Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000-2003

Datum nieuwsfeit: 11-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VWS inzake nationaal jeugddebat 2000

Gemaakt: 13-9-2000 tijd: 13:34

3

26816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000-2003

Nr. 29 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 september 2000

Jongeren, Kamerleden en bewindslieden gingen op 17 april 2000 met elkaar in debat in de Tweede Kamer.

Het Nationaal Jeugddebat (NJD) vond voor de vijfde maal plaats. Tijdens het debat zijn moties ingediend en toezeggingen gedaan. Het debat was georganiseerd en voorbereid door de Stichting Nationaal Jeugddebat.

Ik informeer u hierbij - mede namens de bewindslieden die deelnamen aan het debat: de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, de minister van Verkeer en Waterstaat en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen - over de moties die tijdens het debat in stemming zijn gebracht, over de gedane toezeggingen en de stand van zaken bij de uitvoering ervan.

Het verslag van het debat, dat door de Stichting Nationaal Jeugddebat is samengesteld, treft u bij deze brief aan1).

De onderwerpen die voor het NJD 2000 waren geagendeerd, zijn door de jongeren zelf geselecteerd in provinciale voorronden en lagen op het terrein van interculturalisatie, het voorkomen van zinloos geweld en de communicatie tussen jongeren en overheid.

Er zijn tijdens het NJD vier moties aan de orde geweest. Ik meld u hieronder de moties, de toezeggingen en de voortgang bij de uitvoering daarvan.

Motie: Voor 2001 moet er in samenwerking met jongeren uit etnische minderheden een Postbus 51 spotje tegen discriminatie gemaakt worden dat minimaal twee jaar lang iedere dag wordt uitgezonden. Dit spotje wordt gedurende die periode aan de actualiteit aangepast.

Tijdens het debat over dit onderwerp heb ik het belang dat het kabinet aan inter-culturalisatie hecht, naar voren gebracht. De projectgroep Nationaal Jeugdplatform heeft op 3 juli advies aan mij uitgebracht over de vorming van een Nationale Jeugdraad. Ik zal het advies toetsen aan mijn toezegging dat ook allochtone jongeren in voldoende mate in een dergelijke Jeugdraad vertegenwoordigd moeten zijn.

Minister van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid wees tijdens het debat op de hoge kosten van een dagelijks uit te zenden tv-spot, maar zal naar mogelijkheden zoeken om aan het verzoek tegemoet te komen. Dat zal gebeuren in het kader van het communicatie- plan integratiebeleid "Meedoen is winnen", dat inmiddels naar u gezonden is.

Motie: In alle lessen moeten leerkrachten kinderen en jongeren sociale vaardigheden leren en hen bewust maken van normen en waarden. Leraren moeten hiervoor een verplicht vak omgangskunde volgen.

Staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gaf aan dat zij deze motie als een ondersteuning ziet van haar beleid.

Het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs (PMVO) heeft in 1999 samen met Sardes een werkwijze ontwikkeld voor het versterken van sociale competentie binnen het schoolteam die in alle situaties ingezet kan worden. Voor deze werkwijze is een scholingsaanbod ontwikkeld voor professionals uit instellingen voor onderwijs, zorg en welzijn. Bevordering van sociale competenties wordt ingebracht in de leerstandaarden en in het nieuwe Onderwijskansenplan («Aan de slag met onderwijskansen», juni 2000).

Het scheppen van een veilige leer- en leefomgeving in school is verbonden met het terugdringen van geweld in de samenleving. Het betrekken van scholieren bij het verbeteren van de leer- en leefbaarheid van de school en omgeving zal worden gestimuleerd.

De opbrengsten van de campagne «De Veilige School» (1995-2000) zijn onlangs overgedragen aan een landelijke ondersteuningsfunctie, het Transferpunt Jongeren, school en veiligheid. De ondersteuning wordt ingebed in het beleid van gemeenten, provincies en ondersteuningsinstellingen. Het Transferpunt Jongeren, school en veiligheid zal de verbinding hiertussen leggen en de weg wijzen. Verder heeft het Transferpunt de taak ontwikkelingen te monitoren, knelpunten te signaleren en te helpen bij het vinden van oplossingen. Het betrekken van jongeren bij de veiligheid in en rond de school krijgt meer nadruk.

Motie: De regering stelt een toetsingscommissie in naar de leesbaarheid van stukken voor jongeren en reikt jaarlijks een (geld)prijs uit voor het beste departement, de beste provincie en de beste gemeente. De prijs moet worden besteed aan participatie van jongeren.

Minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat gaf aan dat er binnen haar departement al een jury/beoordelingscommissie bestaat die jaarlijks een prijs toekent aan de best leesbare tekst. Wellicht kan dit idee als basis dienen voor de uitvoering van de motie. Zij zal dit na het zomerreces met de betrokken departementen, IPO en VNG bezien.

De toezegging van de minister van Verkeer en Waterstaat dat zij vijf jongeren zal betrekken bij de jongerencampagne op het gebied van verkeer, die in september van start gaat, betreft een pilotproject jongerenparticipatie. Sinds kort is er bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat een jongerenteam gevormd dat op het beleidsterrein van het ministerie actief meedenkt. Het bestaat uit drie jongens en twee meisjes in de leeftijd van 17 tot en met 21 jaar. Zij hebben elk een specifieke achtergrond en vormen samen een groepje «rolmodellen» voor de doelgroep van 16 tot en met 21 jaar. Het jongerenteam zal de zomermaanden benutten om de eigen strategie te bepalen. Uiteindelijk is het doel dat zij het land ingaan, soms letterlijk, soms figuurlijk om te polsen wat er bij de doelgroep leeft inzake verkeersveiligheid en welke thema's voor hen belangrijk zijn. Het thema in het eerste jaar is verkeersveiligheid. Bij succes worden ook andere thema's aangepakt waarin jongeren- participatie een plaats krijgt. Het jongerenteam start vanaf september 2000 met diverse acties. Ook zal het team aan de hand van een zelfgekozen thema campagne gaan voeren. Het jongerenteam is onafhankelijk. De jongeren zijn in dienst van een stichting. Het team kan zodoende de minister onafhankelijk en voor de doelgroep geloofwaardig, adviseren. De leden van het team zullen uiteindelijk participeren in projecten en overlegvormen binnen het ministerie. In 2000 zullen zij bijvoorbeeld een rol krijgen in de beoordeling van de beste ambtelijke tekst.

Zelf heb ik onlangs de Commissie jeugdparticipatie geïnstalleerd, die vooral tot taak heeft het draagvlak voor jeugdparticipatie te vergroten en als ambassadeur voor jeugdparticipatie te fungeren. De Commissie bereidt nu een Plan van Aanpak voor dat aan het eind van het jaar gereed zal zijn. Ik zal de kwestie van leesbaarheid en toegankelijkheid van overheids-notities voor jeugdigen onder de aandacht van de Commissie brengen.

Verder heb ik tijdens het debat toegezegd dat het werkdocument "Jeugdparticipatie - een overzicht van initiatieven" (maart 2000), een bijlage bij mijn eerdergenoemde brief van

23 februari aan de Kamer, ook via Internet voor jeugdigen beschikbaar zou komen. Deze toezegging is inmiddels gerealiseerd.

Aan het eind van het debat werd met algemene stemmen een motie aangenomen die ervoor pleitte dat bij het volgende Nationaal Jeugddebat voldoende vertegenwoordiging vanuit kabinet en Kamer aanwezig moet zijn en het kabinet ervoor moet zorgen dat de aan-genomen moties ook echt worden uitgevoerd. De Tweede Kamer moet dit controleren.

De motie werd gesteund door de Kamerleden Giskes (D66), Duijkers (PvdA) en Eurlings (CDA).

Ik heb in het debat aangegeven dat het kabinet groot belang hecht aan de inbreng van jeugdigen, omdat kinderen en jongeren het recht hebben om hun mening kenbaar te maken over zaken die hen aangaan en omdat die inbreng ten goede kan komen aan de kwaliteit van het beleid. Aan toezeggingen die gedaan worden tijdens het Nationaal Jeugddebat hecht het kabinet dan ook grote betekenis. Deze toezeggingen zijn even belangrijk als toezeggingen die op andere momenten in de Tweede Kamer worden gedaan. Dat was bij voorgaande Jeugddebatten het geval en geldt uiteraard ook voor de nu gedane toezeggingen.

Inmiddels worden - in goed interdepartementaal overleg en met inbreng van jongeren - stappen ondernomen om de betrokkenheid van bewindspersonen en Kamerleden bij het Nationaal Jeugddebat in het jaar 2001 meer tot uiting te laten komen.

Voorts zullen bij de gedachtevorming over de opzet en organisatie van het Nationaal Jeugddebat in de toekomst de voorstellen betrokken worden die dienaangaande gedaan zijn door de projectgroep Nationaal Jeugdplatform in haar advies: "Naar een Nationale Jeugdraad".

Over het advies «Naar een Nationale Jeugdraad» heb ik onlangs een gesprek gevoerd met de projectgroep van jongeren die het advies hebben opgesteld. In dat gesprek heb ik de projectgroep een vervolgopdracht gegeven: ik heb gevraagd uiteen te zetten hoe de thans bestaande (koepels van) jeugdorganisaties deel gaan uitmaken van de beoogde Jeugdraad, welke concrete producten van de Jeugdraad verwacht mogen worden en hoe men denkt in de Jeugdraad ook de stem van de ongeorganiseerde jeugd te laten doorklinken. Op basis van het aanvullend rapport zal ik mijn standpunt bepalen en dit, na bespreking in het kabinet, aan de Kamer sturen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

M. Vliegenthart

1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie


Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie