Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op vragen over Notitie vergroening fiscale stelsel

Datum nieuwsfeit: 08-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Antwoorden op vragen over de Notitie vergroening van het fiscale



Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen

Aan de voorzitter van de vaste commissie

voor Financiën uit de Tweede Kamer der

Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG
Uw brief van/kenmerk Ons kenmerk Den Haag

WV 2000-572 8 september M 2000 Onderwerp

Schriftelijke beantwoording van vragen tijdens Algemeen overleg over de Notitie vergroening van het fiscale stelsel: de derde tranche in 2001

Tijdens het Algemeen overleg met uw commissie op 27 juni 2000 over de Notitie vergroening van het fiscale stelsel heb ik toegezegd een aantal resterende - meer technische - vragen schriftelijk te zullen beantwoorden. Gaarne geef ik hierbij uitvoering aan deze toezegging.

De heer Dijsselbloem sprak - in het licht van het regeerakkoord - zijn zorg erover uit dat milieubelastingen die vooral op bedrijven drukken, minder goed van de grond komen dan milieubelastingen die vooral op burgers drukken en vroeg of deze zorg kon worden weggenomen. Daarnaast vroeg hij of, uitgaande van de inzet van 15% van de opbrengst van de REB-verhoging, het bedrag ad 500 miljoen gulden voor positieve prikkels niet zou moeten worden verhoogd om dit percentage te halen, en of bij de eerstvolgende actualisering van de lijst met energiezuinige apparaten waarvoor een premie wordt gegeven, aandacht kan worden gegeven aan de hoogte van de premie op hotfillapparatuur. Met betrekking tot de grondwaterbelasting vroeg hij voorts of er voldoende projecten zijn voor de terugsluis en of uit deze belasting een budget wordt gereserveerd voor de sanering van waterbodems. Tenslotte vroeg hij de Werkgroep vergroening van het fiscale stelsel II ook de fiscale mogelijkheden te laten bekijken om de realisatie van de ecologische hoofdstructuur te versnellen.

Het kabinet hecht aan een redelijk evenwicht tussen milieubelastingen op huishoudens en op bedrijven. Bij de voorstellen met betrekking tot de drie tranches vergroening is daarmee ook zo veel mogelijk rekening gehouden. Overigens blijkt dat met name bij de "overige milieubelastingen" de lasten, meer dan oorspronkelijk werd voorzien, bij bedrijven neerslaan. Bedrijven worden daarvoor in de vorm van terugsluismaatregelen gecompenseerd. Bij het Belastingplan 2001 zal de verdeling van de belastingmaatregelen over huishoudens en bedrijven en de terugsluis nader worden toegelicht.

Het bedrag dat beschikbaar is voor positieve prikkels is gerelateerd aan de in het regeerakkoord opgenomen taakstelling met betrekking tot de verhoging van de regulerende energiebelasting (3,4 miljard gulden). Het kabinet ziet in de compenserende maatregelen die boven deze taakstelling in de REB worden getroffen geen aanleiding tot een verhoging van het bedrag voor positieve prikkels. De actualisering van de lijst met energiezuinige apparaten en voorzieningen onder de energiepremieregeling en de hoogte van de energiepremies in 2001 komt dit najaar aan de orde. Tot dusver is voor apparatuur waarvoor geen labelingsystematiek bestaat van opname op de lijst afgezien. Er bestaan hotfillapparaten met A-label (die komen gewoon voor de energiepremie in aanmerking), maar het A-label heeft alleen betrekking op elektriciteit en niet op de hotfill mogelijkheden. Een hotfillapparaat levert (extra) energiebesparing op als het ook daadwerkelijk als hotfill wordt aangesloten. Daartoe is een aparte warmwateraansluiting (=voorziening aan de woning) nodig. Het uitgangspunt dat de regeling eenvoudig en controleerbaar moet zijn en dat de uitvoeringskosten zo laag mogelijk moeten blijven, leidt er evenwel toe dat kleine maatregelen zoals leidingisolatie, waterbesparende douchekop en hotfillaansluitingen voor wasmachines en vaatwasmachines niet voor de energiepremie in aanmerking komen.

Op dit moment zijn door NOVEM nog geen projecten geïdentificeerd in het kader van de terugsluis van de grondwaterbelasting. De grondwaterbelasting is geen bestemmingsheffing maar draagt bij aan de algemene middelen. Uit de opbrengsten wordt dan ook geen budget gereserveerd voor de sanering van waterbodems.

De mogelijke rol van vergroening van het fiscale stelsel bij het realiseren van de ecologische hoofdstructuur (EHS) zal aan de orde komen bij de bepaling van het kabinetsstandpunt ten aanzien van het grondbeleid. Dit onderwerp zal tevens onder de aandacht worden gebracht van de Werkgroep vergroening van het fiscale stelsel II.

Door de heer Reitsma werd naar mijn standpunt gevraagd over het heffen van BTW over belasting op producten. Artikel 8 van de Wet op de omzetbelasting 1968 bepaalt dat bij de levering van goederen en diensten door een ondernemer omzetbelasting geheven moet worden over het totaal van de door de leverancier in rekening gebrachte vergoeding, de omzetbelasting niet daaronder begrepen. Andere belastingen dan de BTW die in rekening worden gebracht, maken wel deel uit van de vergoeding. Als voorbeeld kan dienen het geval waarin de verkoopprijs van een product is opgebouwd uit kostprijs, accijns en winstmarge, zoals bij benzine of rookwaar. De BTW wordt berekend over de totale prijs exclusief BTW, dus ook over de benzineaccijns of de tabaksaccijns. Hetzelfde is het geval bij de regulerende energiebelasting. Het energiebedrijf brengt de door dat bedrijf verschuldigde energiebelasting in rekening, waardoor die belasting deel uitmaakt van de vergoeding waarover BTW verschuldigd is. Deze wijze van berekening is voorgeschreven door een richtlijn van de Europese Unie, waarmee de omzetbelasting van de lidstaten vergaand is geharmoniseerd.

Door mevrouw Remak werd gevraagd of bij de grondwaterbelasting een glijdende tarievenschaal mogelijk is voor zelfonttrekkers die boven de (drempel)vrijstelling uitkomen, zodat zij niet direct voor het volle tarief worden belast. Een dergelijke vrijstelling staat op gespannen voet met doel en strekking van de grondwaterbelasting, namelijk het in beginsel belasten van alle onttrekkingen in verband met de schaarste aan de voorraad schoon grondwater. Slechts om uitvoeringstechnische redenen is een aantal vrijstellingen opgenomen voor zelfonttrekkers. Dit betreft met name kortdurende dan wel in omvang relatief geringe onttrekkingen.

De heer Vendrik vroeg om meer duidelijkheid over de heffing regulerende energiebelasting van 0,42% voor de glastuinbouw. Voorts vroeg hij naar de bestemming van de opbrengst van de 400 miljoen gulden uit het rekening rijden.

De geldende berekeningswijze van het gemitigeerd tarief in de regulerende energiebelasting voor de glastuinbouw berust op het uitgangspunt dat de glastuinbouw voor de jaren 2000 en 2001 in de heffing wordt betrokken op basis van een vergelijking van de glastuinbouw met andere energie-intensieve bedrijven. Voor een nadere toelichting kan worden verwezen naar Kamerstukken II 1999/2000, 26972, nr. 3. Zoals de heer Vendrik bekend zal zijn is de oorspronkelijke opzet van het rekening rijden recent gewijzigd in verband met het voornemen tot een meer beperkte proef met het zogenoemde spitstarief. Dit betekent dat de opbrengst thans wordt geraamd op f 45 mln in 2002 en vanaf 2003 op f 90 mln. De introductie van het spitstarief is gekoppeld aan het verlagen van de motorrijtuigenbelasting. Ik moge in dit verband verwijzen naar de behandeling in de Tweede Kamer van de nota van de Minister van Verkeer en Waterstaat over het BereikbaarheidsOffensief Randstad (Kamerstukken II 1999/2000, 27165).

Mevrouw Giskes vroeg in verband met de hantering van de belastingvrije voeten in de regulerende energiebelasting of reeds een oplossing is gevonden voor de gevallen waarin meer huishoudens van een aansluiting gebruik maken. Zij vroeg voorts naar de stand van zaken met betrekking tot het mogelijk toekennen van een extra bonus op superzuinige verwarmingsketels in het kader van de energiepremieregeling. Tevens vroeg zij om te bezien of de Duitse maatregelen met betrekking tot (de prijs van) spaarlampen naar Nederland kunnen worden vertaald. Tenslotte vroeg zij naar de kosten van het experiment met verhandelbare emissiereducties.

Bij de heffing van regulerende energiebelasting is het de bedoeling van de wetgever geweest om zo veel mogelijk de uiteindelijke verbruiker die beschikt over een zelfstandige onroerende zaak, als verbruiker aan te merken. Het is daarom redelijk dat voor de toepassing van de belastingvrije voet voor aardgas en elektriciteit rekening wordt gehouden met het aantal zelfstandige onroerende zaken "achter één aansluiting". Op grond van het Besluit van 4 november 1996 (mededeling 3), nr. VB96/3138 van de toenmalige staatssecretaris van Financiën wordt terzake door de belastingdienst op verzoek een teruggaafregeling gehanteerd.

De toepassing van zeer energiezuinige verwarmingsketels (type HR-107) wordt thans reeds gestimuleerd onder de energiepremieregeling. Overigens vindt jaarlijks een actualisering van de lijst met energiezuinige apparaten en voorzieningen onder de energiepremieregeling plaats. Op dit moment worden de voorbereidingen getroffen voor aanpassingen van de lijsten voor het jaar 2001. Hierbij dienen de ontwikkelingen in de markt als uitgangspunt. Ten aanzien van spaarlampen wordt opgemerkt dat thans wordt nagegaan of en zo ja welke activiteiten ten aanzien van energiezuinige verlichting in de ons omringende landen worden ondernomen. Hierbij is reeds gebleken dat op dit moment in Duitsland op nationaal niveau geen activiteiten worden ondernomen.

In de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid wordt een experiment met verhandelbare reducties in de regulerende energiebelasting aangekondigd, waarvoor een bedrag van 10 miljoen gulden in 2001, oplopend tot 25 miljoen gulden per jaar vanaf 2003 beschikbaar is binnen de 500 miljoen gulden voor positieve fiscale prikkels. Zoals in de Vergroeningsnotitie is aangegeven heeft het kabinet nader onderzocht op welke wijze het experiment het beste zou kunnen worden doorgevoerd. Daarbij is naar voren gekomen dat een tenderregeling wellicht een aantrekkelijker optie zou zijn dan de regulerende energiebelasting. Voorts is een vooronderzoek met betrekking tot het experiment uitgevoerd. De inmiddels ingestelde Adviescommissie plafonnering CO2 -emissies zal bij haar advies ook de eventuele verdere uitwerking van een experiment betrekken. In de reactie van het kabinet op het advies van de commissie, eind 2001, zal een eventuele verdere uitwerking van het experiment aan de orde komen.

De staatssecretaris van Financiën,

W. Bos

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie