiervoor zijn financieel van aard bijvoorbeeld fondsvorming door middel van een vaste bijdrage van de overheid, subsidies, particuliere giften en sponsorbedragen. Ook kan financiering gevonden worden via renteloze leningen of leningen met een lage rente. De middelen kunnen echter ook immaterieel en ondersteunend van aard zijn: bijvoorbeeld het verstrekken van advies en voorlichting.

Uitdrukkelijk heeft deze maatschappij ten doel de krachten te bundelen en de versnippering tegen te gaan. Eén en ander betekent niet alleen bundeling van particulier en overheidsinitiatief, maar ook een bundeling van lokale en regionale krachten. Voor het CDA staat overigens voorop dat de lokale en regionale worteling niet losgelaten mag worden. De belangeloze inzet van duizenden vrijwilligers is onmisbaar en verdient erkenning en ondersteuning.

Functies van de Nationale Monumentenmaatschappij De Monumentenmaatschappij richt zich op het werven van fondsen, de verlening van subsidies, de coördinatie van de fiscale aspecten (bijvoorbeeld inzetbaarheid van ethische beleggingsfondsen, zie ook hierna), en de coördinatie van de rol van het bedrijfsleven en particulieren. Zoals aangegeven is het belangrijk dat het bestaande zeer versnipperde instrumentarium niet wordt afgebroken, maar wordt gebundeld.
Lokale vestigingen zijn in de ogen van de CDA-fractie van groot belang, ook ten behoeve van de vrijwilligers. Hun grote betrokkenheid mag niet afkalven door verdere nationalisering en professionalisering. Een ander voordeel van de schaalvergroting is dat de grootschalige restauraties (de kanjers) beter ingepast kunnen worden in de meerjarenplanning.

Rechtsvorm Nationale Monumentenmaatschappij
De Monumentenmaatschappij zou de vorm moeten krijgen van een maatschappelijke onderneming. Een maatschappelijke onderneming is de door het CDA bepleite en uitgewerkte gedachte van een onderneming die marktconform opereert, maar ideële doelstellingen heeft. Een maatschappelijke onderneming staat met beide benen in de private sector; zij is dus volledig geworteld in de markt. Het bedrijfsrendement wordt alleen niet uitgekeerd aan de aandeelhouders, maar aangewend ten behoeve van de eigen doelstellingen. Het rendement blijft zo dus binnen het bedrijf.

Concreet komt dit neer op een meer maatschappelijk georiënteerde formule van de Stadsherstelorganisaties. Op grond van deze stadsherstelstructuur hoeft het geld niet bij de bank te worden geleend, maar kan het worden betrokken van de aandeelhouders. Veel bedrijven nemen in deze Stadsherstel NV deel. Alhoewel maatschappelijke motieven daarbij de boventoon voeren, spelen commerciële drijfveren ook een belangrijke rol. De Stadsherstelorganisatie keert namelijk dividend uit. Het CDA vindt dat dat laatste niet past bij een maatschappelijke organisatie. Geld mag niet onnodig wegvloeien. Het bedrijfsleven zal ook zonder het uit te keren dividend geïnteresseerd zijn.

Welke rechtsvorm aan de Monumentenmaatschappij ten grondslag ligt, doet in principe niet ter zake. Logisch is het om de Maatschappij de rechtsvorm van een stichting of een vereniging te geven. Dit om het onderscheid te kunnen maken met de commerciële motieven van waaruit tot de vorming van een BV of een NV kan worden besloten. Eventuele financiële voordelen die de maatschappelijk onderneming oplevert, moeten weer terugvloeien en gebruikt worden voor de doelstellingen, waar de maatschappij voor staat. Voorop staat dan dat niet de overheid de Monumentenmaatschappij opricht, maar de belangrijkste particuliere actoren op het erfgoedfront.

Te denken valt daarbij aan de Stadsherstel NVs, Nationaal Contact Monumenten, Nationaal Restauratie Centrum, Monumentenwacht, Bewoond Bewaard, Stichting Open Monumentendag, de Vereniging Hendrick de Keyser en het Amsterdams Monumentenfonds.

Rol Rijksdienst voor de Monumentenzorg
De Rijksdienst voor de Monumentenzorg is een onderdeel van het Ministerie van OC en W en belast met verschillende taken. De volgende taken zijn aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg toegekend:

het toekennen van subsidies voor restauratie en onderhoud van monumenten;

het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van monumentenzorg;

het geven van advies op technisch, stedenbouwkundig, cultuurhistorisch en juridisch gebied;>

het ondersteunen en adviseren van gemeenten, provincies en particuliere organisaties op het terrein van monumentenzorg;

het geven van voorlichting.

Het CDA kan zich goed voorstellen dat de Staatssecretaris op den duur tot de conclusie komt dat het effectiever is om een aantal van deze taken uit te besteden aan de Monumentenmaatschappij.

Voeding Nationale Monumentenmaatschappij
De achterstanden in de restauratie en het onderhoud van de Nederlandse monumenten bedragen nu ongeveer 3,7 miljard (behoefte 2000, uit: notitie Monumenten in de Steigers). Deze achterstand neemt zonder structurele maatregelen snel toe. Het CDA is van mening dat de verantwoordelijkheid voor het wegwerken van deze achterstanden bij het Rijk ligt.

Welk scenario daarbij wordt gevolgd (zie notitie Monumenten in de Steigers) is de fractie om het even. Deze gelden zouden (deels) in de kas van de Monumenten- maatschappij gestort moeten worden.

Jaarlijks zal de overheid een vast basisbedrag van minimaal 100 miljoen in de kas van de Monumentenmaatschappij moeten storten. Het is de financiële basis voor de Monumentenmaatschappij. Het betreft de gelden voor subsidies voor restauratie en voor onderhoud, op den duur geïntegreerd.

Hier werkt overigens ook het multiplier-effect (zie ook: notitie Monumenten in de Steigers). Een jaarlijks subsidiebudget van 125 miljoen betekent een jaarlijkse investering van 370 miljoen. Dat betekent dat het private aandeel in de investeringen het dubbele bedraagt van het publieke aandeel.

Het belangrijkste deel van het kapitaal van de Monumentenmaatschappij zal gevormd worden door het aandelenkapitaal. Niet alleen particulieren en bedrijven participeren, maar ook de overheid. Voorts kunnen particulieren en bedrijven natuurlijk ook donaties doen (giften, sponsorgelden). Daarnaast vloeien ook de gemeentelijke en provinciale budgetten in de kas van de Monumentenmaatschappij. Dat deze gelden worden geoormerkt voor regionale en lokale monumenten staat daarbij onomstotelijk vast.

Tenslotte moet in de ogen van het CDA ook de Publiek Private Samenwerking (PPS) op het gebied van cultureel erfgoed bevorderd worden. Verschillende vormen van PPS-constructies blijken namelijk mogelijk bij restauratie, onderhoud en exploitatie van monumenten. Dat varieert van het maken van afspraken tussen publieke en private partijen, bijvoorbeeld in de vorm van een onderhouds- en exploitatieovereenkomst tot sponsoring. Opgemerkt dient hier te worden dat het niet per definitie de bedoeling is de Monumentenmaatschappij het eigendom van de te restaureren panden te laten verkrijgen. Bij de Stadsherstelorganisaties is dat in het algemeen wel het geval. Stadsherstel Amsterdam NV bijvoorbeeld koopt panden aan en restaureert deze. Vervolgens verhuurt zij de gerestaureerde panden als woningen of horecaruimte. Daarmee worden de gerestaureerde panden geëxploiteerd.

FISCALE AANDACHTSPUNTEN MONUMENTENZORG
De particuliere sector draagt uiteindelijk de belangrijkste verantwoordelijkheid op het gebied van de monumentenzorg. De overheid zwengelt de wil aan om deze verantwoordelijkheid te dragen. Een effectief middel is daarbij het fiscale instrument. Het CDA geeft daarbij de volgende fiscale aandachtspunten:

Binnenkort komt in het kader van de Commissie Moltmaker de herstructurering van de Successiewet aan de orde. Hierbij moeten ook de monumenten betrokken worden in verband met nalatenschappen en giften.

Wat betreft de nieuwe Inkomstenbelasting IB 2001 is het met name van belang de mogelijkheid te openen om de fiscale voordelen van ethisch beleggen ook in te zetten voor (natuur)monumenten. Voorts zullen de monumenten betrokken moeten worden bij de nog te verschijnen notitie over de fiscale behandeling van het (eigen) huis.

Tevens is er behoefte aan een zodanige verruiming van de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting voor o.a. stadsherstellichamen (winstgevend) dat deze meer werkzaamheden kunnen verrichten buiten het terrein van de volkshuisvesting. Uiteraard behoren deze werkzaamheden altijd in het belang van de monumentenzorg te zijn.

Tenslotte bepleit het CDA een uitbreiding van de OZB-vrijstelling voor kerkgebouwen die een bestemmingswijziging hebben ondergaan.

WERKWIJZE:
Deze notitie werd samengesteld door een werkgroep van de CDA-Tweede-Kamerfractie bestaande uit:

M.C.W. Visser-van Doorn Woordvoerder Cultuur
Drs. P. F. Dillingh Fractiemedewerker Monumentenproject Mr. drs. J.N. van Vroonhoven-Kok Beleidsmedewerker Financiën A.B.A.M. Ederveen Beleidsmedewerker OCW/ VWS
J.N. Bos Persoonlijk medewerker

De werkgroep zegt dank aan haar adviseurs:

Dhr. drs. J.J.L.M. Janssen (burgemeester Soest) Dhr. J.H. Zwart (oud-wethouder Utrecht)

Tevens dankt de werkgroep de vertegenwoordigers uit de sector die op 29 mei 2000 deelnamen aan de Deskundigenbijeenkomst Monumentenzorg of op andere wijze een adviserende rol vervulden.

Voor meer informatie over het voorstel inzake de Nationale Monumenten- maatschappij of voor het bestellen van meerdere exemplaren van deze notitie, kan contact worden opgenomen met Marry Visser-van Doorn, CDA Tweede Kamerfractie, Postbus 30805, 2500 GV, s Gravenhage; tel. 070-318 35 66.

Bijlage 1
Financieel overzicht


-Het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg (1994) becijfert dat voor een inhaaloperatie in de monumentenzorg, uitgaande van uitvoering daarvan in tien jaar, nodig is
1.400.000.000


-In 1995 komt, uit de onderuitputting een eenmalige dotatie ter beschikking van 275.000.000, met aanvullende rente
-320.000.000


-Uitvoering van het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg/Werkplan Monumentenzorg vergde nog:

-1.080.000.000


-In 1995 komt er uit het Stadsvernieuwingsfonds een bedrag ter beschikking van de monumentenzorg

-200.000.000


-Uitvoering van het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg/Werkplan Monumentenzorg vergde nog:
880.000.000


-Interdepartementale Commissie Economische Structuur (1995) stelt voor van de ICES-gelden 900.000.000 te bestemmen voor de monumentenzorg. Het rapport Monumenten in de Steigers (1998) geeft een herberekening waarbij rekening wordt gehouden met verdergaand verval, toename van jonge bouwkunst en inmiddels weggewerkte achterstand; per saldo:
- 40.000.000


-Uitvoering van het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg/Werkplan Monumentenzorg vergde nog:
840.000.000


-Het regeerakkoord Paars II (1995) noemt een bedrag van 630.000.000 voor het inhalen van de achterstand (waarvan voor de Rijksgebouwendienst f. 110.000.000). Voor de overige monumenten resteert 520.000.000. Hiervan komt in de regeerperiode 1998-2002 een bedrag van 99.000.000 beschikbaar, afgerond

- 100.000.000


-Uitvoering van het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg/Werkplan Monumentenzorg vergde nog:

- 740.000.000


-In de komende twee regeerperiodes (2003-2010) komt nog eens ter beschikking


-420.000.000


-Het bedrag van 100.000.000 (najaar 1999) voor de Kanjerproblematiek (grootschalige restauraties) is een reallocatie van reeds beschikbaar gestelde restauratiebudgetten.Uitvoering van het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg/Werkplan Monumentenzorg vergt nu nog: 320.000.000


-Naarmate het benodigde bedrag later ter beschikking komt wordt het bedrag door vervolgschade hoger (ca. 10% per jaar). Volgend PRC Bouwcentrum moet dan in 2010 het bedrag worden verdubbeld. +380.000.000


-Uitvoering van het Strategisch Plan voor de Monumentenzorg/Werkplan Monumentenzorg vergt dan nog:
700.000.000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie